Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Twaalfjarig Bestand

Tijdbalk: Tijdbalk Nederlandse geschiedenis (500 - 2009)
Date: 1609

In het begin van de 17e eeuw lopen de kosten van de oorlog tegen Spanje enorm
op. De Hollandse raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt wil vrede. De aartshertog
van de Zuidelijke Nederlanden, Albert, ziet hier wel heil in. Prins Maurits
is tegen. Hij en zijn medestanders zijn bang dat een vrede de Spaanse tirannie juist zal herstellen.

Wapenstilstand

Op de echte vrede moet gewacht worden tot de Vrede van Munster in 1648, maar op 9 april 1609 wordt wel in Antwerpen een Twaalfjarig Bestand getekend. Tot 1621 stopt het oorlogsgeweld, waardoor de Republiek uit haar financiële misère kan opkrabbelen.

Bestandstwisten

De aandacht richt zich in de Republiek dan op de zogenaamde Bestandstwisten, een conflict tussen twee stromingen in de protestantse kerk.

Mijlpaal in de oorlog met Spanje

Het Twaalfjarig Bestand vormt een belangrijke mijlpaal in de strijd tussen de noordelijke Nederlandse gewesten en de koning van Spanje. De strijd sleept zich decennialang voort. Belangrijke momenten zijn onder andere de eerste vrije vergadering van de opstandige Staten van Holland in 1572, de Unie van Utrecht tussen de opstandige gewesten en steden in 1579 en het afzweren van de Spaanse koning in 1581 met het zogenaamde Plakkaat van Verlatinghe.

 

Nadat verschillende pogingen om een eigen landsheer te vinden zijn mislukt, gaan de opstandige gewesten gezamenlijk verder als een federatie van zeven soevereine staatjes, een republiek. Deze Republiek staat min of meer onder leiding van Holland. In een gemeenschappelijke vergadering, de Staten-Generaal, spreken de zeven gewesten over oorlog, vrede, de financiering daarvan en de internationale verhoudingen. Maar daarmee worden de Staten-Generaal niet soeverein. Er bestaat een bijzonder en breekbaar machtsevenwicht tussen de stadhouder en de raadpensionaris, de belangrijkste man van de Staten van Holland. Deze laatste verwerft zich stap voor stap een positie enigszins vergelijkbaar met die van minister-president én met minister van Buitenlandse Zaken. Een sterke raadpensionaris lijkt soms wel de president van de Republiek.

Aantreden Filips III brengt ommekeer

Stadhouder Maurits boekt als veldheer namens de Republiek tal van successen, waardoor  het grondgebied voor het eerst een aaneengesloten geheel vormt, ruwweg het gebied ten noorden van de lijn Zeeuws-Vlaanderen - Nijmegen. Toch weigert de Spaanse koning zijn gezag over de noordelijke gewesten op te geven. Hij streeft veeleer naar een door Spanje gedicteerde vredestoestand in Europa, ofwel een Pax hispanica. De komst van de zwakke koning Filips III in 1598 betekent een ommekeer. Filips III is niet opgewassen tegen zijn raadgevers en raakt al snel de greep op de macht en het geld kwijt.

Vredesbesprekingen

In de eerste jaren van de zeventiende eeuw bereiken de strijdende partijen een patstelling. Het Brusselse bewind voelt voor vredesbesprekingen, de koning is, ondanks grote financiële zorgen, niet zonder meer vóór. In de Republiek zijn de meningen verdeeld. De landgewesten zoals Groningen, Overijssel en Gelderland hebben het meest geleden als slagveld en willen rust. De handeldrijvende Hollanders zijn het daarmee eens. Maar de Zeeuwen profiteren van de kaapvaart op de Spanjaarden en haan daar het liefst mee door. Geleidelijk aan worden de voor- en tegenstanders van voortzetting van de oorlog gepersonifieerd door prins Maurits en de Hollandse raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt.

Moeizame onderhandelingen

Vanaf 1606 onderhandelen Spanje en de Republiek. Een harde eis van Van Oldenbarnelvelt in de onderhandelingen is de erkenning van de Republiek als vrije, zelfstandige staat. In oktober 1607 gaat Filips III akkoord met een wapenstilstand, onder voorwaarde dat het katholicisme in het Noorden vrij gepraktiseerd mag worden. De Staten-Generaal accepteren dit, maar stellen tegelijkertijd vast dat hun soevereiniteit alle terreinen bestrijkt, dus ook de religie. De daaropvolgende vredesonderhandelingen lopen in 1608 vast op twee eisen van de koning: vrijheid van eredienst voor de katholieken en geen vrije vaart op Indië. Daarop besluiten de Staten-Generaal de onderhandelingen te staken. Het is de verdienste van de Franse diplomaat Pierre Jeannin dat hij de gesprekken toch weer op gang krijgt en samen met andere Franse en Engelse gezanten een wapenstilstand voor langere duur weet te bereiken.

De Bestands-akte

Het Bestand wordt op 9 april 1609 ondertekend in het stadhuis van Antwerpen. De strijd zal gedurende twaalf jaar worden gestaakt en de Republiek zal in die tijd worden erkend als een zelfstandige staat. Officieel moet de vaart op gebieden buiten Europa worden goedgekeurd door Filips III, maar in een geheim artikel wordt deze toch verleend aan de Nederlanders.

Vanzelfsprekend bevat de tekst bepalingen over het staken van de strijd en het verbod nieuwe forten te bouwen en oorlogsschepen in de havens toe te laten. Ook wordt nadrukkelijk het vrij verkeer van personen en goederen tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden toegestaan.

 

Opmerkelijk is dat het grootste aantal van de artikelen in de Bestands-akte gaat over de teruggave van goederen, de vergoeding van schade en het vrijwaren van vorderingen tussen beide partijen. Kennelijk heeft de oorlog een scheiding getrokken tussen de eigenaren en hun goederen.

 

Het Bestand zal direct worden afgekondigd. Binnen een jaar moet iedereen, waar ook ter wereld, ervan op de hoogte zijn.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in