gahetNA in the National Archives

SFB

2.25.41
J. Outhuis
Nationaal Archief, Den Haag
2010
cc0
This finding aid is written in Dutch.

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.25.41
Author: J. Outhuis
Nationaal Archief, Den Haag
2010
CC0

Periode:

1952-2003
merendeel 1952-1990

Omvang:

3,10 meter; 86 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

De stukken zijn opgesteld in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, geprinte en gedrukte teksten.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Dit deelarchief bevat de neerslag van de handelingen van het Sociaal Fonds Bouwnijverheid UOSV, alsmede haar formele voorganger de stichting Sociaal Fonds Bouwnijverheid - in het kader van de uitvoering van de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving. Het bestaat voornamelijk uit publicaties en rapporten. Daarnaast zijn jaarverslagen, jaarboeken en statuten aanwezig.

Archiefvormers:

  • Stichting Sociaal Fonds Bouwnijverheid
  • UItvoeringsorganisatie Sociale Verzekeringen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Het Sociaal Fonds Bouwnijverheid werd opgericht in mei 1952, direct voorafgaand aan het van start gaan van de bedrijfsverenigingen nieuwe stijl. Het ontstaan van deze bedrijfsverenigingen vond plaats in het kader van de in 1952 tot stand gekomen Organisatiewet Sociale Verzekering. Die wet droeg met ingang van 1953 de uitvoering van de wettelijke sociale verzekeringen tegen ongevallen, invaliditeit, ziekte en werkloosheid, alsmede de uitvoering van de Kinderbijslagwet op aan destijds 26 bedrijfsverenigingen, ingedeeld naar sectoren van het bedrijfs- en beroepsleven.In de praktijk kwam de uitvoering van de verzekeringen tegen ongevallen en invaliditeit pas in 1967 bij de bedrijfsverenigingen te berusten, terwijl de Kinderbijslagwet vanaf 1963 door de Raden van Arbeid werd uitgevoerd.

Vrijwel alle bedrijfsverenigingen kwamen voort uit reeds bestaande organisaties met een beperkter takenpakket, meestal de uitvoering van één verzekering. De nieuw gevormde bedrijfsverenigingen kenden een verplicht lidmaatschap van werkgevers. In het bestuur waren organisaties van werkgevers en werknemers gelijkelijk (paritair) vertegenwoordigd. Eén van deze bedrijfsverenigingen was Bedrijfsvereniging voor de Bouwnijverheid. Het bestuur van de stichting SFB was ook paritair opgebouwd: uit vertegenwoordigers van de werkgevers en van de Bouw- en Houtbonden FNV en CNV. Het latere SFB UOSV daarentegen kende alleen een directie.

De taken van de bedrijfsverenigingen waren drieërlei: ten eerste de uitkeringsverzorging, ten tweede beheersing van het uitkeringsvolume en het verzekerde risico en ten derde de handhaving. De uitkeringsverzorging omvat de claim-beoordeling, de uitvoeringsbeslissing en de uitbetaling, waarbij de termen volume- en risicobeheersing waren gericht op voorkoming van een beroep van verzekerden op de uitkering.

De administratie van leden en verzekerden en de administratie m.b.t. de uitvoering van de sociale verzekeringswetten kon door de bedrijfsverenigingen zelf gedaan worden of door het eveneens in 1952 opgerichte Gemeenschappelijk administratiekantoor (Gak). De BV Bouw was initieel zo’n zelf-administrerende bedrijfsvereniging. De admini-stratieve taken werden echter vanaf het begin in 1953 verzorgd door een aparte juridische entiteit: de stichting Sociaal Fonds Bouwnijverheid. De stichting SFB opereerde met een mandaat van het bestuur van de BV Bouw, en viel als zodanig onder diens verantwoordelijkheid. De stichting SFB ging tevens de administratie voeren voor het pensioenfonds en de vakantiefondsen (7) en risicofondsen (3) van de bouwnijverheidbranche. Daarmee werd een lang gekoesterde wens vervuld van alle partijen in deze branche, namelijk om een eind te maken aan de hopeloze versnippering van de administratieve verplichtingen. Vanaf omstreeks 1982 is sprake van een regionale organisatie van de administratie-werkzaamheden van het SFB. In 1991 werd besloten ook over te gaan tot het inrichten van aparte kantoorpanden, wat tenslotte uitmondde in een landelijk netwerk van twaalf regiokantoren en 14 rayonkantoren.

In het kader van wetswijzigingen OSV werd in 1995 een traject van privatisering ingezet binnen de uitvoering van de wettelijke sociale verzekeringen. Doel was om te komen tot vergroting van de efficiency en transparantie van de zakelijke verbanden tussen de betrokken partijen. Voor de stichting Sociaal fonds Bouwnijverheid betekende dit een rigoureuze aanpassing van de verhouding met de BV Bouw. De stichting verzelfstandigde tot een paraplu-organisatie waarbinnen een aantal NV’s en BV’s als commerciële partijen op de (sociale) verzekeringsmarkt actief waren. De publiekrechtelijke en privaatrechtelijke onderdelen werden hierbij strikt gescheiden, wat een voorwaarde was om ministeriële erkenning te verkrijgen als uitvoeringsorganisatie sociale verzekeringen. Zo ontstond de SFB UOSV, die in 1996 van start ging en met de BV Bouw nog slechts een eenduidige klantrelatie onderhield.

In 1997 werden de bedrijfsverenigingen opgeheven. Hun taken zijn overgenomen door het Landelijk Instituut voor Sociale Verzekeringen. Het Lisv zette de klantrelatie met de UVI’s (en dus ook SFB UOSV) voort. De uitvoering sv werd volgens commercieel principe geregeld middels jaarlijkse administratie- en dienstverleningsovereenkomsten. Met ingang van 2002 vond de volgende grote re-organisatie in de sv-wereld plaats, waarbij het Lisv, samen met SFB UOSV en de overige uitvoeringsinstellingen sociale verzekeringen, opging in het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekering.

Het krachtenveld van het SFB: eerste gesprekspartner was natuurlijk de BV Bouw, als feitelijke uitvoerder van de sv-wetten en opdrachtgever van het SFB. Ook de samenwerkingsorganen van de werkgevers en werknemers in de bouw, enerzijds de Raad van Bestuur Bouwbedrijf en anderzijds de Bedrijfsunie in het Bouwbedrijf en de Bouw- en Houtbonden, zullen hun rol hebben gespeeld. Zo ook de Gemeenschappelijke Medische Dienst (GMD) als adviseur op verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig gebied (tot 1994), en de Federatie Bedrijfsverenigingen (FBV) als beleidsadviseur in meer algemene zin. In 1995 werd de FBV vervangen door rechtsopvolger Tica/Lisv. Samenwerking was er met de overige BV-en (tot 1997) en UVI’s, de arbeidsbureaus en de gemeentelijke sociale diensten. Toezicht werd eerst gehouden door de Sociale Verzekeringsraad (SVr) en later het College voor toezicht op de sociale verzekeringen (Ctsv).

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Comments by visitors

Post new comment
Fields marked with an asterisk sign (*) are obligatory fields
The content of this field is kept private and will not be shown publicly.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.
  • Allowed HTML tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Converts capital HTML tags to lower case HTML tags e.g. <A> to <a>.
gahetNA is a website of the Society for the Nationaal Archief in cooperation with the Nationaal Archief and Spaarnestad Photo.
Advanced
Search in collections
Search in: