gahetNA in het Nationaal Archief

Historische aspecten

Geschiedenis van de archiefvormer: 

In dit onderdeel wordt een kleine selectie van onderwerpen aangestipt die in verband staan met deze database.

Hieronder voorkomende citaten (cursief) zijn, tenzij anders vermeld, ontleend aan het Plakkaatboek van Nederlands West-Indië en aan de biografie van Fred Oudschans-Dentz, Cornelis Aerssen van Sommelsdijck, een belangwekkend figuur uit de geschiedenis van Suriname (1938).

Het begin van de Nederduits gereformeerde gemeente in Suriname

De gereformeerde (of hervormde) Kerk in de Nederlanden vormde tot aan de Bataafse Revolutie van 1795 feitelijk een onderdeel van de overheid. De hervormde godsdienst was staatsgodsdienst.

Met de Nederlandse schepen die in de zeventiende eeuw de kusten van Afrika, Amerika, en Azië aandeden, werd ook de gereformeerde kerk 'geëxporteerd'. De verspreiding van de hervormde religie valt samen met het netwerk van Nederlandse handelsposten. Gemeentes werden gesticht in Azië (Colombo op Ceylon; Batavia, tegenwoordig Djakarta), in Amerika (Recife in Brazilië; Berbice in Guyana; Curacao; Nieuw-Amsterdam, tegenwoordig New York) en in Afrika (Elmina in Ghana, Kaapstad.

Met de tweede Zeeuwse invasievloot van 1668 reisde ook de eerste hervormde predikant naar Suriname. Deze pionier, dominee Johannes Basseliers, vestigde zich in Thorarica, de toenmalige hoofdstad van de kolonie. Hij kan worden beschouwd als de stichter van de hervormde gemeente in Suriname.

Het was een woelige tijd. De Engelse kolonisten verlieten na de invasie massaal het land en feitelijk liep de kolonie volledig leeg. De weinige achterblijvers moesten een voortdurende strijd leveren tegen de indiaanse bevolking. Soms kwam er maandenlang niet één schip uit het vaderland. De Staten van Zeeland stuurden te weinig nieuwe kolonisten, te weinig soldaten, te weinig geld en te weinig levensmiddelen. Basseliers werd al die jaren niet uitbetaald. Hij loste dit op door een tweetal plantages te stichten, waarmee hij in zijn onderhoud kon voorzien. Hij schreef een aantal brieven aan de Staten van Zeeland, waarin hij zich beklaagde over zijn lot en werd uiteindelijk na vele jaren gedeeltelijk schadeloos gesteld. 

Gaandeweg arriveerden er meer predikanten in Suriname. In 1681 waren er drie: Basseliers op Thorarica, de Franse predikant Chaillon te Paramaribo en Bakker in Commewijne. Toch gaf dit geen verlichting. Basseliers schrijft op 18 April 1681 over de situatie in de gemeente:

 '.. Francois Chaillon voor eenige maanden om sijn ongewenscht leven gesuspendeert zijnde, sijnde werkelijk somwijl van God in sijn verstand geslagen, en eenigde tijt aan een moeijelijke ziekte gegaan hebbende, is voor wenighe dagen overleden, hebbende de Kerk van Paramaribo niet alleen daardoor, maar ook door 't vertrek van Do: Bakker na de Commawine, nu all eenighe tijt ledigh gestaan, zijnde na gelegenht: egter door dito Do: Bakker of mij aldaar somwijl dienst gedaan ..'

In 1683 verkocht Zeeland zijn aandeel in de kolonie aan de West-Indische Compagnie, die deze op zijn beurt weer overdroeg aan de pas opgerichte Geoctroijeerde Societeit van Suriname, met als evenredige deelnemers: de West-Indische compagnie, de stad Amsterdam en de familie Van Aerssen Van Sommelsdijck. Door deze wisseling van eigendom keerde de situatie ten goede. Er kwamen meer financiële middelen ter beschikking en bovendien werd een krachtige gouverneur naar Suriname gestuurd: Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck, voor een derde deel mede-eigenaar van de kolonie. In zijn instructies werd hem opgedragen de gereformeerde godsdienst krachtig te ondersteunen:

 '.. De Gouverneur sal sonderlinge sorg dragen, dat de Godts-dienst, by publijcque authoriteyt hier te Lande aangenomen, aldaar geleert en conform de gebruyckelijcke ordre werd onderhouden, mitsgaders alle middelen aangewent, omme de Inwoonders ende de Naturellen van dat Landt, ende haare Kinderen, tot de kennisse Godts ende de Gereformeerde Christelijcke Religie te brengen, ende ten dien eynde specialijck devoir doen, dat de Predicanten in hare Ampten behoorlijck werden gerespecteert ende gehanthaaft ..'

Bij de aankomst van Van Aerssen in 1683 was alleen Basseliers nog werkzaam. Bakker was enige maanden voordien gerepatrieerd. Van Aerssen verzocht de Sociëteit dan ook dringend om versterking met een Nederlandse en een Franse predikant. Met Van Aerssen waren namelijk vele Franse calvinisten (Hugenoten) meegekomen, die de godsdienst in hun eigen taal wilden beleven. Aan het verzoek werd pas in 1687 gehoor gegeven, met de komst van dominee Anthonius Ketelaar in de divisie Commewijne en dominee Henricus Rosinus te Paramaribo. De alleroudste aantekeningen in de thans nog bestaande kerkregisters zijn van hun hand.

Predikanten in Suriname

In de hervormde kerk te Paramaribo bevindt zich een lijst van alle predikanten die aldaar vanaf 1688 gewerkt hebben. In Wolbers' Geschiedenis van Suriname wordt eveneens een dergelijke lijst gepresenteerd, maar met meer details.

Op geen der lijsten worden de predikanten genoemd die in de divisies (Commewijne, Cottica-Perica) hebben gewerkt. Via de database Gereformeerden 1688-1792 zijn hun namen thans te achterhalen, met uitzondering van de jaren waarin deze registers ontbreken.

Ook onder Van Aerssen en nog lang daarna vormde de uitbetaling van het kerkpersoneel een probleem. De meeste belastingen brachten niet veel op, en op 7 juli 1685 werd besloten de dominees dan maar te betalen uit de accijns op sterke drank, want dat was wel een gegarandeerde behoorlijke inkomstenbron. 

Het is een kleurrijke stoet predikanten geweest, die geroepen werd om in het verre Suriname te dienen. Er zijn zeer uitzonderlijke mensen bij geweest, maar ook schaduwrijke figuren. Sommigen werden krankzinnig of vervielen tot de drank. Anderen trouwden met de rijkste gemeenteleden en repatrieerden als gefortuneerd plantagebezitter. Weer anderen hebben het jaar in jaar uit rustig volgehouden tot de onvermijdelijke dood door een tropische ziekte volgde. Ze hadden het niet gemakkelijk. Het land was geïsoleerd, de bevolking allesbehalve geinteresseerd in de geestelijke waarden van het leven. De levensverwachting was laag. Geen wonder dat Basseliers omstreeks 1670 schrijft:

 '...Bid voor mij, hier als een eensame musch op het dack...' 

Toch hebben deze afwisselende persoonlijkheden vol ijver de kerk drijvende gehouden. Gouverneur Nepveu geeft een fraai miniatuur van de kleurrijke situatie in zijn journaal van Juli 1770:

 'Weeder veel moeijelijkheijd met Do: Emilius, die absoluut wilde prediken, met bedrijging dat hij Do: Tallans van de Predikstoel zou gooijen...' 

Het kerkgebouw in Paramaribo

Predikanten hebben een kerkruimte nodig om hun werk naar behoren te kunnen verrichten, en gouverneur Van Aerssen liet daarom in 1688 een behoorlijke kerk annex gouvernementskantoor bouwen aan de zuidzijde van het Kerkplein te Paramaribo. Dit gebouw heeft dienst gedaan tot 1814 en is enkele malen uitgebreid en verfraaid.

Het was centraal gelegen, met aan de ene zijde de groente- en veemarkt en aan de andere zijde de begraafplaats. De multifunctionele concentratie gaf af en toe problemen. Gouverneur Mauricius verordonneerde daarom in 1743:

 '..werd mede de novo bij deesen bekent gemaekt dat niemant eenige cabrieten, schaepen off ander diergelijcke kleynvhee sal moogen laete loopen langs Paramaribo en principaelijk rondom de kerk geduurende de predicatie, op poene dat deselve sullen doodgeschooten worden...' 

In 1814 werd een mooie nieuwe koepelkerk aan de noordzijde van het plein in gebruik genomen, die echter verloren ging bij de grote stadsbrand van 1821. Pas in 1835, dus veertien jaar na de grote brand, werd wederom een nieuw gebouw ingewijd, dat thans nog steeds dienst doet.

Kerkplein
De hervormde kerk en de Oude Oranjetuyn omstreeks 1770 (globale reconstructie KDV architects, Paramaribo). De muur rond het kerkhof heeft waarschijnlijk nooit bestaan. Voorts wordt in oude beschrijvingen gesproken van een beplanting met Oranje-bomen. Het armenkerkhof op de hoek Wagenwegstraat en Klipstenenstraat was in die tijd al opgeheven en verkaveld. Het kleine plein aan de zuidzijde van de kerk was de groente- en veemarkt.

Regels rond het trouwen

De voorwaarden om in Suriname te mogen trouwen werden vastgelegd in een plakkaat van 19 februari 1669:

 '.. Een yeder is vrij te trouwen als hij will, mits dat een man veertien jaeren en een vrouwe twaelf jaeren gepasseert sij, ende dat het geschiede met consent van haere ouders offte voogden…..' 

In hetzelfde besluit werd ook de huwelijksprocedure vastgelegd: 

 '.. Alle persoonen die sich willen in den houwelijcken staadt begeven sullen moeten persoonlijck bij den predicant verschijnen ende aldaer haere naemen laeten aenteykenen ende ondertrouw doen; ende sullen daen vorder dry gebooden dry achtereenvolgende sondaegen in de kercke afgeroepen werden, opdat degeene die yet daer tegen hebben in te brengen hetselve mogen doen; maer die tijdt ge-expireert sijnde, sullen vermogen te trouwen ..' 

Indien de huwelijkskandidaten in verschillende divisies woonden, werden de verplichte drie afroepen gedaan in de kerken van beide divisies en stuurden de dominees vervolgens een 'attestatie van goedkeuring' in. Pas daarna kon er getrouwd worden.

Al met al vergde dit een behoorlijke organisatie en zo af en toe ging het mis. In 1698 werd in de divisie Commewijne tegen een aanstaand huwelijk protest aangetekend, maar desondanks werd in Perica het huwelijk voltrokken. Dominee Wachtendorp van Commewijne schreef verontwaardigd:

  '.. 1698 september 30 Jean Bremardt J: M: van Parijs woonend onder boven divisie met juff: Anna Catharina Kleij woonende in Pirica haar laeste gebodt gehadt den 30 september, met attestatie van Pirica en sonder dat van mijn attestatie is gehaalt dat de gebode verhindert waaren gegaan, soo heeft Do: Wijngaarden tegens d' ordre des Ed: Hoff a politie sich ondervonden haar te trouwen ..'   

  In een besluit van 8 juni 1673 werden voorts tijd en plaats van de huwelijksvoltrekking aan regels gebonden: 

 '.. Alsoo wij in ervaeringe comen alsdat de predykanten zeer werden getroebeleert van het trouwen in de weecke, Zoo hebben wij goetgevonden … dat niemant in toekomende zal mogen trouwen als op een behoorlijcken dagh die daertoe is gestelt, te weten op sondagh in de kercke; ende in gevalle het quame te gebueren dat iemandt gelieve te trouwen in zijn huys ofte buyten den gestelden dach die daertoe is geordineert, sal betaelen aen den armen van Zerenaeme vijffhondert ponden suycker ..' 

Ondanks de boete, die in latere besluiten nog werd verhoogd, werd er veelvuldig 'in huys' ofwel 'buyten de kerck' getrouwd. Gelukkig maar. Want de boetes zijn bewaard gebleven in de grootboeken van de kerk en geven bij de hiaten in de trouwregisters tenminste nog enige informatie. Het woordje 'kerk' in bovenstaand besluit heeft overigens een speciale juridische betekenis. Hiermee wordt de thuiskerk bedoeld van de divisie waarin men woonachtig was. Trouwde men in een andere kerk, dan werd ook dit beschouwd als trouwen buiten de kerk en was men boete verschuldigd. Deze juridische haarkloverij heeft de kerk aardig wat centen opgeleverd.

Op pagina 44a van het generale kerkboek van Suriname (zie Gebruikte bronnen) is het standaardformulier opgenomen dat werd gebruikt bij de huwelijksceremonie.

 Aan bijde te Saame:
'Geeft malkaar de rechterhand. Gij ……. Bekent hier voor de Heeren en de Mede omstanders dat gij genomen hebt ende neemt tot uwe wettige huijsvrouw ....... hier teegenwoordig dewelke gij belooft nimmermeer te verlaaten maar dat gij haar zult de daagen uwes ende haares leeven aanhangen liefhebben ende trouwlijk versorgen ende onderhouden, met haar in alle redelijkheijd vroomigheijd ende Eerbaarheijd Leeven ende huijshouden, ende haar in alle dingen trouwe ende gelooff houden gelijk als een Eerlijck man betaamt, ende zijn huijsvrouw schuldig is te doen, beloofd gij dit ? Den bruidegom antwoord Ja Gij ...... Bekent hier voor de Heeren en de Mede omstanders dat gij genomen hebt ende neemt tot uwe wettiglijken man ....... hier teegenwoordig dien gij belooft nimmermeer te verlaaten maar dat gij hem zult de daagen uwes ende zijnes leeven aanhangen gehoorsaamen dienen ende helpen, in alle redelijkheijd vroomigheijd ende Eerbaarheijd Leeven ende huijshouden, ende in alle dingen trouwe ende gelooff houden gelijk een getrouw ende Eerbare huysvrouw betaamt, ende haaren man schuldig is te doen, belooft gij dit ? De bruijd antwoord Ja de Heere maake uw Getrouw in 't volbrengen van deesen uwen belofte, Amen. Gedenkt den Armen.' 

Iets over begrafeniskosten

Begraven kostte geld. Nabestaanden moesten de kerk betalen voor begrafenisrecht. Op de afgelegen plantages heeft men dit veelvuldig ontdoken door volwassenen zowel als kinderen in stilte te begraven. Ook scheepskapiteins ontdoken de kerkgerechtigheid veelvuldig.

De overheid trachtte bij ordonnantie van 9 mei 1686 aan deze praktijken een einde te maken, met name omdat door het clandestien begraven ook moord en doodslag kon worden toegedekt. Ieder sterfgeval moest worden gemeld aan de dichtstbijzijnde officier, op straffe van een boete van 10.000 pond suiker. Dit plakkaat is later nog verschillende malen hernieuwd, ten teken dat het niet is gelukt deze wantoestanden uit te bannen. Zo werd bij het plakkaat van 11 januari 1696 gelast dat kennisgeving van overlijden zou moeten geschieden aan de kerkmeesters in de divisies, die dan ten behoeve van de kerk het recht van de doden zouden ontvangen. In 1729 en later werd dit plakkaat hernieuwd.

De kerkgerechtigheden in verband met begrafenissen werden in een aantal verschillende onderdelen uitgesplitst:

voor het begraven
Een plaats op de begraafplaatsen Oude of Nieuwe Oranjetuyn kostte 50 gulden. Kon men dit niet opbrengen dan werd men begraven 'op de savane', de armenbegraafplaats aan de Rust en Vredestraat. Dat kostte maar 10 gulden. Het was ook mogelijk te worden begraven op een familiegrafplaats 'in de tuyn', of 'op plantagie'.
voor baar en doodskleed, ook wel genoemd doodgraversemolumenten
Dit waren de feitelijke begrafeniskosten. Het geld was bestemd voor de huur van lijkbaar en doodskleed van de kerk en voorts voor de betaling van dragers en doodgraver. Het bedrag was standaard gesteld op
f.16,15.
voor de bekendmaking van het overlijden
Dit gebeurde alleen als de persoon buiten Paramaribo was overleden, bijvoorbeeld in Cottica of in Nederland. Het standaardtarief bedroeg 9 gulden.
eventuele boetes
Een regelmatig voorkomende boete is die voor het begraven in de Oude Oranjetuyn. In maart 1756 werd de Nieuwe Oranjetuyn aan de Gravenstraat geopend, en tegelijkertijd werd er een boete van 500 gulden (!) gesteld op begraven in de Oude Oranjetuyn op het Kerkplein. In 1763 werden de graftombes op de Oude Oranjetuyn gesloopt en de grafstenen plat op de grond gelegd. Begraven werd echter nog steeds gedoogd (tegen betaling van de boete). Pas in 1801 werd het kerkhof volledig gesloten. Het verlangen van mensen om bij hun verwanten te worden begraven is sterk en velen hebben zich na 1756 laten begraven op de oude begraafplaats ondanks de hoge boete.

 Resten van de begraafplaats Oude Oranjetuin te Paramaribo
Resten van de begraafplaats Oude Oranjetuin te Paramaribo. (foto KDV architects, Paramaribo) 

voor het plaatsen van een 'zarksteen'op het graf
De natuurstenen grafstenen werden vanuit Nederland geïmporteerd. Het merendeel der bevolking kon zich deze dure stenen niet veroorloven, dat was slechts voor een enkeling weggelegd. Voor het plaatsen van de steen op het graf moest kerkgerechtigheid worden betaald. In een verordening van 29 mei 1755 werd deze vastgesteld op 50 gulden voor een gewone steen, 100 gulden voor een 'dubbele steen', en 25 gulden voor een kindersteen.

 

 

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
CAPTCHA
Deze vraag is om te testen of u een menselijke bezoeker bent en om geautomatiseerde spam te voorkomen.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in