Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Oprichting Verenigde Oost-Indische Compagnie

Tijdbalk: Tijdbalk 445945
Date: 1602

Eerste reis naar Oost-Indië

Eind 16e eeuw neemt de aanvoer van oosterse waren door de Portugezen af. De vraag naar bijvoorbeeld specerijen stijgt echter. Voor kooplieden in Amsterdam is dat een stimulans om te proberen zelf de waren uit de Oost te gaan halen. Naast het benodigde kapitaal wordt ook, mede door spionage bij de Portugezen, de nodige kennis over de route vergaard. Er worden twee routes geprobeerd: ‘om de Noord’, dat wil zeggen noordelijk om Azië heen, en ‘om de Zuid’, dus om Afrika heen. Op 2 april 1595 vertrekt een vloot van de rede van Texel om Azië ‘om de Zuid’ te bereiken. Deze arriveert op 26 juni 1596 bij Bantam, het einddoel van de reis. Na veel perikelen komt men gehavend, met een bescheiden lading, op 10 augustus 1597 weer in het vaderland aan. Het succes is wel het begin van verdere initiatieven, die tot de succesvolle Verenigde Oost-Indische Compagnie zullen leiden.

Verenigde Oost-Indische Compagnie

De handelsvereniging de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) wordt in 1602 opgericht. Raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt speelt hierbij een onmisbare rol. De compagnie krijgt de volledige medewerking van de overheid. In de landen waarmee de VOC handelsbetrekkingen heeft, mag zij verdragen sluiten, forten bouwen en ambtenaren aanstellen. De VOC bestaat uit zes afdelingen, kamers genoemd, die zijn gevestigd in de steden Amsterdam, Middelburg, Delft, Rotterdam, Hoorn en Enkhuizen. Het bestuur heet de
Heren Zeventien. Het doel van de VOC is handel drijven in en met Azië. In de twee eeuwen van haar bestaan groeit de VOC uit tot het grootste bedrijf ter wereld. Zij heeft handelsposten in heel Azië.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in