gahetNA in het Nationaal Archief

Wiselius - Zoeken: voc

Uw Resultaten gevonden, klik op het tabblad om de resultaten te tonen.

2.21.176
Nationaal Archief, Den Haag
(c) 1980

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

Collectie 005 S.I. Wiselius, 1788-1818
Wiselius

Periode:

1788-1818

Omvang:

1,21 meter; 67 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands, enkele in het Frans

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Samuel Iperus Wiselius (1769-1845) was een vooraanstaand patriot, actief betrokken bij de likwidatie van de V.O.C., en oprichter van de broederschap L'Infanterie des Cinq Sabres te Leiden. Daarnaast was hij literator en hoofd van de politie. Hij was de lid van het Koninklijk Instituut van Wetenschappen. Het archief bevat o.a. briefwisselingen met tijdgenoten, een revolutionair ontwerp van bestuur voor de Republiek, stukken betreffende de nationale Conventie, betreffende de V.O.C. etc.

Archiefvormers:

  • S.I. Wiselius (1769-1845)

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Geschiedenis van het archiefbeheer

De bekende patriot Samuel Iperus'zoon Wiselius, overleden in 1845 (

Ontleend aan: . 's-Gravenhage 1926

), had zich onder de vele zaken, die zijne belangstelling hadden, ook met de koloniën bezig gehouden, van 1796 tot 1804 was hij lid geweest van het Comité tot den Oostindischen handel en van den Raad der Aziatische bezittingen, en de op die functiën betrekking hebbende papieren in zijn boedel hadden in 1856 de aandacht van den Minister van Koloniën getrokken, die Bakhuizen van den Brink opdroeg er een onderzoek naar in te stellen. Deze bracht hierover in Januari 1856, toen dus de Amsterdamsche Koloniale archieven nog niet waren overgebracht, het volgende rapport uit:

"Ingevolge het verlangen, dat Uwe Excellentie mij de eer deed mondeling mij te kennen te geven, heb ik te Amsterdam naar de papieren, koloniale zaken betreffende, onder de nalatenschap van den Heer S. Iz. Wiselius navraag gedaan. De tegenwoordige houder dier stukken woonde niet meer te Amsterdam, maar ik heb zijnen gemagtigde verzocht die stukken derwaarts te doen overbrengen, ten einde ik daarvan image mogt bekomen.

Aan dat verzoek is voldaan. Bij mijn jongste komst in Amsterdam vond ik die stukken bij den heer mr. P. A. S. van Limburg Brouwer (

Deze is dezelfde, die in den loop van 1856 als ambtenaar aan het Rijksarchief verbonden is.

), kleinzoon van den Heer Wiselius en neef van den tegenwoordigen eigenaar.

Wat het volumen betreft, het kwam mij voor minder te zijn dan Uwe Excellentie zich uit herinnering van vroeger meende te moeten voorstellen. Het was vervat in een bijna vierkant kistje van anderhalf of twee voet hoogte. Het was intusschen alles wat de heer Van Limburg Brouwer mij verzekerde van zijnen oom te hebben ontvangen, en ik heb alle reden om te gelooven aan den goeden wil van dien heer om alles op de billijkste voorwaarden aan den Staat af te staan.

Met denzelfden heer heb ik een globalen inventaris van de voorhanden stukken opgemaakt. Wijlen de heer Wiselius had daarvan zelf reeds eene rangschikking tot stand gebragt en onderscheidene stukken geëtiquetteerd. Ik heb gemeend bij mijne opgave mij zooveel mogelijk aan de orde, door hem gevolgd, en aan zijne qualificatie van de stukken te moeten houden.

Door de familie Wiselius wordt geen prijs gevraagd; alles schijnt overgelaten aan de onderhandelingen van den heer Van Limburg Brouwer, en hij en ik, wij waren eenstemmig in liet gevoelen, dat niemand meer bevoegd was dan Uwe Excellentie om die stukken te waarderen, en billijker tevens om de familie voor de overgave daarvan naar behooren te honoreren.

Slechts eene vraag schoot mij over te beantwoorden: welke stukken zijn reeds in originali, kopij of duplo in het bezit van het Rijk? Wat er in het archief van Koloniën aanwezig is, kan ik tot heden niet beoordeelen. Ik heb mijnen ambtenaar den heer De Jonge opgedragen de archieven van het centraal bestuur, ons door de directie van Z. M. Kabinet overgeleverd, na te gaan. De resultaten van dat onderzoek zal Uwe Excellentie grootendeels vinden in de marginale aanteekeningen op nevensgaanden inventaris. Met roode inkt zijn aangehaald de stukken, die hem en mij voor het archief van bijzonder belang voorkwamen, voorzooverre zij ten minste zich niet reeds in het archief van Uwe Excellencies departement bevinden."

Bij dit schrijven is wel de "inventaris" bewaard, maar de aanwijzingen met roode inkt zijn blijkbaar alleen op het voor den Minister bestemde exemplaar aangebracht en ontbreken in de minuut. Wat dus in het bijzonder werd verlangd, is hieruit niet na te, gaan. Over de verwerving der stukken zelf blijkt overigens uit de agenda van het Rijksarchief niets; waarschijnlijk is de zaak eerder door het departement van Koloniën behandeld, en heeft dat de stukken gevoegd bij de Koloniale archieven, die dat eigen jaar aan het Rijksarchief werden overgedragen. Althans op de lijst der stukken, die De Munnick 18 Augustus uit Amsterdam naar 's-Gravenhage verzond, komt ook voor: "1 Pakket stukken afkomstig van Wiselius", en thans is de verzameling op het Algemeen Rijksarchief voorhanden.

De verwerving van het archief

De rechtstitel is (nog) onbekend

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Converts capital HTML tags to lower case HTML tags e.g. <A> to <a>.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in