gahetNA in the National Archives

Gedeputeerden Haarlem

3.01.09
W.E. Meiboom
Nationaal Archief, Den Haag
1989
cc0
This finding aid is written in Dutch.

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

3.01.09
Author: W.E. Meiboom
Nationaal Archief, Den Haag
1989
CC0

Periode:

1589-1787
merendeel 1603-1787

Omvang:

9.40 meter; 1296 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands. Een klein gedeelte is gesteld in talen als het Frans, het Duits, het Latijn en het Zweeds.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven en gedrukte documenten. Kennis van het 17e en 18e eeuwse handschrift is noodzakelijk.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief van de Gedeputeerden van Haarlem ter Dagvaart van de Staten van Holland bevat stukken betreffende de onderwerpen die werden behandeld tijdens de dagvaarten. De onderwerpen lopen uiteen van financiële aangelegenheden zoals het verbeteren van de opbrengsten van belastingen, octrooien voor de verlenging van de plaatselijke loterijen en faillissementen tot stukken betreffende de diverse geloofsovertuigingen zoals de verschillende stromingen binnen het protestantisme, van het katholicisme en van Joodse aangelegenheden. Andere onderwerpen die ook voorkomen in het archief zijn militaire aangelegenheden, stukken betreffende de waterstaat, handelsaangelegenheden en juridische aangelegenheden.

Archiefvormers:

  • Gedeputeerden van Haarlem ter Dagvaart

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Geschiedenis van het archiefbeheer

Het archief van de gedeputeerden van Haarlem is grotendeels gevormd door de stadspensionarissen. Dat zij het archief bijhielden, moge blijken uit het feit dat drie inventarissen bewaard gebleven zijn uit de periode vòòr 1795, nl. uit 1636, 1654 en uit 1718, die door of in opdracht van de zittende pensionaris (Gilles de Glarges, Albert Ruyl en Albert Fabricius) zijn vervaardigd. ( 1636: GA Haarlem, Stadsarchief van Haarlem, inv. nr. kast 2 loket 13 bundel 6 nr 3. 1654: GA Haarlem, Stadsarchief van Haarlem inv. nr. kast 7 loket 9 bundel 3 nr. 1. 1718: Rijksarchief in Zuid-Holland, Archief van de gedeputeerden van Haarlem ter dagvaart van de Staten van Holland, inv. nr. 1117 en een tweede exemplaar in het GA Haarlem, Stadsarchief van Haarlem inv. nr. kast 29 nr 23. Volgens de burgemeestersresolutie van 12 juni 1717 krijgt de pensionaris Fabricius op zijn verzoek voor één jaar een klerk om de papieren in de loketten van het logement te ordenen. De inventaris uit 1718 is waarschijnlijk een uitvloeisel van deze ordening geweest. )Bovendien is bekend dat deze in het logement van Haarlem een eigen, grote kamer hadden, waarin de loketkasten geplaatst waren. ( Zie het in noot 9 genoemde artikel over de logementen. Met name p. 334, artikel 14 en 15 van de "Instructie voor de casteleijn en de casteleijnse van het logement van Haarlem". )Beide inventarissen geven aan dat de stukken hierin volgens het loketkastsysteem opgeborgen waren. Dat hield in dat alle stukken betreffende één onderwerp in een loketkastvak werden geborgen, en er dus geen dossiers per gedeputeerde werden gevormd. Dit laatste blijkt ook uit het feit dat de dossiers soms grote perioden beslaan en daardoor de zittingsperiode van één pensionaris ruimschoots blijken te overschrijden. Dit impliceert dat de stukken over een zelfde onderwerp bijeen worden gehouden en ook als documentatie bij een nieuwe zaak zijn gebruikt.

De inhoud van de archiefstukken is bijzonder boeiend. Dit archief levert door zijn inhoud en omvang het overtuigend bewijs van het belang van de bestuurslaag, die ressorteert onder het college van de Staten van Holland, namelijk die van de commissies. Hierin heeft toch de feitelijke besluitvorming plaats gevonden.

Het is onduidelijk wat er tussen 1787 en 1795 met het archief is gebeurd. Juist over deze periode zijn er in dit archief geen stukken aangetroffen. Een reden hiervoor is voorshands niet aan te geven. ( Uit de notulen van de pensionarissen en de correspondentie met het stadsbestuur van Haarlem blijkt duidelijk dat de gedeputeerden wel degelijk ook na 1787 nog aan de Statenvergaderingen hebben deelgenomen. De laatste presentiemelding is van 22 januari 1795. Zie: noot 1 en GA Haarlem, Stadsarchief van Haarlem, Brieven van de pensionarissen aan het stadsbestuur van Haarlem over de vergaderingen van de Staten van Holand en de werkzaamheden van de gedeputeerden van Haarlem in den Haag inv.nr.:

  • kast 13 189; 1787 januari 10 - november 14; 1 band.
  • kast 13 190; 1787 november 20 - 1789, juni 11; 1 band.
  • kast 13 191.1; 1789 juli 8 - 1792, december 28; 1 pak.
  • kast 13 191.2; 1793 januari 2 - 1795, januari 15; 1 pak.
)Na 1795 blijft het archief nog enige tijd in Den Haag. In een resolutie van het stadsbestuur van Haarlem van 11 maart 1796 krijgt P.L. van de Kasteele, representant van het Volk van Nederland, toestemming om die registers die hij nuttig vond uit het logement van Haarlem te lenen. Kennelijk stond het archief toen dus nog op zijn oude plaats in Den Haag.

