gahetNA in the National Archives

Vilvoordse Charters

1.01.42.01
B.J. Slot
Nationaal Archief, Den Haag
1973
cc0
This finding aid is written in Dutch.

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

1.01.42.01
Author: B.J. Slot
Nationaal Archief, Den Haag
1973
CC0

Periode:

1244-1642

Omvang:

6,06 meter; 629 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Dit archief bevat de zogenoemde Vilvoordse charters (1196-1629) uit de tresor des chartes van de hertogen van Brabant. Deze charters waren na de dood van mr. D. Graswinckel in 1666 in het archief van de Raad van State terecht gekomen. De toegang begint met een uitgebreide beschrijving van de geschiedenis van de stukken en de methoden van archivering die in het verleden zijn gebruikt.
De charters betreffen het noordelijk deel van Brabant, Limburg, de landen van Overmaze en de relaties van de hertogen van Brabant met de Noordnederlandse vorsten. Veel van deze charters houden verband met processen van de Chambre mi-partie, zoals limietscheidingen in het land van Overmaze, tolkwesties en het ontrafelen van gecompliceerde geschillen over jurisdicties. Een verzameling kopieën bestaat ondermeer uit retroacta van de rechten van de Bourgondiërs op Holland en stukken inzake de overgang van Gelder aan Karel V. De stukken zijn grotendeels geografisch geordend.

Archiefvormers:

  • Raad van State
  • Charterkamer van de hertogen van Brabant in Vilvoorde
  • Gemeente-archief Dordrecht
  • Leenhof van Brabant in Brussel
  • Rekenkamer van Brabant
  • Grote Raad te Mechelen
  • Thesaurie te Mechelen.

Archiefvorming

Geschiedenis van het archiefbeheer

Dit stuk bevat de geschiedenis van de charters van het hertogdom Brabant, alsmede een beknopte inventaris van dat deel van deze charters dat sinds 1666 in Den Haag in het archief van de Raad van State berust.

De bedoeling van dit stuk is in de eerste plaats om na drie eeuwen verwarring en wanbeheer vast te leggen wat met de charters gebeurd is, het hoe en het waarom van de verdelingen die plaats vonden aan te geven, en in het bijzonder de relatie te schetsen die bestaat tussen de charters in het archief van de Raad van State en de charters van Brabant voor de vele verdelingen die sinds 1666 gemaakt zijn.

Derhalve is de inventaris voorzien van een concordans, waaruit de plaatsing van de stukken die nu bij de Raad van State berusten in het oorspronkelijke archief blijkt.

Aldus kan dit stuk niet alleen dienen als een discussienota die bedoelt een aanzet te geven tot een beleid dat enige remedie kan verschaffen voor de in de loop der eeuwen ontstane verwarring, maar ook als een hulpmiddel voor de gebruiker van de Brabantse charters in Den Haag, die zich tot op heden moest behelpen met afschriften van een lijst uit de zeventiende eeuw waarin de stukken in een puur toevallige volgorde werden opgesomd.

De archieven van de hertogen van Brabant werden gedurende de Spaanse- en Oostenrijkse heerschappij in de Zuidelijke Nederlanden bewaard in verschillende depôts waarvan dat te Vilvoorde de belangrijkste charters bevatte.

Te Vilvoorde bevonden zich onder meer alle charters betreffende het Noordelijke deel van Brabant en alle charters betreffende Limburg, de landen van Overmaze en de relaties van de hertogen van Brabant met de Noordnederlandse vorsten.

In de 16e eeuw werden bovendien te Vilvoorde veel stukken gedeponeerd afkomstig van ambtenaren van de centrale overheid (

Een soortgelijk depôt bevindt zich in het A.R.A., 3e afd.: zie J.L. v.d. Gouw: Stukken afkomstig van ambtenaren van het centraal bestuur tijdens de regering van Karel V gedeponeerd ter charterkamer van Holland. Den Haag, 1952.

), deze stukken hadden vooral betrekking op de geschillen tussen de Habsburgers en de hertogen van Gelder. Bij art. 69 van de Vrede van Munster ontvingen de Noordelijke Nederlanden het recht uit depôts van de koning van Spanje in de Zuidelijke Nederlanden de stukken te lichten die aan de Republiek als hertog van Brabant voor Noord-Brabant, Limburg, de landen van Overmaze en enkele Noordelijke randgebieden van Brabant toekwamen.

Met de uitvoering van deze bepaling werd weinig haast gemaakt en pas in 1662 kreeg Mr. Dirck Graswinckel, griffier van de Chambre mi-partie opdracht in de Belgische depôts conform het verdrag van Munster stukken te lichten. Als belangrijkste deel van zijn missie werd het lichten van charters uit het depôt te Vilvoorde gezien.

De opdracht kon maar moeizaam worden vervuld wegens de chicanes van de Belgische beheerders en Graswinckel kon maar een deel van de stukken krijgen die onder de bepalingen van het accoord vielen. Ook waren er stukken waar beide partijen rechten op konden doen gelden; van deze stukken ontving Graswinckel afschriften. In het archief te Vilvoorde bleven vier categorieën stukken achter:

  1. Originelen van stukken betreffende de Zuidelijke Nederlanden.
  2. Copieën van stukken betreffende de Noordelijke Nederlanden die aan Graswinckel waren afgestaan.
  3. Originelen van stukken waarvan copieën aan Graswinckel waren afgestaan.
  4. Stukken betreffende relaties tussen de hertog van Brabant en de Noordelijke territoriale vorsten; deze stukken vielen volgens de opvatting van de Belgische beheerders niet onder het accoord.

De door Graswinckel verzamelde charters hebben voornamelijk betrekking op:

  1. Rechten van de hertog van Brabant op Heusden, Valkenburg en de landen van Overmaze.
  2. Geschillen met de bisschop van Luik over de jurisdictie in Maastricht.
  3. De overgang van Overijssel en Utrecht aan de Habsburgers en de interne organisatie van het hertogdom Gelder.
  4. De tollen op Maas en Waal.

De verzameling copieën bestaat uit retroacta van de rechten van de Bourgondiërs op Holland, stukken betreffende de tolvrijheid van de inwoners van Bergen op Zoom in het gebied van de hertog van Bourgondië en een omvangrijke verzameling stukken betreffende de overgang van Gelder aan Karel V met retroacta.

Een groot deel van de originele charters houdt verband met processen van de Chambre mi-partie, die zich bezig had gehouden met limietscheidingen in het land van Overmaze, tolkwesties en het ontrafelen van gecompliceerde geschillen over jurisdicties.

Gegevens over de wijze van verzamelen zijn te vinden in inv.nr.101 van het archief der Gemene Maashandelaars in het gemeente-archief te Dordrecht ("Verbaal gehouden te Vilvoorden aangaande de oude charters") (

In dit archief bevond zich een omvangrijk fragment van het archief van de Chambre mi-partie. Bij een her-inventarisering heeft men echter dit fragment over het archief van de Gemene Maashandelaars verspreid. [het is niet duidelijk naar welk archief deze noot verwijst]

) .

Bakhuizen van den Brink gaat in zijn missive van 24.8.1853 (

Archief van het Algemeen Rijksarchief, inv.nr.15, nr. 12.

) aan de minister van Binnenlandse Zaken uitgebreid in op de oorzaken die ertoe geleid hebben dat de door Graswinckel vergaarde collectie buitengewoon onvolledig en verward is.

Een kernpunt in het betoog van Bakhuizen is dat Graswinckel tijdens het verzamelen niet de beschikking heeft gehad over een inventaris van de charters te Vilvoorde, doch deze pas na afloop heeft ontvangen. (

Deze inventaris bevindt zich in de verzameling Vilvoorde charters no. (zie no. 120). Een tweede inventaris heeft het A.R.A. uit andere bron verkregen en bevindt zich in de collectie Gérard no.10.

)

Bakhuizen zag hier ook de oorzaak van de volkomen ordeloze en zelfs vaak onzinnige huidige rangschikking van de charters.

De originelen en afschriften die Graswinckel had verzameld kwamen na zijn dood in 1666 met een deel van het archief van de Chambre mi-partie in het archief van de Raad van State in Den Haag terecht, alwaar zij totaal vergeten werden. Vandaar belandden zij tenslotte voor een groot deel in het archief van het amortisatiesyndicaat. (

Archief van het Algemeen Rijksarchief 15, nr. 12. Hier ook als bijlage afschriften van Belgische archivalia betreffende de missie van Graswinckel. [het is niet duidelijk naar welk archief deze noot verwijst]

)

In 1853 wist Bakhuizen van den Brink het grootste deel van de verspreide collectie weer bijeen te brengen. In zijn missive van 24.8.1853 aan de minister van Binnenlandse Zaken wees hij op de twijfelachtige uitvoering van de vrede van Munster, en meende te moeten suggereren dat er pogingen in het werk zouden worden gesteld om uit de resterende charters van Brabant, die inmiddels in 1794 van Vilvoorde naar Wenen waren overgebracht, de voor Nederland belangrijke charters te lichten. Deze suggestie werd vergeten. Door de missie van P.J. Blok in 1888-1889 kreeg de Nederlandse historische wereld bekendheid met "een verzameling charters en andere stukken, belangrijk voor de Nederlandse geschiedenis in het Haus-, Hof- und Staatsarchiv in Wenen. (

P.J. Blok: Verslag aangaande een voorlopig onderzoek ... Den Haag, 1888-1889.

) Men stelde pogingen in het werk om de collectie naar Nederland te krijgen zonder zich ook maar bewust te zijn dat er zich in Den Haag onder de naam Vilvoordse charters een belangrijk brokstuk van deze collectie bevond, en zonder zich maar één moment de suggestie van Bakhuizen te herinneren.

De Weense regering zond de Nederlandse regering een uitgebreide lijst van stukken die zij zou willen afstaan; deze lijst kwam in grote lijnen overeen met die van Blok. Behalve stukken uit het oude depôt van Vilvoorde, waren later in Vilvoorde ook archivalia van de Rekenkamer te Lille terechtgekomen en meeverhuisd naar Wenen. Ook stukken uit Lille, alle betreffende Holland en Zeeland kwamen op de Oostenrijkse lijst voor. (

Lijst en correspondentie dienaangaande: Archief van het Algemeen Rijksarchief, 78, no. 77.

)

De Oostenrijkse regering was bereid alle stukken betreffende de Noordelijke Nederlanden aan Nederland af te staan, behalve die, welke direct betrekking hadden op de Habsburgen. Nederland aanvaardde dankbaar, aldus arriveerden op het Algemeen Rijksarchief in 1891 enige kisten met stukken waarvan de meeste afkomstig waren uit het oude depôt te Vilvoorde, en wel de volgende categorieën:

  1. Originelen van de stukken, waarvan Graswinckel destijds copieën had ontvangen.
  2. De afschriften die men te Brussel bewaard had van de charters die Graswinckel had meegekregen.
  3. Een groot aantal stukken betreffende Noordnederlands territorium die Graswinckel nooit had gekregen.

De Algemeen Rijksarchivaris, Van Riemsdijk, verdeelde de charters onder de rijksarchivarissen ter inventarisatie. Na ontvangst van de inventarissen nam hij een meer curieuze dan elegante beslissing. (

Archief van het Algemeen Rijksarchief inv. nr. 79, brieven nr. 80, 116, 127-130, 159, 195, 224. De inventarissen van de aan de rijksarchieven afgestane stukken bevinden zich in : Verslagen omtrent 's Rijks oude Archieven, 1892 (behalve de stukken die werden afgestaan aan de rijksarchieven in Utrecht en Gelderland). Een incomplete verzameling regesten van de uit Wenen overgekomen stukken berust bij de eerste afdeling van het Algemeen Rijksarchief.

