gahetNA in het Nationaal Archief

Achtergrond

Memorialen van het Hof van Holland

De memorialen zijn de stamreeks van het Hof van Holland, waarin oorspronkelijk alles met betrekking tot de werking van het Hof werd genoteerd. Hieruit zijn vervolgens de andere hoofdreeksen van het Hof voortgekomen, zoals de sententieregisters (vanaf 1445) en de dingtalen (vanaf 1447). Aanvankelijk werd hierin geen onderscheid gemaakt tussen bestuurlijke en rechterlijke taken, maar na de afsplitsing van de andere hoofdreeksen worden de memorialen vanaf de zestiende eeuw een vergaarbak voor allerhande bestuurlijke stukken, zoals (de publicatie van) plakkaten en ordonnanties van het Hof van Holland of andere bestuursorganen, akten van authorisatie, akten van approbatie (bijvoorbeeld van mondelinge overenkomsten) of curatele, akten van commissie, etc.
Van 1447 tot 1513 zijn de memorialen en de dingtalen ondergebracht in één en dezelfde reeks. Er is hier geen sprake van een lacune.

Memorialen in het archief van het Hof van Holland

De reeks van memorialen in het archief van het Hof van Holland, archiefinventaris 3.03.01.01, bestrijkt de periode 1428 tot en met 1811. De memorialen zijn te vinden in de inventarisnummers 1 tot en met 266. Omdat in iedere memoriaal een periode van meerdere jaren beschreven wordt, kan het lastig zijn de juiste memoriaal te vinden. Om het zoeken te vergemakkelijken zijn in deze index zijn alle ingeschreven gebeurtenissen uit de periode 1428 tot en met 1463 nader ontsloten op onderwerp. Voor de periode ná 1463 bent u aangewezen op de zogenaamde eigentijdse toegangen op de memorialen. Deze bevinden zich in de inventarisnummers 266a tot en met 266i.

Geschiedenis van de archiefvormer: 

Het Hof van Holland

De Raad (het Hof) van Holland onder de Bourgondische hertogen, was de natuurlijke opvolger van de oude grafelijke raad die al ten tijde van de Beierse hertogen, en wellicht al eerder, functioneerde. Deze Raad was belast met het bestuur en de rechtspraak in het graafschap en groeide langzaam maar zeker uit tot een professionele instelling.

Als gevolg van ingrijpende institutionele veranderingen in 1445-1446 kwam de nadruk bij de activiteit van de Raad van Holland meer te liggen op de justitiële taak. Onder meer uit de registervorming blijkt dat de bestuurlijke en rechterlijke werkzaamheden van het Hof van Holland duidelijk werden gescheiden.

De stadhouder, die aangesteld was als plaatsvervanger van de graaf op het gebied van bestuur en rechtspraak in Holland, Zeeland en West-Friesland, was tevens de voorzitter van de Raad. Hij was ook de zegelbewaarder. De stadhouder had zowel rechterlijke als
bestuurlijke bevoegdheden. Als rechter moest hij toezien op het goede verloop van de rechtsgang. Als bestuurder was hij verantwoordelijk voor het vernieuwen van de wet in de steden en het bijeenroepen van de Staten.

Samenstelling van het Hof

In de vijftiende eeuw bestond het Hof van Holland uit gemiddeld acht à negen bezoldigde raadsheren. Aanvankelijk speelden ook de raadsheren 'tot wederzeggen' en de onbezoldigde raadsheren uit de Raad een belangrijke rol in het Hof, maar deze verdwenen geheel in 1445. De belangrijkste taak van de raadsheren bestond erin te beschikken op de binnengekomen verzoekschriften (rekesten) die de president onder hen verdeelde.

Andere belangrijke functies bij het Hof van Holland werden uitgeoefend door de griffier, de procureur-fiscaal en de advocaat-fiscaal (later samengevoegd tot één functie) en de rentmeester-generaal. De rentmeester van de exploiten fungeerde als de kassier van het Hof.

De opeenvolgende Instructies voor het Hof van Holland wijdden vele artikelen aan de advocaten en procureurs van partijen. Zij waren degenen die de procespartijen in rechte vertegenwoordigden vóór het Hof. Hoewel zij formeel niet in dienst waren van het Hof, mochten zij alleen optreden vóór het Hof als zij officieel waren beëdigd.
Een gelijkaardige situatie gold voor de notarissen. Sinds de plakkaten van 1525 op het stuk van het notariaat in Holland en Zeeland oefende het Hof van Holland het toezicht uit op de aanstelling van notarissen in het graafschap.

Opheffing van het Hof van Holland

In 1811 werd in Nederland het Franse rechtssysteem ingevoerd. Door deze invoering werd het Hof van Holland, net als alle andere in Nederland bestaande gerechtelijke organisaties, opgeheven.

Publicaties: 
  • Inleiding archiefinventaris Hof van Holland 3.03.01.01
  • M.C. le Bailly. Procesgids Hof van Holland, Zeeland en West-Friesland. Studiezaal Nationaal Archief, signatuur S11 A52.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in