Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Gebruik

Welke informatie vind ik in deze index?

In de Surinaamse slavenregisters waren slaafgemaakte mensen ingeschreven op de pagina, het ‘folio’, van hun eigenaar. Dit kon een plantage zijn of een particuliere eigenaar. De slavenregisters beginnen in 1830 en lopen door tot de afschaffing van de slavernij in Suriname op 1 juli 1863.

In de vindt u de naam van een persoon, geslacht, leeftijd of geboortejaar, moedersnaam (voornamelijk in registers vanaf 1848), de eigenaar en een link naar de scan van het folio. Daarnaast vindt u de datum waarop een ‘mutatie’ werd genoteerd, het soort mutatie (geboorte, overlijden, inschrijving, uitschrijving en registratie) en soms aanvullende informatie.

Als iemand werd geboren, overleed, werd verkocht of vrijgelaten, dan werd dat als mutatie genoteerd. De mutatiedatum is de registratiedatum en niet de datum van de gebeurtenis. Vooral geboorten en overlijden werd vaak pas weken of maanden later ingeschreven. Als er als mutatie ‘registratie’ staat, dan betekent dit dat de persoon is overgeschreven bij een vernieuwing van de slavenregisters. Er zijn vier series registers: 1830-1838, 1838-1848, 1848-1851 en 1851-1863. Als iemand alleen een ‘registratie’ heeft, dan is deze persoon de hele periode van een serie bij dezelfde eigenaar gebleven.

Pagina uit een slavenregister

Hoe kan ik zoeken in deze index?

U kunt in de index zoeken door de naam van de slaafgemaakte persoon in te voeren. Omdat mensen in slavernij geen achternaam hadden, is zoeken het meest effectief als u de naam invoert samen de naam van de eigenaar of de naam van de moeder.

Mensen in slavernij hadden alleen een voornaam en geen achternaam. Pas als mensen vrij werden kregen ze een achternaam en vaak andere voornamen. Van mensen die vóór 1 juli 1863 vrij kwamen staat de achternaam vermeld in de slavenregisters (u vindt dit gegeven onder aanvullende informatie).

Van de mensen die per 1 juli 1863 vrij werden staat de achternaam niet in de slavenregisters. Zoekt u een voorouder die in 1863 vrij werd, dan helpt het om eerst de voorouder op te zoeken in de index Suriname: Vrijverklaarde slaven (Emancipatie 1863) die is samengesteld door O. ten Hove en H. Helstone. Daarin staat ook de plantage of eigenaar vermeld en de ‘slavennaam’. Met deze naam en de eigenaar kunt dan verder zoeken naar uw voorouder in de index Surinaamse slavenregisters.

Bij het zoeken op namen kunt u gebruik maken van 'wildcards': met een ? vervangt u één willekeurige letter, met een * geen tot meerdere willekeurige letters. Voor de zekerheid kunt u spellingsvarianten proberen. Let er op dat er soms een nummer of kenmerk aan de naam werd toegevoegd om meerdere mensen met dezelfde naam uit elkaar te houden. Met (…) is aangegeven dat informatie niet leesbaar is. Namen met een ij of een y zijn als ‘ij’ geschreven.

Waarom heb ik de juiste persoon niet gevonden?

In deze index zijn alleen mensen opgenomen die nu nog in de slavenregisters te vinden zijn. Naar schatting is ruim een kwart van de slavenregisters in het verleden verloren gegaan, voornamelijk van de oudere series. Het kan dus zijn dat informatie over een persoon voor bepaalde series ontbreekt. Daarnaast werden ‘landsslaven’, mensen die rechtstreeks eigendom waren van de overheid, pas vanaf 1851 ingeschreven in de slavenregisters. Ze staan vermeld onder ‘Genie Departement’ en ‘Boniface ’s lands grond’. Eind 1859 worden alle ‘landsslaven’ samengevoegd op een nieuw folio, maar dit folio is helaas niet bewaard gebleven.

In deze versie van de index Surinaamse slavenregisters zijn alleen de registers opgenomen uit de periode 1851-1864, omdat die voor voorouderonderzoek het meest belangrijk zijn. Geleidelijk zullen ook de oudere series 1848-1851, 1838-1848 en 1830-1838 worden toegevoegd.

Het kan zijn dat in de index nog verkeerde transcripties staan. Mocht u vergissingen of incomplete informatie tegenkomen, dan zou u ons erg helpen door deze te melden. Dat kan via het opmerkingenscherm bij het record.

Ongebruikelijke woorden en afkortingen

De slavenregisters werden bijgehouden door ambtenaren die vaak ambtelijk jargon en afkortingen gebruiken. Ook is de taal sinds de 19e eeuw veranderd, zodat er soms woorden gebruikt zijn die wij niet meer kennen. Hieronder staat een lijst met veel voorkomende voorbeelden.

a.h. ad hoc
Augs. Augustus
Batavia Leprakolonie (mensen die besmet waren gingen daar naar toe)
Besmet mensen waren ‘besmet’ als ze de ziekte lepra of elefantiasis hadden.
bl. boedel (nalatenschap, bezit)
Comm: Commissariaat
c.s./cs. cum suis (en de zijne)
dd. de dato, van de datum
Decemr. december
di. dito, hetzelfde
d.j. dit jaar
etc. et cetera
Executeren uitvoeren van een besluit of vonnis (het verwijst niet naar de doodstraf)
Febij. februarij
Fo. Folio
Geb. geboren
Gemanum: Gemannumitteerd (vrij geworden)
Genl. Generaal (algemeen)
Geobmitteerd afwezig zijn, overgeslagen worden
Geregd/Gergd: Geregistreerd
G.G. Gouverneur-Generaal (de hoogste bestuurder van Suriname en de Antillen)
Gouv. Gouvernement (koloniale overheid)
Gouv. Res. Gouvernementsresolutie. Besluit van de koloniale overheid, nodig als van de regels werd afgeweken, bv. bij een vrijlating of als iemand vanaf een plantage werd verkocht.
id. idem, hetzelfde
Inl. inlandsche
Janij. Januarij
jr. junior
Kol: Ontv: Koloniale Ontvanger (financieel ambtenaar)
ll. laatst leden
Manumissie Iemand vrijmaken uit slavernij
md./mindj: minderjarige
nn. nomen nescio, (naam onbekend)
No. numero
n.o. naam onbekend
nom. ux./n.ux nomen uxoris (een man die zaken regelde uit naam van zijn echtgenote)
Novemr. November
Octbr. October
Pé. Privé (persoon is privé bezit van de eigenaar)
pl./plante. plantage
privé en N.ux. Persoon is bezit van een mannelijke eigenaar en diens vrouw samen.
qq. qualitate qua (in hoedanigheid van/namens)
R. Registratie

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in