gahetNA in the National Archives

BuZa / Londens Archief

2.05.80
Centrale Archief Selectiedienst
Nationaal Archief, Den Haag
2004
cc0
This finding aid is written in Dutch.

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.05.80
Author: Centrale Archief Selectiedienst
Nationaal Archief, Den Haag
2004
CC0

Periode:

1936-1958
merendeel 1940-1945

Omvang:

100,50 meter; 6443 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands en in het Engels

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief bestaat uit het Geheim- of Kabinetsarchief, Gewoon- of Groot archief en het archief van de Regeringsvoorlichtingsdienst te Londen. Het bevat o.a. de politieke rapportage van Nederlandse gezanten en consuls in het buitenland. Verder dossiers betreffende de diplomatieke betrekkingen, oorlogvoering, internationale na-oorlogse samenwerking, verdragen, consulaire en handelszaken, pers en propaganda, en stukken betreffende individuele personen en bedrijven.

Archiefvormers:

  • Ministerie van Buitenlandse Zaken te Londen
  • Codedienst te Londen
  • Regeringsvoorlichtingsdienst te Londen

Archiefvorming

Inhoud en structuur van het archief

Inhoud

Verantwoording van de bewerking

In de periode van 1952 tot 1966 inventariseerde mej. L.J. Ruys voor de eerste maal het 'Londens Archief'. Bij de aanvang daarvan zag zij zich bij de indeling van het archief voor de moeilijkheid geplaatst dat het archief tijdens de oorlog de nodige malen anders was ingericht. Toen een reconstructie van het archief ondanks de aanwezigheid van een aantal eigentijdse inventarissen onmogelijk bleek, nam zij de laatste in juni-augustus 1945 gemaakte inventaris als uitgangspunt. Daarbij bleven de archieven van de Directie Buitenlandse Dienst, de afdeling Comptabiliteit en de Regerings Voorlichtingsdienst buiten beschouwing, omdat deze al door summiere plaatsingslijsten toegankelijk waren gemaakt.

Herinventarisatie

In 1992 begon mevr. H. de Muij-Fleurke aan een herinventarisatie van dit archief. Bij de aanvang probeerde zij het archief alsnog te reconstrueren. Toen dit niet lukte werd besloten, dat de oude orde van de inventaris van mej. Ruys zoveel mogelijk gehandhaafd zou blijven. Bij de herinventarisatie was het de bedoeling om het archief op een meer gedetailleerde manier toegankelijk te maken. Op het moment dat zij in 2001 dit werk vanwege een verandering van werkkring beëindigde, had zij het gehele Geheim Archief en het grootste deel van het Gewoon Archief op circa 4500 kaarten beschreven. Tussentijds had zij verschillende dossiers verplaatst en enkele naar andere archieven teruggebracht. Het besluit van mej. Ruys om de politieke rapporten, die oorspronkelijk per post op chronologische volgorde waren geordend, naar onderwerp te herordenen, werd bij de nieuwe inventarisatie ongedaan gemaakt. Vast stond dat in de serie rapporten een onderverdeling op meerdere onderwerpen mogelijk was, hetgeen de raadpleegbaarheid zou bemoeilijken. Derhalve werd besloten de chronologie te herstellen. Voor de herinventarisatie van de archieven van de Directie Buitenlandse Dienst, de afdeling Comptabiliteit en de Regerings Voorlichtingsdienst ontbrak het mevr. De Muij-Fleurke aan tijd.

Bewerking 2001

In 2001 besloot het Ministerie van Buitenlandse Zaken het archief onder dezelfde voorwaarden als deze destijds met mevr. De Muij-Fleurke waren overeengekomen, verder door de Centrale Archief Selectiedienst (CAS) te Winschoten te laten bewerken. Feitelijk ging het daarbij om de voltooiing van de tweede inventarisatie van dit archief, zij het dat deze meer archieven zou omvatten dan de inventaris uit 1966. Er werd namelijk afgesproken dat naast het Geheim Archief en het Gewoon Archief ook de door plaatsingslijsten ontsloten archieven van de Directie Buitenlandse Dienst en de afdeling Comptabiliteit en de Regerings Voorlichtingsdienst deel van deze bewerking zouden uitmaken.

Later werd hier om praktische redenen nog een uit Washington overgekomen serie ingekomen en uitgegane telegrammen aan toegevoegd, vermoedelijk het archief van de Codedienst, die nauwe betrekkingen met Buitenlandse Zaken onderhield. Doordat niet geheel duidelijk was waartoe deze laatste collectie oorspronkelijk behoorde, werd besloten dit archiefdeel onder de gedeponeerde archieven op te nemen.

Dit is ook het geval met het archief van de Regerings Voorlichtingsdienst, maar om een andere reden: deze dienst ressorteerde ten tijde van de periode in Londen onder het Ministerie voor Algemene Oorlogvoering van het Koninkrijk.

Nieuwe inventaris

In overleg met het Nationaal Archief is besloten om alle oorspronkelijke toegangen van het Geheim en Gewoon Archief en van het archief van Comptabiliteit, alsmede inventarissen van mej. Ruys en mevr. De Muij-Fleurke in de nieuwe inventaris op te nemen. In een aantal gevallen zijn er daarnaast eigentijdse toegangen bewaard op onderdelen van de twee eerstgenoemde archieven. Deze zijn bij de desbetreffende rubriek geplaatst.

Toevoeging Persoonlijke collecties

Behalve de genoemde archieven werden ook drie persoonlijke collecties, die raakvlakken hebben met de periode van de Nederlandse regering te Londen, aan de inventaris van het 'Londens Archief' toegevoegd. Het betreft de collecties van jhr. E.F.M.J. Michiels van Verduynen (buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister, vanaf 1 januari 1942 minister zonder portefeuille in welke hoedanigheid hij tijdens afwezigheid Van Kleffens verving en vanaf mei 1942 buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur te Londen, 1940-1945), W.F.L. graaf van Bylandt (loco secretaris-generaal van het ministerie te Londen, 1940-1945) en jhr. A. Loudon (ambassadeur te Washington, 1940-1945). Deze collecties zijn als werkarchieven in de inventaris opgenomen.

Juist omdat naast de bronnenuitgaven (

Documenten betreffende de buitenlandse politiek van Nederland, 1919-1945 (Periode C 1940-1945), bewerkt

door A.F. Manning, A.E. Kersten, M. van Faassen. Uitgegeven in de Rijks Geschiedkundige Publicatiën door

het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, dl. I-VI (mei 1940-juni 1943), ('s-Gravenhage, 1976, 1977,

1980, 1984, 1987, 1996). In 2004 zullen de delen VII en VIII verschijnen.

) ook in andere publicaties naar dit archief is verwezen (

Zie de literatuurlijst.

)
, zijn indices op persoonsnamen respectievelijk op namen van organisaties en instellingen aan de inventaris toegevoegd.

Index en Concordantie

De eerste index werd verder uitgebreid met namen van Engelandvaarders, vluchtelingen, geïnterneerden, gijzelaars, joodse burgers, krijgsgevangenen en gerepatrieerden, waarvan naamlijsten in de dossiers werden aangetroffen. Verder is een concordantie van de oude naar de nieuwe inventarisnummers gemaakt. Tevens zijn de door mevr. De Muij-Fleurke gemaakte naamlijsten van beleidsambtenaren van het ministerie in ballingschap en van medewerkers van diplomatieke vertegenwoordigingen in het buitenland gedurende de oorlogsperiode als bijlagen opgenomen.

Bewerking CAS

Bij de bewerking door de CAS werd aanvankelijk de bij de herinventarisatie van de jaren negentig gehanteerde indeling van het archief aangehouden. In overleg tussen de CAS, het ministerie en het Nationaal Archief werd besloten om de subrubrieken op een archivistisch meer verantwoorde wijze van algemeen naar bijzonder onder te verdelen. De volgorde van de hoofdrubrieken bleef gehandhaafd en binnen de rubrieken werden de beschrijvingen overwegend chronologisch geordend. Voor de indeling van het archief van de afdeling Comptabiliteit, waaruit in 1968 en in 1985 veel is vernietigd, werd de plaatsingslijst gebruikt en werd op grond van de lettercodering een nadere onderverdeling aangebracht. De indeling van het archief van de Codedienst leverde vanwege zijn weinig ingewikkelde structuur geen moeilijkheden op. Bij de bewerking van het archief van de Regerings Voorlichtingsdienst werd van de globale plaatsingslijst met een onderverdeling van stukken naar lettercodering uitgegaan. Deze is ook in de huidige inventaris terug te vinden. Dit was het meest bewerkelijke van de drie archieven, omdat de stukken feitelijk nog allen moesten worden beschreven. In het algemeen geldt dat tijdens de bewerking van deze archieven namen van rubrieken werden aangepast of toegekend, terwijl - waar nodig - subrubrieken soms van plaats werden omgewisseld.

Bij de eerste inventarisatie van deze archieven werd op zeer bescheiden schaal uit dit archief vernietigd. Tijdens de herinventarisatie werd besloten zelfs de zeer summiere notitie- of parafenbriefjes te bewaren. Aangezien de archieven werden gevormd gedurende bijzondere omstandigheden, namelijk ten tijde van de periode van de ballingschap van de Nederlandse regering te Londen, mocht hier conform de inmiddels door het Nationaal Archief opgestelde normen niets meer uit worden vernietigd. Na de inventarisatie door de CAS is een Londens Archief met de daarmee samenhangende archieven, met een omvang van 100 meter overgebleven.

Bijzonderheden ten aanzien van inventarisonderdelen
Geheim Archief

Uit een aantekening van mej. Bruseker uit 1966 blijkt dat zich in dossier JZ/GI 3B2 een incomplete serie rapporten van de zogenaamde commissie Wilkens bevindt. Wilkens was een Nederlander, die na afloop van de oorlog vrijwillig een betrouwbaarheidsonderzoek heeft verricht onder de Nederlanders in Noorwegen. Volgens de aantekening zou de complete serie zich bij het NA of het NIOD bevinden. Deze kon daar evenwel niet worden getraceerd.

Uit een memo van 28 maart 1989 van T. van Zeeland, medewerker APA/ST, blijkt dat zich een tweetal dossiers met betrekking tot rapportage van ambassadeur Van Breugel Douglas ten onrechte in het Geheim Archief bevond. Deze dossiers zijn te bestemder plekke ingevoegd in het archief ambassade Moskou, 1943-1955.

Tijdens de herinventarisatiewerkzaamheden, die vanaf 1992 plaatsvonden werd dossier Geheim Archief CI 12 verwijderd en ingevoegd in het archief gezantschap/ambassade Londen, 1937-1945, onder inventarisnummer 1180a. Het dossier bevatte slechts één stuk, een volmacht, getekend door koningin Wilhelmina, bestemd voor gezant Michiels van Verduynen, waarbij de koningin de gezant machtigt voor haar bestemde stukken af te geven aan F. van 't Sant. Het stuk dateert van 18 juni 1940, derhalve uit de periode dat het gezantschap nogal eens bijsprong bij de werkzaamheden van het departement. Het is dan ook vermoedelijk per abuis in de departementale dossiers terechtgekomen.

In 1993 werd een aantal documenten, afkomstig uit dossier DZ/BI 1 overgedragen aan de Sectie Militaire Geschiedenis van de Koninklijke Landmacht. Het betrof hier een aanvulling op een overdracht uit 1947 van de zogenaamde Von Sponeck-documenten. Deze documenten werden aangetroffen in een neergestort Duits vliegtuig in de meidagen van 1940. Zij werden indertijd bestudeerd door majoor Olifiers van de Inlichtingendienst en door hem, ter veiligstelling, overhandigd aan de Amerikaanse gezant. Deze heeft ze bij zijn vertrek uit Nederland meegenomen naar de Verenigde Staten, waar ze uiteindelijk zijn overhandigd aan de Nederlandse gezant.

Gewoon of Groot Archief

Afgezien van het DBD-archief, dat hieronder apart wordt behandeld, bestond het Groot Archief in 1945 uit de navolgende gedeelten, zoals die bij de herinventarisatie van de jaren vijftig/zestig door mej. Ruys werden aangetroffen:

  1. Diplomatieke Zaken (DZ). (Hoewel er in de zomer van 1945 geen DZ meer bestond, is dit een aantal dossiers die men niet in de nieuwe indeling heeft kunnen onderbrengen. Het zijn dossiers over joodse kwesties, pers- en propaganda, verdragen en 'diversen'.)
  2. Politieke Zaken (PZ). (Dit archiefgedeelte betreft de politieke BNOV-dossiers, die geen betrekking hadden op Duitsland.)
  3. Directie Duitsland (DD). (Hieronder waren de dossiers gerangschikt eveneens voornamelijk afkomstig van BNOV, die betrekking hadden op Duitsland.)
  4. Economische Zaken (EZ). (De dossiers van EZ waren deels afkomstig van BNOV, deels van CHZ. Sommige onderwerpen uit het oude CHZ archief werden verdeeld over zowel EZ als AZ. Dat geldt o.a. voor dossiers over de Scheepvaart Commissie (SC) en eveneens voor dossiers van Financiële Zaken, Handelszaken en Scheepvaartzaken (F, H en Sch).)
  5. Algemene Zaken (AZ). (De Directie Algemene Zaken heeft gezorgd voor de grootste reorganisatie-chaos in de archiefordening. Deze directie kreeg dossiers ter behandeling van de afdelingen BNOV, CHZ, JZ en Kabinet. Kern voor AZ waren de JZ-dossiers, daarbij gevoegd werden dossiers inlichtingen, scheepvaart, zeelieden, PTT en de onvermijdelijke 'diversen'. Bovendien gingen de archiefjes van de bureaus UZ (Uitgewekenen Zaken), BH (Bureau Hulpverlening) en BB (Belangen Behartiging) op in het AZ-archiefgedeelte. Blijk van het feit dat de reorganisatie niet geheel in het archief kon worden doorgevoerd, is dat er ook apart een aantal RK (Rode Kruis) dossiers vermeld staan, hoewel deze dossiers opgegaan zouden moeten zijn in het archiefje BH.)
  6. Kabinet. (Naast dossiers over de kerntaken van de nieuwe directie Protocol, vindt men hier ook de dossiers over het Terugkeer Departement en Corps Diplomatique naar Den Haag en de dossiers betreffende het nog tot november 1945 in Londen functionerende Bureau Londen. Van augustus tot 1 november 1945 handelde dit bureau de nog lopende zaken in Londen af. Het Bureau bestond in eerste instantie uit tien personen, onder leiding van baron Gevers. Na verloop van tijd liep het aantal medewerkers terug.)
  7. Algemene Secretarie. (Onder AS vielen dossiers personeelszaken, kanselarij-behoeften, post- en archiefzaken, koerierszendingen, diplomatieke paspoorten, legalisaties etc.)

Mej. Ruys trof een aantal dossiers aan, die zij omschreef als 'Commissie Archief van het Comité Interallié pour l'Étude de l'Armistice'. In de inventaris was dit archief beschreven na PZ/BNOV. Bij nader inzien blijkt het hier niet te gaan om een commissie-archief, maar om vergaderstukken van de beide beleidsmedewerkers van Buitenlandse Zaken (Star Busmann en Flaes/Huender), die deel uitmaakten van deze commissie. Aan de kleur van de omslagen en de handschriften van de titels van de dossiers is te zien wie de dossiers vormde, Star Busmann of Huender. Daarnaast ontving het departement ook een eigen serie documenten. Ook deze BNOV-dossiers zijn te herkennen. Op de stukken werd aangetekend in welk BNOV-dossier zij moesten worden ingevoegd, gevolgd door een volgnummer, bijv. B11-26. Bij de reorganisatie van het archief zijn vermoedelijk de BNOV-stukken en de persoonlijke vergaderstukken dooreengeraakt. Dit heeft tot gevolg dat zowel in een aantal BNOV-dossiers als in het 'Commissie Archief' stukken voorkomen, hetzij met een BNOV-agendanummer, hetzij met opschrift 'Huender' of 'Star Busmann'. Stukken zijn vaak in meervoud aanwezig. Besloten werd zoveel mogelijk dubbelen te verwijderen, maar in elk geval de vergaderstukken met aantekeningen te bewaren. De stukken werden op de juiste plaats in het archief ingevoegd, te weten in de serie BNOV-dossiers B10 t/m B13. In de huidige inventaris zijn deze stukken te vinden onder de nummers 2512-2528.

Een oude inventaris uit 1945, DD oud BNOV vermeldt nl. 3 dossiers met betrekking tot de wapenstilstandsvoorwaarden:

  • B10. Wapenstilstandsvoorwaarden Duitschland. Algemeen en correspondentie met andere departementen.
  • B11. Wapenstilstandsvoorwaarden Duitschland. Werkzaamheden Comité de l'Armistice. Politiek en Militair.
  • B12. Wapenstilstandsvoorwaarden Duitschland. Economisch en Financieel.
  • Een oude inventaris AZ oud BNOV vermeldt:
  • B13. Repatriëring, verdeeld over een achttal dossiers, waarvan B 13 I. het Comité de l'Armistice betreft.
  • Naar onderwerp werden de stukken bij deze dossiers ingevoegd. Om het voor een onderzoeker overzichtelijk te houden bevinden de documenten zich op nummervolgorde in een losse omslag in het dossier.
  • In dossier B10.I bevinden zich twee lijsten, respectievelijk met de nummers 1-441 en 428-550, waarop de documenten omschreven worden.
  • Het dossier PZ/BNOV A8 bevat de documenten over de totstandkoming van het comité.

In 1958 werd tijdens de inventarisatie besloten een aantal rapporten van de studiegroep Rijkens te zenden naar het Ministerie van Algemene Zaken, omdat deze rapporten in eerste aanleg gericht waren aan de minister van Algemene Oorlogvoering van het Koninkrijk. De betreffende rapporten werden in de oorlogsjaren evenwel niet alleen aan minister-president Gerbrandy, maar tevens aan de andere leden van het kabinet gezonden. Drs. Jongbloed van het Algemeen Rijksarchief heeft daarom in 1994 de rapporten teruggezonden aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Zij werden ingevoegd in de dossiers PZ/BNOV D13 en EZ/BNOV A13.

Het dossier PZ/BNOV L25 bevatte het Ontwerp van Wet met memorie van toelichting tot goedkeuring van het handvest der Verenigde Naties. Dit stuk behoort niet in het Londens Archief, maar in het departementaal archief 1945-1954, waar het zich ook reeds bleek te bevinden in dossier code 999.10 VN map 10. Dossier L25 derhalve vernietigd.

Het dossier EZ/BNOV B14a bleek abusievelijk gerangschikt onder EZ. Het dossier betreft opgaven van Unilever over zijn eigendommen in verschillende Europese landen. Deze opgaven vormen de bijlage bij een brief van Unilever van 4 september 1944, die zich in dossier DD/BNOV B 14 I bevindt. Ik heb dossier B 14a derhalve ingevoegd in dit dossier. Oorzaak van de invoeging onder EZ was dat daar ook sprake was van schadeclaims van Unilever, maar nu voor wat betreft het Verre Oosten.

Tijdens de herinventarisatie na 1992 werd in het gedeelte EZ/CHZ in een tweetal dozen een aantal dossiers aangetroffen, dat niet in de inventaris Ruys beschreven staat. Uit een oude inventaris van het voorjaar 1945 blijkt dat deze dossiers indertijd waren ingevoegd in het DBD archief. Dit is onjuist, omdat de dossiers betrekking hebben op landbouwattachés, handelswaarnemers e.d., personen derhalve die geen deel uitmaakten van de diplomatieke dienst van het ministerie. Besloten is daarom deze dossiers in te voegen in het EZ/CHZ gedeelte, evenals de dossiers met hetzelfde onderwerp uit het DBD archief.

De dossiers EZ/CHZ EM36 en EM43 werden samengevoegd in EM36. Het dossier EM43 was kennelijk bedoeld voor de telegrammenserie Steenberghe/Van Mook (zoals aangegeven op het dossieromslag). Na de eerste twee telegrammen blijken ook andere Nindicom-telegrammen, die thuishoorden in EM36, te zijn ingevoegd (blijkens het handschrift op de stukken was één persoon verantwoordelijk voor deze foutieve invoeging).

Uit het dossier EZ/CHZ L47 betreffende de Lucht Transport Dienst werden de documenten uit augustus 1945 betreffende het Army Transport Command verwijderd naar dossier L64, waarin zich de voorstukken van juli 1945 bevinden.

Archief Directie Buitenlandse Dienst

Uit het archief werden twee dossiers verwijderd en ingevoegd in het Groot Archief EZ/CHZ. Het betreft twee dossiers inzake handelsbeschermingsofficieren (nautische adviseurs), t.w. dossier 'Nautische adviseurs' (C8) en dossier 'Handelsbeschermingsofficieren en vernietiging zeeverkeerscode' (C18B). Deze HBO's waren niet in dienst van Buitenlandse Zaken, maar van het Ministerie van Marine. De dossiers zijn gevoegd bij het dossier 'rapportage HBO's' (C18a)

Het dossier betreffende de post Reykjavik is leeg. Het bevat de aantekening 'stukken bij hr. E.S.' Wellicht wordt daarmee Elink Schuurman bedoeld, eerste chef DBD.

In een memo van 25 februari 1957 (departementaal archief, code 153.11) meldt mej. Ruys, dat er een inventaris DBD en een kaartsysteem zouden zijn gereedgekomen. Deze konden niet meer worden getraceerd.

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Comments by visitors

Post new comment
Fields marked with an asterisk sign (*) are obligatory fields
The content of this field is kept private and will not be shown publicly.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.
  • Allowed HTML tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Converts capital HTML tags to lower case HTML tags e.g. <A> to <a>.
gahetNA is a website of the Society for the Nationaal Archief in cooperation with the Nationaal Archief and Spaarnestad Photo.
Advanced
Search in collections
Search in: