Nationaal Archief. Search the collection of the Dutch National Archives

Grondwet van 1815

Timeline: Tijdbalk Nederlandse geschiedenis (500 - 2009)
Date: 24/9/1815

Het Koninkrijk der Nederlanden komt tot stand tijdens het congres van Wenen (1814-1815). Om nieuwe Franse expansieneigingen tegen te gaan, willen de grote mogendheden ten noorden van Frankrijk een krachtige barrière creëren. De vereniging van Nederland en België wordt, naar de ideeën van de Engelse minister Castlereagh, geregeld in de Acht artikelen van Londen van 21 juni 1814.

 

Op 31 juli 1814 houdt Willem I zijn intocht in Brussel en neemt als voorlopig regent het bewind over. De Nederlandse minister van Koopvaart en koloniën, G.A. van der Capellen, krijgt de dagelijkse leiding van het bestuur, bijgestaan door een geheime raad en een aantal commissarissen-generaal.

Nieuwe grondwet noodzakelijk

De vereniging met België maakt een nieuwe Grondwet nodig. De Koning benoemt voor de samenstelling daarvan een commissie, bestaande uit twaalf Noord-Nederlanders en twaalf Belgen, opnieuw onder leiding van Van Hogendorp. In de bijeenkomsten van deze commissie komen de verschillen tussen Noord en Zuid vanzelfsprekend aan de orde. Vooral de zuidelijke landen hechten aan het opnemen van grondrechten in de nieuwe Grondwet. De godsdienstuitoefening is een gevoelig punt. De commissieleden vinden elkaar in een gelijkstelling van alle kerken. Daarmee gaan zij voorbij aan de bevoorrechte positie van de katholieke kerk in het Zuiden.

 

Op 13 juli 1815 biedt deze commissie haar ontwerp aan. De Staten-Generaal in Nederland aanvaarden het ontwerp met algemene stemmen, in België wordt arrondissemenstgewijs gestemd. Van de 1323 uitgebrachte stemmen zijn er 796 tegen en 525 vóór, maar omdat afwezigen en een deel van de tegenstemmers toch als voorstemmers worden beschouwd, treedt de Grondwet op 24 augustus 1815 in werking.

 

Op 21 september 1815 laat Willem I als drager van de Kroon der Nederlanden zich in Brussel -naar landsheerlijk gebruik in de open lucht en op het Koningsplein- plechtig inhuldigen. Hij legt een eed op de Grondwet af ten overstaan van de nieuwe Staten-Generaal die hij enige dagen eerder zelf heeft benoemd.

Veranderingen ten opzichte van de grondwet van 1814

De nieuwe Grondwet brengt een aantal wijzigingen in vergelijking met die van 1814. Zo regelt artikel 78 een tweekamerstelsel: de Eerste Kamer wordt een kamer van aanzienlijken, die voor het leven door de Koning worden benoemd. De al bestaande en nu Tweede Kamer geworden vergadering krijgt een dubbel aantal leden: 55 voor het Noorden en 55 voor het Zuiden, waarbij Liomburg in zijn geheel bij het Zuiden wordt gerekend. De vergaderingen van de Tweede Kamer zijn openbaar. De Staten van de provincies benoemen de leden naar rato van hun inwonertal: Holland mag 22 leden aanwijzen, de kleinste provincies Namen 2 en Drenthe 1.


De begroting die betrekking heeft op de normale uitgaven wordt voor tien jaar vastgesteld.

De macht van de Koning blijft sterk. Zo heeft hij het bestuur der buitenlandse betrekkingen, het oppergezag over vloot en legers, over de koloniën en de algemene geldmiddelen. Verder heeft hij onder meer het recht van munt en van gratie.

 

In de provinciale Statenvergadering blijft de in 1814 herstelde standenvertegenwoordiging gehandhaafd. De leden worden gekozen uit een van de drie standen: de Edelen of Ridderschappen, de Steden en de Landelijke Stand.

 

Onder invloed van de Belgische commissieleden wordt het aantal grondrechten uitgebreid. Zo krijgt iedere ingezetene het recht om verzoeken aan de bevoegde macht in te dienen. Niemand mag in hechtenis worden genomen dan op bevel van een rechter of tegen zijn zin zijn woning laten betreden dan op last van een bevoegde macht. Ook de vrijheid van drukpers staat weer in de Grondwet.

gahetNA is a website of the Society for the Nationaal Archief in cooperation with the Nationaal Archief and Spaarnestad Photo.
Advanced
Search in collections
Search in: