gahetNA in het Nationaal Archief

Particulier initiatief

Geschiedenis van de archiefvormer: 

Particulier initiatief

Tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog beginnen Nederlanders met belangstelling voor emigratie zich langzamerhand te organiseren. De gereformeerden en katholieken richten als eerste emigratieverenigingen op. Na de Tweede Wereldoorlog zijn het aanvankelijk vooral de boerenbonden die emigratiecommissies en emigratiediensten vormen. De arbeiders- en middenstandsverenigingen, vrouwenorganisaties, werkgevers en werknemersverenigingen volgen. Er vindt een bundeling van krachten plaats. Uiteindelijk zijn er drie grote emigratiecentrales die eigen aanmeldingskantoren bezitten: de Christelijke Emigratie Centrale (1938), de Katholieke Centrale Emigratie-Stichting (1949) en de Algemene Emigratie Centrale (1952). Deze laatste centrale is een federatie van aanvankelijk twaalf, later dertien maatschappelijke organisaties, waaronder de Hervormde Emigratie Commissie, de Stichting Joods Maatschappelijk Werk, het Bureau Emigratie van Gerepatrieerden uit Indonesië en de Stichting Humanistisch Centrum Mens en Wereld. Midden jaren vijftig zullen ook de Gereformeerde Stichting tot Bijstand van Emigranten en Geëmigreerden en de Nederlands-Zuidafrikaanse Vereniging worden erkend als aanmeldingsorgaan. Het Nederlandse Vrouwen Comité vormt de landelijke koepel om de algemene belangen van vrouwelijke emigranten te behartigen. De geestelijke en praktische begeleiding en de nazorg van de emigranten staan bij al deze organisaties voorop. De mate waarin ze invloed kunnen uitoefenen op het emigratiebeleid en de uitvoering ervan wordt in 1952 vastgelegd in de Wet op de Organen voor de Emigratie.

 
Voorlichtingsmateriaal voor de Nederlandse emigrant

De Nederlandse overheid ziet emigratie vooral als een vorm van internationale arbeidsbemiddeling en houdt een groter, nationaal belang voor ogen. Toch hebben ook de particuliere, veelal op confessionele basis gevormde emigratieorganen er belang bij om zoveel mogelijk mensen te motiveren de grote oversteek te maken. Naast ideële, missionaire motieven is er ook nog het financiële aspect. Elke emigrant levert de emigratiecentrale een bepaald bedrag aan overheidssubsidie op. Wel claimen de particuliere organisaties dat zij zich - in tegenstelling tot de overheid - vooral richten op het individuele belang van hun leden. Vooral de geestelijke verzorging van de alleengaande emigrant of het emigrantengezin staat hoog in het vaandel. De emigratiecentrales geven de potentiële emigrant naast algemene voorlichting over het land van bestemming ook informatie over de kerkelijke situatie aldaar. Meestal wordt geadviseerd bij welke kerk men zich het beste kan aansluiten. Sommige centrales houden hiermee rekening bij de plaatsing van de emigrant. Vrouwen worden voorbereid op hoe ze eventueel moesten omgaan met eenzaamheid of, bij gebrek aan een kerk in de nabije omgeving, hoe ze de kinderen thuis godsdienstles kunnen geven. Daarnaast zenden de kerken Nederlandse paters en predikanten uit voor de opvang en geestelijke begeleiding van Nederlandse emigranten.

Zo raadt de Nederlandse Hervormde Kerk via haar Hervormde Emigratie Commissie (1949) – welke overigens is aangesloten bij de Algemene Emigratie Centrale om zich nadrukkelijk te distantiëren van het verzuilingsdenken – haar lidmaten aan om zich aan te sluiten bij de Presbyterian Church of Australia. Het vormen van eigen, Nederlandse gemeenten wordt afgekeurd. Niet alleen zal dit de inburgering belemmeren, ook wil de Nederlandse Hervormde Kerk daarmee voorkomen dat de ‘verzuiling’ zoals deze in Nederland bestaat, zal worden overgebracht naar Australië. Bovendien wordt dit tegengewerkt door de Australische samenleving, die in deze jaren een volkomen assimilatie nastreeft van alle immigranten. Wel worden Nederlandse predikanten naar Australië uitgezonden om de immigranten daar met woord en daad bij te staan. Zij worden beroepen in de Presbyterian Church of Australia en moeten zowel diensten in het Engels als in het Nederlands houden. De Rooms-katholieke Kerk volgt een zelfde patroon. Ook de katholieke Nederlandse emigrant dient zich in te schrijven bij een bestaande parochie in zijn omgeving. Daarnaast werken er zeker vijftig Nederlandstalige paters in Australië, waarvan pater Leo Maas wel de bekendste is. De Gereformeerde Kerken zenden eveneens eigen predikanten uit, maar zij stichten uiteindelijk toch vaker eigen Nederlandse gemeenten en scholen.

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in