In de stadsrekeningen van Haarlem van 1 juli 1796 - 1 juli 1797 staat vermeld dat het meubilair van het logement verkocht is. Het archief stond echter in "nagelvaste" kasten. Over een overbrenging daarvan naar Haarlem wordt niets vermeld, terwijl dit gezien de hoeveelheid papier toch geld gekost moet hebben. Hierna zijn wij het archief van het logement van Haarlem kwijt. Wel is duidelijk dat het in 1803, voor de definitieve verkoop van het logement al moet zijn overgebracht naar Haarlem, waar het nààst het oud-archief van de stad Haarlem als apart fonds is blijven bestaan.

Al in de vijftiger jaren van de vorige eeuw werd door dr. R.C. Bakhuizen van den Brink, de toenmalige rijksarchivaris, het belang van de notulen en aantekeningen van gedeputeerden in de vergadering van de Staten van Holland en vooral van de pensionarissen van de stemhebbende steden ingezien. ( (R.C. Bakhuizen van den Brink), Overzigt van het Nederlandsche Rijks-Archief, uitgegeven op last van Z. Exc. den minister van Binnenlandsche Zaken, 's-Gravenhage, 1854, p. 119. R. Fruin, De Gestie van dr. R.C. Bakhuizen van den Brink als archivaris des rijks, 1854-1865, hoofdzakelijk uit zijne ambtelijke correspondentie toegelicht, 's-Gravenhage, 1926, p. 165 ".. Ik heb steeds er mijn werk van gemaakt dergelijke aantekeningen inzonderheid van pensionarissen op het Rijks-archief te verenigen, omdat daaruit menige bijzonderheid, in de afgedrukte notulen niet vermeld, en althans de stemming der stemhebbende leden pleegt te blijken." )Als logisch gevolg van de pogingen om aantekeningen en notulen op het Rijksarchief te verzamelen ging zijn belangstelling vervolgens uit naar de in de logementen van de stemhebbende steden gevormde archieven. In 1863 verzocht hij de minister van Binnenlandse zaken om toestemming de provinciale besturen van Noord-Holland en Zuid-Holland te vragen onder de voormalige stemhebbende steden een enquête te houden ten einde de nog aanwezige "logementsarchieven" te inventariseren.( Zie: Algemeen Rijksarchief, Tweede Afdeling, Archief van het Algemeen Rijksarchief, inv. nr. 29, Uitgaande brief van 18 maart 1863 no 26 van de Algemeen Rijksarchivaris aan de minister van Binnenlandse Zaken. )Via de afdeling Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen van het ministerie van Binnenlandse Zaken werd deze enquête gezonden aan de provinciale besturen van Noord-Hollaand en Zuid-Holland, die op hun beurt de enquête aan de achttien voormalige stemhebbende steden doorstuurden.( Voor Zuid-Holland waren dit de steden: Dordrecht, Delft, Leiden, Gouda, Rotterdam, Gorinchem, Schiedam, Schoonhoven en Den Briel. Voor Noord-Holland waren dit de steden: Haarlem, Amsterdam, Alkmaar, Enkhuizen, Hoorn, Medemblik, Edam, Monnikendam en Purmerend. )De reacties waren zeer verschillend. Door de onoverzichtelijkheid van het archief of gebrek aan kennis daarvan meldde een groot aantal, dat deze vraag niet beantwoord kon worden. Andere deelden mee dergelijke stukken niet te hebben. Alleen de steden Haarlem en Leiden reageerden positief. Leiden stuurde een inventaris van de stukken aan- wezig in het logement en stelde voor dat Bakhuizen van de Brink zou aangeven wat daarin voor hem van belang was. Hier is echter verder niets uit voortgekomen. Helaas is de inventaris zelf verloren gegaan, en zijn de stukken van het logementsarchief verspreid over het stadsarchief. Haarlem meldde dat het een logementsarchief bezat, en stelde voor dit naar Den Haag over te brengen.( Alle antwoorden van de stemhebbende steden, de brieven van het ministerie van Binnenlandse Zaken, Afd. O, K & W en van de provincies Noord- en Zuid-Holland bevinden zich in : Algemeen Rijksarchief, Tweede Afdeling, Archief van het Algemeen Rijksarchief, inv. nr. 28, no 149: ingekomen brief van O, K & W aan de Algemeen Rijksarchivaris van 28 juli 1863, met bijlagen. )

Dankbaar werden de Haarlemse stukken, die respectievelijk in 1865 en in 1870 naar het Algemeen Rijksarchief gestuurd werden, in ontvangst genomen. Sinds die tijd hebben de archivalia vrijwel onbekend in het depôt gestaan.( Algemeen Rijksarchief, Tweede Afdeling, Archief van het Algemeen Rijksarchief, inv. nr. 31, 22 december 1865, no 125: bedankbrief aan het archief uit Haarlem voor de toegezonden archivalia. Verslagen omtrent 's Rijks Oude Archieven (VROA), 1865, p. 13, 14 vermelding van de aanwinst uit Haarlem in het jaarverslag. VROA, 1870, p. 2: "Uit het gemeentearchief Haarlem hadden wij reeds vroeger eene bezending stukken ontvangen, die tot het archief der Staten van Holland behoorden, en voor dezen aan de gedeputeerden van Haarlem om daarop te berigten waren toevertrouwd, maar aldaar onafgedaan waren gebleven; sedert waren nog meer dergelijke papieren ontdekt, die thans mede aan het rijksarchief zijn teruggegeven en met de overige verenigd." )

De rechtstitel is (nog) onbekend

De verwerving van het archief

De rechtstitel is (nog) onbekend.

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

www.gahetna.nl is a website of the National Archives of The Netherlands in cooperation with the Society for the National Archives and Spaarnestad Photo.
Advanced
Search in collections
Search in: