gahetNA in het Nationaal Archief

Engelandvaarders

Na de capitulatie van Nederland op 14 mei 1940 maakten een groot aantal Nederlanders plannen om zich bij de Koningin in Engeland te voegen met de bedoeling een persoonlijke bijdrage te leveren aan de geallieerde oorlogsvoering. Tussen 14 mei 1940 en 6 juni 1944 (D-Day) wisten 1700 van hen het door de vijand bezette gebied daadwerkelijk te verlaten, ruim 1600 mannen en 48 vrouwen. De reis naar Engeland was vol gevaren en omwegen en niet iedereen wist Engeland te bereiken. Een aantal werd tijdens hun tocht gearresteerd en zat tot aan de bevrijding gevangen.

Wie de reis van één of meer van deze Engelandvaarders wil reconstrueren, kan daarbij gebruik maken van de collectie van het Nationaal Archief. Deze onderzoeksgids wijst u daarin de weg. Daarnaast vindt u hier wie er nu precies als Engelandvaarder betiteld mag worden en hoe de reis verliep.

Hoe ga ik te werk?

Zorg dat u precies weet naar welke personen u op zoek bent: achternaam, volledige voornamen, geboortedatum en geboorteplaats. Wanneer de gezochte persoon is overleden, is het verstandig daar een bewijs van te vinden. Dat kan bijvoorbeeld door bij het Centraal Bureau voor Genealogie een persoonskaart op te vragen. Wanneer de persoon naar wie u onderzoek doet, nog leeft, vraagt u hem of haar dan om schriftelijke toestemming om persoonlijke dossiers in te zien.

Er zijn bij het Nationaal Archief verschillende bronnen die u kunt raadplegen. Hieronder staat per bron beschreven hoe u dat aanpakt.

De verhoren na aankomst in Engeland
De archieven van Nederlandse consulaten en gezantschappen
De archieven van ministeries

Veel Engelandvaarders klaagden bij aankomst in Engeland over de houding van Nederlandse diplomaten en consuls onderweg, Deze klachten werden na de oorlog onderzocht door de in 1946 ingestelde ‘Commissie tot onderzoek naar de houding van Nederlandse diplomatieke en consulaire ambtenaren tegenover Nederlandse uitgewekenen’, de Commissie Cleveringa. Het archief van de commissie 2.05.48.02, die vier rapporten uitbracht aan de Minister van Buitenlandse Zaken, is ook bij het Nationaal Archief te vinden.

Meer informatie over Engelandvaarders

Wie zijn Engelandvaarder?

Hoe bereikten zij Engeland?

Wat gebeurde er in Engeland?


In de kapel van de Erebegraafplaats in Loenen op de Veluwe hangt een wandbord – een vijfluik – met de namen van in de oorlog omgekomen Engelandvaarders.

Literatuurlijst

  • Bruin, J. en J. van der Werff, Vrijheid achter de horizon: Engelandvaart over de Noordzee 1940-1945, (Houten 1998)
  • Dessing, Agnes, Tulpen voor Wilhelmina. De geschiedenis van de Engelandvaarders (Amsterdam 2004) 
  • Dessing, Agnes, ‘De grote oversteek: Engelandvaart over de Noordzee’, in: G. Aalders e.a. (red), Zevende Jaarboek van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (Zutphen 1996), pp. 67-89. 
  • Faassen, Marijke van, ‘Toegankelijker dan gedacht. De rapporten van de ‘Commissie tot onderzoek naar de houding van Nederlandse diplomatieke en consulaire ambtenaren tegenover Nederlandse uitgewekenen’ (De Commissie-Cleveringa)’, in: D.A. Hellema, C. Wiebes, B. Zeeman (red), Vierde jaarboek voor de geschiedenis van de Nederlandse buitenlandse politiek in de twintigste eeuw (Den Haag 1998) pp. 121-127.
  • Jong, L. de, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, Deel 9, Londen (’s-Gravenhage 1979). Hierin met name hoofdstuk 7 -Hulp aan Engelandvaarders en Joodse vluchtelingen, pp. 515-624. 
  • Plantinga, Sierk ‘Joseph Willem Kolkman (1896-1944) en de Engelandvaarders. De hulp aan Nederlandse vluchtelingen in Vichy-Frankrijk’, in: G. Aalders e.a. (red), Negende Jaarboek van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (Zutphen 1998) pp. 10-36. 
  • Staal, G.J. De Nederlandse vluchtelingen in Zwitserland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een overzicht, (Zeist 1998).
  • Yap, Ruud ‘En verder hoorden we niets..’. Nederlandse geïnterneerden van het Spaanse concentratiekamp te Miranda de Ebro 1940-1944, doctoraalscriptie Nieuwste Geschiedenis VU (Amsterdam 2004).
  • De Schakel, kwartaaluitgave van de Stichting Genootschap Engelandvaarders, nummer 1 februari 1979 – nu.

De verhoren na aankomst in Engeland

De Nederlandse Engelandvaarders, werden na aankomst in Engeland door de Engelse Veiligheidsdienst MI5 ondervraagd en beoordeeld op politieke betrouwbaarheid. Dat gebeurde in een groot schoolcomplex in Wandsworth in het zuiden van Londen, in de Royal Victoria Patriotic School, meestal Patriotic School of RVPS genoemd. Het archief van deze school is te vinden bij het Engelse Nationaal Archief. Zij geven echter aan dat er alleen administratie bewaard is gebleven, geen persoonsdossiers.

De Nederlanders kwamen daarna bij de Nederlandse collega’s van MI5 terecht, eerst bij de Centrale Inlichtingen Dienst (CID) en na de reorganisatie van deze dienst, in de loop van 1942, bij de Politie-Buitendienst (PBD), een buitendienst van de Afdeling Politie van het Ministerie van Justitie. Hier werd het onderzoek naar de politieke betrouwbaarheid nog eens overgedaan. In dit verhoor kwamen onder meer aan de orde zijn de persoonlijke en familiegegevens, een eventueel verzetsverleden in Nederland, de beschrijving van de afgelegde weg naar Engeland en een opgave van wie er ‘goed’ of ‘fout’ was in de woon- en werkomgeving van de Engelandvaarder.

De verhoren van de CID en de PDB zijn bewaard gebleven in het archief van het Ministerie van Justitie te Londen 2.09.06. U vindt de dossiers in de inventarisnummers 3160 tot en met 10071. U kunt in de toegang op naam zoeken. De dossiers zelf zijn, vanwege de privacy van nog levende personen, slechts beperkt openbaar. Dat betekent dat u alleen inzage kunt krijgen als u kunt aantonen dat de persoon over wie het dossier gaat, is overleden of u uitdrukkelijk toestemming geeft. Wanneer u inzage wilt in één van deze dossier kunt u een schriftelijk verzoek richten aan info@nationaalarchief.nl. Dit verzoek dient de volgende punten te bevatten:

  • Uw naam en adres
  • Het dossier dat u wilt zien
  • De volledige naam en geboortedatum van de persoon wiens dossier het is
  • Waarom u dit dossier wilt inzien
  • Bewijs van toestemming of overlijden (wanneer de persoon om wie het gaat, meer dan 100 jaar geleden is geboren, hoeft u dit bewijs niet mee te sturen.)

Wanneer wordt besloten aan u inzage te verlenen, ontvangt u hiervan bericht. U wordt dan uitgenodigd het dossier op onze studiezaal te bestuderen. Van deze dossiers worden, net als van ander beperkt openbaar archief, geen kopieën gemaakt. U mag wel aantekeningen maken.

In de archieven van Bureau Nationale Veiligheid (2.04.80) en het archief van het Ministerie van Oorlog te Londen (2.13.71) zijn kopieën bewaard gebleven van deze verhoordossiers.

De archieven van Nederlandse consulaten en gezantschappen

Omdat Engelandvaarders onderweg vaak in aanraking kwamen met Nederlandse Consulaten en Gezantschappen, zijn in de archieven van deze instellingen ook gegevens over hen te vinden.

Overzicht van relevante consulaire archieven bij onderzoek naar Engelandvaarders

ArchiefArchiefinventarisnummerSpecifieke inventarisnummers
Gezantschap te Zwitserland 19-14-19542.05.49
Consulaat-generaal te Geneve 1941-19542.05.48.22
Militair Attaché te Bern2.13.711277-1420
Gezantschappen in Spanje2.05.286
Gezantschappen in Portugal2.05.161
Consulaat in Lissabon2.05.162

Deze archieven zijn allemaal deels openbaar en deels beperkt openbaar. Wanneer u een dossier niet zelf via de website kunt reserveren, is het beperkt openbaar. Om inzage te krijgen in deze beperkt openbare dossiers, hoeft u geen schriftelijk verzoek in te dienen. U kunt de inventarisnummers aanvragen via de informatiebalie in de studiezaal.


De archieven van ministeries

De consulaten en gezantschappen rapporteerden aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken te Londen, dat vervolgens de Ministeries van Justitie en Oorlog te Londen op de hoogte hield. In de archieven van deze drie ministeries kunt u daarom informatie vinden over Engelandvaarders. In het archief van het Ministerie van Koloniën zijn reisverslagen te vinden van KNIL militairen die via Spanje en Portugal in Curaçao, Suriname en Jamaica arriveerden. In het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, verantwoordelijk voor de vluchtelingenzorg, zijn ook dossiers op naam te vinden. In het archief van het Ministerie van Algemene Oorlogsvoering van het Koninkrijk informatie stukken over de Engelandvaarders te vinden.

Aan veel Nederlandse vluchtelingen, ook aan Engelandvaarders, werden in Zwitserland, Frankrijk, Spanje en Portugal geldelijke voorschotten verleend door de Nederlandse overheid. Deze voorschotten moesten na de oorlog terugbetaald worden. Hoewel deze voorschotten aan erkende Engelandvaarders na de oorlog werden kwijtgescholden, zijn in het archief van het Bureau Invordering van het Ministerie van Binnenlandse Zaken 1945-1960 nogal eens dossiers te vinden op naam van een Engelandvaarder met gegevens over de door hem of haar genoten ondersteuning.

