Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Nassause Domeinraad: Regesten brieven Anna van Buren - Zoeken: munster

Zoeken

Velden doorzoeken
Nassause Domeinraad: Stukken betreffende rechten en goederen van Anna van Buren: Regestenlijst van brieven (1467-1548) download index (ZIP, 243.7 KB)
22 resultaten gevonden
Zoekresultaten: 22 gevonden
DateringBeschrijving
(1542?)[Barthlomeus van Coelen] bericht Maximiliaan van Egmond, dat hij met moeite gedaan heeft gekregen, dat het vendel van Roeloff van Coevorden weder dienst heeft genomen onder de keizer na muiterij en nadat eerst naar de gewoonte der krijgslieden een raad was gekozen, welke hij evenwel heeft kunnen overreden dienst te nemen volgens de artikelbrief, maar terug in de stad zijnde, hebben de edelen e.a. "groote hansen" gedreigd weg te zullen gaan, als zij geen hogere soldij kregen, zoals hun manieren van pochen en snorken zijn; om hen zoet te houden, heeft hij al hun eisen opgeschreven; morgen gaat hij om bekende redenen naar Zwoll en vervolgens naar Vollenhoe om registers en papieren te halen, waarmede hij graaf Maximiliaan achterna zal reizen naar Groninghen of elders; van Raesfelt, drost van Twenth en ritmeester onder schrijvers monstering, heeft hij nog geen antwoord; overigens zijn hier ettelijke paarden van Herman van Veele, Hinrich van Rechteren, de commandeur van Oetmerssum, Jan van Berkom, Goert van Rede en Adriaen van Twickel en er komen er nog uit Munster, maar er is gebrek aan hooi
(1543)Velen schrijft aan Maximiliaan van Egmond, dat hij bericht heeft ontvangen, dat een edelman, geheten Jacob van Munster, 300 paarden heeft aangenomen, zonder dat men weet voor wie; de knechten van Bormanye, de drost van Covorden, zijn nog niet in het graafschap Ravensberch geweest, maar liggen nog op de grens tussen de stiften Munster en Bremen
1533 November 24 (Culemborch)A. de Lalaing antwoordt Floris van Egmond op ontvangen brieven; hij heeft eertijds de keizer geschreven het raadzaam te vinden, dat de naburige landen als Hollande, Utrecht, Frise en Overijssel of het kwartier van Boileduc een verdedigend verbond sloten en een burgerwacht op de been hielden; Munster en Clèves zouden tegen vergoeding de keizer moeten helpen, maar er is geen geld; door zijn langdurige jicht spreekt hij niemand en kan ook niet naar het Hof; over de oorlogsschepen, waarover graaf Floris hem een brief van de burgemeester van Lubeeck, die te Deventer is, heeft gezonden, is hij beter en gunstiger ingelicht; zij zijn terug in het Maersdiep en Enckhuysen en hebben enige schepen genomen en er een verloren; hij heeft soldij naar Amsterdam laten sturen en schepen, artillerie en munitie in veiligheid laten brengen; wat graaf Floris van Hacfort en de drossaard van Coevoerden schrijft, kan hij niet geloven; wel weet hij, dat de hertog van Gheldres ontevreden is over uitlatingen van de graven en zijn manschappen besloten zijn hun zoveel mogelijk kwaad te doen.
1533 October 31 (Bruessel)De landvoogdes bedankt graaf Floris van Egmond voor de moeite, gedaan om de mening van de bisschop van Munster te horen over het voorstel, dat de bisschop ook aan de Staten van zijn land heeft voorgesteld en waaruit diens goede gezindheid tegenover de keizer blijkt, en draagt hem op haar verder op de hoogte te houden.
1538 Mei 21 (op Dynstdach nae dem Sonnendach Cantate)Jacob van Erpp, abdis, en convent van de Munster te Ruremundt verzoeken Floris van Egmond credentie te verlenen aan de kapelaan, brenger dezes, die hem zal inlichten over een twist tussen hun convent te Heuchten en de naburen daarvan te Buell en Marheze.
1540 November 16 (Vollenho)Bartholomeus van Coelen bericht Maximiliaan van Egmond, dat hij volgens opdracht voor de expeditie van brieven en copieën gezorgd heeft o.a. aan Westerholt als luitenant van Groningen, de drost van Coforden, Bourmannia, en de raad, mr. Geerlich Doys; hij is nog bezig met het moeizame innen van het geld, verschuldigd aan de weduwe [Van Tautenburch.]; Burchart van Westerholt is stervende; Bourmannia heeft hem over ettelijke aanslagen van Meynert van Ham geschreven, maar toen hij 4 dagen geleden met Doys en de rentmeester van Zallant bij Bernt van Hackfort op Oldenneel bij Zwoll was, vertelde deze, dat hij uit het sticht Munster kwam en men daar niets wist van troepenverzamelingen
1541 Augustus 16 (Graeff)Jacob van Aemstell van Mynden bericht Maximiliaan van Egmond, dat de aan Johan Haigen door de tresorier te Namen toegezegde assignatie op den Boss om daarmede de knechten alhier te betalen niet is gekomen, zodat te Graeff alles nog bij het oude is; de gravin is nog te Endoven, maar komt vermoedelijk deze week hier; de Gelrese afgevaardigden naar de rijksdag te Reygersburch zijn terug, maar men hoort niets van hen; over het geloof zou niets beslissends besloten zijn; men zegt, dat de hertog van Cleeff te Essen is bij de bisschoppen van Coelen en Münster, en noemt daarvoor verschillende redenen; de garnizoenen zijn te Craeckhouwen beschreven naar men zegt voor Hardewijck, waar een opstand geweest zou zijn; de hertog van Cleeff heeft zijn leenmannen op verbeurte van hun lenen te Duesseldorp bijeen geroepen
1541 October 16Sophia vonn Itterszem vraagt domdeken en kapittel te Munster om tussenkomst bij de stadhouder en de Staten van het Sticht Utrecht om vergoeding te krijgen voor de schade, geleden door het met geweld innemen van het huis van wijlen haar man, Johann van Itterszem, genaamd de Laege, door Utrechtse adel
1542 Augustus 3De stad Hasselt antwoordt op het bevel van Maximiliaan van Egmond om de vrouwen en kinderen van enige burgers, die zij uit de stad verdreven heeft, omdat de mannen dienst hebben genomen onder de hoofdman Wolter van Deventer, weer binnen de stad op te nemen, dat zij bij het dreigende gevaar, veroorzaakt door de troepen in het bisdom Munster, de burgers op straffe van verlies van burgerschap hadden verboden de stad te verlaten en gewaarschuwd hebben, dat zij de vrouwen en kinderen achterna zouden sturen.
1542 Augustus 6Goessenn van Raesfelt schrijft Maximiliaan van Egmond, dat hij het antwoord van Frantz, bisschop van Munster en Osenbrugge, aan de koningin, naar Lewaerdenn heeft gezonden met verzoek voor overhandiging aan graaf Maximiliaan te zorgen; te Arnhem zijn weer vele hoofdlieden geworven ("angetreckett") en in het land van de Marck ruiters en knechten.
1542 Augustus 8 (Vollenhoe)Ghijsbert van Baexen bericht Maximiliaan van Egmond de ontvangst van de brief van de 3e; hij heeft gehoord van de grote schade, die de vijand in Brabant aanricht, en heeft, dadelijk na aankomst alhier, Egbert van Deveren uitgezonden om knechten te werven; heden zullen er c. 300 in de Cuner komen en de olderman van Sneeck heeft er daar 250, volgens rapport van de rentmeester van Zallant rapaille en zo slecht toegerust, dat men een groot deel zal moeten afdanken; de rentmeester van Coverden, aan wie hij geschreven heeft geld te zenden, desnoods dat, bestemd voor de reparatie van het kasteel, zendt niets; wat de troepen van Oldenzele betreft, hij heeft de drost van Twenthe en de kapitein C. [Roelof van Coevorden?] geschreven de gendarmes naar Deventer te zenden en het voetvolk naar Meppel; de drost heeft hem gezegd, dat Maynart van Ham in Lingen werft; schrijver heeft Raesfelt bevolen in Deventer te komen om graaf Maximiliaans bevelen te horen; hij zegt, dat hij behalve zijn 200 paarden er nog 80 bij heeft en de bastaard van Geldres 30, bij wie ook de bastaard van den Berch, Hector, zich bevindt, die onder Raesfelt geplaatst zullen worden; schrijvers advies is, dat men ze naar Munster en Osenbrug moet sturen; aangaande de aanstelling tot commandant over alle gendarmes en voetknechten van de persoon, waarover graaf Maximiliaan hem heeft geschreven, herinnert hij hem er aan, dat hij zich reeds te veel gebonden heeft aan Raesfelt, maar dat graaf Maximiliaan, wanneer deze bij hem gekomen zal zijn, handelen kan volgens verlangen van de koningin; de bastaard van Geldres heeft aan die van de wet te Arnhem te kennen gegeven, dat hij zich in dienst van de keizer heeft begeven niettegenstaande het grote traktement, dat de koning van Franche hem heeft aangeboden; hij heeft de stad gevraagd zijn goederen zo nodig te beschermen tegen de hertog van Clèves; schrijver gaat morgen naar Zwol en Deventer om de gendarmes af te wachten, het voetvolk vóór Deventer te legeren en de compagnie zo spoedig mogelijk te doen vertrekken.
1542 Juni 11 (Eemden)[De stad Emden] bericht [Martin van Naerden] met de bedoeling, dat deze de graaf van Buren op de hoogte brengt, dat zij tijdens de afwezigheid van graaf Johan van Oestvrieslant tijding heeft gekregen over de troepenverzamelingen, waarvan een deel van Denemarcken komt en het andere, dat uit Gelre, Cleve, Colen en Munster afkomstig is, naar Rensweege in het graafschap Bentem gaat; er moet geen geld gespaard worden om deze twee troepen te scheiden; zo juist deelt een edelman uit het Oosten hem mede, dat de troepen door Frankrijk betaald worden en bestemd zijn voor een inval in Brabant en een aanslag op Antwerpen en, zo die mislukt, gaan zij naar Frankrijk
1542 Juni 21Jacob van Aemstell van Mynden schrijft aan Maximiliaan van Egmond, dat burgemeesters, schepenen en raad [Van Grave.] bij hem zijn geweest naar aanleiding van de verontrustende berichten over diverse troepenbewegingen; de troepen, die in het land van Kessel lagen, zijn de Maze over getrokken en wachten nu op die uit Berch en Munster; de koningen van Denemarken en Zweeden zouden Fransgezind zijn en de Fransen zijn sterk in aantal en met veel geld in Cleeff aangekomen; hij dringt er op aan, dat graaf Maximiliaan hulp aan de landvoogdes zal vragen, en heeft intussen, het voorbeeld volgende, dat tijdens 's graven vader is gegeven, ook naar den Boss om hulp gezonden en met de baljuw van Brabant, die daar van wege de landvoogdes is, laten spreken
1542 Juni 6 (Berges)C. de Gueldres schrijft aan Maximiliaan van Egmond, dat hij naar Berges is gereden om de heer van Berges het antwoord van graaf Maximiliaan over te brengen, waarvoor de Berges bedankt alsmede voor de tent, hem door graaf Maximiliaan geschonken; hij zendt een wagen naar Grave om de tent te halen en vraagt iemand mede te geven, die hem op kan zetten; Deudekom passerende, heeft schrijver een zekere edelman, geheten Wilhem van Baer, gesproken, die openlijk voetknechten wierf evenals anderen; de broeders [Joris] en Christoffell van Munster werven troepen tegen de Turken; men zegt, dat Martijn van [Rossem] en de Franse ambassadeur bij Wezell de Rijn zijn overgestoken; waarheen weet men niet, misschien naar Denemarke; schrijver hoopt in Deventer te komen om alles uitvoeriger te bespreken, want dat er iets gaande is, is zeker
1542 September 11 (Leeuwerden)Geryt van Loo schrijft aan Maximiliaan van Egmond, dat een marskramer, die in het leger van de landgraaf is geweest, vertelt, dat de knechten ontslagen zijn en dat zij volgens de een in dienst komen van Joris van Munster en van de koning van Denemercken en volgens de ander in die van de keizer; bij schrijver is de toestand goed en de bevolking zal zich liever dood vechten dan Frans worden; het huis te Geelmuyden bevindt zich in een goede toestand voor verdediging, maar drost en kastelein kunnen niet met elkaar over weg; de griffier van Vrieslant vraagt tot Mei in het huis, dat tegen de kanselarij staat, te mogen blijven, hoewel een begin is gemaakt met de afbraak; de gouden kop zal eerst op het einde van de maand klaar zijn, waarna hij hem zal komen brengen.
1543 0ctober . . .Jacob van [Munster?] doet Maximiliaan van Egmond verslag van een onderhoud met de prins en de heer van Praet over de levering van ruiters
1543 Juli 22 (am dage Marie Magdalene)De stad Munster verzoekt Maximiliaan van Egmond de goederen, ten nadele van Jacob Renssynck in beslag genomen door Goitzen Raesfelt, drost van Twendt, terug te doen geven
1545 Juli 6 (Vollenhoe)Jaspar van Munster, commandeur van de Duitsche orde te Maryenborch, bedankt Maximiliaan van Egmond ervoor, dat hij hem, op zijn klacht tegen de steden Deventer, Campen en Zwolle, een rechtdag heeft genoemd, en bericht, dat hij zijn supplicatie aan Bartholomeus van Collen, griffier van Overysel, heeft gezonden
1545 November 16 (Tekenbourch op Maendach post Martini episcopi)Derick Commerinck(?) beschrijft Engbert van Ens, rentmeester van Sallandt, de inneming van de Redtberg door de landgraaf, die dat niet in Rijksverband maar op eigen risico heeft gedaan; daarna heeft hij zijn knechten betaald en is naar Cassel gegaan, waar op Martini avond alle jonkers, die gemene zaak hebben gemaakt met hertog Henrick [Van Brunswijk.], gedaagd zijn; Henrick Schenkinck, een van de voortreffelijkste edellieden in den lande, heeft hem verteld, dat de landgraaf twee afgevaardigden heeft gezonden aan bisschop, landschap en kapittel van Munster, daar hij gemerkt heeft, dat zij hertog Henrick hebben geholpen, maar de bisschop is op de hand van de landgraaf ps. Hij vraagt bericht, of de keizer in Uueytrecht komt; de graaf van Tekenbourch zou gaarne de graaf van Buren "bescicken"
1546 Juli 8Ridderschap en steden van Overijssell vestigen Maximiliaan van Egmonds aandacht op 5 punten: 1e de verzameling van ruiters en knechten door graaf Christoffell van Oldinborch, die doortocht door het sticht van Munster gevraagd heeft en waarvan men niet weet, of ze voor of tegen de keizer gebruikt zullen worden; 2e of het niet gewenst zou zijn de benden, bestemd voor Amersfordt, dat zover binnen 's lands gelegen is, in Aldenzeell te leggen; 3e dat het noodzakelijk is een uitvoerverbod voor koren uit te vaardigen, zoals in Gelre is geschied, daar het koren schaars en duur is en dagelijks opkopers uit Holland en Vrieslandt rondtrekken; 4e of graaf Maximiliaan goedkeurt, dat, bij een inval tijdens zijn uitlandigheid, Gelre en Zutphen ener-, en Overijssell anderzijds elkaar assistentie verlenen; 5e verzoeken zij graaf Maximiliaan de Friese hoofdlieden te bevelen hun krijgsvolk te verbieden euveldaden te bedrijven als die, waarvan schrijvers heden te Wijnssem de gevolgen aanschouwd hebben
1548 April 21 (Groningen)Martin van Neerden schrijft Maximiliaan van Egmond, dat de bisschop van Bremen met de ridderschap en hertog Aloff van Holsten met hertog Erich van Brunswijck nog voor Roedenburch liggen met 5 legers; de graaf van Mansfelt is met zijn gezin in Bremen en bezit niets meer dan Rodenburch en een huisje genaamd Ottenberch in Verden; graaf Christoffel van Oldenburgh is in zijn convent Raestede; die van Munster liggen boven Bremen op de Weser en laten niets de rivier af gaan, naar men zegt, omdat wijlen de heer van Cruningen hun vrije doorvaart door Bremen had beloofd en Bremen dat weigert
541 October 19 (am Gudestaghe nach Luce ewangeliste)Domdeken en kapittel van Münster zenden Maximiliaan van Egmond een verzoekschrift van Sophia van Itterszem, inwoonster van het stift Münster, met hun voorspraak
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in