Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

De ontslagkwestie

Geschiedenis van de archiefvormer: 

De Molukse militairen legden zich niet zo maar neer bij hun ontslag uit militaire dienst. Ze gingen (opnieuw) naar de rechter. En in eerste instantie gaf de rechter hun gelijk: het Militair Ambtenarengerecht in Den Haag verklaarde het ontslag nietig.

De Staat tekende beroep aan tegen deze uitspraak bij de Centrale Raad van Beroep. Maar algemeen werd verwacht dat de Molukkers ook in hoger beroep gelijk zouden krijgen.

En zo werden alle voorbereidingen getroffen om de Molukkers te remilitariseren. Commandanten waren aangewezen, uniformen lagen klaar, bewakingsobjecten waren aangewezen. Ook waren er regelingen getroffen om de woonoorden de status van kazernes te geven.

Er was zelfs al een dagorder van de chef van de Generale Staf opgesteld, waarin hij de Molukse militairen opnieuw welkom heette in de Koninklijke Landmacht.

Fragment van de concept-dagorder van de chef van de Generale staf 
Fragment van de concept-dagorder van de chef van de Generale staf (klik voor een vergroting). (Bron: Nationaal Archief)

Alle voorbereidingen mochten echter niet baten. Want op 4 maart 1952 verklaarde de Centrale Raad van Beroep dat het Ambtenarengerecht niet bevoegd was geweest om te oordelen inzake het ontslag van de Molukse ex-KNIL-militairen. De voor de Molukkers zo gunstige uitspraak van het Ambtenarengerecht werd daarmee vernietigd.

De overweging van de Centrale Raad van Beroep luidde dat de Molukse militairen slechts tijdelijk ingedeeld waren geweest bij de Koninklijke Landmacht. Zij hadden daar geen formele (ambtelijke) aanstelling gehad. En dus waren ze ook geen ambtenaar in de zin van de Militaire Ambtenarenwet 1931.

Na aankomst in Nederland bleven ontslagen militairen uniformen dragen
Na aankomst in Nederland bleven ontslagen militairen uniformen dragen als teken van verzet tegen hun ontslag, hier bij een demonstratie op het Binnenhof. (Foto: MuMa)

Na de teleurstellende uitspraak door de Centrale Raad van Beroep is nog herhaaldelijk voorgesteld aan de regering om de Molukkers uit eigen beweging - zonder rechterlijk bevel - opnieuw in het leger op te nemen. In het kabinet bleef echter een telkens wisselende meerderheid tegen remilitarisering.

Wel bood de regering medio 1952 een deel van de Molukse ex-militairen een bewakingsfunctie aan. Er zou bij voldoende belangstelling een burgerbewakingskorps worden opgericht. Maar de grootste Molukse organisaties voelden niets voor dat idee. Ze hadden grote bezwaren tegen het burgerkarakter van het korps. Toen zij ook nog politieke eisen (ten gunste van de RMS) verbonden aan deelname aan dit korps, was ook dit plan van de baan.

Advocaat Karel van Rijckevorsel met een Molukse delegatie 
Advocaat Karel van Rijckevorsel met een Molukse delegatie voor het Ambtenarengerecht in Den Haag. (Foto: MuMa)
Op de eerste rij van links naar rechts: onbekend, dominee A.Z. Sahetapy, Th.O. Kuhuwael, mr. K. van Rijckevorsel, D. Lilipaly, P. Thenu, onbekend en oom Wattimury; rechts achter Kuhuwael: J. Hitipeuw (met hoed); tussen Van Rijckevorsel en Lilipaly: D. Loppies; rechts achter Thenu: N. Waisapy.

Publicaties: 
  • W. Manuhutu & H. Smeets, Tijdelijk verblijf. De opvang van Molukkers in Nederland, 1951, Amsterdam 1991.
  • L.O.A. Moll, 'De Ambonnezenarresten', in: rechtsgeleerd magazijn Themis, 1977 nr. 3, p. 237-266.

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr> <span>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in