Overzicht van relevante ministeriële archieven bij onderzoek naar Engelandvaarders

ArchiefArchiefinventarisnummerSpecifieke inventarisnummers
Ministerie van Buitenlandse Zaken te Londen2.05.80
Ministerie van Justitie te Londen2.09.06
Ministerie van Oorlog te Londen2.13.71
Ministerie van Koloniën2.10.45329 en 662
Ministerie van Binnenlandse Zaken2.04.76
Ministerie van Algemene Oorlogvoering van het Koninkrijk2.03.015252, 5253, 5225 en 5256
Bureau Invordering van het Ministerie van Binnenlandse Zaken2.04.77

Deze archieven zijn allemaal deels openbaar en deels beperkt openbaar. Wanneer u een dossier niet zelf via de website kunt reserveren, is het beperkt openbaar. Om inzage te krijgen in deze beperkt openbare dossiers, hoeft u geen schriftelijk verzoek in te dienen. U kunt de inventarisnummers aanvragen via de informatiebalie in de studiezaal.


Wie zijn Engelandvaarder?

Onder Engelandvaarder wordt verstaan: “de toenmalige Nederlander of Nederlands onderdaan die na de capitulatie van Nederland op 14 mei 1940 (Zeeland een aantal dagen later) en uiterlijk op 6 juni 1944 (D-day) tegen de wil van de vijand uit enig bezet gebied behorende tot het Koninkrijk der Nederlanden zoals zich dat bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog heeft uitgestrekt, dan wel enig ander door de vijand bezet of vijandelijk gebied heeft verlaten met de bedoeling een persoonlijke bijdrage te leveren aan de geallieerde oorlogsvoering”. Later werden ook diegenen geacht onder deze definitie te vallen, die nooit in Engeland waren gearriveerd maar tijdens hun tocht waren gearresteerd, tot aan de bevrijding gevangen hadden gezeten en aantoonbaar de intentie hadden gehad om op enigerlei wijze aan de strijd tegen de vijand deel te nemen.
Er zijn zo’n 1700 Engelandvaarders geweest, ruim 1600 mannen en 48 vrouwen.

Hoe bereikten zij Engeland?

De meeste Engelandvaarders ontsnapten uit bezet gebied via België, Frankrijk, Spanje en Portugal, al dan niet met een tussenstop in het neutrale Zwitserland. Met een bootje rechtstreeks over zee was een tocht die door een zeer kleine minderheid werd ondernomen.
Een andere veel gebruikte route liep via het neutrale Zweden en vandaar per vliegtuig naar Engeland. In de beginjaren van de oorlog zijn ook een aantal Engelandvaarders via de oostelijke route (Wladiwostok, Japan, USA) in Engeland gearriveerd. Gemiddeld deed een Engelandvaarder er een jaar over om vanuit Nederland in Engeland te komen.

Wat gebeurde er in Engeland?

Iedere buitenlander die in de oorlog in Engeland aankwam, dus ook de Nederlandse Engelandvaarders, werd korter of langer door de Engelse Veiligheidsdienst MI5 ondervraagd en beoordeeld op politieke betrouwbaarheid. Dat gebeurde in een groot schoolcomplex in Wandsworth in het zuiden van Londen, in de Royal Victoria Patriotic School, meestal Patriotic School of RVPS genoemd. Hij of zij mocht dit complex pas verlaten nadat die politieke betrouwbaarheid was gebleken. Het archief van deze school is te vinden bij het Engelse Nationaal Archief. Zij geven echter aan dat er alleen administratie bewaard is gebleven, geen persoonsdossiers.

De Nederlanders kwamen daarna bij de Nederlandse collega’s van MI5 terecht, eerst bij de Centrale Inlichtingen Dienst (CID) en na de reorganisatie van deze dienst, in de loop van 1942, bij de Politie-Buitendienst (PBD), een buitendienst van de Afdeling Politie van het Ministerie van Justitie. Hier werd het onderzoek naar de politieke betrouwbaarheid nog eens overgedaan. In dit verhoor kwamen onder meer aan de orde zijn de persoonlijke en familiegegevens, een eventueel verzetsverleden in Nederland, de beschrijving van de afgelegde weg naar Engeland en een opgave van wie er ‘goed’ of ‘fout’ was in de woon- en werkomgeving van de Engelandvaarder.

De Engelandvaarders hadden het voorrecht verkregen om te kiezen bij welk legeronderdeel of dienst hij of zij vervolgens wilde dienen. Sommigen kozen na de procedure bij de RVPS en de PBD voor de Landmacht (Prinses Irene Brigade), anderen voor de Luchtmacht (Royal Air Force) of voor de Koninklijke Nederlandse Marine. Nogal wat Engelandvaarders werden als geheim agent boven Nederland gedropt.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in