Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

“Plaats je eens terug in de tijd!”

Emile Ratelband weet wie hij is, wat hij kan en waar hij toe in staat is. Na vele jaren in de schijnwerpers te hebben gestaan als entertainer, presentator, politicus en ondernemer is hij nu vooral bezig met het geven van seminars. Ook zijn privéleven kreeg de laatste jaren volop media-aandacht. De geboorte van zijn zevende kind in 2009 en zijn recente scheiding van zijn tweede vrouw ‘Moon’. Dit laatste doet hem denken aan het slechte huwelijk van zijn ouders. Heeft het NSB-verleden van zijn vader hier iets mee te maken?

Lichtelijk gestrest en fashionably late, neemt de 61-jarige positiviteitsgoeroe plaats tegenover mij.  Zijn altijd perfect zittende maatpak mèt pochet heeft hij verruild voor een eenvoudige grijze trui. Achter zijn designbril kijken twee scherpe, ietwat vermoeide, donkere ogen mij aan. “Ik slaap weinig”, vertelt hij. Tot diep in de nacht werkt hij aan zijn seminars en beantwoordt hij mails. Toch bestelt hij in plaats van een stevige espresso een glas heet water met citroen.  Hij drinkt geen frisdrank, geen koffie, geen thee en al helemaal geen alcohol.

Drank “Mijn vader was vrijwel altijd bezopen. Hij had een kwade dronk. Ik heb als kleine jongen zoveel ellende gezien, zoveel pijn gehad en zoveel verdriet meegemaakt”, vertelt Emile zuchtend. Zijn vader wilde zijn moeder een keer aan het mes rijgen, hij heeft op 8-jarige leeftijd zijn vader van de trap geduwd en soms moesten ze midden in de nacht vluchten omdat zijn vader, zijn moeder bedreigde. Emile kijkt nuchter terug op die tijd:  “Het heeft me gemaakt tot wie ik ben: een zelfstandig man. Ik heb op jonge leeftijd eigenlijk al voor mijn moeder moeten zorgen. Dus toen mijn vader overleed, ik was toen 12, was het voor mij: OK hoofdstuk wordt afgesloten, nieuw hoofdstuk!”

Emile werd op 11 maart 1949 geboren in een achterbuurt in Arnhem. Zijn vader, Frans Ratelband, was bakker en werkte altijd erg hard. Zijn moeder, Bethke Mulder, was een half Indonesische – half Chinese vrouw van goede komaf. Zij zorgde voor Emile en zijn oudere broer Christoff en werkte in de oorlog als verpleegster. Emile’s ouders hadden een erg slecht huwelijk. Dit kwam voornamelijk door het alcoholgebruik van zijn vader. “Toen ik 8 jaar was besefte dat ik voor het eerst dat mijn vader dronk en dat dit zou komen door de verkeerde vrienden die hij had. Ik ben toen naar het schouwburgcafé gegaan waar mijn vader zich altijd bezatte en heb toen een grote steen door de ruit gegooid. Zo boos was ik op hem.”Door zijn vaders alcoholgebruik  trok Emile automatisch partij voor zijn moeder, want die moest het constant bezuren.  Nu, na vele jaren, is hij erachter gekomen dat niet alles zijn vaders schuld was. “Het was ook wel een beetje het gevolg van hoe mama met hem omging. Mama was natuurlijk niet helemaal lief voor hem, had weinig respect voor hem en had weinig begrip voor wat hij deed in zijn bedrijf. Ze vond hem eigenlijk te min. Ik heb mijn verleden dus al die tijd verkeerd ingekleurd.”

De NSB Naast het drankgebruik van zijn vader drukt er nog een groot stempel op Emile zijn jeugd. Het oorlogsverleden van zijn vader. De familie van Frans Ratelband bestond uit vier jongens en vier meisjes. Frans had dus drie broers en vier zusjes. “Ome Bernhard, dat was de groot Ratelband, een halfbroer van  mijn vader. Hij had op de Steenstraat een heel grote bakkerij en dat was pas een ferventNSB’er. Nazi-politicus Seyss-Inquart kwam bij hem thuis, Aus der Funtën kwam bij hem thuis en hij kende Himmler persoonlijk. Ook in Den Haag had hij zijn contacten. Hij had gewoon een heel groot, uitgebreid netwerk. Het was een heel sluwe en slimme zakenman. Hij bakte brood voor de Duitsers.”

“Maar goed, mijn vader was niet zo slim, schijnbaar. Want mijn vader was geen NSB’er, en mijn vader wilde niet voor de Duitsers werken. Toen de Duitsers ons land, en dus ook Arnhem, net bezet hadden kwamen ze natuurlijk eerst bij ome Bernhard om brood voor hen te bakken. Ome Bernhard bouwde toen zijn bakkerij uit, maar die kon het op een gegeven moment niet meer aan, hij was toen al de grootste bakker van Arnhem. Dus gingen ze naar zijn broer, mijn vader dus en die zei: ‘ik bak geen brood voor jullie, want ik ben ook nog vaderlandslievend.’ Totdat ze een pistool op zijn kop zetten en zeiden: ‘Of je levert brood, of we schieten je kapot!’Dus bakte hij het brood.”

Frans leverde de gehele oorlog brood aan de Duitsers. Tegelijkertijd hield hij ingrediënten apart voor drie joden die bij hem op zolder ondergedoken zaten. Ook vele andere onderduikers en verzetstrijders werden door Frans geholpen. Naar buiten toe was hij dus fout, maar binnen de verzetsorganisatie en binnen de Jodenwereld was hij een goede man.  In 1945 moest hij naar het Oranjehotel, de gevangenis in Scheveningen. Daarna is hij verplaatst naar Avegoor, een andere gevangenis voor collaborateurs.  Hoe lang hij in totaal heeft vastgezeten is onbekend maar volgens Emile wel een behoorlijketijd.  In 1947-1948 kwam Frans weer vrij. Zijn bakkerij was toen geconfisceerd en overgenomen door een andere bakker. Frans was alles kwijt. Hij mocht als koekjesbakker werken in de kelder van zijn oude bakkerij, zo klom hij weer langzaam omhoog.  Na anderhalf jaar hard gewerkt te hebben veroverde hij zijn bakkerij weer terug.

Geen vriendjes “Het oorlogsverleden van mijn vader heeft me heel erg gevormd, omdat ik ook geen vriendjes had. Want overal waar ik kwam was ik natuurlijk de zoon van de foute Frans Ratelband”, vertelt Emile. “Op school waren de leraren strategisch bezig. De leerlingen waar ze wat aan hadden, die dus later naar de hogereburgerschool zouden gaan, mochten vooraan zitten, de rest zat achteraan. Ik zat dus helemaal achteraan, want ik was stom  en ik kon niet luisteren. Ik was een vervelend kind en ik was ook nog de zoon van een foute  Nederlander. Dat laatste was bekend over de hele school. Dus ik had ook geen vriendjes. Want kwam ik bij iemand spelen, dan werd er gezegd: “Maar dat is toch een zoon van Ratelband? Weg!”. De kinderen wisten het ook, daar werd thuis over gesproken. Niemand mocht en wilde met me om gaan.Dat lijkt erg vervelend, maar ik ging daar heel anders mee om. Ik dacht bij mezelf, ja dat is dan jammer voor jou dat je niet met mij wilt spelen.”

Emile heeft de ‘discriminatie’ nooit als iets heel ergs beschouwd. “Er was niets mis met mij, er was iets mis met die mensen. Dat heb ik gelijk van het begin af aan gedacht. Dus ik dacht, dan heb jij toch gewoon een probleem! Als jij niet met mij wilt spelen, dat moet jij weten en als jullie denken dat ik fout ben, dan ben ik fout.  Ik weet dat ik het niet ben. Klaar is kees!”

Last van zijn vaders verleden In 1978 opende Emile zijn eerste frietzaak, de Hap-Hoek, in Arnhem. Op de dag van de grote opening bleek zijn hele pui volgekalkt te zijn met hakenkruizen. “Rode hakenkruizen, zwarte hakenkruizen, echt ongelooflijk.” Emile wordt vandaag de dag nog steeds geconfronteerd met zijn vaders oorlogsverleden. Op straat wordt hij nog regelmatig uitgescholden voor ‘vieze nazi’ en in een recente radioreportage werd hij neergezet als de zoon van een collaborateur. “Het is te gek voor woorden dat je als zoon, 60 jaar later, zoiets wordt aangerekend!” “Als morgen de Russen komen, wat zou jij dan doen?”

Emile zelf heeft zijn vader nooit als ‘fout’ of ‘NSB’er’ gezien. “Hij moest toch overleven? Het was of een kogel, of brood bakken. Ja, mensen zijn allemaal vergeten, dat in de oorlog er gewoon wetten aangenomen werden door de Tweede Kamer, dat je gewoon een bekeuring kreeg als je zonder licht fietste. Dat de joden van Amsterdam naar Auschwitz werden vervoerd door Nederlandse machinisten. Dat de lichten brandden, dat de treinen reden, alles ging gewoon door. En de Duitsers zaten ook in de trein, was die machinist dan niet een collaborateur? Er waren Duitsers die lazen hun kranten onder het licht,  was de lichtaansteker dan een collaborateur?”

Voor de kinderen van NSB’ers die wel erg zitten met het oorlogsverleden van hun ouders heeft Emile de volgende boodschap: “Je ouders zijn niet fout geweest. Je ouders hebben gewoon het beste gedaan met de mogelijkheden die ze hadden op dat moment.”

Vandaag de dag geeft Emile seminars in heel Nederland. Het oorlogsverleden van zijn vader komt hierin altijd aan bod. Vooral in Duitsland zijn de seminars razendpopulair. “In Duitsland hebben ze natuurlijk nog een collectief schuldgevoel, voor wat hun opa gedaan heeft. Ik spreek daar gewoon schande van. Jij bent niet verantwoordelijk voor wat je vader gedaan heeft, laat staan voor wat je opa gedaan heeft. Want plaats je eens terug in de tijd!”

“En ik zeg altijd maar weer. Als morgen de Russen komen, wat zou jij dan doen? Ga je dan in het verzet? Hoeveel mensen hebben er daadwerkelijk in het verzet gezeten. Het leven ging gewoon door. Er was alleen een Duitse bezetter.”  Ongelukkig

Urenlang vertelt Emile met plezier, enthousiasme en soms verdrietzijn levensverhaal. Zijn ogen, die twee uur geleden nog vermoeidheid uitstraalden, beginnen weer even te glanzen wanneer hij praat over zijn werk en de honderden fanmails die hij nog steeds per week ontvangt.

Totdat we hem vragen naar zijn huidige situatie. De scheiding van zijn tweede vrouw ‘Moon’ valt hem zwaar. Tranen wellen op in zijn ogen. De man die een paar minuten geledennog vol trots vertelt over zijn vele ervaringen valt stil. Met een brok in zijn keel vertelt hij: “Nee ik ben niet gelukkig op dit moment, ik ben heel erg eenzaam.” Terwijl hij een slok neemt van zijn hete water met citroen voegt hij daar aan toe:“Ik hou nu wel steeds meer van mijn vader, want door de crisis die ik nu meemaak met mijn vrouw, ben ik de strijd steeds meer gaan begrijpen die hij gevoerd heeft met mijn moeder.Ik voer nu dezelfde strijd met mijn vrouw en begrijp nu zijn wanhoop en pijn.”

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in