gahetNA in het Nationaal Archief

Kaarten Leupe Suppl. - Zoeken: vingboons

4 Resultaten gevonden, klik op het tabblad om de resultaten te tonen.

4.VELH
S.P. l'Honoré Naber
Nationaal Archief, Den Haag
1914
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

4.VELH
Auteur: S.P. l'Honoré Naber
Nationaal Archief, Den Haag
1914
CC0

Periode:

1617-1867

Omvang:

955 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands. Een deel is gesteld in het Frans en in het Engels. Enkele kaarten zijn beschreven in het Latijn, Deens, Spaans en Italiaans.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, gedrukte en getekende documenten. Het betreft een kaaartenarchief met zeeatlassen en zee -en kaarten, kust -en rivierkaarten en landkaarten.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

De Inventaris der verzameling Kaarten berustende in het Algemeen Rijksarchief: Eerste Supplement (VELH) beschrijft kaarten uit de periode 1867-1886 die wel aanwezig waren maar ontbreken in de inventaris van P.A. Leupe uit 1867.
Het archief bevat zee-atlassen en wereldkaarten, de rubriek zee, kust -en rivierkaarten volgt de oostelijke route van de VOC-schepen vanaf Europa, via Afrika en Kaap de Goede Hoop naar de Perzische Golf, India en Oost- en Zuid-Oost Azië en de westelijke route van de WIC-schepen naar Amerika. De rubriek landkaarten is op dezelfde wijze ingedeeld maar begint met Afrika, er zijn geen Europese landkaarten in het archief bewaard gebleven. De kaarten dateren voornamelijk uit de achttiende en negentiende eeuw.
Het archief is vooral van belang door de aanwezigheid van het grootste deel van het VOC-kaartenarchief, dat apart gevormd is vanwege geheimhouding en formaat. Deze kaarten geven inzicht in de bloei van het kaartenmakersbedrijf in Amsterdam waar de kaartenmakers in opdracht van de VOC werkten zoals Willem Jansz. en Johannes Blaeu, Johannes Vingboons en de familie Van Keulen. De atlas van Isaac de Graaff is - weliswaar niet in zijn geheel, maar verspreid - in de verzameling terug te vinden.
De kaarten vormen de vroegste bronnen voor China, Japan, Thailand, Cambodja, India, Zuid-Afrika, Formosa, Australië en Nieuw-Zeeland en de eilanden van Indonesië, met het handelscentum van de Oostindische Compagnie in Batavia.
De kaarten van de Westindische Compagnie en de Sociëteit van Suriname vertellen het verhaal van de slavenhandel vanaf St George d'Elmina, het steunpunt in West-Afrika, naar de kusten van Zuid-Afrika en de Antillen. De Nederlanders zaten tientallen jaren in Brazilië met Johan Maurits van Nassau, veroverden Curaçao en voeren de rivieren van Suriname op om plantages in te richten. Ook maakten zij ontdekkingsreizen naar Chili en Peru. De posten in zowel West als Oost waren naar de laatste militaire inzichten gebouwd en vormden de steunpunten in het handelsimperium.
Uit de vroege 17de eeuw, toen de Nederlanders New York in Nieuw-Nederland stichtten zijn er kaarten van de noordoostkust van Amerika aanwezig.
Een belangrijke kaart is de "Vertooningh ofte aenwijsinghe der coursen, landen, eijlanden ende droochten beoosten Japan beseijlt door den E. Commandeur Mathijs Quast ende Abel Jansen Tasman gelijk in dese 2 platte caerten can worden beöogt." De kaart -afkomstig uit het toenmalige Rijksarchief- dook op op een veiling van Van Stockum in 1880 en kwam terug dankzij "de welwillendheid' van de erfgenamen van Prins Hendrik- geeft een overzicht van verschillen in gegevens van vroegere en latere data. In dit supplement op de collectie Leupe bevinden zich de wereldberoemde aquarellen van Johannes Vingboons, kaartmaker in dienst van Joan Blaeu. Deze unieke serie bevat aanzichten en vogelvlucht kaarten van steden en forten van Nederlandse handelsposten van de WIC en de VOC, maar ook die van concurrenten. De 17e eeuwse baaien en plattegronden van New York, Havanna, Kaap de Goede Hoop of Malakka vormen de eerste weergave van die handelsposten..Er zijn facsimilé-uitgaven van deze atlas verschenen.

Archiefvormers:

  • College ter Admiraliteit te Amsterdam, Commissie Bepaling Lengte op Zee Verbetering v. Zeekaarten
  • Comité tot de Oost-Indische Handel en Bezittingen
  • Comité tot de Zaken Koloniën en Bezittingen op de Kust Guinea en in Amerika
  • Depot-Generaal van Oorlog
  • Directie ad interim voor de Westindische Koloniën
  • Directie van de Sociëteit van Berbice
  • Directie van de Sociëteit van Suriname
  • Ministerie van Koophandel en Koloniën
  • Ministerie van Koophandel en Koloniën, Algemene Directie
  • Ministerie van Marine en Koloniën
  • Ministerie van Marine en Koloniën, Hollandse Divisie
  • Oud Archief Suriname: Gouvernementssecretarie
  • Raad der Amerikaanse Bezittingen en Etablissementen
  • Raad der Aziatische Bezittingen en Etablissementen
  • Raad der Koloniën in West-Indië
  • Staten van Holland en West-Friesland
  • Verenigde Oostindische Compagnie, Kamer Amsterdam
  • Verenigde Oostindische Compagnie, Kamer Amsterdam, Departement van de Equipage
  • Verenigde Oostindische Compagnie, Kamer Zeeland
  • Westindische Compagnie, Kamer Amsterdam
  • Westindische Compagnie, Kamer Zeeland
  • Heneman, J.C. (kartograaf van de Sociëteit van Suriname, ca., 1740-1806)
  • Loten, J.G., (gouverneur van Ceylon, 1710-1789)

Archiefvorming

Inhoud en structuur van het archief

Inhoud

Het geven van een volledig overzicht van de kaarten, waaruit deze Verzameling bestaat, kan de bedoeling van dezen Inventaris, die voor zichzelve behoort te spreken, niet zijn. Van eenige zéér belangrijke nummers dient echter afzonderlijk te worden gewaagd. Zoo behoort tot de zeldzaamheden de kaart No. 2: "Nova totius terrarum orbis geographica ac hydrographica tabula a Petro Kaerio, excudebat Joannes Joanssonius Amstelodami 1621." Tot de monumentale kaartwerken behoort het groote kaartboek van Ceilon (No. 328), bevattende 30 groote en kleine landkaarten, die omstreeks 1719 op last van den Gouverneur Isaac Augustijn Rumpf zijn vervaardigd. Het kleine kaartboek van Ceilon (No. 329) kan een waardige plaats naast het groote kaartboek innemen, en een handschrift inhoudende een vertoog over den staat der verdedigingswerken bij Negombo, Baticaloa en Trinkonomale (No. 344) bevat eenige fraai geteekende aanzichten en plattegronden van die werken. Een belangrijk bezit is mede de "Ligtende Zeefakkel off de geheele Oost-Indische Waterweereldt" van G. de Haan, hiervoren reeds genoemd (No. 156). Van historisch belang zijn de nummers 140 en 141: Tayouan of Formosa, maar zij worden overtroffen door 137 en 136. No. 136 vertoont de ontdekkingen van Mathijs Quast en Abel Tasman beoosten Japan in 1639 en No. 137 is de copie der kaart van Tasman (het origineel berust op de Universiteitsboekerij te Utrecht), die de Oostkust der Philippijnen voorstelt en tegelijk de wijze van kruisen op het Spaansche zilverschip verklaart. De nummers 119 en 120: rivier de Ganges, schijnen ook bijzondere historische waarde te bezitten.

De oude bezittingen in Afrika zijn in deze verzameling weder vertegenwoordigd door een aantal planteekeningen en opstanden, voorstellende de forten aan de Goudkust gelegen, zooals die zich in het begin of het midden der 19e eeuw vertoonden. Ook is er een hoogst merkwaardig kaartje, in handschrift, voorstellende de mondingen der Rio Calabar (thans Zuid-Nigeria), dat in 1638 geteekend is, dus kort na de verovering van Elmina door de onzen (No. 39). Amerika is matig vertegenwoordigd, maar van belang is eene manuscriptkaart van 1631 die de kust van Brazilië voorstelt (No. 270). Ook is er eene merkwaardige voorstelling van den zeeslag, geleverd tusschen d'Estrées en Jacob Binckes bij Tabago (No. 258). De West-Indische bezittingen, niet alleen Suriname maar ook Essequebo, Demerary en Berbice, maken een goed figuur.

Het getal van kaarten, die tegenwoordig op verkoopingen onder den naam "portulans" worden geveild, maar die aanboord der schepen den Hollandschen naam "overzeilers" hebben gedragen (in casu manuscripten op perkament), is ook in deze verzameling vrij groot, doch de meeste daarvan zijn dubbelen (of zoo goed als dubbelen) van nummers, die reeds uit den inventaris van Leupe bekend zijn. Aantal zoomin als eenheid van voorstelling behoeven verwondering te baren, want allereerst dient opgemerkt dat deze exemplaren de overgeblevene zijn van de verstrekkingen, die aan elk Compagnieschip werden medegegeven, en de reistrekken, die op sommige voorkomen, bewijzen dat zij werkelijk dienst aanboord hebben gedaan. Het aantal stellen van deze overzeilers moet oorspronkelijk ongeveer even groot zijn geweest als het aantal schepen, dat op een gegeven oogenblik in de vaart was, en dit verklaart dat er betrekkelijk zoo vele tot ons over zijn gekomen. Verwacht mag zelfs worden dat het aantal, met den tijd, nog wel een weinig zal toenemen. Lettende op het groot aantal dat bestaan moet hebben, zou men zelfs mogen verwachten dat het aantal der overgeblevene veel grooter zou moeten zijn dan het reeds is, maar er bestaat reden om te vermoeden dat zij oudtijds grootendeels vernietigd werden. Men kan zich namelijk verzekerd houden dat de Compagnie geen nieuwe kaarten verstrekte vóór dat werkelijk was gebleken, dat de oude exemplaren inderdaad vervanging behoefden, en dit kon alleen worden aangetoond wanneer de schippers de gebruikte kaarten inleverden. Daar nu de bedoelde kaarten verstrekt werden, geteekend op perkament, en dat natuurlijk in de meening dat klimaats- en vochtigheidsinvloeden een zoo stevig materiaal vereischten, werd die duurzaamheid, voor vele ervan, de oorzaak van haar behoud door de eeuwen heen, maar zij werd ook de oorzaak van den ondergang van het meerendeel, omdat die ingetrokken exemplaren zekere handelswaarde aan perkament behielden, dat voor tal van andere industrieele doeleinden op nieuw bruikbaar was. Dit verklaart dat de overgroote meerderheid moet zijn verdwenen. De hooge kostbaarheid dier rijkversierde overzeilers, die na iedere reis verantwoord moesten worden, verklaart ook den schroomvalligen eerbied waarmede men nog in het dagelijksch gebruik, kaarten kan zien behandelen die juist om een ruim gebruik aan te moedigen, door verschillende regeeringen zoo goed als te geef worden gesteld.

Eene meer dan oppervlakkige kennismaking met den op het Rijksarchief voorhanden kaartenschat, doet vooral betreuren dat nog immer geen gevolg werd gegeven aan eenen wensch, eenmaal door P.A. Tiele geuit, toen hij de studie van P.J.H. Baudet (in den Gids van 1872) aankondigde, welke als volgt luidt: "een nauwkeurige vergelijking der verschillende kaarten zou m.i. voor de geschiedenis der geographie niet zonder belang zijn. Niet om de oudste rechten van verschillende uitgevers te constateeren - ik acht dit onbelangrijk - maar om de veranderingen, die de kaarten langzamerhand ondergaan hebben, aan het licht te brengen. Ook de tekst der atlassen zou zulk een vergelijkend onderzoek verdienen".

Verantwoording van de bewerking

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Een aantal van de Surinaamse kaarten in de inv. Leupe behoorden ooit tot het oude grondarchief van Suriname. Verreweg het grootste deel van dat archief wordt bewaard in het Nationaal Archief Suriname. Een deel daarvan (ongeveer 3000 kaarten) is ingescand en kan worden bekeken op de volgende link :
https://drive.google.com/folderview?id=0B88mZFitv8emcXZjNjlwMjVheEE&usp=...

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in