Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Voorbeeld 2: Twee kinderbrieven uit mei 1672

We[e]st [ge]groet mijn lijeve vader'

Vindplaats: HCA 30/652-2       

Behalve zakelijke post, scheepsjournalen en brieven van volwassenen bevindt zich in de dozen gekaapte Nederlandse post in The National Archives in Kew ook een aantal brieven van kinderen. Twee daarvan zijn geschreven door Annetje Jochems. Ze vraagt haar vader Jochem Janssen iets mee te nemen van zijn tocht, houdt hem op de hoogte van het weer thuis en wenst hem een goede reis. In dezelfde doos zijn twee brieven gevonden van Annetjes moeder, Jannetje Jans, die aan haar man schrijft dat zij en hun dochter het redelijk goed maken. Deze brieven zijn beide gedateerd in mei 1672. Jannetje vertelt dat hun dochter al in de krant kan lezen, maar dat het schrijven nog niet zo wil lukken.

Annetje schrijft haar brieven volgens een vaste formule. Ze begint met een aanhef waarin ze haar vader groet, vervolgens komt er een persoonlijk bericht en als laatste sluit ze af met goede wensen. In brief A vraagt ze of haar vader voor haar een “gouden hemel” wil meenemen, om hem vervolgens een goede reis te wensen. In brief B vertelt Annetje iets meer over de situatie thuis: het weer is slecht en het is erg koud geweest. Ze hoopt dat God het thuisfront en haar vader zal beschermen tegen de kou en tegen het kwaad. Daarna wenst ze hem een behouden reis en een goede nacht.

Op het eerste gezicht zijn de hanenpootjes van Annetje Jochems aan haar vader bijna onleesbaar. Met scherpe halen staan de woorden op papier. Maar voor wie goed kijkt komen uit de kluwen letters persoonlijke berichten naar voren, in woorden die bijna vier eeuwen verborgen zijn geweest. Uiterlijk zijn de twee briefjes vergelijkbaar. Het zijn beide slordig afgesneden of afgescheurde rechthoeken papier, waarop met zwarte inkt korte berichten zijn geschreven. Beide brieven zijn ondertekend door Annetje Jochems. Toch is het handschrift verschillend. Brief A is een wat onbeholpen hand, terwijl brief B duidelijker sporen vertoont van een schrijfvoorbeeld en een zekere stilering van het handschrift laat zien.

Ervan uitgaande dat de twee briefjes door dezelfde persoon zijn geschreven, is een duidelijke ontwikkeling in het handschrift te herkennen. Het lijkt er dus op dat Annetje Jochems twee briefjes heeft geschreven in twee verschillende stadia van het leren (schoon)schrijven. Ze geven een korte maar aandoenlijke blik op een dochter die haar vader moet missen, in een periode waarin ze hard werkt om zich het schrijven eigen te maken.

Bekijk de kinderbrieven.
Lees de transcriptie van de kinderbrieven.

Toelichting en transcriptie: Maria Patijn
Bron (voor complete toelichting): Sailing Letters Journaal 1

Sailing Letters

 

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in