gahetNA in the National Archives

Rotterdamsche Bank

2.18.33
D.J. Wijmer
Nationaal Archief, Den Haag
2012
(c)
This finding aid is written in Dutch.

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.18.33
Author: D.J. Wijmer
Nationaal Archief, Den Haag
2012
(c)

Periode:

1755-1985
merendeel 1863-1964

Omvang:

95,00 meter; 2839 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief bevat series notulen van vergaderingen van aandeelhouders, van commissarissen en van de driectie, jaarstukken en dossiers. Deze documenten betreffen de organisatie van de bank, overname van andere banken, deelneming in en kredietverlening aan bedrijven, effectenbedrijf, vermogensbeheer, betalingsverkeer en lidmaatschappen van verenigingen. Ook zijn archieffragmenten bijkantoren, dochterbedrijven en van overgenomen bankbedrijven aanwezig.

Archiefvormers:

  • Rotterdamsche Bankvereeniging NV, 1911-1947
  • Rotterdamsche Bank NV, 1947-1964

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Geschiedenis van het archiefbeheer

Het archief van de Rotterdamsche Bank is in zwaar verminkte staat overgeleverd. Enerzijds is dit het gevolg van oorlogshandelingen, anderzijds van beheersproblemen en van over het algemeen geringe belangstelling in het verleden voor de cultureel-historische waarde van het archief.

Met de vernietiging van het bankgebouw aan de Boompjes in mei 1940 ging ook het merendeel van het archief van de bank uit de eerste tachtig jaar van haar bestaan verloren. De in deze inventaris beschreven stukken van vóór 1940 zijn dan ook voornamelijk afkomstig van de bank te Amsterdam en de Provinciale Centrale, van 1929 tot 1949 gevestigd in het gebouw van de bijbank te 's-Gravenhage en daarna in Rotterdam. Mogelijk is een klein deel nog gered uit de gespaard gebleven kluizen van het verder ook verwoeste bijkantoor aan de Coolsingel.

Na de Tweede Wereldoorlog nam het archief snel in volume toe. Zoals al gememoreerd, werd in het verleden aan de zorg voor het niet dynamische deel van het archief geen overdreven grote waarde toegekend. De eerste tekenen van belangstelling uit de hogere echelons voor het archief dateren uit het midden van de jaren vijftig en zijn eigenlijk symptomatisch: het aangroeiende archief creëerde een ruimteprobleem, en daarmee dus een financieel probleem.

Tijdens de vergaderingen van de directie passeerden vanaf 1955 verschillende mogelijke oplossingen de revue. In de eerste plaats dacht men aan grootscheepse vernietiging, inclusief de bestanden waarvan de wettelijke bewaartermijn van dertig jaar nog niet verstreken was. Hoewel op vernietiging van deze bestanden na een termijn van tien jaar geen sancties bestonden, werd om juridische en praktische redenen van deze oplossing afgezien. Ten tweede had de mogelijkheid van het vinden van nieuwe ruimte de aandacht. In beeld kwamen onder meer niet productieve ruimten in het Groothandelsgebouw (te vochtig) en de zolders van een pand op de Herengracht.

In 1959 werd besloten om gezamenlijk met de drie andere 'grootbanken', die met eendere problemen kampten, naar een oplossing te zoeken. Op initiatief van P. Plantenga, directeur van de Rotterdamsche Bank, toog een commissie van juristen van de vier banken aan het werk. De opdracht van de commissie spitste zich toe op de bewaartermijn, ofwel de vragen: in welke gevallen was afwijking hiervan mogelijk en waren er suggesties voor wetswijziging? De commissie produceerde in april 1961 een 'memorandum inzake archiefbewaring', waarin (uiteraard) juridische aspecten en gebruiksnut de boventoon voerden en het historisch-cultureel aspect absoluut geen rol speelde. Het memorandum bracht overigens geen directe oplossing, omdat suggesties ten aanzien van microverfilming en wetswijziging voorlopig de status van suggestie behielden. Notities uit 1962 en 1964 concludeerden dan ook dat er voorlopig geen andere oplossing was dan het archief volgens de wettelijk gestelde termijn te bewaren en desnoods extra ruimte daarvoor te huren. In 1964 werd de idee van een centraal archief geopperd, waar ook de tot dan toe lokaal bewaarde archieven van de bijkantoren zouden moeten worden ondergebracht. Een centraal archief kwam er wel, maar pas na de fusie met de Amsterdamsche Bank.

Hoewel gegevens hierover schaars zijn, hebben er vermoedelijk meerdere (hulp)depots bestaan. De directienotulen wijzen op een dergelijk depot in Schiedam. Opschriften op archiefkisten wijzen verder op een depot in Vlaardingen; onduidelijk is echter of dit vóór de fusie in 1964 al in gebruik was. Hetzelfde geldt voor een depot aan de Coolhaven te Rotterdam.

Door bovengenoemde houding en problemen is het archief, ook het deel van na de Tweede Wereldoorlog, verminkt en onevenwichtig overgeleverd. Hoewel notulenseries en jaarstukken vanaf 1911 en zeker vanaf het midden van de twintigste eeuw redelijk compleet zijn, zijn andere series als correspondenties grotendeels verdwenen. De van de functionele afdelingen bewaard gebleven bescheiden geven voornamelijk de indruk van 'vergeten weg te gooien'. Overigens vallen in dit opzicht wel aanmerkelijke verschillen tussen de afdelingen op. Deze verschillen zullen samenhangen met het al dan niet bestaan van beheersproblemen c.q. het al dan niet beschikbaar zijn van opslagruimte en de daarmee samenhangende urgentie om tot sanering van het archief over te gaan. Gezien bovenstaande zal die urgentie veelal groot zijn geweest en zal wanneer dat maar enigszins mogelijk was tot vernietiging zijn overgegaan.

De resterende archiefbestanden zijn kort na de oprichting van ABN AMRO Historisch Archief in 1991 voor bewerking en inventarisatie vanuit de diverse depots overgebracht naar het gebouw Vijzelstraat 32 in Amsterdam. De bescheiden van de bank te Amsterdam waren hier, na een omweg via het Centraal Archief te Weesp, grotendeels al aanwezig. Tijdens de inventarisatie in 1994 kwamen uit Weesp nog enige aanvullingen, met name dossiers afkomstig van diverse directeuren. Het merendeel van de bescheiden van de afdelingen Kredieten en Juridische Zaken, een deel van de directiedossiers alsmede het archief van Van Splunder & Co's Bank, werd overgebracht vanuit het depot aan de Coolhaven te Rotterdam. Een deel van deze bescheiden was vermoedelijk in een eerder stadium in Vlaardingen ondergebracht. Het archief van Van Splunder & Co's Bank NV van vóór mei 1940 is vrijwel geheel verloren gegaan. Het archief van ná die datum is, voor zover bekend, vrij compleet overgeleverd.

Het op dat moment aanwezige materiaal werd in 1994 geïnventariseerd. In de loop van de volgende jaren zijn er echter nog aanzienlijke aanvullingen bij het Historisch Archief binnengekomen en aan de bestaande inventaris toegevoegd.

De verwerving van het archief

Het archief is voor langere tijd in beheer, niet in eigendom verkregen.

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Comments by visitors

Post new comment
Fields marked with an asterisk sign (*) are obligatory fields
The content of this field is kept private and will not be shown publicly.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.
  • Allowed HTML tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Converts capital HTML tags to lower case HTML tags e.g. <A> to <a>.
gahetNA is a website of the Society for the Nationaal Archief in cooperation with the Nationaal Archief and Spaarnestad Photo.
Advanced
Search in collections
Search in: