Nationaal Archief. Search the collection of the Dutch National Archives

Grondwet

Timeline: Tijdbalk Nederlandse geschiedenis (500 - 2009)
Date: 11/11/1848

Er heerst onrust in Europa in 1848. In sommige landen breken revoluties uit. De Franse koning moet zelfs aftreden. De Nederlandse koning vreest dat dit lot ook hem zal treffen. Om dat te voorkomen besluit Koning Willem II mee te werken aan een liberale grondwet. Hij roept een staatscommissie in het leven, onder voorzitterschap van de liberaal Johan Rudolf Thorbecke. Thorbecke's grondwet wordt nog datzelfde jaar ingevoerd. De belangrijkste bepaling in die nieuwe grondwet luidt: 'De Koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk'. Voortaan zijn de ministers verantwoording schuldig aan de volksvertegenwoordiging. De invloed van het parlement wordt vergroot en er komen rechtstreekse verkiezingen voor de Tweede Kamer.

Aanleiding

De scheiding van Nederland en België brengt mee dat de Grondwet moet worden aangepast aan de veranderde omstandigheden en het verkleinde grondgebied. Aanvankelijk dient de regering vijf ontwerpen tot wijziging in, de Tweede Kamer voegt er nog acht aan toe. Sommigen, zoals de liberalen Thorbecke en Donker Curtius, de katholieken Van Sasse van Ysselt en Le Sage ten Broeck en in zekere zin ook de antirevolutionair Groen van Prinsterer, zien hierin een mogelijkheid voor vergaande hervormingen, maar de koning wijst die af. Alleen de strafrechtelijke ministeriële veranwtoordelijkheid wordt ingevoerd. Dat wil zeggen dat slechts de rechtmatigheid en niet de doelmatigheid van het beleid van de ministers ter beoordeling van de Kamer is. De invoering van deze ministeriële veranwtoordelijkheid is mede aanleiding tot het aftreden van koning Willem I ten gunste van zijn zoon.

Voorstel Negenmannen

In 1844 dienen negen leden van de Tweede Kamer onder leiding van Thorbecke een uitgebreid en ingrijpend voorstel tot herziening van de Grondwet in. Een meerderheid van de Kamer wil het voorstel van deze Negenmannen niet in behandeling nemen, omdat men meent dat een voorstel tot herziening van de Kroon moet uitgaan.

Koning benoemt commissie

Op 8 maart 1848, kort na de Februari-revolutie in Frankrijk, dient de regering 27 ontwerpen ter verduidelijking en tot wijziging van de Grondwet in. Zij zijn weinig ingrijpend en gezien de roerige tijdsomstandigheden onvoldoende. Op 13 maart, wanneer ook in verschillende Duitse hoofdsteden revolutionaire bewegingen optreden, ontbiedt koning Willem II buiten zijn ministers om de voorzitter van de Tweede Kamer, Boreel van Hooglanden, en verklaart zich bereid in te stemmen met verdergaande herziening. Op 17 maart benoemt de koning een commissie, bestaande uit Donker Curtius, De Kempenaer, Luzac, Storm en Thorbecke, om een volldig ontwerp van Grondwet voor te dragen. Aldus wordt de koning 'in één nacht van conservatief tot liberaal'.

 

Inmiddels wordt G. graaf Schimmelpenninck (een kleinzoon van de raadpensionaris van 1805) belast met de vorming van een nieuw kabinet. Schimmelpenninck is fel gekant tegen de plannen van Thorbecke en de zijnen en probeert een wig te drijven in de commissie door enkele leden in zijn regering op te nemen. Hij heeft geheel andere herzieningen van de Grondwet voor ogen, maar wanneer de koning noch de meerderheid van de ministers hierin mee wil gaan, treedt hij af. De Kempenaer en Donker Curtius verdedigen vervolgens de herzieningen in de Staten-Generaal.

Ontwerp-Grondwet van de commissie

Het ontwerp toont veel overeenkomsten met dat van de Negenmannen uit 1844. Na de behandeling in de Tweede en vervolgens in de Eerste Kamer wordt de nieuwe Grondwet op 3 november 1848 afgekondigd. Tot 1887 zal deze Grondwet niet meer fundamenteel gewijzigd worden.

Nieuwe Grondwet

De Grondwet van 1848 is formeel een herziening van die van 1840. De wijzigingen zijn echter fundamenteel en hebben gevolgen tot aan vandaag de dag.

Bepalingen

Belangrijke bepalingen zijn de rechtstreekse verkiezing van de Tweede Kamer, Provinciale Staten en de gemeenteraden, zij het volgens censuskiesrecht. Dat wil zeggen dat de kiezers aan bepaalde, nader vast te stellen vereisten moeten voldoen (zoals de betaling van een minimum bedrag aan belastingen). Daarmee komt een einde aan de politieke rechten van de in 1814 weer in het leven geroepen standen en van eigenaars van heerlijkheden.

 

De Tweede Kamer krijgt het recht van amendement (wijziging van voorstellen van de regering), interpellatie en enquête. De Eerste Kamer wordt gekozen door de colleges van Provinciale Staten uit de hoogstaangeslagenen in de belasting. Alle vergaderingen van vertegenwoordigende lichamen worden openbaar. Verder wordt de ministeriële verantwoordelijkheid aan het parlement ingevoerd. De Grondwet zegt daarover dat de koning onschendbaar is en de ministers verantwoordelijk zijn.

 

De wetgever krijgt bemoeiing met de koloniën en hem wordt de regeling van de provinciale en gemeentebesturen opgedragen, alsmede van het waterstaatsbestuur.

Grondrechten vastgelegd

De herziene Grondwet kent ook een aantal grondrechten: de vrijheid van onderwijs, de vrijheid van vereniging en vergadering, van meningsuiting en van drukpers, alsmede de vrijheid van godsdienst. 

gahetNA is a website of the Society for the Nationaal Archief in cooperation with the Nationaal Archief and Spaarnestad Photo.
Advanced
Search in collections
Search in: