Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Achtergrond

Criminele sententies van het Hof van Holland

Het Hof van Holland had in de vijftiende eeuw taken op het gebied van het bestuur, de wetgeving en de rechtspraak in Holland, Zeeland en West-Friesland. Daartoe behoorde ook de criminele rechtspraak. Criminele zaken betroffen zware misdaden of vergrijpen waar lichamelijke straffen of zelfs de doodstraf op stond, zoals verraad, moord, verkrachting en ketterij. Lichtere vergrijpen werden werden volgens de gewone procedure berecht en leidden tot een civiele sententie.

Criminele sententies in het archief van het Hof van Holland

Van de criminele sententies werden registers gemaakt. In deze registers is de naam van de veroordeelde opgenomen, voor welk vergrijp hij werd veroordeeld, het uitgesproken vonnis en de datum waarop dit vonnis werd uitgesproken. Om het zoeken in deze registers te vergemakkelijken, zijn de criminele sententies opgenomen in deze index. De registers zelf bevinden zich in de inventarisnummers 5651-5671 van het archief van het Hof van Holland, archiefinventaris 3.03.01.01.

Geschiedenis van de archiefvormer: 

Het Hof van Holland

De Raad (het Hof) van Holland onder de Bourgondische hertogen, was de natuurlijke opvolger van de oude grafelijke raad die al ten tijde van de Beierse hertogen, en wellicht al eerder, functioneerde. Deze Raad was belast met het bestuur en de rechtspraak in het graafschap en groeide langzaam maar zeker uit tot een professionele instelling.

Als gevolg van ingrijpende institutionele veranderingen in 1445-1446 kwam de nadruk bij de activiteit van de Raad van Holland meer te liggen op de justitiële taak. Onder meer uit de registervorming blijkt dat de bestuurlijke en rechterlijke werkzaamheden van het Hof van Holland duidelijk werden gescheiden.

De stadhouder, die aangesteld was als plaatsvervanger van de graaf op het gebied van bestuur en rechtspraak in Holland, Zeeland en West-Friesland, was tevens de voorzitter van de Raad. Hij was ook de zegelbewaarder. De stadhouder had zowel rechterlijke als
bestuurlijke bevoegdheden. Als rechter moest hij toezien op het goede verloop van de rechtsgang. Als bestuurder was hij verantwoordelijk voor het vernieuwen van de wet in de steden en het bijeenroepen van de Staten.

Samenstelling van het Hof

In de vijftiende eeuw bestond het Hof van Holland uit gemiddeld acht à negen bezoldigde raadsheren. Aanvankelijk speelden ook de raadsheren 'tot wederzeggen' en de onbezoldigde raadsheren uit de Raad een belangrijke rol in het Hof, maar deze verdwenen geheel in 1445. De belangrijkste taak van de raadsheren bestond erin te beschikken op de binnengekomen verzoekschriften (rekesten) die de president onder hen verdeelde.

Andere belangrijke functies bij het Hof van Holland werden uitgeoefend door de griffier, de procureur-fiscaal en de advocaat-fiscaal (later samengevoegd tot één functie) en de rentmeester-generaal. De rentmeester van de exploiten fungeerde als de kassier van het Hof.

De opeenvolgende Instructies voor het Hof van Holland wijdden vele artikelen aan de advocaten en procureurs van partijen. Zij waren degenen die de procespartijen in rechte vertegenwoordigden vóór het Hof. Hoewel zij formeel niet in dienst waren van het Hof, mochten zij alleen optreden vóór het Hof als zij officieel waren beëdigd.
Een gelijkaardige situatie gold voor de notarissen. Sinds de plakkaten van 1525 op het stuk van het notariaat in Holland en Zeeland oefende het Hof van Holland het toezicht uit op de aanstelling van notarissen in het graafschap.

Opheffing van het Hof van Holland

In 1811 werd in Nederland het Franse rechtssysteem ingevoerd. Door deze invoering werd het Hof van Holland, net als alle andere in Nederland bestaande gerechtelijke organisaties, opgeheven.

Geschiedenis van het archiefbeheer: 

Een groot deel van deze criminele sententies, evenals een deel van de processtukken zelf, is aanwezig bij het Nationaal Archief.

Publicaties: 

Verder lezen:

  • Inleiding 3.03.01.01 Hof van Holland
  • M.C. le Bailly. Procesgids Hof van Holland, Zeeland en West-Friesland. Hoofdstuk 12, pp. 138-142, studiezaal NA S11 A52. 

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in