Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Bevrijding in Baak

1945, Baak

Aanvankelijk was het nog erg rustig en merkte ik als driejarige nauwelijks iets van de oorlog, behoudens dan de troepentransporten naar het noorden, zingend ‘Wir fahren gegen England’.

Langzamerhand waren de toenemende beschietingen op deze transporten door de Engelse jachtvliegtuigen en het dicht bij huis geplaatste afweergeschut angstaanjagende gebeurtenissen.

Vaak moesten wij, ook ’s nachts, de kelder in, waar we met vijf kinderen overdwars in een ledikant lagen. En moeder maar bidden! Nog jaren na de oorlog rende ik ’s nachts naar beneden als ik een vliegtuig hoorde.

Op 6 juni l944 trouwde een oom in het naaste dorp. Daar te voet aangekomen bleek de verzamelde familie, gearriveerd per fiets en koets van heinde en ver, zeer opgetogen. ‘Het is invasie’, zeiden zij. Wij kinderen - ik was zes - riepen dat ook, denkende dat het iets met de bruiloft van doen had. Vaak is die dag ‘Wien Neerlands bloed door d’aderen stroomt’ gezongen! Het Wilhelmus was verboden, dus dan maar het oude volkslied. Wisten de Duitsers veel…

Vader luisterde stiekem  naar de BBC en  tekende met rood-blauw potlood op een grote kaart van Europa aan hoe de geallieerden vorderden. Wij zaten op onze knieën in onze hansopjes mee te kijken. 

De slag om Arnhem bracht ons tientallen evacués, familieleden en andere Betuwenaren, gehuisvest bij ons en op opa’s boerderij tegenover ons. Voldoende te eten!

In de winter van l944-l945 moesten ook wij het huis uit: gevorderd. We konden terecht op een half afgebouwde boerderij van grootmoeders familie. We vonden het een avontuur, zo zonder wc en zo. In maart 1945 konden we weer naar ons huis, waar ook nog even een nonnenklooster in had gezeten.

Intussen voelden we de spanning van de naderende bevrijding. Het bombardement op Emmerik, 30 kilometer zuidelijker, deed het huis trillen op z’n grondvesten. Maar de Tommies kwamen niet via Emmerik: op Tweede Paasdag, 2 April, zagen we  pantserwagentjes uit het oosten het dorp binnenrijden.

Met mijn vader ging ik mee kijken en zag ik hoe met vlammenwerpers de laatste fanatieke Duitse soldaten uit een overdekte loopgraaf werden gejaagd en met handen in de nek in de pantserauto’s werden afgevoerd. Sommigen sloegen de handen voor de ogen toen ze de enthousiaste mensen en het eerste rood-wit-blauw-oranje gewaarwerden. De vreugde duurde kort: de volgende dag verloren negen mensen, waaronder zes kinderen het leven door Duits granaatvuur van de overzijde van de IJssel. Ons huis was toen een Engels hoofdkwartier en wij bedelden om ‘chocolate’ (geheel onbekend voor ons). We lieten ons toen veiligheidshalve per paard-en-wagen naar de boerderij van mijn moeders grootouders brengen, zes kilometer oostwaarts.

En daar zagen wij een wonder: net als in de film over de landing in Normandië, maar in het echt! Eng? Ja, die grote tank die zomaar op ons afkwam. Onze bevrijders!

Reacties

Dag,
Leuk geschreven verhaal. ben benieuwd wie de auteur is, want ik kom ook uit Baak.

Astrid Schutte

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in