Delftse Statenkloosters / Koningsveld
- Archive inventory
- Archive description
- Archive elements
- Files
- All scans (502)
3.18.07
Nationaal Archief, Den Haag
(c) 1916
This finding aid is written in Dutch.
Beschrijving van het archief
Naam archiefblok:
Delftse Statenkloosters Koningsveld, 1251-1575
Delftse Statenkloosters / Koningsveld
Periode:
1251-1575
Omvang:
0,20 meter; 321 inventarisnummers.
Taal van het archiefmateriaal:
Het merendeel der stukken is in het Nederlands.
Soort archiefmateriaal:
Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.
Archiefbewaarplaats:
Nationaal Archief, Den Haag
Samenvatting van de inhoud van het archief:
Het klooster Koningsveld bevond zich in de buurt van Delft. Het archief bevat stukken betreffende het klooster en de orde van Premonstreit. Daarnaast stukken betreffende het beheer van landerijen en huizen, het gasthuis te Delft en Schiedam en rentebrieven.
Archiefvormers:
- Klooster Koningsveld
Archiefvorming
Aanwijzingen voor de gebruiker
Openbaarheidsbeperkingen
Beperkingen aan het gebruik
Materiële beperkingen
Aanvraaginstructie
Citeerinstructie
Verwant materiaal
Beschrijving van de series en archiefbestanddelen
De rentmeester had bij het beheer van deze inkomsten de memorievrouwe boven zich. Zij bewaarde de brieven en registers. In zijn "Rekeninghe van de memorie" doet Henrick Vranckenz van Diemen "reeckeningh van alsulcken ontfanck als hij gehadt heeft van de kercke van Coeninxvelt". Blijkbaar behoorde dus het beheer van de kerk in het algemeen hiertoe. De inkomsten waren belangrijk; kochten de nonnen zelf eenig onroerend goed, dan werd haar het gebruik van de rente daaruit gedurende haar leven toegestaan, waarbij dan gewoonlijk bepaald werd, dat het na haar dood aan de memorie zou komen om door zielmissen haar jaardagen te vieren. Niet altijd wordt in de desbetreffende charters uitdrukkelijk vermeld, dat de daarin vermelde goederen of inkomsten voor de memorie bestemd zijn, zoodat het klooster waarschijnlijk zoo noodig zelf uitmaakte, wat daarvoor afgezonderd moest worden; de rekening moet in zulke gevallen uitsluitsel geven. In 1363 bepaalde de abt van Mariënweerd, dat, wat het klooster meer dan 120 pond Holl. aan inkomen had (waarmee het inkomen na aftrek der uitgaven bedoeld zal zijn, daar de proost alleen al 200 pond kreeg), aan de kerk komen zou.



Comments by visitors