) Op basis van onduidelijke criteria verdeelde hij de hele verzameling in twee grote porties. Een deel werd, blijkbaar volgens het herkomstbeginsel, bestemd voor een archiefruil met België. Bij het overschot paste men het pertinentiebeginsel toe; deze stukken werden onder de rijksarchieven verdeeld. Het gevolg was dat de charters van de hertogen van Brabant nu verdeeld waren over de hieronder opgenoemde plaatsen die alle hun aandeel uit de Weense collectie kregen:

  • Wenen,
  • Brussel (waar men in 1863-1865 een deel van de charters uit Oostenrijk had ontvangen),
  • Den Haag (de Vilvoordse charters in het archief van de Raad van State en een aandeel in de Weense collectie thans in de derde afdeling),
  • 's-Hertogenbosch (waar het rijksarchief enige charters uit het archief van de Raad van State van Bakhuizen had ontvangen),
  • Maastricht,
  • Utrecht,
  • Arnhem,
  • Zwolle,
  • Leeuwarden en
  • Groningen.

Van 1892 tot 1953 tenslotte wachtte er vrijwel onopgemerkt in het Algemeen Rijksarchief een voor Brussel bestemd aandeel in de Weense collectie. Zelfs bij de overdracht van de stukken in 1953 schijnt men geen verband gelegd te hebben tussen deze stukken en de stukken in het archief van de Raad van State.

Het gevoerde beleid is in vele opzichten verwerpelijk geweest. Het valt te begrijpen dat men in de zeventiende eeuw niet altijd logisch te werk is gegaan. Het optreden van Bakhuizen zondigt wel erg tegen de logica wanneer hij in 1853 een archief herstelt en tien jaar later hetzelfde archief op tamelijk slordige wijze tussen Den Haag en 's-Hertogenbosch verdeelt. Van Riemsdijk heeft met zijn zonderlinge verdeling van de Weense charters wel het grootste aandeel in het veroorzaken van de chaos.

Deze chaos is vooral veroorzaakt door een gebrek aan visie. Het enige recht dat Nederland op de Brabantse charters uit Wenen kon doen gelden berustte op het verdrag van Munster, overeenkomstig het plan van Bakhuizen stonden zij dus in nauw verband tot de Vilvoordse charters van de Raad van State. Nu werden de Weense charters als een soort krijgsbuit onder verzamellustige archivarissen verdeeld; één voorbeeld volstaat: de derde afdeling van het Algemeen Rijksarchief ontving ... [niet te lezen] ... de stukken betreffende de rechten van Brabant op het "Hollandse" Heusden. Aldus ontstond een verzameling fragmentarische collecties in vele verschillende plaatsen in plaats van een half-archief: dat van de Staatse hertog van Brabant.

Een werkelijke oplossing zou zeer radicale maatregelen vergen en zou leiden tot verplaatsing van stukken. Het is de vraag of dit haalbaar en verantwoord zou zijn, hoewel het op zich aantrekkelijk lijkt om een geconcentreerde verzameling Brabantse charters te maken, hetzij in Den Haag, hetzij in 's-Hertogenbosch waar zich tenslotte ook reeds het archief van de Staatse Raad van Brabant bevindt. Een andere denkbare oplossing zou zijn om het verdrag van Munster ongedaan te maken en alles naar Brussel terug te sturen. Het is de vraag of dergelijke oplossingen mogelijk zijn. Een acceptabele tussenoplossing is een algemene inventaris van de charters van Brabant in België en Nederland, of als een dergelijk internationaal project niet uitvoerbaar blijkt, in ieder geval van alle Brabantse charters in Nederland, waardoor ... [niet te lezen] ... de situatie definitief gefixeerd zal kunnen worden, het historisch onderzoek een betouwbaar hulpmiddel krijgt, en het ook zinvol gaat worden om een regestenlijst te maken.

De verwerving van het archief

De rechtstitel is (nog) onbekend

De verwerving van het archief

De rechtstitel is (nog) onbekend.

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Comments by visitors

Post new comment
The content of this field is kept private and will not be shown publicly.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.
  • Allowed HTML tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Converts capital HTML tags to lower case HTML tags e.g. <A> to <a>.
gahetNA is a website of the Society for the Nationaal Archief in cooperation with the Nationaal Archief and Spaarnestad Photo.
Advanced
Search in collections
Search in: