Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Achtergrond

Het ambtboek van de Nassause Domeinraad

Het archief van de Nassause Domeinraad beslaat de periode 1581-1811 en bestaat uit bijna 500 meter aan archiefdozen. Om ervoor te zorgen dat stukken in het archief konden worden teruggevonden werden er meerdere repertoria en indexen op gemaakt. Eén van die indexen is het zogenaamde ambtboek.

Het uit twee delen bestaande ambtboek is een soort index op de notulen en de registers of kopieboeken van uitgaande stukken. De index heeft betrekking op benoemingen en commissies van functionarissen van de Nassause Domeinraad en door de Prins aangestelde ambtenaren of functionarissen in zijn domeinen.

Volledigheid

Het ambtboek is beslist niet volledig. Pas na circa 1647 werden de meeste benoemingen opgenomen, de laatste inschrijving dateert van 1798. Soms zitten er grote lacunes tussen de benoemingen. Verwijzingen naar uitgaande stukken voor 1637 zijn verder niet na te zoeken. Deze registers hebben nooit bestaan of zijn verloren gegaan.

Spelling

Het handschrift van het Ambtboek is soms erg onduidelijk en niet consequent. Namen worden op diverse manieren gespeld. Er is naar gestreefd de vermeldingen van de naam van één en dezelfde persooon te uniformeren. Er is doorgaans gekozen voor de meest voorkomen spelling in het Ambtboek of voor de moderne schrijfwijze van de achternaam.

 

Geschiedenis van de archiefvormer: 

Het huis van Oranje-Nassau verwierf vanaf de vijftiende eeuw een grote verscheidenheid aan goederen. Dit bezit kwam door ververving, koop of schenking in de familie. De grondlegger van dit goederenbezit was Engelbrecht van Nassau die, als eerste graaf van Nassau in de Nederlanden, in 1403 het huwelijk trad met Johanna, de erfdochter van het rijke bezit der Polanens.

In de loop der eeuwen waren er disputen over erfenissen, raakte de familie sommige bezittingen kwijt en raakten andere verspreid over de familie. Door huwelijken en erfenissen kwam er ook weer bezit bij. De familie bezat landgoederen in heel Nederland en ook over de grens.

Het beheer over deze goederen was een ingewikkelde zaak. Van alle domeinen moesten de inkomsten en uitgaven worden bijgehouden, er moesten functies worden ingevuld, de gebieden moesten worden geïnspecteerd en de pacht moest worden geïnd. Om dit alles in goede banen te leiden werd de Raad en Rekenkamer ingesteld. Dit gebeurde hoogstwaarschijnlijk onder graaf Engelbert II van Nassau (1475-1504). De raad bestond uit deskundigen op rechtskundig en financieel terrein. Later werd de raad omgedoopt tot de Nassause Domeinraad.

In 1795 met de confiscatie en de inbezitneming van de Nassause domeinen door de gewestelijke besturen, werd de Domeinraad ontslagen. Na de inlijving bij Frankrijk in 1811 werd de administratie van de voormalige Nassause domeinen overgegeven aan het Enregistrement der domeinen, die in de verschillende provincies werd gevestigd.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in