Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Deventer, van - Zoeken: wilhelmina

2 Resultaten gevonden, klik op het tabblad om de resultaten te tonen.

2.21.051
M. Granviel
Nationaal Archief, Den Haag
1983
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.21.051
Auteur: M. Granviel
Nationaal Archief, Den Haag
1983

CC0

Periode:

1832-1933

Omvang:

1.70 meter; 191 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het grootste deel van het archief van Marinus Lodwijk van Deventer bestaat ingekomen brieven, chronologisch en daarbinnen alfabetisch op naam van de afzender geordend. Daarnaast zijn er in het archief stukken te vinden met betrekking tot de door hem beklede functies van commies bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, consul-generaal in Brazilië en de La Plata-staten en voorzitter en secretaris van de Nederlandsche Bond voor den Nationalen Arbeid. Ook zijn wetenschappelijke publicaties zijn opgenomen, evenals een grote verzameling ongepubliceerde aantekeningen betreffende historische onderwerpen als de VOC en de Franse Revolutie.

Archiefvormers:

  • Van Deventer
  • Marinus Lodwijk van Deventer (1832-1892)
  • Susanna Cecilia Craandijk (1837-1912)
  • Louise Wilhelmina van Deventer (1867-1949)

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Marinus Lodewijk van Deventer werd op 10 maart 1832 te Den Haag geboren als zoon van Jan Antonie van Deventer en Louise Wilhelmina Kiehl. ( Voor nadere gegevens over zijn levensloop: Levensbericht van Van Deventer door P.A. van der Lith, Leiden 1895 (inventaris-nummer 150);Berichten en Mededelingen in tijdschrift De Nederlandsche Spectator, Den Haag, 30 januari 1892 nummer 5; Molhuysen, P.C. en D.J. Blok, Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek IV, Leiden 1918; Wiggers, A.J../R.F. Lissens/A. Devreker/N.H. Kuiper/J. Presser, Grote Winkler Prins Encyclopaedie, Amsterdam, Brussel 1968. Zesde deel; Frederiks, J.G. en F. Jos van den Branden, Biografisch Woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche Letterkunde, Amsterdam. Z.j. Tweede druk. ). Na de lagere school volgde hij een opleiding aan een Latijnse school, maar een academische loopbaan was niet voor hem weggelegd. Door bemiddeling van zijn vader, hoofd-ambtenaar bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, werd hij aan dat departement in 1848 als 2e klerk geplaatst, waarna hij rangen doorliep van 1ste klerk (1855), en adjunct-commies (1863) tot hij in 1872 als hoofdcommies werd aangesteld. Hij was toen hoofdzakelijk belast mer de behandeling van de consulaire zaken.

Op voorstel van minister P.J.A.M. van der Does de Willebois werd hij bij Koninklijk Besluit van 18 februari 1875 nummer 4 tot consul-generaal voor Brazilië en de La Plata-staten benoemd. Hier was hij de enige Nederlandse vertegenwoordiger. Hij heeft meegewerkt tot het sluiten van de overeenkomsten van 26 juli 1878 tussen Nederland en Brazilië tot wederzijdse bescherming van handels- en fabrieksmerken en van 27 september 1878 tot vaststelling van de rechten, voorrechten en vrijdommen van de wederzijdse consuls. Als teken van zijn vriendschappelijke omgang met het corps diplomatique en de consulaire hoofdambtenaren werd hij door de keizer van Brazilië, Dom Pedro II, benoemd tot Commandeur in de orde van de Roos van Brazilië. Om gezondheidsredenen werd hem op zijn verzoek eervol ontslag verleend bij Koninklijke Besluit van 12 juni 1879 nummer 35. In 1888 verscheen in Amsterdam zijn werkje: "Brazilië, Land en volk geschetst", waarin men de indrukken die het land en zijn bewoners op hem hebben gemaakt terug vindt.

Teruggekeerd in Den Haag werd hem een kandidatuur voor het lidmaatschap voor de Tweede Kamer door de kiesvereniging "Het Algemeen Belang" te Rotterdam in 1880 tegenover O. van Rees aangeboden, doch bij de eindstemming werd hij niet gekozen. Enige jaren later werd zijn kandidatuur tegenover die van H.C. Verniers van der Loeff gesteld, maar hier kon van Deventer het niet eens tot herstemming brengen.

In 1887 werd hij tot secretaris van de pas opgerichte Nederlandsche Bond voor den Nationalen Arbeid benoemd. De Bond, uitgegaan van de Vereeniging van Nederlandsche Industriëelen, had echter sterk protectionistische neigingen en van Deventer, die er niet veel voor voelde om voor die richting propaganda te maken, bleef slechts korte tijd bij de Bond aangesloten.

Meer en meer legde hij zich toe op het reeds vroeger door hem betreden terrein van geschiedbeoefening over Nederland en Nederlandsch-Indië. Zijn belangrijkste werk is de voortzetting van een bronnenuitgave: "De Opkomst van het Nederlandse Gezag over Java", door jhr. mr. J.K.J, de Jonge begonnen. Deze overleed na de verschijning van het tiende deel. In 1888 voltooide van Deventer de dertiendelige reeks. Ook had hij het plan om een encyclopedie van Nederlands-Indië uit te geven, maar het was hem niet gegeven zelfs maar het begin van zijn arbeid te beleven. Een zware ziekte overviel hem en hij overleed op 22 januari 1892 te Princenhage bij Breda.

Van Deventer was op 21 juni 1865 in het huwelijk getreden met Susanna Cecilia Craandijk, die hem twee dochters schonk. De oudste, Louise Wilhelmina van Deventer ontwikkelde zich als schrijfster en vertaalster van damesromans en huwde met Feike Wassenbergh, notaris te Makkum, Franeker en Kollum. De jongste huwde met F.C. Vorstman, gouverneur van Celebes en onderhorigheden.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in