gahetNA in the National Archives
Zegels Nassause Domeinraad

Nassause Domeinaraad: Regesten brieven Anna van Buren

Zoeken

Velden doorzoeken
Nassause Domeinraad: Stukken betreffende rechten en goederen van Anna van Buren: Regestenlijst van brieven (1467-1548) download index (ZIP, 243.7 KB)
1459 resultaten gevonden
Zoekresultaten: 1459 gevonden
DateringBeschrijving
(1494)Cornelis Pieck, heer van Asperen, ambtman van Beesd en Reinoy, schrijft aan Frederik van Egmond, dat de heer van Cleeff hem na de aanval van de Geldersen gevraagd heeft, of hij zijn huis voor hem open wilde stellen, waarop hij geantwoord heeft daartoe bereid te zijn, wanneer de heer van Isselsteyn en heer Cornelijs van Bergen het tegenover aartshertog Philips wilden verantwoorden, waarna hij niets meer gehoord heeft; hij vraagt dus bericht en dringt er op aan het toe te staan
(1502 December)Adrien [De Longueval] schrijft, dat "monseigneur", zeer verlangend naar zijn landen terug te keren, de heer van La Chaulx naar de koning van France heeft gezonden om zijn terugkeer door het land voor te bereiden, op wiens gunstige berichten hij van Sarragoce naar de koning en de koningin te Madril is vertrokken om afscheid te nemen, die hem evenwel niet willen laten gaan wegens de ziekte van de koningin en de a.s. bevalling van madame, die tegen half Februari verwacht wordt en te Alcala zal plaats hebben; hij bedankt de geadresseerde voor zijn aanbeveling, waarop de heren van Iselstein en Vile en de sommelier Philippe bij monseigneur gedaan hebben gekregen, dat schrijver in zijn vorige staat is hersteld
(1504) Juli 28 (Beesd Soendach nae Sinnte Anne)Cristoffel de bastaard [Van IJselstein] schrijft aan Floris van Egmond, dat de heer van Boechoven en hij c. 200 man hebben aangenomen, waarmede hij zo spoedig mogelijk te Goerchoem zal komen; de heer van Gelre heeft in de Boemelrewert met geweld 2 pond schatting op laten brengen en de vijand is ook in het Cleefse geweest en heeft er verliezen geleden
(1508) December 29 (te Cleve)Rudolff, vorst van Anhalt, graaf van Ascanië, heer van Bernburg, kapitein-generaal, antwoordt Frederik van Egmond, dat hij, evenals zijn oom van Cleve, gaarne op zijn voorstel zou ingaan, doch dat het onmogelijk is voetknechten of ruiters beschikbaar te stellen, daar de landvoogdes geen soldij betaalt; op zijn verzoek om hulp, gedaan aan de graaf van den Berghe, de vrouwe van Zevenberghe en de heren van Wassenaer en Batenborch, heeft hij hetzelfde antwoord ontvangen; Kaerle van Gelder heeft op Kerstavond Rosendale willen nemen, maar zijn soldaten hebben geweigerd wegens niet-betalen van soldij
(1511 vóór Augustus, den Hage)Aelbert van Egmont bericht Frederik van Egmont, dat er een dagvaart van heren, edelen en steden in den Hage heeft plaats gehad, waar hij de stadhouder [Floris van Egmond] heeft medegedeeld, dat de heren van Utrecht de tienden niet meer aan de kerk van IJselstein willen verkopen, waarop de stadhouder geantwoord heeft, dat hij zijn vader, heer Frederik, zou schrijven te beletten, dat een van de inwoners de tienden koopt; de stadhouder gelooft, dat die van Utrecht gaarne vrede zouden sluiten en Karel van Gelre verlaten, hetgeen hij de deken van Loven, mr. Adriaen, heeft gezegd; schrijver houdt het voor bedrog; doel van de dagvaart is geld te krijgen; Brabant heeft reeds 100000 gulden geconsenteerd; wanneer Holland hetzelfde doet, zal men van Vlaenderen evenveel vragen
(1511) Augustus 25(Vullinck) schrijft aan Frederik van Egmond, dat zijn eerste bericht over de inneming van Stralen, gegrond op een mededeling van heer Anthonijs, kapelaan van heer Floris, onjuist is geweest, doch dat het nu, Zaterdag, op Sint Bartholomeus' avond is veroverd; de koning van Engeland heeft geschreven, dat hij zo nodig op eigen kosten meer troepen zal sturen
(1511) September 24Marguérite geeft Floris van Egmond haar tevredenheid te kennen over zijn werkzaamheid om ingevolge het gesloten verdrag de gevangenen van Utrecht in vrijheid te stellen; mocht de tegenpartij hierin nalatig zijn, dan kan ingevolge het verdrag beslag gelegd worden op haar goederen; zij zelf heeft 3000 pond laten zenden voor het voetvolk en uit haar verwondering, dat hij daarmede nog niet het 3e kamp heeft opgeslagen en de poort heeft gesloten, waardoor tot nog toe alle ongemak is binnen gekomen; naar aanleiding van hetgeen hij door de heer van Zevenberghe heeft laten zeggen, dringt zij daar nogmaals sterk op aan en herinnert hem er aan, dat zijn eer ermede gemoeid is
(1511) September 25 (Boisleduc)Marguérite, schrijft aan Floris van Egmond, dat zij van de admiraal [Philips, bastaard van Bourgondië] gehoord heeft, hoe hij zich dag en nacht inspant voor het beleg van Venloo, waarvoor zij hem dank zegt, er op aandringende daarmede voort te gaan, daar op de val van Venloo de reductie van Remunde, het Overkwartier en vervolgens geheel Gheldres zou volgen; zij heeft versterking gezonden en gelast hem liever alles op het spel te zetten dan het beleg op te heffen, en niemand pardon te geven
(1512?)Helmych Dobbe meldt Florijs van Egmond, stadhouder van Hollant, Zeylant en Freyslant, dat hij bericht heeft, dat de Geldersen een aanslag op Grave beramen, en verzoekt de reeds besproken maatregelen te nemen en hem ook soldaten te zenden
(1513) April 22 (Anvers)Een dienaar meldt Floris van Egmond, stadhouder van Gheldres en Hollande, de ontvangst van zijn brief, uit Aernhem geschreven; hij zendt het hem verschuldigde geld, dat hij met veel moeite en met kortingen van de tresorier heeft losgekregen, voorts brieven van de pensionaris van Gaude en messrs. de Bergh en Zevenberghe, terwijl een bode van Goorle hem het nieuws aangaande de hertog van Brunswijck zal brengen; tussen de koning van Aragon en die van France is een bestand gesloten voor 10 maanden; gisteren sprak schrijver een heraut uit Dynnemerken, die zeide brieven van de koning voor graaf Floris bij zich te hebben
(1514) Augustus 17 (in den Haech Donredach post Assumptionis Marie)Jan de Lose, priester, bericht Frederik van Egmond, dat hij in Vrieslant is geweest en een obligatie van Derck van Wijngaerden heeft verkregen, volgens welke deze heer Frederick zijn jaargeld zal uitbetalen; voorts heeft hij gehoord, dat de graaf van Benthem zich erover beklaagd heeft, dat inwoners van Benscoep onder de graaf van Eemden dienst hebben genomen tegen de hertog van Zassen; wanneer dit onverhoopt met medeweten van heer Frederick gebeurd mocht zijn en de hertog van Zassen ter ore mocht komen, zal de betaling van het jaargeld zeker uitblijven
(1515 ?) April 15 (Stocquart)G. (?) de Salains schrijft aan Frederik van Egmond, dat hij bij zijn terugkomst uit Espaigne diens brief van December heeft gevonden, waarin hij een van zijn dienaren aanbeveelt voor het ambt van "controlleur de la despence ordinaire de l'hotel de monseigneur" en dat dit ambt reeds vergeven is
(1515) Januari (tot Loeven)Floris van Egmond schrijft aan zijn vader heer Frederik, dat prins Karel alhier eergisteren gehuldigd is en nu naar Brusel en Andverpen gaat en vervolgens naar Ghendt; hij (Karel) heeft de heren van Nassau en Sympy naar de koning van Vranckrijck gezonden; men twijfelt niet, of daar zal een goede vrede van komen; van de keizer heeft men geen ander bericht dan dat hij in Ysbruck is en na Pinksteren de Rijksdag te Fryborch zal houden
(1515) Januari 13 (tot Dordrecht)Florijs van Egmond schrijft aan zijn vader, Frederik van Egmond, dat hij zijn bezoek heeft moeten uitstellen om zijn neef van Wassenaar op diens dringend verzoek te helpen om van de Staten van Hollant enige vergoeding te krijgen voor zijn gevangenschap [Bij Karel van Gelre] en nu is hem geschreven onmiddellijk naar het Hof te reizen voor de huldiging van prins Karel; hij heeft bericht, dat de koning van Vranckrijck op jaarsdag overleden is en ook de koningin van Engelant gestorven is
(1516) April (tot Greef)Floris, heer van IJsselstein, schrijft aan zijn vader, dat hij zeker gehoord heeft, hoe de heer van Gelder zich aan het bestand houdt; hij schijnt ook naar Bueren te willen gaan, de stad moet dus extra bewaakt worden; zodra hij tijd heeft, gaat hij naar Holland en hoopt dan ook graaf Frederik te bezoeken
(1516) Augustus 13 (de devant Dochkem)J. de Wassenare bericht graaf Floris van Egmond zijn aankomst voor Dochkem; morgen komt de artillerie en zal hij een aanvang maken met het beleg, maar er moet soldij gezonden worden voor het voetvolk, anders is alle moeite vergeefs geweest
(1517)Floris, heer van IJsselstein, vraagt de koning en zijn Raad betaling van hetgeen de koning hem schuldig is wegens een rente van 1200 pond jaarlijks, door graaf Floris verkocht ten behoeve van de koning, die hem 6000 pond jaarlijks zou geven ter aflossing, doch 6 jaar lang in gebreke is gebleven; hij stelt voor om, gezien de wapenstilstand met Gheldre, 50 van de 75 man bezetting van Grave te ontslaan en allen hun soldij uit te betalen; opdat schrijver zich zo spoedig mogelijk met ere uit Frise terug zal kunnen trekken, vraagt hij hem de charge te geven, die gereed ligt voor Rogendorf en het geld voor soldij, opdat hij zo spoedig mogelijk aldaar orde op de zaken kan stellen
(1518) Februari 9 (Dynstach voer Groote Vasten)Jenneken van den Kercoff heet de heer van Isselsteyn te Loen welkom bij zijn komst uit Vryeslant en zendt hem versnaperingen, die hij gaarne placht te eten met verzoek om Lambert, die hem in een paar dagen volgen zal, te helpen, zoals hij beloofd heeft en waarvan 's schrijvers welvaren afhangt
(1521) (Cambray)H. Doffuy schrijft aan monsr. du Carier over de voornemens van de koning van Frankrijk, die te Moulines is of er binnenkort komt, en de dreigende oorlog
(1521) (Quenoy)Jacques de Licques bericht de heer van Istain, dat hij hem zal schrijven, zodra hij nieuws heeft
(1521) Augustus 23 (Bapaume)H. de Fleury schrijft aan de graaf van Buren over bewegingen van de Franse troepen; de koning en de dauphin zijn te Villers-Cotterel, de keizer is onderweg van Saint Dizier naar Sainte Mynehon
(1521) Februari 8Margriete van Berghen schrijft aan Frederik van Egmond, haar (schoon)vader, dat zij gaarne deze Vastenavond bij hem gekomen zou zijn, doch dat haar moeder en haar zuster van Barbanson over gekomen zijn
(1521) November 18 (Leerdam)Ghijsbert Smael, pastoor, en Helmich Dobbe berichten Floris van Egmond, dat een vicaris overleden is, en verzoeken namens Peter Vrancken diens zoon Adriaen te benoemen
(1521) September 15 (Bapaume)H. de Flury zendt Floris van Egmond een rapport over de krijgsbedrijven in Frankrijk; zodra de lieden, die hij naar het kamp van de koning gezonden heeft, terug zijn, zal hij bericht sturen
(1521) September 6 (Aras)H. de Flury zendt een rapport van een van zijn lieden, die Dinsdag 1.1. uit Reims is vertrokken; Vendôme verzamelt het weinige voetvolk, dat hier is, om zich heen; schrijver heeft dezelfde, die naar Reims is geweest, thans uitgezonden om te horen, hoe groot het aantal manschappen is in het kamp van de koning
(1523 Augustus 22 ce Samedi)A. de Coulster schrijft Floris van Egmond, dat hij, gehoord hebbende, dat hij naar Anvers terugging, gisteren van Lovestein naar zijn moeder is gegaan om graaf Floris te ontmoeten, maar te Loen van Hesdin vernam, dat graaf Floris zijn reis had uitgesteld wegens de huwelijken van zijn dochters, en vraagt bericht, waar hij hem ontmoeten kan
(1523)Florijs van Egmont schrijft aan een van zijn ambtenaren (van het Leenhof?) naar aanleiding van wanverzoek door Lambert Millinck van een zeker leen, waarmede eertijds iemand uit het geslacht van Arkel en, tijdens het leven van Florijs' vader, van Raveschot beleend was
(1523) Augustus 18 (Bruxelles)A. de Lalaing schrijft Floris van Egmond uitvoerig over de financiën, waarover hij met Gerard Sterck heeft gesproken; Brussel heeft gedeeltelijk toegegeven, nu nog Bosleduc en Louvain; de landvoogdes heeft bericht van de keizer, dat zijn leger naar Ghyennes optrekt, en wanneer men met de Venetianen tot een vergelijk komt, gaat het Italiaanse leger ook naar France; de gezant van Engeland is terug en heeft een brief van de kardinaal aan de landvoogdes meegebracht, waarin hij vraagt Hesdin en Jehan de Lusy af te staan voor de artillerie; de keizer heeft geschreven, dat hij door de broeder van Marnix uitvoerig zal laten antwoorden op hetgeen de landvoogdes hem geschreven heeft; de koning van Dennemarck is na de resolutie, genomen bij Burens vertrek, vertrokken met onbekende bestemming; de landvoogdes heeft hem (Buren) geschreven over het antwoord van d'Aymeries en de Liques naar aanleiding van het werven en betalen van troepen; monsr. de Vertain heeft het ambt van maarschalk aangenomen; met hem en monsr. de Noyelle heeft schrijver enige besprekingen gevoerd over de garnizoenen in Haynnaut en een onderneming tegen de vijand, wanneer Buren van Valenchienne vertrekt; van Frize weet men hier niets dan een gerucht, dat de Wassenaire zich bij het beleg voor Dockem bevindt en een ander deel naar Lemmere heeft gezonden; hij raadt graaf Floris aan niet te wachten op de aangevraagde 825 ruiters, maar te trachten er zelf zoveel mogelijk te krijgen van de heer van Hornes en anderen, opdat de Engelsen, die nu van goeden wil zijn, niet verkoelen
(1523) Augustus 25 (Bruxelles)A. de Lalaing belooft Floris van Egmond de soldij te zenden voor zijn krijgslieden en die van monsr. de Nassau; hij hoopt, dat de troepen, die graaf Floris nu werft, nog zullen meevallen; dat de brieven van graaf Floris uit Callais indertijd met vertraging hun bestemming bereikt hebben, is niet zijn fout; heden morgen heeft hij een brief van "le petit Boubaiz" ontvangen, die met 7 à 800 man en 300 ruiters France is binnen getrokken tot Hen en St. Quentin, waar zij 2 kastelen en een abdij [Marteuille en Buyencourt en de abdij van Vermais (Henne, a.w. III, bl. 334).] hebben veroverd en in brand gestoken, een grote buit en veel gevangenen meevoerende; het zou goed zijn de 1500 Duitsers naar Bins te brengen en naar de grens om die met het krijgsvolk uit Haynnaut te zuiveren, waarover schrijver laatstelijk heeft gesproken met de heeren de Vertain en de Noyelle en waarheen de landvoogdes ook monsr. de Barbenson zendt
(1523) December (de Londres)Loys [Louis van Vlaanderen, heer van Praet.] bericht Floris van Egmond, dat hij, ingevolge diens brief, het pakket brieven aan de hofmaarschalk de Hesdyn heeft afgegeven; hij uit zijn leedwezen over de dood van de heer van Wassenaere, waarin de keizer een goed dienaar verliest, die ook in de toekomst nog veel had kunnen doen
(1523) Januari 19 (Malines)J. Ruffault bericht Floris van Egmond, dat aan de ontvanger van Boisleduc is gelast soldij te betalen voor het voetvolk te Grave over 6 maanden; de soldij, gevraagd voor de laatste 6 maanden, klopt niet met de klacht, in Augustus van het vorige jaar, toen graaf Floris in Artois was, uitgebracht door ambtenaren van Grave, dat van de gewone bezetting, groot 50 man, het grootste deel gestorven was aan pest en de rest uit angst voor het van de heer van Gheldres dreigende gevaar was weggelopen, waarop de heer van Berghes een ordonnantie aan bovengenoemde ontvanger heeft laten zenden voor soldij over September en October voor 100 man; schrijver vraagt nadere inlichtingen; met de commissie voor graaf Floris, die volgens deze te laat komt, is het als met de vergoeding voor zijn schip, verloren gegaan op zijn reis naar Espaigne; er kan niets afgedaan worden zonder overleg met graaf Floris en er is geen geld, maar iedereen in de omgeving van de landvoogdes is hem welgezind
(1524) Juni 29 (Anvers)Johan Salmon zendt Floris van Egmond een brief, die Erasmus Schijts hem gegeven heeft, komende van Rome; monsr. de Montmorency is naar Paris om zijn heerlijkheid te verheffen, mademoiselle zijn vrouw en haar zoon maken het goed; het nieuws van de Beurs is, dat de Fransen niets willen teruggeven van hetgeen de koning bij verdrag gekregen heeft
(1525) April 24 (Anderpen)Jan van Papevelt vraagt Floris van Egmond er de hand aan te willen houden, dat het concept van 1524 aan ,,ons, generaal-meesters van de munt", vertoond, volgens hetwelk de munt de waarde zou hebben, door de keizer in 1520 vastgesteld, en de renten in gouden carolusguldens betaald moesten worden, 6 voor een pond vlaams en 4 voor een pond brabants, uitgevoerd worde
(1525) Juli 11 (Lille)J. de Luxembourg dankt Floris van Egmond voor de aangeboden hulp, die hij door het terugtrekken van de vijand niet meer nodig heeft, en hoopt, dat graaf Floris zijn manschappen zal kunnen gebruiken voor de afstraffing van de rebellen in Boisleduc
(1525) Mei 11 (Gant)Adolf van Bourgogne schrijft Floris van Egmond over zijn vrees, dat de landvoogdes zeer veel moeite zal hebben de door haar verwachte bede van Flandres te krijgen, hetgeen dan te wijten is aan fouten van haar en de Raad, die zij trachten geheim te houden voor "ons"; hij verzoekt van deze brief geen melding te maken
(1525?)Aelbert Storm, drost van Ackoy, schrijft aan Floris van Egmond, dat hij op de vraag van de prior [Van de Kruisbroeders.] te Asperen, of schrijver gelast was te verbieden, dat de bouwman van het convent zeker land gebruikte, naar Asperen is gegaan, waar hij bij afwezigheid van de prior, die met de wijbisschop naar Gelcum was om de kerk te wijden, aan supprior, procurator en broeders uitleg heeft gegeven, waarop de broeders als hun wens te kennen hebben gegeven, dat niemand hun land gebruiken zou dan de naburen van Ackoy
(1526 ?) Maart 4 (Brusel)Floris van Egmond schrijft aan een van zijn ambtenaren over het plaatsen van een steen, die met een schuit van Bueren, Lerdam, Hoeckelem of daaromtrent vervoerd moet worden, opdat hij zo spoedig mogelijk ter bestemder plaatse zijn zal; de heer van Bochoeven zal zeggen, wanneer de steen gereed is; zelf hoopt hij binnen kort derwaarts te komen
(1526) December 12 (Bruselles)Bouton zendt Floris van Egmond een brief van de keizer, het bewijs dat deze hem dankbaar is voor de goede diensten, die hij hem dagelijks bewijst, zoals madame hem heeft verteld; schrijver vraagt hem daarmede voort te gaan en ook te adviseren, hoe men tot een goede vrede zal kunnen komen, met verzoek schrijver of de keizer te antwoorden; men zegt, dat dekeizerin zwanger is [Philips II werd 21 Mei 1527 geboren.]
(1526) Juli 3 (quinto nonas Julii)Franciscus Stulinck, priester, verzoekt Floris van Egmond, brenger dezes in dienst te mogen houden om te helpen aan het waterwerk, dat hij hier te Graef bezig is te maken, en om de kunst beter in ere te houden, die slechts kunst is, zolang het geheim blijft, en waarvoor hij nog 2 mannen in dienst zal moeten nemen; zijn materiaal om cement mede te maken ligt in 's Hartoghen Bus en Amsterdam maar, behalve dat hij deze put achter het Nye Weerck nu niet in de steek kan laten, heeft hij geen geld, daar hij, sinds hij dit werk begonnen is, niet zo sober kan leven als daarvoor; hij moet nachtlogies betalen en steeds hier of daar bier of wijn drinken; hij verzoekt een goedkope paltrok te mogen laten maken benevens een paar hozen, daar hij zijn tabbert niet met ere uit kan trekken, nu zijn camelotte paltrok bedorven is met het werken op de toren; hij hoopt het waterwerk binnen 7 weken gereed te hebben
(1526) Mei 12 (Ghant)J. de Berghes schrijft Floris van Egmond uit het kwartier te Ghant, dat het nodig zal zijn, dat de landvoogdes daar enige tijd blijft om goede resultaten te bereiken en de tijd zal de mensen ook wijzer maken; wat de vrede met Franse aangaat, men wacht bericht van de vice-koning, die in Franse is, om er de laatste hand aan te leggen; het overige zal graaf Floris van de heer van Hostratte vernemen; hij vermoedt, dat hij op de hoogte is van de plotselinge dood van de heer van Nevelle, vader van graaf Floris' schoonzoon de Momerenschy
(1526) Mei 29 (quarto Kalendas Junii)Franciscus Stulinck, priester, bericht Floris van Egmond, dat de ijzeren platen, door de smid te Nymmaghen gekocht om er een boorkoker van te maken voor het Velsant, bij vergissing naar Buyeren gestuurd zijn en terug gezonden moeten worden; hij is nu bezig een put op de Maes te maken, waarvoor 4 boren gebruikt worden, maar hij hoopt en vertrouwt, dat hij geen vergeefs werk gedaan zal hebben
(1527 ?) Februari 11 (Endoven)Godefridus Itteren, pastoor te Endoven, bericht Floris van Egmond, dat de pastoor van Woensel gestorven is en verzoekt heer Frans, kapelaan van de graaf en gravin, in zijn plaats te benoemen
(1527)[Wyrich von Thun, graaf van Heimburg, heer van Aberenstein], dankt Floris van Egmond, dat hij hem, zoals Bylant hem verteld heeft, wil helpen aan zijn dienst( ?) geld te komen, dat hij in Brabant heeft staan; Bylant zal de kwitantie sturen
(1527) April 29 (op den Goeden Frydach)Lubbert Torck schrijft aan Floris van Egmond, dat "de heeren van den Staet" besloten hebben, dat de ruiters niet gedurende de Paasdagen naar de Haem zullen trekken; de ruiters zelf zijn hem komen zeggen, dat zij niet van plan waren te vertrekken, omdat zij hier nog teveel in de schuld staan; de Staten( ?) zullen hen tevreden stellen, maar zij blijven onwillig
(1527) Augustus 8Jacop tzo Hornes bericht Floris van Egmond, dat hij, daar zijn vrouw sinds 4 dagen een hevige koorts heeft, de pastoor van Orsenn geschreven heeft om te komen; hij verzoekt graaf Florijs eenzelfde brief te schrijven en de pastoor een wagen te sturen om daarmede naar Graeff te komen; graaf Florijs zal vernomen hebben, dat de heer van Ghelder Hasselt heeft; hijzelf laat hier te Workem goed de wacht houden; men zegt, dat er te Bommel preparatieven worden gemaakt, waartoe of in welke vorm weet hij niet
(1527) Juli 15 (Breda)J. de Termonde bericht Floris van Egmond, dat hij in Breda is met veldslangen, paarden, kruit en lood en bericht afwacht; ook de heer van Hoochstraeten, bij wie hij heden geweest is, zal schrijven; het geld is er evenals de huissiers, de gedeputeerden van de Raad van Brabant en de baljuw van Brabant
(1527?)Derick Mangelman bericht Floris van Egmond, dat het heien van de palen in de gracht een dag langer zal duren dan hij gezegd heeft, daar er bij de toren van de vrouwe van Buren schepen in de gracht zijn gevonden, die men daar vroeger heeft laten zinken om de gracht te stoppen, waardoor de palen met ijzer beslagen moeten worden; de hofmeester heeft de beloofde commissie om kruit en lood voor Joachym van Wie en zijn personeel (gesynne) te geven nog niet ontvangen
(1528) April 15 (Malines)Philippe de Orley schrijft aan Floris van Egmond, dat de landvoogdes hem beveelt Dinsdag a.s. te Malines te komen om persoonlijk met hem de door hem opgestelde instructie te bespreken; de kardinaal en de heer van Berghes, die de instructie van de heer van Houstrathe gezien hebben, vinden graaf Floris' advies veel beter, zodat hij vast moet houden aan 2000 ruiters en 10000 man voetvolk in het veld en 2000 man en 500 paarden voor de grens van Brabant; hij heeft geinformeerd, waar mr. Guylleme de Barres is geweest; men zegt, dat hij niet naar Engleterre is geweest, maar morgen over Franche naar de keizer gaat; de heer van Houffalize brengt 80 paarden mede; die van Hennau vragen 300 paarden en 1000 man voetvolk naar Brabant te zenden, daar de Fransen iets schijnen te willen ondernemen
(1528) Januari 8 (Oudewater)A. van Coulster schrijft aan Floris van Egmond, dat hij op verzoek van de heer van Castre hier is gekomen om hem te raden en te helpen; hij heeft een plan tegen de Geldersen in de Betue, waarover hij graaf Floris zal schrijven; zij hebben veel voetvolk, de soldij loopt bij den dag op en er wordt niets tegen de vijand gedaan; men verlangt zeer naar graaf Floris komst', want als de dooi invalt, zou heel het Rijnlant verloren zijn
(1528) October 12 (Heessweck)Cornelle de Berghes verzoekt Floris van Egmond brenger dezes, gevangen genomen bij de inneming van Megen en niet vrijgelaten op de hier geldende conditie van betaling van onderhoudskosten te helpen, daar hem invrijheidsstelling is beloofd in ruil voor een gevangene van Grave
vorige
12...30
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in