Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Achtergrond

In de index Suriname: Slavenregisters zijn gegevens opgenomen uit de slavenregisters van Suriname. De originele boeken bevinden zich in het Nationaal Archief Suriname in Paramaribo (NAS Toegang 16, Inventarisnummers 1-43).

Welke informatie vind ik in de velden van de index slavenregisters ?

Naam

In dit veld vindt u de naam. Dit is altijd de voornaam want mensen in slavernij mochten geen achternaam hebben. Soms waren mensen onder een andere naam bekend dat hun formele naam. In dat geval werd deze naam er extra bijgeschreven, tussen haakjes of als alternatief (‘ Klaas of Nicolaas’). Bij de naam staan soms toevoegingen om mensen met dezelfde naam uit elkaar te houden. Vaak is dit een nummer (‘Anthonie 2’) of een eigenschap (‘Groot Kees’). Een enkele keer staat er een afkorting achter de naam. Soms is dat de afkorting van een plantage waar iemand eerder toe behoord heeft en soms is het niet duidelijk wat deze afkorting betekent.

Extra informatie bij naam

In dit veld vindt u extra informatie die achter de naam staat genoteerd in de slavenregisters. Dit kan een vermelding zijn of de persoon deel is van een tweeling of drieling. Het kan ook aanvullende informatie zijn over de eigenaar. Als er ‘privé’ staat dan betekent dit dat iemand eigendom was van een privépersoon. Staat er ‘nomen uxorum’ dan betekent dit dat de persoon ingeschreven staat onder de naam van een man, maar in werkelijkheid bezit is van diens vrouw.

Geslacht

In dit veld staat vermeld of iemand mannelijk of vrouwelijk was.

Geboortedatum

In de slavenregisters series 3 en 4 staat hier het geboortejaar vermeld. Bij kinderen die geboren zijn vanaf 1851 wordt vaak de geboortedatum vermeld.

Leeftijd

Heeft dezelfde functie als geboortejaar in de slavenregisters series 1 en 2. In deze series werd de leeftijd vermeld die mensen hadden op het moment van inschrijving.

Moeder

Dit is de naam van de moeder van de persoon. De informatie vermeld onder ‘Naam’ geldt hier ook. Soms staat er achter de naam dat moeder overleden is, soms staat er geen naam, maar alleen de vermelding ‘overleden’. Met name bij oudere mensen staat bij moeder vaak ‘onbekend’.

Eigenaar

Er zijn twee groepen eigenaren in de slavenregisters: plantages en particuliere eigenaren. De naam van de eigenaar staat op de folio helemaal bovenaan de pagina over de volle breedte van de folio.
Bij plantages wordt de naam van de plantage vermeld, gevolgd door de divisie of het district waarin de plantage is gelegen en daarna de vermelding plantage. Plantage Accaribo in de divisie Para wordt daarom geschreven als: ‘Accaribo Divisie Para Plantage’ Soms wordt het woord ‘plantage’ vervangen door een meer specifieke aanduiding, zoals ‘houtgrond’ (een bosbouwplantage).
Bij particuliere eigenaren wordt altijd begonnen met de achternaam van de belangrijkste eigenaar, gevolgd door aanvullende informatie en eindigend met de voornamen of voorletters van de belangrijkste eigenaar. Het folio waarop bijvoorbeeld de slaafgemaakte mensen staan van Isaac Jacob Bueno de Mesquita en zijn vrouw heet: ‘Mesquita privé en nom.ux., Isaac Jacob Bueno de’.

Mutatiedatum

De belangrijkste datum in de slavenregisters is de mutatiedatum. Dat is de datum waarop een inschrijving of uitschrijving geregistreerd werd in het register. Ieder slaafgemaakt persoon is in de database minstens twee keer te vinden: één keer wanneer hij of zij ingeschreven wordt op een folio en één keer wanneer hij of zij uitgeschreven wordt van dat folio.

De mutatiedatum is niet hetzelfde als een geboorte- of sterfdatum: vooral bij plantages kon er soms maanden zitten tussen de datum van de gebeurtenis en de mutatiedatum. Tot ongeveer 1850 wordt alleen de mutatiedatum vermeld, daarna ook de geboortedatum of sterfdatum.
In sommige gevallen kregen mensen geen mutatiedatum. Bij de introductie van een nieuwe serie slavenregisters werden mensen van het folio van hun eigenaar in het oude register overgeschreven in het nieuwe register. Die inschrijving werd niet apart gemeld. Ook bij de emancipatie op 1 juli 1863 werd niet vermeld dat mensen werden uitgeschreven. Iemand die van 1851 (introductie vierde serie slavenregisters) tot 1863 bij dezelfde eigenaar is gebleven heeft dus geen mutatievermelding. We hebben dit opgelost door de mensen die vanaf 1851 ingeschreven stonden als mutatiedatum ‘1851’ te geven en mensen die in 1863 nog in de boeken stonden de mutatiedatum ‘1 juli 1863’.
Een bijzondere groep mensen die geen mutatiedatum kregen waren mensen die in- of uitgeschreven werden op basis van een gouvernementsresolutie. In dat geval kunt u de datum van de gouvernementsresolutie als de mutatiedatum beschouwen. Als er sprake is van een gouvernementsresolutie, kunt u die vinden in het veld Aanvullende informatie.

Soort mutatie

Er zijn twee soorten mutaties: ‘inschrijving’ en ‘uitschrijving’. De slavenregisters zijn georganiseerd als een ‘boekhouding’ van mensen per eigenaar. Alles waardoor iemand op het folio komt van een eigenaar is een inschrijving (geboorte, aankoop, overschrijving uit vorige serie slavenregisters), alles waardoor iemand van de lijst wordt gehaald is een uitschrijving (overlijden, verkoop, vrijlating). Vooral bij verkoop geldt dat uitschrijving op het folio van de ene eigenaar ook betekent dat de persoon bij een andere eigenaar wordt ingeschreven. Mensen die meerdere keren worden verkocht hebben dus meerdere in- en uitschrijvingen.

Aanvullende informatie

Hier staat extra informatie die de ambtenaar heeft opgeschreven. Dit kan de geboorte- of overlijdensdatum zijn of de naam van de vorige of volgende eigenaar. Ook staat hier informatie over gouvernementsresoluties, bv. in het geval van manumissie (vrijlating). Als er aanvullende informatie in de nadere toegang staat, maar op de scan staat niets achter de naam, dan betekent dit dat er op een eerdere pagina een mededeling is gedaan die voor een hele groep mensen geldt. Dit komt vooral voor als een groep mensen van de ene plantage naar een andere werden overgeplaatst.

Slavenregister

Het boek van de slavenregisters waarin de vermelding geregistreerd staat. Het nummer is het inventarisnummer van het originele boek in het Nationaal Archief Suriname (NAS).

Folio

Het folionummer waarop de vermelding geregistreerd staat. Het folionummer staat bij de slavenregisters van de series 3 en 4 links en rechts bovenaan de pagina. Bij de series 1 en 2 rechtsboven op de voorpagina. In series 1, 2 en 3 zijn alle folio’s doorlopend genummerd. In serie 4 zijn er aparte nummerreeksen voor plantages en particulieren. Vooral in serie 4 wordt bij overschrijven bijna altijd ook het folionummer van de nieuwe eigenaar vermeld.

Anno

Bij de slavenregisters van de series 1 en 2 staat boven de naam van de eigenaar ‘Anno’ en een jaartal. Dat is het jaar waarin dit folio is begonnen. Dit was nodig omdat in deze series van de vermelde personen de leeftijd bij inschrijving werd vermeld. Met behulp van het jaartal bij ‘Anno’ kon in latere jaren de leeftijd worden uitgerekend.


Serie register

In totaal zijn er vier series slavenregisters bewaard gebleven: de eerste serie die in gebruik was van 1830 tot 1838, serie 2 van 1838 tot 1848, serie 3 van 1848 tot 1851 en serie 4 van 1851 tot 1863. Telkens als een nieuwe serie werd begonnen dan werd de nog relevante informatie overgeschreven in het nieuwe register.

Type register

Plantage of Particulieren. Elke serie slavenregisters was verdeeld in aparte boeken voor plantages en boeken voor particuliere eigenaren.

Afbeelding

Hier kunt u een link aanklikken naar de scan van de originele pagina in het slavenregister.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in