gahetNA in the National Archives

Raad der Koloniën

1.05.02
C.H. van Marle
Nationaal Archief, Den Haag
1973
cc0
This finding aid is written in Dutch.

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

1.05.02
Author: C.H. van Marle
Nationaal Archief, Den Haag
1973
CC0

Periode:

1773-1796
merendeel 1791-1795

Omvang:

13,30 meter; 183 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven en gedrukte teksten. De Nederlandstalige stukken van vóór ca. 1700 zijn geschreven in het gotische cursiefschrift, met name in de oud-Hollandse klerkencursief.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Bij het einde van de West-Indische Compagnie in 1791 werden de schulden en bezittingen overgenomen door de staat. De Directie Ad-Interim nam het bestuur waar. Daarna werd de Raad der Koloniën ingesteld als bewindvoerder over de zaken van de WIC tot 1795. Het archief bevat vooral resoluties en correspondentie met de Staten-Generaal, de diverse departementen in Nederland (de voormalige Kamers) en de koloniën in de West. Tevens zijn er stukken omtrent de financiële administratie, maar bijvoorbeeld ook ladingmanifesten, wissels en enige soldijboeken.
Er zijn diverse eigentijdse toegangen in de vorm van indices en registers.

Archiefvormers:

  • Directie ad interim voor de Westindische Koloniën
  • Raad der Koloniën in West-Indië
  • Raad der Koloniën in West-Indië, Departement Amsterdam
  • Raad der Koloniën in West-Indië, Departement Noorderkwartier
  • Raad der Koloniën in West-Indië, Departement op de Maze
  • Raad der Koloniën in West-Indië, Departement Stad en Lande
  • Raad der Koloniën in West-Indië, Departement Zeeland

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

A. Korte voorgeschiedenis van de Directie interim en de Raad der Koloniën

Tegen het einde van de 18e eeuw is de toestand van de West-Indisch Compagnie in alle opzichten chaotisch. De bestuurders in de koloniën weten door de zeer onregelmatige verbindingen nauwelijks, waaraan zij zich te houden hebben en proberen zich met "provisionele" maatregelen staande te houden in een ontredderd gebied met een langzamerhand deels roerige, deels apathische bevolking.

Door de vierde Engelse zeeoorlog, waarin de kolonie St. Eustatius, St. Maarten en Saba drie maal van eigenaar veranderde, is de handel langzamerhand beperkt tot de meest noodzakelijke levensbehoefte. De slavenhandel bloeit niet meer, omdat de nauwste afnemers van slaven, de eigenaars van plantages, zelf in moeilijke omstandigheden verkeren. De zeer winstgevende smokkelhandel, die de aanleiding tot de vierde Engelse zeeoorlog vormde, levert door de veranderde verhoudingen in het gebied en door de strenge maatregelen ook bijna niets meer op.

De "Heeren X" zien de toestand somber in. Bij het sluiten van de rekening op 31 december 1790 verwacht alleen de kamer Amsterdam al een tekort van f. 50.000,- en op de begroting voor het jaar 1791 een tekort van ruim een miljoen. (

W.I.C. 22, p. 152, 153

)

Daar ook het einde van het octrooi van de West-Indische Compagnie nadert en verlenging in deze toestand zinloos is, vragen de "Heeren X" steun aan de generaliteit en de Staten van Holland. (

W.I.C. 22, P. 165

) Op aandringen van de Raadpensionaris Van der Spiegel wordt de West-Indische Compagnie ontbonden en haar schulden en bezittingen worden overgenomen door de Staat.

De Staten Generaal belasten haar college van "gedeputeerden tot de West-Indische Zaken" (ingesteld o.a. 1747) als Directie ad interim met het beheer van de koloniën, (

Staten Generaal, 13 sept. 1791

) totdat de bevoegdheden van het definitieve bestuur, de Raad der Coloniën, zijn vastgesteld en de Raad zijn werkzaamheden kan beginnen. De "Heeren X" mogen voorlopig als dank voor de goede diensten, hun werkzaamheden voortzetten onder toezicht van de Directie ad interim. (

R.d.C. 5, p. 13

)
Ook benoemt de Directie ad interim de oudste advokaat van de W.I.C. tot secretaris van de Directie ad interim, de oudste boekhouder tot ontvanger, en de tweede boekhouder tot boekhoudergeneraal en klerk. (

R.d.C. 5, p. 19

)
Zij krijgen de verzekering dat zij hun functies onder het definitieve bestuur zullen houden.

