gahetNA in the National Archives

Gevangen in het Oranjehotel

Geschiedenis van de archiefvormer: 

De bewoners van het Oranjehotel

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben 26.000 à 30.000 mannen en vrouwen gevangen gezeten in het Oranjehotel. Een groot aantal van hen was verzetsstrijder. Er zaten ook wel 'gewone' misdadigers en joden in het Oranjehotel, en andersom zat er in de Untersuchungs- und Strafgefängnis ook wel eens een politieke gevangene. Het aantal gevangenen dat gelijktijdig in de cellenbarakken zat nam in de loop van de oorlog toe, tot 2000 in februari 1944. Dat betekende dat de gevangenen soms met vier of vijf in een cel zaten. De periode dat iemand gevangen zat in het Oranjehotel wisselde sterk. Sommigen zaten er een paar dagen, anderen meer dan een jaar.

Wie waren de arrestanten?

De gevangenen van het Oranjehotel kwamen uit alle lagen van de bevolking en hadden alle denkbare achtergronden. Er zaten studenten tussen, ambtenaren, verpleegkundigen, schilders, winkeliers, artsen, hoogleraren, schoolmeesters, metselaars, fabrikanten, boeren, beeldend kunstenaars en garagehouders. De jongste gevangene was drie jaar oud; samen met zijn zusje van vier zat hij als gijzelaar in het Oranjehotel. De Duitsers waren op zoek naar hun vader, een hoogleraar aan de universiteit van Amsterdam, die in het geheim college gaf aan groepjes studenten. Vader en kinderen hebben de oorlog overleefd.
De Sicherheitsdienst arresteerde deze mensen om uiteenlopende redenen. Bezit van een radiotoestel of een zender, spionage en sabotage, huisvesting van en hulp aan joden of geallieerde piloten, medewerking aan de illegale pers en verspreiding van illegale krantjes, vervalsing van identiteitspapieren, aanzetten tot staken, wapenbezit en wapensmokkel, lidmaatschap van een illegale organisatie, mishandeling van Duitse soldaten of NSB'ers en belediging van de Führer: voor de SD waren het allemaal redenen om iemand op te pakken.
De meeste gevangenen werden door een overvalwagen bij de gevangenis afgeleverd. Na aankomst werden de gevangenen ingeschreven in het gevangenisregister. De vrouwen gingen naar de vrouwenafdeling, een gedeelte van de cellenbarak dat door middel van een houten hek van de rest was gescheiden. De gevangenen werden grondig gefouilleerd en moesten vrijwel al hun persoonlijke bezittingen afgeven.

Spion en schaftluik    
(Klik op foto voor vergroting)
Bronvermelding:
Archief Stichting Oranjehotel 
Celdeur in het Oranjehotel. De bewaker kon door de spion naar binnen kijken en zien wat de gevangenen deden. Het eten werd via het schaftluik naar binnen geschoven.

Klaptafeltje en lamp
(Klik op foto voor vergroting)
Bronvermelding:
Archief Stichting Oranjehotel 
Interieur van een cel in het Oranjehotel. Klaptafeltje en elektrische lamp.

Interieur cel
(Klik op foto voor vergroting)
Bronvermelding:
Archief Stichting Oranjehotel 
Interieur van een cel in het Oranjehotel. Links op de muur zijn inscripties van gevangenen.

Een dag in het Oranjehotel

Er was een strakke dagindeling in het Oranjehotel, die draaide om de maaltijden. Om 6.30 uur werden de gevangenen gewekt. Ze moesten zich wassen en hun bed opmaken. Dan ontbeten ze met brood dat de vorige dag was uitgedeeld en dronken ze surrogaatkoffie. Om 11.30 uur was het middageten, dat vaak uit soep of stamppot bestond. Om 17.30 uur kwam het avondeten, dat uit surrogaatkoffie en brood bestond, met een extra portie voor het ontbijt van de volgende ochtend. Om 20.00 uur ging het licht uit.
Elke dag werden de gevangenen een kwartier gelucht. Tijdens het luchten moesten ze hun Kübel (privaatton) legen en hun waterkan vullen.
Elke twee weken mochten de gevangenen 5 minuten douchen. Ook mochten ze soms bezoek ontvangen, kerkdiensten bijwonen en boeken lenen uit de gevangenisbibliotheek.
Verder deden de gevangenen niets. Ze moesten de dag maar zien door te komen. Omdat ze zich vaak stierlijk verveelden bedachten ze allerlei klusjes om de geest actief te houden: uit het hoofd schaken met een medegevangene, kaarten, de bakstenen van de muren tellen, bidden, in de kleine celruimte een wandeling uit het echte leven nabootsen, de schaduw van de zon op de muur volgen, alles wat maar een beetje geestelijke inspanning vergde en de aandacht van de werkelijkheid afleidde.

