Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Nieuwe Grondwet

Tijdbalk: Tijdbalk Nederlandse geschiedenis (500 - 2009)
Date: 1814

De totstandkoming van de Grondwet van 1814 mag voor een groot deel op rekening van de staatsman Gijsbert Karel van Hogendorp worden geschreven. Al in 1799 schrijft hij De Unie van Utregt herzien, waarin hij een nieuwe constitutie neerschrijft met een hoofdrol voor de vroegere erfstadhouder. Steeds vervult in zijn plannen het huis van Oranje de erfelijke waardigheid van hoofd van de staat. Zo ook in zijn Schets van 1812, die als het ware het staatsrecht van de Republiek vóór 1795 verbindt met dat van het Koninkrijk. Na de terugkomst van prins Willem op 30 november 1813 biedt Van Hogendorp de Schets van een Grondwet aan hem aan. De Prins maakt daarop nog enkele aanmerkingen, waarna het als Schets van eene Grondwet voor de Vereenigde Nederlanden ter tafel komt bij de Commissie voor de samenstelling der constitutionele wetten, ingesteld door de Prins op 21 december 1813. Van deze commissie is Van Hogendorp zelf voorzitter. De commissie vergadert in de periode van 27 december 1813 tot 2 maart 1814 bij Van Hogendorp thuis. In de commissie zijn voorstanders voor een herstel van de situatie vóór 1795, maar ook voor aanpassing van de keizerlijke constitutie. Het resultaat is op een aantal punten een compromis, maar het centrale gezag is wel sterker dan vóór 1795.

Ontwerp van de Grondwet

Al bij de benoeming van de commissie wordt bepaald dat het ontwerp van de Grondwet ter beoordeling wordt voorgelegd aan de notabelen uit het gehele land. In alle departementen wordt een lijst van 600 aanzienlijken ter visie gelegd en, wanneer er geen bezwaar wordt gemaakt, vertegenwoordigen deze aanzienlijken op 29 maart 1814 het gehele volk. Op die dag houdt de Soevereine Vorst in de Nieuwe Kerk in Amsterdam een toespraak, waarna minister van Justitie mr. C.F. van Maanen de beginselen van de Grondwet uiteenzet. Voor debat is geen gelegenheid. Van de 474 opgekomen notabelen stemmen 448 vóór en 26 tegen. Diezelfde dag wordt de Grondwet afgekondigd.

 

De ontwerp-grondwet wordt door de koning op 18 maart 1814 ingezonden en op 29 maart van dat jaar in de vergadering van zeshonderd aanzienlijken in de Nieuwe Kerk in Amsterdam aangenomen. Vervolgens wordt de Grondwet op dezelfde dag bij Koninklijk Besluit afgekondigd.

Inhoud Grondwet

De Grondwet bevestigt de soevereiniteit van Willem I en regelt de erfopvolging. Er komt een volksvertegenwoordiging van 55 leden, die worden benoemd door de Staten der provinciën. Soeverein Vorst en Staten-Generaal vormen samen de wetgevende macht. Het bestuur ligt bij de Vorst, die daarin wordt bijgestaan door ministeriële departementen en een Raad van State als adviserend college. De inrichting van Provinciale Staten is grotendeels een restauratie van de oude situatie, want daarin krijgen ridderschappen, steden en heerlijkheden weer een rol.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in