In de vergadering van 30 december 1791 worden de laatste problemen voor de overdracht opgelost. De boeken zullen worden afgesloten op 31 december 1791, de pakhuizen en kantoren zullen worden geïnventariseerd en daarna overgedragen en de aandelen mogen tegen 30% ingeruild worden. (

R.d.C. 5, p. 8-12

)

Op 3 mei 1792 is de overdracht een feit. Men gaat zich nu beraden over de vorm en de bevoegdheden van het definitieve bestuur. De rechten en plichten van het nieuwe orgaan worden vastgelegd in het "Reglement van de Raad der Coloniën". (

R.d.C. 25, zie ook R.d.C. 5, p. 343 e.v.

)

Het duurt enige tijd voor alle leden van de Raad benoemd zijn, en de Raad kan tenslotte op 13 november 1792 haar werkzaamheden beginnen. (

Staten Generaal 13 nov. 1791

)

B. De organisatie van de Raad der Coloniën

De Raad, zitting houdend in Den Haag, bestaat uit elf personen nl. vier uit Holland, twee uit Zeeland, en één uit Gelderland, Friesland, Overijssel en Groningen. De leden worden benoemd door de respectieve provincies en ook de zittingstijd wordt door de provincies bepaald; er mogen echter niet meer dan drie leden van de Raad per jaar vervangen worden. (

R.d.C. 25

)

De Prins en erfstadhouder heeft als "gouverneur-generaal der Coloniën" te allen tijde toegang tot de vergadering, bekleedt, indien hij dit wenst, het voorzitterschap en heeft de beslissende stem. De Raad moet uit naam van de Staten Generaal alle West-Indische zaken behartigen "egter zoodanig dat het Opperbestuur altoos blijve in de boezem van haar Hoog Mogende". (

R.d.C. 25

)

De correspondentie die tot de officiële instelling van de Raad binnen kwam bij de Staten Generaal en na bespreking behandeld werd door de Directie ad interim komt voortaan binnen bij de Raad zelf. Ook mag de Raad zelf orders uitvaardigen en benoemingen regelen.

De Raad heeft voor de administratie een aantal ambtenaren in dienst: een secretaris, een ontvanger, een boekhouder-generaal tevens eerst klerk, en zes klerken "kunnende een derzelver als kamerbewaarder fungeeren" (

R.d.C. 25

) en een bode.

Om de afwikkeling van handelszaken niet al te zeer te vertragen en de oude handelsconnecties niet te verliezen, worden in de steden waar kamers van de West- Indische Compagnie gevestigd waren, "departementen" opgericht, "ondergeschikt aan het generaal bestuur, onder den titel commissarissen van de West-Indischen Handel". (

R.d.C. 25

) Er worden dus opgericht de departementen Amsterdam, Zeeland (Middelburg, met bijkantoren in Vlissingen, Veere en Zierikzee), op de Maze (Delft en Rotterdam), Noorderkwartier (Hoorn en Enkhuizen), en Stad en lande (Groningen). Het maximum aantal commissarissen, en de ambtenaren in dienst van de departementen en hun tractementen worden ook vastgelegd in het "Reglement van de Raad der Coloniën".

De koloniën onder het gezag van de Raad zijn:

  1. Essequebo en Demerary. Sinds 1787 één kolonie. In Demerary zetelt de gouverneur-generaal; Essequebo is onderhorig aan Demerary en heeft een commandeur aan het hoofd; het handelt een deel van de zaken zelf af; de meeste zaken worden echter afgehandeld en overgestuurd vanuit Demerary. Tussen 1790 en 1795 wordt geprobeerd door gronduitgifte de kolonie weer een impuls te geven.
  2. Curaçao, Bonaire en Aruba. Op Caraçao zetelt de directeur-generaal. Bonaire en Aruba zijn volledig onderhorig aan Curaçao. Curaçao wordt tussen 1790 en 1795 verscheurd door twisten en is daardoor vrijwel onbestuurbaar. Van Aruba en Bonaire is bijna niets bekend.
  3. St. Eustatius, St. Maarten en Saba. Op St. Eustatius zetelt de gouverneur-generaal; op het onderhorige St. Maarten een commandeur, die een deel van de zaken met zijn Raden afhandelt. St. Eustatius is, ondanks de tegenslag in de smokkelhandel, toch nog een levendige doorvoerhaven, voor producten van en voor Amerika. St. Maarten, half Frans, half Nederlands is, buiten het gebruikelijke geharrewar met de Fransen, vrij rustig. Saba is volledig onderhorig aan St. Eustatius, en is in de jaren 1790-1795 uitermate rustig.
  4. "De kust van Guinee", bestaat uit een hoofdfort te St. George d'Elmina met een aantal buitenforten en het omringende land. De kolonie maakt tussen 1790 en 1795 een rustige, verwaarloosde indruk. Het bestuur in de koloniën wordt niet veranderd, er waren wel vage plannen voor hervormingen, maar door de korte bestaansperiode van de Raad zijn deze nooit geconcretiseerd en uitgevoerd.
C. De opheffing van de Raad der Koloniën

Naast de Raad der Coloniën werken in het Caribische zeegebied ook de Sociëteit van Suriname en de Directie van Berbice. Omdat de samenwerking tussen deze drie organen niet bevredigend is, besluiten de Staten Generaal dat "er een generale directie zal moeten worden geformeerd, welke gaan zal over alle de voorzeide Coloniën, geene uytgesondert, waar daar dezelver belangen kunnen worden verenigd en gelijkelijk erkend en behartigd - daar dezelve nu in tegendeel onder bijkans zooveele Directiën staan als er onderscheidene coloniën gevonden worden". (

Staten Generaal, 9 okt. 1795

)

Per 1 november 1795 zullen de Raad der Coloniën, de Sociëteit van Suriname en de Directie van Berbice opgeheven zijn, en alle West-Indische koloniën zullen onder gezag staan van "het Committé tot de zaaken van de coloniën en de bezittingen op de kust van Guinee en America". (

Staten Generaal, 9 okt. 1795

)

 

De achtereenvolgende besturen van de West-Indische koloniën
Oude West-Indische Compagnie; "Heeren XIX" Opgericht op: 3 juni 1621. (O.W.I.C. 13+) Opgeheven op: 20 sept. 1674.
2e West-Indische Compagnie; "Heeren X". Opgericht 20 sept. 1674. (W.I.C. 1323)Opgeheven op: 31 dec. 1791. (Staten Generaal, 13 sept. 1791)
Directie van Berbice Opgericht op: 4 okt. 1720Opgeheven op: 30 okt. 1795. (Staten Generaal, 9 okt. 1795)
Sociëteit van Suriname Opgericht op: 21 mei 1683 Opgeheven op: 30 okt. 1795 (Staten Generaal, 9 okt. 1795)
Directie ad interim Ingesteld op: 30 dec. 1791 Opgeheven op: 13 nov. 1792. (Staten Generaal, 13 nov. 1792)
Raad der Coloniën Ingesteld op: 13 nov. 1792 (Staten Generaal 13 nov. 1792) Opgeheven op : 30 okt. 1795 (Staten Generaal 9 okt. 1795)
West-Indisch ComitéIngesteld op: 1 nov. 1795. (Staten Generaal 9 okt. 1795) Opgeheven op: 2 jan. 1801

In het West-Indisch Comité zijn de Raad der Coloniën, de Sociëteit van Suriname en de Directie van Berbice samengebracht.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Comments by visitors

Post new comment
Fields marked with an asterisk sign (*) are obligatory fields
The content of this field is kept private and will not be shown publicly.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.
  • Allowed HTML tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Converts capital HTML tags to lower case HTML tags e.g. <A> to <a>.
gahetNA is a website of the Society for the Nationaal Archief in cooperation with the Nationaal Archief and Spaarnestad Photo.
Advanced
Search in collections
Search in: