Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Achtergrond

Naar welk archiefbestand verwijst de index

De index verwijst naar Stamboekinschrijvingen officieren landmacht Nederland, periode 1813-1924, beschreven in inventarisnummers 1-613 van archiefinventaris 2.13.04.

Inventarisnummers 1-443 betreffen de dienstjaren 1813-1877.
Inventarisnummers 444-613 betreffen de dienstjaren 1850-1924.

Digitaal?

De index is digitaal en op afstand raadpleegbaar. De stamboekinschrijvingen zelf zijn niet digitaal. Deze kunnen in de studiezaal van het Nationaal Archief bekeken worden. Direct scans bestellen met behulp van het winkelwagentje bij de registratie in de index kan ook.

Wat vind ik in de index?

  • Naam en voornamen of soms alleen voorletters.
  • Toegangsnummer en inventarisnummer.
  • Folionummer in het stamboek.

Wat vind ik in een stamboekinschrijving van een officier

  • Zijn staat van dienst: wanneer in dienst gekomen, bevorderingen, overplaatsingen, wijze waarop de dienst eindigt bij het onderdeel door een van de vier mogelijkheden 1. overplaatsing naar naar een ander onderdeel 2. pensioen 3. (eervol) ontslag, 4. overlijden (tijdens de dienst). Garnizoensplaatsen worden niet genoemd.
  • Persoonlijke gegevens: naam en voornamen, geboorteplaats, geboortedatum, namen ouders, laatste woonplaats voor indiensttreding. Bij een gehuwde officier wordt soms de naam van de echtgenote vermeld. In incidentele gevallen ook de huwelijksdatum.
    De stamboeken bevatten hoofdzakelijk staten van dienst. Op een paar uitzonderingen na gaat het niet om conduitestaten (= het functioneren van de militair).

Volledigheid van het archiefbestand

In principe zijn alle stamboeken officieren landmacht Nederland in de periode 1813-1924 bewaard gebleven. Alle namen van officieren voorkomende in deze stamboeken zijn in de index opgenomen.

Geschiedenis van de archiefvormer: 

De rijksoverheid heeft het personeel dat het in dienst heeft gehad, altijd uitgebreid geregistreerd. Zo ook het Ministerie van Defensie en zijn voorgangers. Al het personeel werd ingeschreven in registers. Deze registers werden stamboeken genoemd. Hierin werd de loopbaan vastgelegd, teneinde op een verantwoorde wijze beslissingen te kunnen nemen over het betrokken personeel. Bevordering, salariëring, pensionering en het toekennen van onderscheidingen geschiedde op basis van voordrachten van de superieuren van betrokkene, maar werden steeds gecontroleerd met de gegevens die in de stamboeken waren ingeschreven. De stamboeken zijn dan ook bijgehouden door de Afdeling Personeel van het ministerie. Het verkreeg de gegevens van de commandanten van de landmacht in de vorm van periodieke opgaven.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in