Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Burgers en stoommachines

Tijdbalk: Tijdbalk Nederlandse geschiedenis (500 - 2009)
Date: 1800 - 1900

Hoe tegenstrijdig het ook mag klinken, de Franse overheersing (1795-1813) heeft Nederland veel waardevols opgeleverd. Ons land dankt er onder meer een grondwet aan, een groot aantal wetten op velerlei terreinen en een gedegen overheidsorganisatie. Maar ook schijnbaar kleinere feiten als de burgerlijke stand, een vaste familienaam en het notariaat hebben de Franse tijd overleefd, tot vandaag aan toe. Natuurlijk is er - na de overwinning op Napoleon - een reactie van restauratie, maar de waarde van hetgeen de Fransen gebracht hebben wordt toch ook ingezien. De jaren 1795-1813 zijn verwarrende jaren, waarin de revolutionairen
eerst de Bataafse Republiek vestigen. In 1806 krijgt ons land een koning in de persoon van Lodewijk Napoleon, die in 1810 aan de kant wordt gezet door zijn broer Napoleon. Dan is Nederland drie jaren deel van het Franse keizerrijk. Het koningschap van Willem I (1813-1840) wordt gekenmerkt door een sterke stimulering van het economisch leven en daarmee van de welvaart van het land. Vooral de handel met Nederlands-Indië is van belang, maar ook de aanleg van wegen, kanalen en spoorwegen is van grote waarde. Een zwarte bladzijde is voor
hem de afscheiding van België, die in 1839 zijn beslag krijgt.

Staatkundige ontwikkeling van Nederland

Veel aandacht geven de geschiedenisboekjes aan de staatkundige ontwikkeling, die Nederland in de 19e eeuw kent. De basis daarvoor is de grondwet van 1848, waaraan de naam van de staatsman Thorbecke is verbonden. Van de verworvenheden profiteren wij nog steeds: rechtstreekse verkiezingen van de Tweede Kamer, Provinciale Staten en de gemeenteraad, ministeriële verantwoordelijkheid, grondrechten als de vrijheid van godsdienst en onderwijs en het recht van vereniging en vergadering. De uitwerking van wat de grondwet biedt kost echter nog een aantal decennia. Tot in de 20e eeuw wordt er gestreden over de vrijheid en financiering van het bijzonder onderwijs (de ‘schoolstrijd’) en over kiesrecht. Deze geschilpunten zijn mede de oorzaak van een andere verworvenheid uit de late 19e eeuw: de opkomst van de politieke partijen.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in