gahetNA in het Nationaal Archief

Achtergrond

Geschiedenis van de West-Indische Compagnie

De West-Indische Compagnie werd opgericht in 1621. Met de oprichting had de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden meerdere doelen voor ogen. Ten eerste wilde men de Nederlandse handelspositie in West-Indië versterken. Met het verdrag van Tordesillas van 1494 was de handel in de Atlantische wereld verdeeld tussen Portugal en Spanje. Zowel Engeland als de Nederlanden toonden echter steeds meer interesse in de lucratieve handel in onder andere suiker, tabak goud en slaven.
De oprichting van de Compagnie, die plaats vond na het aflopen van het Twaalfjarig Bestand, bracht de Nederlanden dan ook weer in oorlog met Spanje. Het verzwakken van de Spaanse handelspositie en het uitvechten van de oorlog op zee, ver weg van het Nederlandse grondgebied, was dan ook een tweede doel dat men met de oprichting voor ogen had.

Het ondermijnen van de Spaanse handelpositie vond voornamelijk plaats door de zogenaamde Kaapvaart. De handelsschepen werden bemand met soldaten en voorzien van kanonnen om vijandelijke schepen te kunnen kapen. Het grootste succes werd geboekt met de verovering van de Spaanse Zilvervloot door Piet Hein.

De West-Indische Compagnie werd gevormd naar het model van de Verenigde Oost Indische Comapgnie en bestond uit vijf kamers: Amsterdam, Zeeland, Maze, Noorderkwartier en Stad en Lande. het bestuur werd gevormd door de Heren XIX. Het zogenaamd octrooi waarin het handelsmonopolie van de Comapgnie werd vastgelegd, was geldig voor vierentwintig jaar en moest daarna opnieuw aan de Staten Generaal worden voorgelegd.

De West-Indische Compagnie kon de hooggespannen verwachtingen niet waar maken. De strijd die gevoerd werd in Nederlands-Brazilië was zo kostbaar dat de Compagnie eraan failliet ging. Ondanks meerdere reddingsplannen werd de WIC in 1674 opgeheven. Wel werd er toen een nieuwe, Tweede, West Indische Compagnie opgericht. Deze hield zich voornamelijk bezig met de handel in slaven.

Het archief van de West-Indische Compagnie

Van het archief van de West-Indische Compagnie is niet veel bewaard gebleven. In 1821 werd een groot deel ervan verkocht als oud papier en wat resteerde raakte in 1844 zwaar beschadigd door een brand. Het grootste deel van het huidige WIC-archief is afkomstig van de Kamer Zeeland. Het archief bestaat voor een belangrijk deel uit de brieven en papieren die vanuit West-Indië naar de Kamers werden gestuurd.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in