Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Hommage aan onze Bevrijders

1945, Den Haag

De bevrijding komt! Een aankondiging daarvan waren de Engelse vliegtuigen die voedsel dropten in de buurt van Den Haag aan het einde van de Hongerwinter.

Ik (veertien jaar) stond op de dakkapel van het huis in de Van Swietenstraat te zwaaien naar de overvliegende Engelsen en, o wonder, zij groetten terug door met de vleugels te wiegen.

Met een stuk van een bijl en een flinke hamer hakte ik stukken hout van boomstronken voor brandstof, tot ineens de steel net onder de hamer afbrak. Ik probeerde thuis dat hout uit de hamer te krijgen maar dat lukte steeds niet en met een vloek smeet ik de hele boel over de zolder. Op dat moment ging de deur naar de zoldertrap open en riep mijn zus uit: ,,Jan, we zijn vrij!”

En het was zo, want meneer Volkers, een keurige ambtenaar die aan de overkant woonde, had de vlag al uitgestoken! We zijn vrij! Ik pakte de kepie die mijn vader in 1914-1918 droeg (met een kokarde en in brons het getal 14, van het 14e regiment in Zeeland) en holde de straat op. Je moest toch iets doen? We zijn vrij!

De volgende dag maakte ik van een klerenhanger een Hitler, die ik uit het raam hing. De mensen in de groentewinkel aan de overkant zagen het gebeuren en lachten. Meneer Volkers maakte er een foto van; hij had nog een filmrolletje. De foto bezorgde hij ons met Nieuwjaar.

De mensen hosten door de straten en als zo’n groep door onze straat kwam, brachten ze aan de ‘pop’ de Hitlergroet.

Op het naburige Koningsplein werd gedanst, ook met de Canadezen die Den Haag bevrijd hadden. Uit luidsprekers hoorde je dat ze toegeroepen werden met ‘Canadian boys!’ Het was één grote euforie. Mijn twee oudere broers vroegen mij Canadezen in de gaten te houden; die gooiden zulke grote sigarettenpeuken weg: of ik ze vooral op wilde rapen.

Het zal zomer 1964 geweest zijn dat we in Renkum logeerden. Op een fietstocht kwamen we langs de resten van de Jonkershoeve, die in 1944 bij het landingsgebied van de Airbornes lag. Eén luik, dat scheef hing, heb ik meegenomen. De geluiden van die septemberdagen in 1944 moeten er nog in zitten.

Het luik hangt tegen de schuur in onze tuin in Breda. Erachter heb ik een man geschilderd die uit het raam kijkt en achter die man een spiegel waarin je ziet wat hij ziet: parachutisten die neerdalen bij een bosrand (naar Pyke Koch, ‘Het Uur U’). ‘Hommage aan onze bevrijders’ heb ik aan de binnenkant van het luik in gouden letters geschilderd.

Op zon- en feestdagen zet ik het luik open. Dat zal ik houden: dankbaarheid jegens onze bevrijders!

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in