gahetNA in het Nationaal Archief

Veelgestelde vragen

Waarom zijn de Japanse teksten vertaald naar het Engels?

De Japanse teksten zijn door een team Japanse onderzoekers, verenigd in het POW Research Network Japan, vertaald naar het Engels. De Engelse teksten kunnen door een grotere groep gelezen worden. Naast in Nederland hebben de leden van de Indische gemeenschap zich over de hele wereld verspreid (Verenigde Staten, Australië, Canada, en andere landen) en voor hen is deze informatie op deze manier ook beschikbaar.

Mijn grootvader heeft als krijgsgevangene geïnterneerd gezeten maar toch vind ik zijn naam niet in de index?

Vanwege de bescherming van privacy worden in de index alleen de gegevens getoond van personen die langer dan 100 jaar geleden geboren zijn, en de gegevens van personen die in krijgsgevangenschap zijn overleden. De index bevat ruim 26.000 namen, terwijl de collectie 47.000 namen bevat. Daarnaast zou uw grootvader als burger geïnterneerd kunnen zijn. De collectie interneringskaarten van burgers in bezet Nederlands-Indië berust niet bij het Nationaal Archief. Een deel van deze kaarten (alleen de regio Bandoeng/Tjimahi) ligt in het archief van het Nederlandse Rode Kruis. De interneringskaarten van burgers die buiten de regio Bandoeng/Tjimahi geïnterneerd waren, moeten als verloren beschouwd worden.

Waarom wordt de kaart niet getoond, terwijl de persoon in kwestie inmiddels is overleden?

Indien de persoon tijdens de krijgsgevangenschap is overleden is dit aantoonbaar door de informatie op de interneringskaart. Voor de personen die na de bevrijding zijn overleden is de informatie hieromtrent niet bekend bij ons. Aangezien het haast ondoenlijk is om voor 21.000 personen na te gaan of deze personen zijn overleden of niet, is gekozen voor de grens van 100 jaar. U kunt echter in het bezit komen van een scan van de kaart van een inmiddels overledene. Geeft u via info@nationaalarchief.nl de volledige naam en geboortedatum aan ons door, en stuurt u als bijlage een bewijs van overlijden mee (overlijdensbericht, rouwadvertentie).

Waarom zijn niet alle kaarten vertaald?

Alle interneringskaarten uit de collectie van het Nationaal Archief zijn gedigitaliseerd maar alleen de interneringskaarten van de personen die in krijgsgevangenschap zijn overleden zijn vertaald. Het Nationaal Archief heeft alleen subsidie ontvangen voor dit deel van de kaarten. Deze kaarten bevatten doorgaans veel meer informatie dan de kaarten van personen die de oorlog hebben overleefd.

Waar kan ik meer informatie vinden over deze krijgsgevangenen?

In de militaire stamboeken van legereenheid (KNIL of Marine) kunt u aanvullende informatie aantreffen van desbetreffende militair. Aangezien niet alle krijgsgevangenen beroepsmilitairen waren ontbreken van veel reservisten de stamboekregistraties. Daarnaast berusten er nog militaire stamboeken in Bandoeng, dit betreft met name de stamboeken van de (niet aan Europeanen gelijkgestelde) KNIL-militairen. De stamboeken voor Europese soldaten van het KNIL berusten bij het Nationaal Archief. Met de onderzoeksgids Op zoek naar onderofficieren en militairen bij het KNIL kunt u uw onderzoek starten naar deze stamboeken. Voor Marinepersoneel kunt u beginnen met de collectie Stamboeken Marine, 2.12.14.

Bij wie kan ik een Japanse interneringskaart laten vertalen?

U kunt een scan van de kaart bestellen en deze vervolgens laten vertalen. Het Nationaal Archief heeft gebruik gemaakt van de expertise van een groep Japanse onderzoekers, verenigd in het POW Research Network Japan. U kunt uw verzoek tot vertaling bij hen neerleggen maar u kunt zich ook wenden tot het Nederlands Genootschap van Tolken en Vertalers of andere vertalers.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in