gahetNA in the National Archives

LNH / Nijverheid

2.06.075
V. van den Bergh
Nationaal Archief, Den Haag
1992
cc0
This finding aid is written in Dutch.

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.06.075
Author: V. van den Bergh
Nationaal Archief, Den Haag
1992
CC0

Periode:

1906-1922

Omvang:

38,50 meter; 396 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

In afwijking van de benaming had de afdeling Nijverheid vrijwel geen bemoeienis met de industriële bedrijvigheid: deze lag in de jaren 1906-1922 bij de afdeling Handel, waarvan het archief is opgenomen in dat van de (latere) directie Handel en Nijverheid (1906-1943).
Het archief van de afdeling Nijverheid, dat geheel in rubrieken is geordend, betreft dan ook overwegend onderwerpen als: het visserijwezen, scheepvaart (zowel de zeescheepvaart als de binnenscheepvaart), kustwacht en reddingswezen, meteorologisch instituut, mijnwezen en ijkwezen. Er zijn een aantal nadere toegangen in de vorm van klappers en indices op de agenda's.

Archiefvormers:

  • Ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel / Afdeling Nijverheid
  • Ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel / Afdeling Nijverheid en Handel
  • Staatscommissie voor de Weegwerktuigen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Het Ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel.

Op de eerste vergadering van het kabinet De Meester op 22 augustus 1905 kwam, zoals tijdens de formatie was overeengekomen, een ontwerpbesluit tot instelling van een nieuw departement van algemeen bestuur voor "handel en nijverheid" aan de orde. Aan de wenselijkheid voor de instelling van een dergelijk departement lag de mening ten grondslag dat de Ministeries van Binnenlandse Zaken en Waterstaat, Handel en Nijverheid overbelast geraakt waren en dat het hele sociaal-economische beleid onder één bewindsman zou moeten vallen. (

Algemeen Rijksarchief, Tweede Afdeling, archief Ministerraad, inv.nrs. 125 (notulen) en 142 (bijlagen).

) Ondanks bezwaren van de Raad van State in verband met kostenverhoging en beduchtheid voor precedentwerking, luidde diens advies niet negatief (

ARA II, archief Kabinet der Koningin, inv.nr. 5164, exh. 7 september 1905 nr. 14.

)
en zo werd het nieuwe Ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel ingesteld bij Koninklijk Besluit van 7 september 1905 (S. 264). Op diezelfde datum werd tot minister van het nieuwe ministerie benoemd J.D. Veegens (1845-1910) (

Benoemd bij K.B. van 7 september 1905 nr. 15.

)
en op 11 september tot secretaris-generaal mr. J.W.S.A. Versteeg (1853-1932) (

Benoemd bij K.B. van 11 september 1905 nr. 35.

)
. Over de wettelijke voorzieningen om het nieuwe ministerie zijn bevoegdheden te geven is in de Tweede Kamer nog veel te doen geweest. Pas per 1 juli 1906 mocht het Ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel daadwerkelijk zo genoemd worden en kon de naam van het Ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid veranderd worden in Ministerie van Waterstaat (

K.B. van 25 juni 1906 nr. 42 (S. 136) en K.B. van 25 juni 1906 nr. 43 (S. 137).

)
. De zaken waarmee het ministerie zich bezig zou gaan houden lagen op het terrein van:

  • arbeidsomstandigheden
  • handel
  • landbouw
  • mijnwezen
  • nijverheid
  • ontplofbare stoffen (opslag, vervoer)
  • stoomwezen en hinderwet
  • scheepvaart
  • visserij
  • ijkwezen
Deze beleidsterreinen waren afkomstig van de ministeries van Binnenlandse Zaken (arbeidsomstandigheden) en Waterstaat, Handel en Nijverheid (de overige). De overname van taken ging gepaard met de overname van gehele afdelingen met personeel van die ministeries. Het ministerie is sindsdien tengevolge van de groeiende economie en staatsbemoeienis - dat laatste met name ook in de oorlogsperiode - alleen maar gegroeid (

P.G. van IJsselmuiden, Binnenlandse Zaken en het ontstaan van de moderne bureaucratie in Nederland, 1813-1940,, Kampen 1988, 176 e.v.

)
.

Voor de uitvoering van bovenvermelde zaken was het ministerie aanvankelijk (

Ministerieel Besluit van 11 september 1905, nr. 5 Afdeling Kabinet. ARA, archief Ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel, Onderafdeling Kabinet, inv. nr. 9.

) onderverdeeld in een:

  • Eerste Afdeling: Algemene Secretarie
  • Tweede Afdeling: Landbouw
  • Derde Afdeling: Nijverheid en Handel
  • Vierde Afdeling: Arbeid.
Per 1 januari 1906 kwam daar de Afdeling Comptabiliteit bij (

M.B. van 1(!) januari 1906 nr. 1, Afdeling Algemene Secretarie. ARA, archief Ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel, Afdeling Algemene Secretarie, inv. nr. 29.

)
. De Afdeling Arbeid was overgenomen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken; de Afdeling Landbouw en de Afdeling Handel en Nijverheid van het Ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid. Al spoedig (

K.B. van 7 maart 1906 nr. 12. ARA, archief KdK inv.nr. 5207.

)
werd de Afdeling Landbouw met terugwerkende kracht tot 1 januari 1906 verheven tot Directie van de Landbouw onder de leiding van de directeur-generaal H.J. Lovink (1866-1938). Deze had zijn titel al als hoofd van de Afdeling Landbouw bij het Ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid gekregen. De groeiende Afdeling Nijverheid en Handel werd reeds op 1 november 1906 (

M.B van 22 oktober 1906 nr. 935, Afdeling Algemene Secretarie. ARA, archief Ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel, Afdeling Algemene Secretarie, inv.nr. 31.

)
gesplitst in een Afdeling Nijverheid onder leiding van mr. J.W. Smidt en een Afdeling Handel, die na aanvankelijke waarneming door Lovink, onder leiding kwam van mr. J.C.A. Everwijn. In maart 1908 (

M.B. van 14 maart 1908 nr. 193 Afdeling Algemene Secretarie m.i.v. 16 maart 1908. ARA, archief Ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel, Afdeling Algemene Secretarie, inv. nr. 33.

)
werd een nieuwe Afdeling Arbeidersverzekering opgericht onder leiding van mr. W.A. van Emden (

Van 1 januari 1906 tot 14 maart 1908 uitsluitend waarnemend raadadviseur, in het bijzonder voor de wettelijke regeling van ouderdoms- en invaliditeitsverzekering. Daarna tevens hoofd van de Afdeling Arbeidersverzekering.

)
om de Afdeling Arbeid van een groot aantal nieuwe taken op arbeidsgebied te ontlasten. In november 1914 werd deze afdeling overgeheveld naar het Ministerie van Financiën (

K.B. van 2 november 1914 S. 514, met ingang van 15 november 1914.

)
. In verband met de uitgebroken wereldoorlog werden om het economisch leven te kunnen reguleren vanaf 1914 diverse tijdelijke crisisafdelingen en een Afdeling Crisiszaken - in september 1917 - opgericht. Deze laatste afdeling van het ministerie, die contacten had met de ongeveer 200 crisisinstellingen, werd in april 1919 opgeheven. De werkzaamheden van de Afdeling Crisiszaken werden toen verdeeld over vijf nieuwe bureaus (Crisis-Nijverheid, Volksvoeding, Vervoer, Beroep in Crisiszaken en Inspectie-Crisiszaken), die zich echter alleen nog bezighielden met de afwikkeling van lopende zaken en daardoor zichzelf al spoedig overbodig maakten (

Zie ARA II, inventaris van een aantal archieven van crisis-instellingen in verband met de wereldoorlog 1914-1918 met nummer toegang 2.06.079.

