Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Eerste vrije vergadering Staten van Holland

Tijdbalk: Tijdbalk Nederlandse geschiedenis (500 - 2009)
Date: 1572

Vanaf het moment dat Filips II in 1555 zijn vader Karel V opvolgt als heer van de Nederlanden, rijst er verzet tegen de politiek van de nieuwe koning. Het verzet begint onder de hoge adel, waarvan Willem van Oranje deel uitmaakt, maar ook de graven van Egmond en Hoorne. De Prins van Oranje ziet in dat hij vanuit het buitenland een opstand moet organiseren. Vanuit Duitsland wil hij op verschillende plaatsen het land binnenvallen en zo een volksopstand stimuleren. Een eerste succes is de Slag bij Heiligerlee in 1568, maar deze overwinning wordt al snel tenietgedaan door de Slag bij Jemmingen (Jemgum, Oost-Friesland), waar Alva het opstandelingenleger uit elkaar jaagt.

Toenemend verzet

Het verzet, vooral tehen de landvoogd, in het land groeit echter gestaag. Alva's belastingen (de 10e, 20e en 100e penning) zijn een belangrijk motief. Ontevredenen in Holland zoeken contact met de Prins van Oranje. Hij en Lodewijk van Nassau vallen de Nederlanden binnen met een troepenmacht. Bij wijze van verrassing nemen de Watergeuzen in 1572 het stadje Den Briel in.

Onvrede met het optreden van landvoogd Alva doet ook andere steden besluiten geuzenlegertjes binnen de muren toe te laten. Vlissingen, Enkhuizen en Dordrecht zijn de eerste. Andere Hollandse en Zeeuwse steden sluiten zich niet uit eigen beweging aan, maar gaan pas onder dwang of dreiging om. Belangrijke steden als Amsterdam en Middelburg blijven echter Spaansgezind.

Vereniging tegen de Spaanse tirannie

De radicale elementen in de steden, die de aansluiting bij de geuzen hebben bewerkstelligd, dringen vervolgens aan op vereniging tegen de Spaanse tirannie. Op 19 juli 1572 komen vertegenwoordigers van een aantal steden bijeen in de oudste stad van Holland, Dordrecht, in een 'vrije' vergadering van de gewestelijke Staten. De Prins van Oranje heeft als  zijn  vertegewoordiger Philips van Marnix, heer van St. Aldegonde, afgevaardigd naar deze vergadering. De opzet is de Staten zover te krijgen dat zij Oranje als stadhouder van de koning over Holland, Zeeland, Utrecht en Friesland benoemen.

 

De opzet slaagt. Het samenroepen van de Statenvergadering is al een revolutionaire daad -alleen de koning of zijn stadhouder heeft hier namelijk het recht toe. De zelfstandige benoeming van een nieuwe stadhouder doet daar nog eens een schepje bovenop. De Staten bepalen dus wie zal optreden als vertegenwoordiger van hun landsheer, Filips II. Als inheems edelman willen zij liever Oranje als hun landvoogd dan een vreemde zoals Alva. Zij blijven dus trouw aan de wettige landsheer.

 

Op verzoek van Oranje besluiten de Staten verder vrijheid van eredienst toe te staan aan protestanten en katholieken.

Aanwezigen

De aanleiding voor de vergadering is de wens van de Prins van Oranje gelden te verwerven voor de monstering van 7.000 ruiters en 15.000 man voetvolk gedurende een periode van drie maanden. Hij kan zich dan bij zijn broer Lodewijk voegen om de strijd tegen de landsheer te voeren. In Dordrecht wordt een statenvergadering bijeengeroepen waar verschijnen: jr. Jacon heet van Wijngaerden uit de Ridderschap van Holland; jr. Arent van Duvenvoorde namens de graaf van der Marck; Adriaen van Blienburch Adriaensz., Cornelis Henricx, Jacob Muys Pietersz en mr. Jacob Pauli namens de stad Dordrecht; jr. Johan van Vliet en mr. Gerard van der Laen namens de stad Haarlem; Jan van Brouchoven en mr. Paulus Buijis namens de stad Leiden; mr. Jan jacobsz en mr. Pieter van Asperen namens de stad Gouda; Jan Snouck, mr. Sebastiaen van Loese en Servaes Adriaensz. namens de stad Gorcum; Jacob van Waerendeel en Claes Herksz namens de stad Alkmaar; Cornelis Willemsz de Lange, Job Pietersz. van Kattemeer namens Oudewater; Jan Berckhoudt en Pieter Reyniersz namens Hoorn; Anthonis Symonsz. en Rijckaert Claesz namens Medemblik; Pouwels Pietersz. namens Edam; Reinier Cornelisz. namens Monnickendam.

Als vertegenwoordiger van de Prins is aanwezig Philips van Marnix, heer van St. Aldegonde. Hij vraagt de steden 100.000 kronen voor de betaling van de eerste maand.

Besluiten van de vergadering

De vertegenwoordigers van de steden besluiten te trachten de benodigde gelden te vinden. Vervolgens verklaren zij de Prins te erkennen als de stadhouder van de Koning en ook de andere gewesten daartoe over te halen. Voorts adviseren zij de Prins een admiraal aan te stellen voor de vloot, besluiten zij tot inzage in de oude privileges en andere documenten en geen verdragen te sluiten zonder advies van de Prins. De vertegenwoordigers gaan akkoord met de intentie van de Prins om vrijheid van godsdienst aan te houden.

Ten slotte benoemen zij op voordracht van de Prins Willem van der Marck, graaf van Lumey, tot overste van Holland.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in