gahetNA in the National Archives

Kabinet Minister-President

2.03.01
H.H. Jongbloed
Nationaal Archief, Den Haag
2003
cc0
This finding aid is written in Dutch.

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.03.01
Author: H.H. Jongbloed
Nationaal Archief, Den Haag
2003
CC0

Periode:

1924-1979
merendeel (1942)1924-1979(1989)

Omvang:

313,80 meter; 12710 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Vrijwel alle stukken zijn in het Nederlands. Een geringe hoeveelheid is in het Engels en in het Duits geschreven.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gefotokopieerde documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief bevat in de eerste plaats de neerslag van het handelen van de minister-president (MP) als voorzitter van de Ministerraad, onderraden en ministeriële commissies. Het archief weerspiegelt het politieke 'plooi- en schikwerk' van de MP en zijn ambtelijke staf om kwesties, ook controversiële, zonder politieke schade door de Ministerraad te loodsen. Dat beslaat àlle wetgevingsdossiers, veel regelgeving en àlle verdere zaken die de Ministerraad hebben beziggehouden. Daarnaast bevat het archief de neerslag van de specifieke taken van de MP: verantwoordelijkheid voor het Koninklijk Huis; coördinatie van het overheidsvoorlichtingsbeleid, coördinatie van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, voorbereiding van maatregelen voor oorlogs- of buitengewone omstandigheden. Hierbij wordt de ambtelijke staf van de MP regelmatig bijgestaan door commissies, werkgroepen en raden. Tevens is de MP een hoofdrolspeler in Koninkrijkszaken en het buitenlands beleid (als regeringsleider in Benelux- en Europees verband). Tenslotte is in het archief de bemoeienis te vinden met uitvoeringstaken welke doorgaans door ondergeschikte organen werden uitgevoerd, nl.: de Regerings-, vanaf 1953 Rijksvoorlichtingsdienst (1942-heden), de Regeeringscodedienst (1942-1945), de Regeringsdienst 'Oog en Oor' (1945-1946), de Buitenlandse Inlichtingendienst / Inlichtingendienst Buitenland (1946-1994), de Centrale Veiligheidsdienst (1946-1949), de Staf voor de Civiele Verdediging (1960-1971) en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (1972-heden).

Archiefvormers:

  • Ministerie voor Algemeene Oorlogvoering van het Koninkrijk (AOK) 1942-1946
  • Kabinet van de Minister-President (KMP) 1946-1947
  • Ministerie van Algemene Zaken, Kabinet van de Minister-President (AZ/KMP) 1947-
  • Voorlichtingsraad 1947-
  • Staatscommissie ter Bestudering van het Annexatievraagstuk 1945-1946
  • Adviescommissie Overheidsbeleid inzake Voorlichting 1946
  • Commissie tot onderzoek naar de toestanden bij het voormalige BNV (Commissie-Wijnveldt) 1946-1948
  • Commissie Reorganisatie Overheidsvoorlichting 1947-1948
  • Commissie 'Jansen' (1948-1957)
  • Commissie Civiele Verdedigingsvoorbereiding CCVV (1950-1956)
  • Commissie Richtlijnen voor ambtenaren in geval van bezetting van Nederland (Commissie-Kan) 1956-1958
  • Commissie tot Beveiliging van de Staat (Commissie Fock) 1948-1949
  • Commissie van Advies voor de Overheidsvoorlichting 1949-1950
  • Commissie van Coördinatie van de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 1949-1955
  • Subcommissie Buitenland van de Commissie van Coördinatie van de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 1949-1955
  • Bijzondere Voorlichtingscommissie (BVC) 1951-1977
  • Commissie Algemene Verdedigingsvoorbereiding (CAV) 1952-1972
  • Voorzitter Commissies Inwendige Veiligheid 1953-1955 en 1963-1979
  • Comité Verenigde Inlichtingendiensten Nederland (CVIN) 1957-1979
  • Werkgroepen Continuïteit Besluitvorming op het hoogste nationaal niveau onder oorlogs- of buitengewone omstandigheden 1961-1967
  • Commissie van Advies inzake Uitkeringen ten gunste van Nederlandse Slachtoffers van de Nationaal-Socialistische vervolging (Commissie-Drees) 1961-1962
  • Commissie van advies inzake de gedragingen van mr. L.E. Larive (Commissie-Modderman) 1961-1962
  • Comité Nationale Herdenking 1813-1963
  • Voorzitter van de Commissie Veiligheidsonderzoek Vertrouwensfuncties Rijksoverheid (Commissie-Bos) 1968-1970
  • Commissie Heroriëntatie Overheidsvoorlichting (Commissie-Biesheuvel) 1968-1970
  • Commissie Belastingvrijdom Koninklijk Huis (Commissie Simons) 1968-1969
  • Stuurgroep en Coördinatiegroep Excessennota Indonesië 1969
  • Commissie Interdepartementale Taakverdeling en Coördinatie (Commissie-Van Veen) 1969-1971
  • Werkgroep van Secretarissen-Generaal voor AVR-vraagstukken (1969-1974)
  • Nationaal Comité Zilveren Regeringsjubileum Koningin Juliana 1972-1973
  • Commissie-Langemeijer 1973
  • Ambtelijke Commissie Heroverweging Overheidstaken 1975-1978
  • Koninkrijkswerkgroep 1978-1980
  • Interdepartementale Commissie Bescherming tegen ABC-gevaren 1954-1956
  • Werkgroep Coördinatie ABC-aangelegenheden 1956-1958
  • Kabinets(in)formateurs 1959-1977

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Geschiedenis van het archiefbeheer

Het 'gewoon' of centraal (code-)archief en de geheime 'satelliet'-archieven van AOK, KMP en AZ

In 1946 heeft het ministerie voor AOK een nieuwe archiefordening ingevoerd op basis van een uittreksel uit de Universele Decimale Classificatie (UDC). Dit AOK-codestelsel is in werking gebleven bij het KMP 1946-1947 en bij het ministerie van AZ vanaf 1947, en wel zodanig dat in de dossiers geen scheiding is aangebracht naar de organisatieperiodes (AOK, KMP, AZ). Met de aanpassingen en uitbreidingen die in vijf decennia noodzakelijk bleken, vigeert deze code nog steeds bij AZ. Vanaf de invoering ervan tot en met 1969 is één dossierreeks ofwel 'periodeblok' gevormd, daarna heeft men steeds om de vijf jaar een 'periodeblok' afgesloten.

In dit codestelsel is in de jaren 1946-1947 het 'gewoon' archief van het ministerie voor AOK 1942-1946 ingewerkt, dus met inbegrip van de Londense archiefvorming: 'Ik (..) liquideer voorts het archief van 1940-1945. (800 dossiers in 6 maanden).' schreef de archivaris J. Pieterse op 21 december 1946. Voor zover bekend is daarbij geen concordantie aangelegd die verwijst vanuit de oude AOK-archiefordening naar de nieuwe UDC-code. De overgeleverde AOK-indicateurs 'gewoon' verwijzen sinds de ingreep van 1946-1947 niet meer naar bestaande dossiers. Bewaard bleef een alfabetisch overzicht van de dossierinrichting van het gewoon archief van AOK te Londen.

Nìet in het codestelsel ingewerkt werd het 'geheim archief Londen' van AOK. Dit bestand is op zeker tijdstip afgesloten en heeft als afzonderlijke eenheid tot 1995/96 bestaan. Als afgeleiden of voortzettingen van dit Londens 'geheim' archief zijn sinds de periode-Schermerhorn andere 'geheime archieven' ontstaan, genoemd naar de AOK-secretarissen onder wier beheer zij werden gevormd: archief-Six, -Moolenburgh, -Post Uiterweer, dan wel naar een terrein van bemoeienis waarop zij betrekking hadden: Indonesië-archief en later Nieuw-Guinea-archief. Ook deze zijn na afsluiting als afzonderlijke eenheden gehandhaafd. Al op 2 januari 1948 signaleerde de opvolgster van Pieterse, mw. D. Drukker, naar aanleiding van de afzonderlijke behandeling van 'Geheime' en 'Zeer Geheime' stukken: 'Het veelvuldig gebruik van bijzondere bergplaatsen levert moeilijkheden op bij de recherche van stukken. De ervaring leert bovendien, dat de normaal in dossier geborgen correspondentie het minst de belangstelling opwekt.'

Dat schreef zij op de denkelijk eerste werkdag bij AZ van mr. C.L.W. Fock, 'raadadviseur in algemene dienst' en vanaf 1 november 1949 SG. Fock zou aan het bestaan van geheime archieven en bijzondere bergplaatsen een geheel eigen impuls geven door de creatie van het 'Fock-archief' (FA) en zijn afgeleiden. Fock zelf heeft 'zijn' archief kennelijk beschouwd als het 'geheim' en 'zeer geheim' archief van het ministerie. Bij gewone vakdepartementen heet een dergelijk archief doorgaans het 'kabinetsarchief'. Uit de organisatiegeschiedenis van AZ is inmiddels duidelijk geworden, dat anno 1948 het 'ministerie van AZ' en het 'KMP' twee benamingen waren voor één en dezelfde grootheid, als gevolg waarvan àlle daar gehouden archief aangemerkt kan worden als 'Kabinetsarchief', namelijk: archief van het KMP. Om het 'geheim/zeer geheim' archief te onderscheiden van het 'gewoon', zal de aanduiding 'Fock-archief' in zwang geraakt zijn.

Fock zelf hield de registratuur van 'zijn' archief bij, in de vorm van 'indicateurs' waarin inkomende of uitgaande stukken een volgnummer uit één doorlopende reeks kregen, met vermelding van het dossier-volgnummer van het 'Fock-archief' waarin de bescheiden werden opgelegd - een eenvoudig, doeltreffend en onbeperkt rekbaar systeem. De indicateurs zijn overgeleverd. Op vrijwel dezelfde wijze ging ook mr. O.W.S. Josephus Jitta te werk sinds zijn intrede bij het KMP, 15 februari 1950. Zijn 'JJ-archief' lijkt in oorsprong als een dependance van het 'Fock-archief' te zijn opgezet, waaruit het zich geleidelijk heeft verzelfstandigd.

Jhr.mr. A.J.M. van Nispen tot Pannerden volgde in 1962 Fock als SG. Hij heeft korte tijd het 'Fock-archief' voortgezet, doch is al spoedig tot een eigen creatie overgegaan, het 'SG-archief' waarin zijn vroegere bureau-archief in elk geval ten dele is opgegaan. Het SG-archief van Van Nispen kende een inrichting naar genummerde dossiers, enigszins naar het voorbeeld van het 'Fock-archief'; registratiemiddelen zijn niet aangetoond. Van Nispens opvolger drs. D.M. Ringnalda zette dit SG-archief voort, naast zijn reeds bestaande, in voorgaande jaren opgebouwde 'Ringnalda-archief'. De dossier-aanduiding van Ringnalda volgde de fysieke onderbrenging in twee hangmappenkasten: 'rechts' het oorspronkelijke, oudere Ringnalda-bureau-archief met zijn voortzetting, en 'links' het door hem voortgezette SG-archief; de dossiercodes bestaan dan ook uit 'R(echts)' en 'L(inks)' gevolgd door romeins getal voor de verticale rij, en een arabisch volgnummer van iedere hangmap in die rij.

Deze 'woekering' van separate archieven is al vroegtijdig gesanctioneerd in de instructie voor het Centraal Archief van 28 december 1950 nummer C.A.U. nr. 25342, vastgesteld in verband met de invoering van het KB Stb. K 425 ('Post- en archiefzaken Rijksadministratie'). Uitdrukkelijk zonderde de instructie een aantal categorieën bescheiden uit van de behandeling door het Centraal Archief: individuele personeelsaangelegenheden; stukken inzake de BID dienende bij de ministerie-afdelingen Comptabiliteit, Personeelszaken en Algemene Dienst; bescheiden bestemd voor de vice-minister-president minister zonder portefeuille; bescheiden met een geheim karakter; bescheiden dienende in de Ministerraad of onderraden. Mw. Drukker verzuchtte dan ook medio 1952 opnieuw dat er inmiddels naast het Centraal Archief nog vijf andere 'officiële' archieven functioneerden - waarbij zij dan ook nog de archiefvorming door de secretarissen van de Ministerraad en onderraden niet meetelde. In 1973 klaagde mw. Drukker nogmaals haar nood over de 'verschillende geheime en persoonlijke archiefjes en de diverse 'geheime bergplaatsen' '. Ringnalda liet bij circulaire weten: 'Het funktioneren van het Centraal Archief wordt bemoeilijkt door het daarnaast bestaan van persoonlijke archieven. (..) Gaarne roep ik uw medewerking in om, voorzover er (..) in uw archief nog het een en ander valt te saneren, met spoed de nodige maatregelen te treffen'.

Deze afzonderlijke archieven werden bovendien niet immer gehandhaafd zoals zij door hun scheppers waren gevormd en achtergelaten. Zo droeg Fock sommige dossiers uit zijn archief over aan Josephus Jitta, die ze onder eigen JJ-dossiernummer integreerde in zijn archief, dat op zijn beurt ook weer is 'geplunderd' ten behoeve van andere 'archieven': Van Nispen, Ringnalda, Merckelbach, SG-archief. Van omstreeks 1969 dateert een lijst van FA-dossiers die toentertijd al in het 'centraal (code-)archief' waren ondergebracht. In andere gevallen boden ook de 'persoonlijke archieven' nog onvoldoende waarborg voor veiligheid: bescheiden uit misschien het Fock-archief, in elk geval uit het JJ-, SG/Van Nispen- en het SG/Ringnalda-archief belandden in een brandkast en vormden aldus het 'brandkast'-archief, dat tot in 1997 heeft bestaan. In 1979 stelde het ministerie een afzonderlijk 'Gerubriceerde Stukken Archief' (GSA) in dat de in- en uitgaande gerubriceerde bescheiden moest registreren, de loop en verspreiding ervan volgen, beveiligingsfouten signaleren en de stukken veilig en snèl vindbaar bewaren. Behalve deze taken van 'dynamische archiefzorg' kreeg het GSA ook een semi-statische zorg toevertrouwd in de vorm van bewaring van (restanten van) persoonlijke, thema- en brandkastarchieven die hiervoor aan de orde zijn geweest.

Ook in de 'beheerstaken' van het eigen orgaan trad het fenomeen van gescheiden archiefvorming op. Aanvankelijk heeft de afdeling Algemene Dienst zijn bescheiden integraal in het codearchief ondergebracht, maar met de inrichting in 1951 van de bureaus Personeel en Financiële Zaken was de basis gelegd voor parallelle archiefvorming, naast die van het centraal archief.

Gelijktijdig met de UDC-code werd in 1946 een postbehandelingssysteem ingevoerd, dat voorzag in gele registratie/geleideformulieren die voor op de ingekomen stukken werden aangebracht en waarvan de afscheurbonnetjes het hart van de voortgangscontrole vormden, en in registratiekaartjes voor de ingekomen stukken waarop dezelfde registratiegegevens werden aangebracht en die de sleutel vormden voor de afdoeningscontrole. Deze praktijk riep veel weerstand op: in oktober 1948 klaagde Van Nispen in eene remonstrantie tegen het gele gevaar : Gedurende het driejarig bestaan hebben de gele souches, welke op de inkomende brieven worden gespijkerd, veel kritiek en weinig waardering geoogst. Pro gele jurkjes pleitte het bonnetjessysteem voor de voortgangscontrole plus het feit dat het formulier ampel ruimte bood voor behandelingsnotities. Daartegenover werden de tegenstanders van de schorten er met name kregel van (..) als je ze altijd eerst moet oplichten om eronder te kijken! Van Nispen stelde afschaffing voor, maar zag zich geconfronteerd met de geharnaste oppositie van mw. Drukker en de haren, waarvoor hij enkele dagen later zwichtte: de gele formulieren bleven, zij het dat ze voortaan àchter de ingekomen stukken zouden komen, en zouden niet meer worden toegepast bij drukwerken, stukken voor de Ministerraad en onderraden, uitnodigingen en brieven van particuliere aard. Pas in 1955, toen de voorraad gele formulieren op ging raken en het fichedoorschrijfsysteem, dat in het KB Stb. K425 van 1950 art. 14 sub 3 overigens al was voorgeschreven, haar aandacht had getrokken, ging mw. Drukker overstag voor de voordelen van het nieuwe systeem, dat per 1 januari 1956 werd ingevoerd en tot in de jaren-1980 is gehandhaafd.

Ministerraad en onderraden

De eerder genoemde instructie van 1950 maakt ook duidelijk dat de archiefvorming van de secretarissen van de Ministerraad/onderraden in 1951 gescheiden werd van die van het KMP. De instructie codificeerde een sinds 1948 bestaande praktijk dat van de raadsstukken, in tweevoud aangeleverd, het met 'A' gemerkte exemplaar naar de minister-president, voorzitter van de raad, werd gedirigeerd en aldus uiteindelijk belandde in één van de KMP-archieven, en het met 'B' gemerkte stuk bestemd was voor de raadssecretaris, die het na raadsbehandeling aflegde in de op vergaderdatum gebundelde vergaderstukken ('bijlagen bij de notulen'). Deze secretariaatsexemplaren zijn sindsdien afzonderlijk beheerd en separaat overgedragen aan het Algemeen Rijksarchief . Zij blijven hier verder buiten beschouwing, nadat is onderstreept dat in het tijdvak 1945-1951 de scheiding tussen archief van de minister-president als voorzitter van de (onder)raad en dat van de secretaris onvolledig is geweest: dat is de verklaring voor de veelvuldige verwijzingen in het Ministerraadsarchief naar vergaderstukken die in de KMP-archieven zijn opgelegd.

Raads-, commissie-, werk-/stuurgroep- en (in)formateursarchieven

Raden, commissies, werk- en stuurgroepen zijn te beschouwen als lichamen die krachtens de wet zijn ontstaan om hetzij op permanente basis een deel van de taken van de insteller(s) te verrichten, hetzij op tijdelijke basis in bepaalde aspecten van die taken te voorzien door middel van studie en advies. Bescheiden die in de uitoefening van deze werkzaamheden zijn ontstaan, berusten bij de deelnemers en kunnen dan ook worden onderscheiden als voorzittersarchief, secretariaatsarchief of lidmaatschapsstukken. Maken voorzitter, secretaris of leden deel uit van de staande organisatie van (een van) de insteller(s), dan vindt men hun archief veelal in de burelen of archiefbergingen van die organisatie terug. Soms ook worden afgesloten commissie-archieven overgedragen aan de archiefzorg van (een van) de insteller(s), met name uiteraard wanneer voorzitter of secretaris geen deel uitmaken van diens staande organisatie. Naargelang de herkomst van de deelnemende personen kan vermenging van voorzitters-, secretariaats- en/of lidmaatschapsarchief optreden.