)
. De Afdeling Arbeid werd in september 1918 overgebracht naar het nieuwe Ministerie van Arbeid (

K.B. van 25 september 1918 S. 551.

)
. Bij de laatste organisatieverandering van het ministerie in maart 1921 werd een Afdeling Visserijen geformeerd (

M.B. van 15 maart 1921 nr. 415 Afdeling Algemene Secretarie. ARA, archief Ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel, Afdeling Algemene Secretarie.

)
die de visserijtaken overnam van de Afdeling Nijverheid. Per 1 januari 1923 is deze Afdeling Visserijen overgegaan naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Landbouw.

Na het ontslag, op verzoek, van minister Van IJsselsteijn besloot het kabinet Ruys de Beerenbrouck tot opheffing van het departement. Het Koninklijk Besluit van 24 november 1922 (S. 606) waarbij tot opheffing besloten werd, vermeldde dat het op een nader te bepalen dag in werking zou treden. Tot 1 januari 1923 nam Ruys het ministerschap waar. De verdeling van de taken van het opgeheven ministerie over de departementen was als volgt:

Table showing searchresults in archives
Taken op het gebied vanDepartement van bestemming
landbouwBinnenlandse Zaken en Landbouw, Directie van de Landbouw
visserijBinnenlandse Zaken en Landbouw, Afdeling Visserijen
handel en nijverheidArbeid, Handel en Nijverheid, Afdeling Handel en Nijverheid
ijkwezenArbeid, Handel en Nijverheid, Afdeling Handel en Nijverheid
mijnwezenWaterstaat, Afdeling Mijnwezen
opslag/vervoer ontplofbare stoffenWaterstaat, Afdeling Scheepvaart
scheepvaartWaterstaat, Afdeling Scheepvaart
toezicht stormwaarschuwingsdienst en kustwachtMarine, Afdeling Loodswezen
crisiszakenFinanciën, Generale Thesaurie
De Afdeling Nijverheid

De afdeling Nijverheid die, zoals boven beschreven, zijn werkzaamheden, aanving op 1 november 1906 had in grote lijnen taken op de volgende terreinen:

  • visserij:zeevisserij
  • zoetwatervisserij
  • schaal- en schelpdierenkweek
  • bescherming onderzeese telegraafkabels
  • ontplofbare stoffen:vervoer van licht ontvlambare en ontplofbare stoffen
  • scheepvaart:zeeschipperij
  • binnenschipperij
  • vaart buitengaats
  • Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut
  • Stormwaarschuwingsdienst
  • Kustwacht
  • reddingwezen
  • mijnwezen:uitvoering van de mijnwet
  • concessieverlening
  • exploitatie van staatsmijnen
  • rijksopsporing van delfstoffen
  • ijkwezen:uitvoering van de ijkwet
  • overige: (

    De taak betreffende stoomwezen en hinderwet is niet door de Afdeling Nijverheid overgenomen van de Afdeling Nijverheid en Handel. Per 1 november 1906 is die taak met de stukken - met terugwerkende kracht tot i januari 1906 - overgebracht naar de Afdeling Arbeid.

    )
    electrische geleidingen ten dienste van de nijverheid
  • electrische eenheden
De zaken met een crisis-aspect ten gevolge van de wereldoorlog werden vrijwel geheel buiten de Afdeling Nijverheid om behandeld door andere afdelingen van het ministerie, met name door de speciaal daarvoor in het leven geroepen crisisafdelingen (

Zie ARA II, inventaris van een aantal archieven van crisis-instellingen in verband met de wereldoorlog 1914-1918 met nummer toegang 2.06.079.

)
. Wel was de afdeling betrokken bij de totstandkoming en uitvoering van de Oorlogszee-ongevallenwet. Uit deze opsomming van werkterreinen blijkt wel dat de benaming Afdeling Nijverheid de activiteiten van de afdeling niet goed weergeeft, althans naar onze huidige begrippen. De werkzaamheden bepaalden zich niet alleen tot de nijverheid als ambachtelijke en industriële bedrijvigheid, maar richtten zich op een groot aantal economische activiteiten. Slechts landbouw en handel, van oudsher de steunpilaren van de economie in ons land, vallen hier duidelijk buiten. Juist met industriële bedrijvigheid had de Afdeling weinig bemoeienis, zoals blijkt uit de rubriek Nijverheid in het archief. Bovendien is na november 1906 nog een aantal nijverheidszaken (octrooien en industriële eigendom!) tot de taak van de Afdeling Handel gaan behoren. De naam Nijverheid in namen van afdelingen en ministeries vóór het op gang komen van de industrialisatie in Nederland aan het eind van de jaren '30 moet dan ook gezien worden als een verzamelnaam voor al die economische activiteiten die niet tot de landbouw en de handel behoren. In 1921 droeg de afdeling de taken met betrekking tot de visserijen over aan de speciaal daarvoor opgerichte nieuwe Afdeling Visserijen van het ministerie. Na 1922 verdwenen alle verdere belangrijke taken van de Afdeling Nijverheid naar de ministeries Waterstaat (ontplofbare stoffen, mijnwezen, scheepvaart c.a.), Marine (kustwacht, stormwaarschuwingsdienst), Arbeid, Handel en Nijverheid (ijkwezen) en Financiën (afwikkelingszaken ten gevolge van de economische crisis door de wereldoorlog, met een financieel aspect).
Contacten van de Afdeling Nijverheid met diensten van het ministerie; verblijfplaats van de archieven daarvan.

Bij de taakuitoefening van de Afdeling Nijverheid werden regelmatige contacten onderhouden met de volgende diensten, raden en commissies van het ministerie:

Visserij:
Table showing searchresults in archives
OrgaanVerblijfplaats archief
Visserij-inspectie: -hoofdinspecteurAlgemeen Rijksarchief, Tweede Afdeling code inventaris 2.11.12
Visserij-inspectie: -districtenMinisterie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV)
College voor de (Zee)VisserijenAlgemeen Rijksarchief, Tweede Afdeling code inventaris 2.11.24
Zuiderzee-visserijraadonbekend
Rijksinstituut voor het Onderzoek der ZeeMinisterie van LNV
Rijksinstituut voor Visserij-onderzoekMinisterie van LNV
Rijksinstituut voor BiologischVisserij-onderzoekMinisterie van LNV
Rijksinstituut voor Hydrografisch visserij-onderzoekMinisterie van LNV
Wetenschappelijk adviseur in VisserijzakenMinisterie van LNV
Instituut voor de Zuivering van AfvalwaterDienst Binnenwateren / Rijksinstituut voor de Zuivering van Afvalwater (er is weinig over van de periode 1920-1950)
Ontplofbare stoffen:
Table showing searchresults in archives
OrgaanVerblijfplaats archief
Korps Geleiders Ontplofbare StoffenMinisterie van Binnenlandse Zaken
Scheepvaart
Table showing searchresults in archives
OrgaanVerblijfplaats archief
ScheepvaartinspectieDirectoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken
Commissie Stuurlieden-examensDirectoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken
Raad van Tucht voor de KoopvaardijAlgemeen Rijksarchief, Tweede Afdeling, code inventaris 2.16.28
Raad voor de ScheepvaartAlgemeen Rijksarchief, Tweede Afdeling, code inventaris 2.16.58
Commissie voor het ReddingwezenAlgemeen Rijksarchief, Tweede Afdeling, code inventaris 2.16.56
Landverhuizers-commissiesgemeentearchieven Amsterdam, Dordrecht, Harlingen. (

De verblijfplaats van de archieven van de commissies te Rotterdam en te Vlissingen is onbekend, want niet aanwezig in de gemeente-archieven te Rotterdam en Vlissingen.

)
Meteorologie
Table showing searchresults in archives
OrgaanVerblijfplaats archief
K.N.M.I.Rijksarchief in Utrecht
Stormwaarschuwingsdienstverblijfplaats archief onbekend
Mijnwezen
Table showing searchresults in archives
OrgaanVerblijfplaats archief
Staatstoezicht op de Mijnen en GroevenRijksarchief in Limburg
MijnraadAlgemeen Rijksarchief, Tweede Afdeling, code inventaris 2.06.055
Raad van Beroep voor het MijnwezenAlgemeen Rijksarchief, Tweede Afdeling, code inventaris 2.06.059.07
Dienst der StaatsmijnenBedrijf DSM; wordt in 1993 overgedragen aan het Rijksarchief in Limburg. Bevat ook de archieven van: de Commissie voor de Arbeidsvoorwaarden [mijnwezen] / Contactcommissie voor het Mijnbedrijf
Rijksopsporing van DelfstoffenAlgemeen Rijksarchief, Tweede Afdeling, code inventaris 2.06.028
Geologische DienstMinisterie van Economische Zaken en Rijks Geologische Dienst
IJkwezen
Table showing searchresults in archives
OrgaanVerblijfplaats archief
Inspectie van het IJkwezen - hoofdinspectieAlgemeen Rijksarchief, Tweede Afdeling, code inventaris 2.06.008
Inspectie van het IJkwezen - ijkkantorenRijksarchieven in de provincie
Organisatieschema's van het Ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel en lijst van functionarissen.

Schematisch overzicht van het ontstaan en de opheffing van de Afdeling Nijverheid

Lijst van functionarissen

Table showing searchresults in archives
Ministers:
mr. J.D. Veegens (1845-1910) 7 sept. 1905 - 11 febr. 1908
ds. A.S. Talma (1864-1916) 12 febr. 1908 - 29 aug. 1913
mr. M.W.F. Treub (1858-1931) 29 aug. 1913 - 19 nov. 1914
dr. F.E. Posthuma (1874-1943) 19 nov. 1914 - 9 sept. 1918
ir. H.A. van IJsselstein (1860-1941) 9 sept. 1918 - 13 sept. 1922
jhr. mr. C.J.M. Ruys de Beerenbrouck (minister ad interim) 13 sept. 1922- 31 dec. 1922
Table showing searchresults in archives
Secretaris-generaal:
mr. J.W.S.A. Versteeg (1853-1932) 11 sept. 1905 - 31 dec. 1922
Table showing searchresults in archives
Hoofd van de Afdeling Nijverheid en Handel:
mr.dr. J.L.A. Salverda de Grave sept. 1905 - 1 nov. 1906
Table showing searchresults in archives
Hoofd van de Afdeling Nijverheid:
Mr. J.W. Smidt1 nov. 1906 - 31 dec. 1922
Geraadpleegde literatuur
  • Ministeries van Algemeen Bestuur, onder redactie van J.N. Breunese en L.J. Roborgh, Leiden, 1989.
  • A.H.J. van Ette, Onze ministers sinds 1798, Alphen a/d Rijn, 1948.
  • P.G. van IJsselmuiden, Binnenlandse Zaken en het ontstaan van de moderne bureaucratie in Nederland 1813-1940, Kampen, 1988.
  • Luttenbergs chronologische verzameling der wetten, besluiten en arresten betrekkelijk het openbaar bestuur in de Nederlanden sedert de herstelde orde van zaken in 1813, alfabetisch register 1813-1924. Zwolle, 1925
  • Staatsalmanak van het Koninkrijk der Nederlanden, 1905-1923
  • Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, 1905-1922

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Comments by visitors

Post new comment
Fields marked with an asterisk sign (*) are obligatory fields
The content of this field is kept private and will not be shown publicly.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.
  • Allowed HTML tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Converts capital HTML tags to lower case HTML tags e.g. <A> to <a>.
CAPTCHA
This question is for testing whether you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
gahetNA is a website of the Society for the Nationaal Archief in cooperation with the Nationaal Archief and Spaarnestad Photo.
Advanced
Search in collections
Search in: