Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

De Bijbel in proef

Informatie

Tijdens de Nationale Synode van Gereformeerde kerken (in 1618 en 1619) is in opdracht van de Staten-Generaal besloten de Bijbel opnieuw in het Nederlands te vertalen. De Synode stelt zes vertalers aan: drie voor de vertaling van het Oude Testament en drie voor het Nieuwe Testament.

Na veertien jaar, in 1633, komen de vertalers van het Oude Testament in Leiden samen om het eindresultaat te bespreken. Een jaar later is de vertaling van het Nieuwe Testament aan de beurt. De gedrukte pagina’s van de proefexemplaren zijn afgewisseld met blanco pagina’s voor aantekeningen en correcties. Op de omslag staat een met pen geschreven aantekening. De correcties en commentaren in dit deel zijn afkomstig van Ludovicus à Renesse, predikant te Maarssen. Aangewezen als controleur van de vertaling van het Nieuwe Testament doorloopt hij alle delen van het Nieuwe Testament. Geen wonder dat de correcties een klein jaar duren, al vergaderen de vertalers elke dag van negen tot half twaalf en van half drie tot vijf. Op 17 september 1637 wordt het eerste exemplaar van de nieuwe vertaalde Bijbel in paars fluweel gebonden en verguld op snee, aan de Staten-Generaal aangeboden. Sindsdien spreken we van de Statenvertaling en Statenbijbel.


Ga naar het archiefstuk

Toon alles van Gouden Eeuw

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in