Het gevangenisregime

Aanvankelijk was het dagelijks regime wel dragelijk. Dat had veel te maken met het feit dat het personeel aan het begin van de oorlog nog Nederlands was en niet per se pro-Duits. In februari 1941 kwam de leiding van het Oranjehotel echter in handen van de SS en werden de Nederlandse bewakers vervangen door Duitse en Nederlandse nazi's. Daarna werden de omstandigheden slechter. De douchebeurt werd afgeschaft, het lezen werd verboden, het luchten werd verminderd, evenals het bezoek van buiten. De hoeveelheid voedsel werd minder en de kwaliteit ervan ging achteruit.
De Oranjegasten waren onderworpen aan de willekeur van de Duitsers. Te pas en te onpas werden straffen uitgedeeld en maaltijden overgeslagen. Kalte Kost heette dat laatste. Gevangenen werden geslagen of eenzaam opgesloten in een donkere cel. Tijdens het verhoor werden ze vaak geschopt en geslagen. Sommige gevangenen werden maandenlang vastgehouden zonder aanklacht of proces en wisten niet waar ze aan toe waren.

Metalen drinkbeker 2
(Klik op foto voor vergroting)
Bronvermelding:
Archief Stichting Oranjehotel 
Elke gevangene had een metalen beker om uit te drinken.

De Kubel
(Klik op foto voor vergroting)
Bronvermelding:
Archief Stichting Oranjehotel 
In deze emmer (‘Kubel’ in het Duits) moesten de gevangenen hun behoefte doen. Dat was op zich al oncomfortabel genoeg, maar het feit dat er meer gevangenen in één cel zaten betekende ook nog eens dat de gevangenen totaal geen privacy hadden.

Tegen de muur
(Klik op foto voor vergroting)
Bronvermelding:
Archief Stichting Oranjehotel 
Veel Oranjegasten hebben na de oorlog over hun ervaringen in het Oranjehotel geschreven. De verslagen getuigen van de vernederingen die de gevangenen ondergingen. Dat begon al meteen bij binnenkomst, als ze met hun gezicht tegen de muur moesten staan wachten tot ze werden gefouilleerd en ingeschreven.

Saamhorigheid

De saamhorigheid onder de gevangenen was groot. Ze zaten in het zelfde schuitje en moesten er het beste van zien te maken. De verschillen tussen de klassen en de zuilen vielen weg: communisten raakten bevriend met katholieken, gegoede burgers met arbeiders.
De Oranjegasten haalden graag kattenkwaad uit. Bijvoorbeeld door te zingen, groente te stelen uit de tuin van de SS'ers, moppen te vertellen en dan heel hard te lachen, zodat de bewakers het hoorden. Ook deden ze van alles om nieuwtjes uit te wisselen. Met klopsignalen op de muur, via de verwarmingsbuizen en door het maken van gaten in de muur praatten ze zo goed en zo kwaad als het ging met elkaar. Dat de nieuwsberichten vaak uit pure onzin bestonden was minder belangrijk dan dat de gevangenen moed putten uit het clandestiene contact.

Het Nederlandse personeel

Nadat de Nederlandse gevangenisbewaarders waren vervangen door SS'ers, bleven alleen nog een paar Nederlandse leden van het ondersteunend personeel over. Dat waren de portier, de bibliothecaris, de artsen en verpleegkundigen, de tandarts en de dominee. Een aantal van hen was fel anti-Duits en probeerde de gevangenen te helpen waar dat maar kon. Ze smokkelden berichten, pakjes en brieven naar binnen, en hielden zo het moreel hoog. Vooral dominee Bos, die tussen 1940 en 1943 geestelijk verzorger van de gevangenen was, heeft veel voor de Oranjegasten kunnen betekenen.

Dominee Bos

Niet als dominee maar als mens

"Koninginnedag 1941 viel op zondag, en wel een zondag met kerkdienst. Toen ik in het Oranjehotel arriveerde, was men nog niet bezig de gevangenen voor de dienst te verzamelen. Ik vroeg aan de wacht naar de reden hiervan. 'Es gibt heute keine Kirche,' was het antwoord. Ik vroeg: 'Waarom niet?' en vernam: 'Die Häftlingen haben Strafe, sie haben Wilhelmine gerufen.' Wat was het geval: 's morgens bij het uitdelen van het ontbijt was in één der vleugels het Wilhelmus ingezet en na enkele seconden daverde het Oranjehotel van ons volkslied. Bovendien had 'Hollands Glorie' van couranten trompetten gemaakt en daardoor in spreekkoren uitgeroepen: 'Leve de Koningin! Oranje en Nederland zullen overwinnen!'. Er lag bij de wachtcommandant een grote stapel van deze trompetten. En met een gezicht, alsof hij de Tweede Wereldoorlog op zijn eentje gewonnen had, zei de wachtcommandant, wijzend op deze trompetten: 'Die haben wir beschlagnamt!' Ik begreep dat nu de geallieerden spoedig zouden moeten capituleren!"
De man die deze vrolijke anekdote vertelt is dominee Gerrit Bos, in de jaren 1940-1943 geestelijk verzorger van de gevangenen in het Oranjehotel. Hij werkte sinds 1936 als predikant in de Haagse wijk XII. Vanaf 1938 was hij ook belast met de geestelijke verzorging van de gevangenen in de Scheveningse strafgevangenis. Toen de oorlog uitbrak behield dominee Bos deze functie, al veranderden de omstandigheden waarin hij werkte radicaal.

Geestelijke verzorging

De Duitsers stonden toe dat de politieke gevangenen geestelijke verzorging kregen in de vorm van kerkdiensten en bezoek door de dominee, al was deze 'Seelsorge' aan willekeur onderhevig. Van september tot november 1940 mochten de gevangenen in de strafgevangenis geestelijke zorg ontvangen. Daar kwam in de praktijk weinig van terecht. Daarna werd het een tijd lang verboden, tot aan het proces tegen de Geuzen in maart 1941. Gedurende de volgende anderhalf jaar kon dominee Bos zijn werk doen in het gehele Oranjehotel, maar vanaf oktober 1942 mocht hij alleen nog de `Todeskandidaten' geestelijke bijstand verlenen. Toen hij in februari 1943 met dit werk stopte, kwam er een einde aan de periode van geestelijke verzorging in het Oranjehotel.

Bezoek aan de gevangenen

Het bezoeken van de gevangenen in de cel begon naar aanleiding van het Geuzenproces in maart 1941. Er stonden toen 43 Geuzen terecht, van wie er achttien de doodstraf kregen opgelegd, onder wie Geuzenleider Bernard IJzerdraat. Toen drie van hen gratie kregen, werden nog eens drie leiders van de Februaristaking ter dood veroordeeld, omdat de Duitsers nu eenmaal hadden besloten dat er achttien mensen moesten sterven. Voordat zij op 13 maart op de Waalsdorpervlakte werden gefusilleerd kreeg dominee Bos van de Duitsers het verzoek of hij de gevangenen in hun laatste uren wilde bijstaan. Dat deed hij, en het maakte diepe indruk op dominee Bos.
Na deze episode kwam het celbezoek echt op gang. Dominee Bos praatte met de gevangenen en deelde bijbels en missalen uit. Als de Duitsers bij wijze van straf alle bijbels uit de cellen weghaalden zorgde hij ervoor dat ze werden teruggegeven. Officieel mocht hij alleen de gevangenen bezoeken van wie het vooronderzoek was afgerond. Hij kreeg dan een 'Sprecherlaubnis', een papiertje met de naam van een gevangene erop, die hij in een bepaalde week mocht bezoeken. Omdat hij zich vrij door de gevangenis kon bewegen en over een eigen celsleutel beschikte, liep hij echter overal in en uit. Op die manier kwam hij ook in contact met gevangenen in eenzame opsluiting ('Einzelhäftlinge'), aan wie elke vorm van bezoek was verboden.

Dominee Gerrit Bos 2
(Klik op foto voor vergroting)
Bronvermelding:
Privécollectie
 
Gerrit Bos werd in 1903 geboren in Ellecom. Van 1928 tot 1931 studeerde hij theologie in Utrecht. Gedurende de twaalf jaar die volgden was hij werkzaam als predikant, eerst in Eindhoven en Dedemsvaart, en vanaf 1936 in Den Haag. Nadat hij met het domineeswerk was gestopt, in 1943, werkte hij als bedrijfspsycholoog. Gerrit Bos overleed in 1954.

Dominee Gerrit Bos 1
(Klik op foto voor vergroting)
Bronvermelding:
Privécollectie 
Gerrit Bos werd in 1903 geboren in Ellecom. Van 1928 tot 1931 studeerde hij theologie in Utrecht. Gedurende de twaalf jaar die volgden was hij werkzaam als predikant, eerst in Eindhoven en Dedemsvaart, en vanaf 1936 in Den Haag. Nadat hij met het domineeswerk was gestopt, in 1943, werkte hij als bedrijfspsycholoog. Gerrit Bos overleed in 1954.

Handschrift Gerrit Bos 
(Klik op foto voor vergroting)
Bronvermelding:
Privécollectie 
Bladzijde uit een opschrijfboekje waarin dominee Gerrit Bos aantekeningen maakte voor preken.

Kerkdiensten

Het werk met de Geuzen bracht Bos ertoe om de gevangenisleiding brutaalweg toestemming te vragen voor het houden van kerkdiensten. Het lukte: de eerste kerkdienst vond plaats op Paasmaandag 14 april 1941. Daarna werden regelmatig kerkdiensten gehouden voor steeds zo'n 140 gevangenen. De diensten vonden eens in de twee weken plaats, tenzij het van de Duitsers ineens niet mocht, zoals blijkt uit de Koninginnnedag-anekdote. De kerkgangers, die de avond tevoren door middel van een kaartje op de celdeur waren uitgekozen, kwamen samen in de kapel van de strafgevangenis, waar rijen hokjes stonden die aan de voorzijde met gaas waren afgesloten. Ze konden elkaar dus niet zien, maar wel de dominee.
Vaak haalde dominee Bos tijdens de preek fel uit naar de Duitsers. Dat was riskant, omdat er altijd Duitse bewakers en NSB'ers aanwezig waren. Hij koos de lezingen, psalmen en liederen zorgvuldig uit, liet droge theologie buiten beschouwing en gaf de kerkdiensten zo veel mogelijk een menselijk karakter. De gevangenen moesten er immers moed uit putten.

Bijstand aan Todeskandidaten

Dominee Bos gaf het grootste deel van zijn tijd en aandacht aan de gevangenen die ter dood waren veroordeeld, de Todeskandidaten. Zij hadden het het allermoeilijkst, wachtend op gratie of, als het gratieverzoek was afgewezen, op de dood. Hij bezocht hen als het kon meerdere keren per week. Wanneer de executie eenmaal was aangekondigd, bleef hij bij hen. Op deze manier heeft hij ongeveer 150 mensen bijgestaan die op de Waalsdorpervlakte zijn geëxecuteerd. Hij is, op verzoek van vijf ter dood veroordeelden, bij hun executie aanwezig geweest.

Clandestien werk

Intussen deed de dominee ook veel clandestiene klusjes. Omdat hij zich vrij door de gevangenis kon bewegen smokkelde hij etenswaren en snoep naar binnen, en bezorgde hij brieven en andere berichten van buiten. Ook bracht hij berichten tussen de gevangenen onderling over en regelde hij afspraken bij de tandarts, waar gevangenen uit verschillende cellen in groepjes met elkaar konden praten. Soms brak hij zelfs in bij de wacht om in het gevangenenregister te zien welke leden van een bepaalde verzetsgroep waren gearresteerd; die informatie speelde hij weer door aan verzetsmensen buiten het Oranjehotel.

Na de bevrijding

Na de bevrijding heeft dominee Bos nog een rol gespeeld in het Oranjehotel. Als voorzitter van de Stichting Oranjehotel was hij betrokken bij de inrichting van het monument. De autoriteiten vroegen hem ook om te assisteren bij het lokaliseren van (massa)graven op de Waalsdorpervlakte. Hij heeft een aantal lichamen van gevangenen geïdentificeerd en kon op die manier bij de nabestaanden de onzekerheid wegnemen over het lot van hun dierbaren.

Waardering

Omdat Gerrit Bos de enige geestelijk raadsman in de gevangenis was, sprak hij met mensen van elke geloofsovertuiging en levensovertuiging, dus ook met niet-kerkelijken. Soms had hij het daar wel eens moeilijk mee, maar desondanks was hij alle gevangenen tot steun. Zij waardeerden hem daar ontzettend om, ze droegen hem op handen. In de bizarre omstandigheden waarin hij werkte zag hij de betrekkelijkheid in van de verschillen tussen de geloofs- en levensovertuigingen en leerde hij zijn werk vooral als mens te doen, en niet zozeer als dominee. 

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in