Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Groot Privilege

Tijdbalk: Tijdbalk Nederlandse geschiedenis (500 - 2009)
Date: 1477

Achtergrond

In de vijftiende eeuw maken de Nederlandse gewesten deel uit van het Bourgondische rijk. De hertogen zorgen voor een betere organisatie van het overheidsapparaat. Met name Filips de Goede (1419-1467) weet een zekere eenheid te brengen in al die gewesten die hun eigen rechten en privileges hebben en daarmee de grenzen van het vorstelijk gezag bepalen. Door een aantal overkoepelende organen in ste stellen, probeert Filips zijn macht te versterken.

 

De algemene leiding van bestuur en rechtspraak ligt bij de Grote Raad. Voor het financieel beheer worden drie rekenkamers opgericht, en wel in Den Haag, Brussel en Rijssel. In de gewesten bevordert hij de instelling van gewestelijke hoven, waar rechtsgeleerden als 'ambtenaren' voor een eerlijke rechtspraak moeten zorgen. Voor het toestaan van beden aan de vorst worden de Staten-Generaal (de verzamelde Staten van de gewesten dus) bijeengeroepen. Daarmee probeert Filips een zeker besef van eenheid te bereiken.

 

Zijn zoon Karel de Stoute (1467-1477) ontneemt de Grote Raad de rechtsprekende bevoegdheid en geeft deze aan het Parlement van Mechelen. Ook centraliseert hij de rekenkamers in Mechelen. Dat wekt veel verzet bij de gewesten. Het is dan ook logisch dat na zijn dood in 1477 Maria van Bourgondië de nodige concessies aan de gewesten moet doen. Deze worden vastgelegd in twee Groot Privileges.
Niettemin heeft onze hedendaagse overheidsorganisatie zijn wortels in de Bourgondische tijd.

Eerste Groot Privilege voor de Bourgondische Nederlanden

Na de dood van Karel de Stoute in 1477 volgt Maria van Bourgondië haar vader op. Drie weken na haar aantreden dwingen de Staten-Generaal haar het Groot Privilege te ondertekenen. Op 11 februari 1477 bevestigt zij een aantal voorrechten van de gewesten in de Bourgondische Nederlanden. De Staten-Generaal mogen voortaan op eigen gezag vergaderen. De gravin mag zonder hun toestemming geen belasting heffen of een oorlog beginnen. Het parlement van Mechelen en de algemene rekenkamer worden afgeschaft.

Tweede Groot Privilege voor Holland en Zeeland

In maart 1477 vaardigt Maria nog een Groot Privilege uit, ditmaal speciaal voor Holland en Zeeland. Deze gewesten hadden zich afzijdig gehouden van het eerder aan de andere gewesten verleende Groot Privilege, omdat zij bang waren voor financiële of militaire verplichtingen. In dit tweede Privilege belooft Maria dat in Holland en Zeeland geen 'vreemdelingen' (lees: Vlamingen en Brabanders) meer in bestuurlijke functies worden benoemd. Ook zal het Nederlands weer als bestuurstaal worden gebruikt, in plaats van het Frans. De rekenkamer zal terugkeren naar Den Haag.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in