De functionele betrokkenheid van AOK, KMP resp. AZ met de Voorlichtingsraad, commissies, comités, werk- en stuurgroepen is elders. Het blijft onduidelijk hoe en waarom het (voorzitters)archief van de Interdepartementale Commissie Bescherming tegen ABC-gevaren bij AZ is beland, aangezien die commissie geen formele band met AZ had onderhouden.

De aanwezigheid van (in)formateursarchieven bij het KMP is wel verklaarbaar vanuit de gang van zaken bij kabinets(in)formaties: de informateur zal schriftelijke stukken betreffende zijn informatie aan de kabinetsformateur ter hand stellen, omdat de laatste immers een formatie onderneemt op grond van de bevindingen van de eerste. De geslaagde kabinetsformateur wordt doorgaans, na beëdiging, minister-president en zal de natuurlijke neiging hebben de formatiebescheiden mee te nemen naar zijn nieuwe functie. De niet geslaagde formateur zal bescheiden, indien aanwezig, aan de informateur ter hand stellen, omdat die immers in de gebleken moeilijkheden een oplossing moet zien te vinden. (In)formateursarchieven zijn echter pas vanaf de kabinetsformatie-1959 bij het KMP opgelegd. Opvallend is dat Beel zijn (in)formateursbescheiden alsook zijn adviezen als vice-president van de Raad van State over het tijdvak 1946-1977 daar deponeerde vanwaar hij ook de (in)formatie-opdrachten resp. adviesverzoeken had gekregen: bij het Kabinet der Koningin - dat de bescheiden in 1992 naar het Algemeen Rijksarchief overbracht.

Partiële overdrachten en overbrengingen

Waarschijnlijk is het bureau-archief van dr. H. Brugmans als 'Regeringscommissaris bij de RVD naderhand secretaris van minister-president Schermerhorn' in 1955 meegekomen toen het ministerie van AZ het archief van de Regeringsdienst 'Oog en Oor' overdroeg aan het Algemeen Rijksarchief. Bij proces-verbaal van 18/19 oktober 1961 werd het zgn. 'Londens archief' (1940-1945) overgebracht naar het Algemeen Rijksarchief. Daaronder is te verstaan het in de jaren 1946-1947 in het UDC-systeem ingewerkte 'gewoon' archief van AOK, dat dus nu weer 'uit'gewerkt moest worden: het '"uithalen" van de Londense dossiers'. Volgens eenzelfde procédé volgden in 1963 de stukken betreffende oorlogsinstellingen en hun afwikkeling. Voor vernietiging droeg het ministerie gelijktijdig voor dertig dossiers betreffende 'politieke gedragingen van vooraanstaande Nederlanders gedurende de Tweede Wereldoorlog. Het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie heeft destijds inzage gehad van deze dossiers en ze in zijn verslagen verwerkt', maar de Algemene Rijksarchivaris wist deze te redden door overname onder beperkende voorwaarden aan te bieden. Een aanvullende overdracht betrof bescheiden betrekking hebbend op de United Nations War Crimes Commission. In 1968 volgden 120 dozen bescheiden betrekking hebbend op voormalig Nederlands-Indië en Indonesië tot en met het jaar 1958, zulks naar aanleiding van de opwinding over de excessen die het volgend jaar tot de Excessennota zouden leiden, alsmede het archief van de Stichting Wereldtentoonstelling Brussel.

Het archiefblok bevat archiefstukken onder verschillende rechtstitels verworven.

De verwerving van het archief

Het archiefblok bevat archiefstukken onder verschillende rechtstitels verworven.

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Comments by visitors

Post new comment
Fields marked with an asterisk sign (*) are obligatory fields
The content of this field is kept private and will not be shown publicly.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.
  • Allowed HTML tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Converts capital HTML tags to lower case HTML tags e.g. <A> to <a>.
gahetNA is a website of the Society for the Nationaal Archief in cooperation with the Nationaal Archief and Spaarnestad Photo.
Advanced
Search in collections
Search in: