Amsterdamse Ford-fabriek werft Turkse arbeidskrachten

25-10-1963, Schiphol

In de jaren vijftig en zestig kent Nederland een spectaculaire economische groei. Veel bedrijven zitten te springen om mensen. In Nederland zijn ze niet meer te vinden. De zoektocht naar andere, buitenlandse, werknemers begint.

Arbeidsovereenkomst Ford

Een van de bedrijven die vanwege de gunstige economische ontwikkelingen nieuwe arbeidskrachten nodig heeft, is de Ford Automobielfabriek in Amsterdam. Allereerst halen ze daarvoor een aantal Italianen naar Nederland. Maar al snel valt het oog op Turkije. Buurland West-Duitsland heeft dan al ervaring opgebouwd met het werven van Turkse werknemers. Daarop haakt Ford in.

Een officieel wervingsverdrag tussen Nederland en Turkije is er dan nog niet. Dat wordt pas op 19 augustus 1964 in Den Haag ondertekend. Ford organiseert de werving van de nieuwe Turkse medewerkers daarom zelf.

En met succes: op 25 oktober 1963 landt op Schiphol de eerste groep van 56 Turkse gastarbeiders voor de Fordfabriek. Waarschijnlijk zijn zij voor het grootste deel afkomstig uit het Midden en Zuidoosten van Turkije, niet de meest dichtbevolkte streken. Ongetwijfeld wat onwennig stappen ze van de vliegtuigtrap op Nederlandse bodem.

Veel van de Turkse gastarbeiders vinden met behulp van Ford een plek in het Woonoord Tussenhaven. Dat is gevestigd aan de IJdijk (het huidige IJburg) in Amsterdam. Ongeveer 200 fabrieksarbeiders, behalve Turken ook Italianen en Spanjaarden, wonen hier.

Arbeidscontract in het Nederlands en het Turks

Ford heeft speciaal voor zijn nieuwe groep werknemers in 1963 een tweetalige versie van een arbeidscontract opgesteld; een Turkse vertaling staat direct naast de Nederlandse tekst. Het gaat hier overigens niet gewoon om een vertaling van een standaardovereenkomst. Een aantal van de artikelen uit het tweetalige contract laten zien dat Ford er veel aan gelegen is nieuwe Turkse medewerkers binnen te halen.

Reiskosten

Ford neemt de reiskosten van de nieuwe werknemers vanuit hun woonplaats in Turkije naar Amsterdam volledig voor zijn rekening. En dat is dan inclusief de kosten die onderweg worden gemaakt voor logies, voeding en verteringen. “… binnen redelijk te achten grenzen”, is daar voor de zekerheid aan toegevoegd.

Een dak boven het hoofd

Daarnaast speelt Ford een rol bij het vinden van huisvesting. Het contract is daar heel expliciet over: “Ford dient voor passende huisvesting voor de werknemer zorg te dragen bij diens aankomst in Nederland”. Er is dus geen ruimte voor vrijblijvendheid aan de kant van de werkgever.

Na afloop van het contract

De Turkse gastarbeiders krijgen in eerste instantie een jaarcontract. Als dat contract na 1 jaar wordt omgezet in een vast contract, krijgt de Turkse medewerker het recht om zijn vakantie in Turkije door te brengen. Ford vergoedt dan de reiskosten en keert zes betaalde reisdagen uit, bovenop het toegestane verlof.

Wanneer na afloop van het jaarcontract het dienstverband eindigt, betaalt de autofabriek de kosten van de reis per trein terug naar Turkije.

Opmerkelijk is dat Ford ook de terugreis vergoedt als de arbeidsovereenkomst binnen één jaar eindigt. Tenminste, als Ford het contract beëindigt, en de Turkse werknemer akkoord gaat. Ook moet de medewerker binnen een maand na de contractbeëindiging naar Turkije terugkeren. In alle andere gevallen draait de werknemer zelf op voor de kosten van zijn terugreis.

Redactie van het Verhalenarchief

Bron: 

Nationaal Archief, 2.05.118, Code-archief van het ministerie van Buitenlandse Zaken, 1955-1964, inv.nr. 12362