gahetNA in het Nationaal Archief

BiZa / Hulpverlening Oorlogsslachtoffers - Zoeken: oorlogsslachtoffers

129 Resultaten gevonden, klik op het tabblad om de resultaten te tonen.

2.04.51
Centrale Archief Selectiedienst
Nationaal Archief, Den Haag
1986
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.04.51
Auteur: Centrale Archief Selectiedienst
Nationaal Archief, Den Haag
1986
CC0

Periode:

1939-1951
merendeel 1945-1947

Omvang:

1,00 meter; 99 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

De afdeling had vier taken: (1) geldelijke hulpverlening aan oorlogsslachtoffers, (2) evacuatie en terugkeer, (3) uitvoering Vorderingsbesluit Woonruimtewet en (4) contacten met particuliere organisaties die hulp gaven aan oorlogsslachtoffers. De afdeling zorgde voor beleid en controle en hield zich bezig met zeer diverse problemen zoals de hulp aan nabestaanden van verzetslieden, statenlozen, eigenaren van bedrijven, nabestaanden van in mei 1940 omgekomen militairen, hulpverlening aan uit Duitsland en Nederlands-Indië gerepatrieerden, vergoedingen aan huiseigenaren voor gedorven inkomsten door ontruimingen, maar ook hulp aan politieke delinquenten en asociale evacués, hulp bij overbrenging van stoffelijke resten uit het buitenland en vergoedingen voor studiekosten en problemen rond de uitvoering van het Vorderingsbesluit Woonruimte.
In het archief bevinden zich stukken over de uitvoering van het beleid door het Centraal Bureau Verzorging Oorlogsslachtoffers, de provinciale bureaus en de districtsbureaus: financiële controle, personeelsbeleid, organisatie en huisvesting. Tenslotte zijn er dossiers met stukken over de contacten met de Stichting 40-45, het Nederlands Volksherstel, organisaties voor ex-politieke gevangenen en ex-krijgsgevangenen

Archiefvormers:

  • Ministerie van Binnenlandse Zaken / Afdeling Hulpverlening Oorlogsslachtoffers en Evacuatiezaken (1945-1947)
  • Ministerie van Binnenlandse Zaken / Afdeling Maatschappelijke Zorg II (1947-1951)

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

De buitengewone omstandigheden waarin het zuiden van Nederland sedert de bevrijding in september 1944 verkeerde, waren voor de regering in Londen aanleiding om bijzondere maatregelen te treffen. Zij vaardigde daartoe in september 1944 een aantal besluiten uit om de bevolking in de bevrijde gebieden te ondersteunen. Eén daarvan (

Koninklijk Besluit (KB) van 16 september 1944, Staatsblad (Stbl.) E88.

) bevatte voorlopige voorzieningen voor de hulpverlening aan hen die tengevolge van de oorlogsomstandigheden niet meer in staat waren in de kosten van hun levensonderhoud te voorzien.

De op 18 september 1939 onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken ressorterende, door de ministers van Binnenlandse Zaken en van Defensie benoemde Commissie Burgerbevolking, had vrij snel na haar oprichting het Bureau Afvoer Burgerbevolking (BAB) ingesteld. Als uitvoerend orgaan van genoemde commissie had dit bureau de algehele leiding over de zorg voor huisvesting, verpleging enz. van uitgewekenen.

De zaken ten aanzien van de hulpverlening aan vluchtelingen, gerepatrieerden en andere oorlogsslachtoffers werden behandeld door het Bureau voor Evacuerings- en Repatriëringszaken, dat op 15 januari 1945 door het Militaire Gezag te Eindhoven werd opgericht.

Het Bureau voor Evacuerings- en Repatriëringszaken stelde een nieuw BAB in. Zo bestonden er tussen 15 januari en 12 april 1945 in feite twee van deze bureaus naast elkaar, één in bevrijd gebied en één in bezet gebied.

De regering in Londen verwachtte dat de buitengewone omstandigheden weldra voor het gehele land zouden gaan gelden en stelde in april 1945 bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken de afdeling Hulpverlening Oorlogsslachtoffers en Evacuatiezaken (afdeling HO) in.

Van de instelling is geen beschikking of Koninklijk Besluit bekend; wel staat vast, dat dr. J.Th.A.H. van der Putten chef van de afdeling werd (

KB van 29 maart 1945, Stbl. 3.

)

De taken van de afdeling waren: (

KB van 13 september 1944, Stbl. E81 en KB van 11 september 1944, Stbl. El03.

)

  1. geldelijke hulpverlening aan oorlogsslachtoffers, waaronder gerepatrieerden,
  2. alle aangelegenheden betreffende de binnenlandse evacuatie en reevacuatie,
  3. uitvoering van het Vorderingsbesluit Woonruimte,
  4. contact met particuliere organisaties die zich de hulpverlening aan oorlogsslachtoffers ten doel stelden.
De in september 1944 getroffen voorlopige voorzieningen bleken in het begin van 1945 bij toepassing in de praktijk op ernstige moeilijkheden en onbillijkheden te stuiten wat betreft de geldelijke hulpverlening. De minister van Binnenlandse Zaken vaardigde daarom nieuwe maatregelen uit (

Rondschrijven van de ministers van Binnenlandse Zaken en van Financiën van 12 april 1945, nr. 2769 afd. KB/E XXIII, bijvoegsel Staatsblad 1945, nr. 32.

)
. Bij de verstrekking van geldelijke bijstand aan oorlogsslachtoffers werd deze categorie verdeeld in evacués en niet-evacués. Bij de laatste groep werd onderscheid gemaakt in werknemers, niet-werknemers, invaliden en nagelaten betrekkingen van oorlogsslachtoffers. Op 15 mei trad de regeling in werking. Zij was niet van toepassing op hen "die tijdens de bezetting van ontrouw aan de zaak van het Koninkrijk hebben doen blijken en rechtens van hun vrijheid zijn beroofd"(

Rondschrijven van de ministers van Binnenlandse Zaken en van Financiën van 12 april 1945, nr. 2769 afd. KB/E XXIII, bijvoegsel Staatsblad 1945, nr. 32.

)
.

De afdeling HO bereidde de beslissingen voor, die op het gebied van de toekenning van bijzondere uitkeringen aan oorlogsslachtoffers, direct of in beroep, door de minister van Binnenlandse Zaken moesten worden genomen. Het uitvoerende werk ten aanzien van de verzorging van oorlogsslachtoffers ressorteerde ook onder deze minister. Het was in handen van het Centraal Bureau Verzorging Oorlogsslachtoffers (CBVO), dat voor het toen bevrijde gebied op 12 april 1945 door de minister van Binnenlandse Zaken werd ingesteld. (

Rondschrijven van de minister" van Binnenlandse Zaken van 12 april 1945, nr. 2770 afd. KB/E XXIII, bijvoegsel Staatsblad 1945, nr. 33.

) Het Bureau voor Evacuerings- en Repatriëringszaken te Eindhoven werd op die datum opgeheven.

De werkzaamheden van de voormalige Bureaus Afvoer Burgerbevolking gingen op in die van het CBVO. Zolang het land niet geheel was bevrijd werd het CBVO geleid door de directeur van een door de minister van Binnenlandse Zaken in overleg met het Militair Gezag ingesteld tijdelijk Centraal Bureau (

Rondschrijven van het Hoofd van het Bureau voor Evacuerings-, Repatriërings- en VO-zaken van M.G. van 25 april 1945, bijvoegsel Staatsblad 1945, nr. 37.

) te Eindhoven. Na de bevrijding was het CBVO gevestigd te Den Haag.

De verhouding tussen de afdeling HO en het CBVO was als volgt:

Het CBVO verstrekte gevraagd en ongevraagd advies omtrent alle aangelegenheden liggende op het terrein van de afdeling HO.

De taken van het CBVO waren:

  1. verzorging van de oorlogsslachtoffers, voor zover niet betrekking hebbend op de onder de ministeries van Handel, Nijverheid en Landbouwen van Financiën ressorterende regeling der materiële oorlogsschaden,
  2. verzorging van gerepatrieerden uit Nederlands-Indië (officieel hoorde deze verzorging thuis onder het Ministerie van Overzeese Gebiedsdelen)
Onder het CBVO ressorteerden de provinciale Bureaux Verzorging Oorlogsslachtoffers (PBVO), gevestigd in de hoofdsteden der provincies. (

Zie bijlage

)
Zij voerden de opdrachten van het CBVO uit en waren belast met het toezicht op en de zorg voor de inrichtingen en kampen in hun provincie, waarin oorlogsslachtoffers waren ondergebracht. De provinciale bureaus hielden toezicht op de uitvoering van de door het CBVO rechtstreeks aan de Districtsbureaux Verzorging Oorlogsslachtoffers (DBVO) verstrekte opdrachten.

Onder deze DBVO's ressorteerden de voornaamste overheidstaken met betrekking tot de verzorging van oorlogsslachtoffers. Zij waren gevestigd in gemeenten waar een Gewestelijk Arbeidsbureau was en werkten nauw samen met de burgemeesters van deze gemeenten.

In de loop van 1947 bleek het wenselijk te zijn met het oog op de ontwikkeling van de maatschappelijke zorg de werkzaamheden van de afdelingen Armwezen en HO te coördineren. De beide afdelingen werden opgeheven (

Beschikking van de minister van Binnenlandse Zaken van 19 december 1947, nr. 57954, afd. HO/A; inventarisnummer 23.

) en met ingang van 1 januari 1948 werd de afdeling Maatschappelijke Zorg ingesteld. Dr. J.Th.A.H. van der Putten werd chef van de onderafdeling Maatschappelijke Zorg II, welke afdeling met de werkzaamheden van de voormalige afdeling HO werd belast.

In verband met de opheffing van de afdeling werd tegelijkertijd het CBVO geliquideerd (

Beschikking van de minister van Binnenlandse Zaken van 19 december 1947, nr. 57954, afd. HO/A; inventarisnummer 23.

) en de Rijksdienst voor Maatschappelijke Zorg ingesteld met ingang van 1 januari 1948. (

Inventarisnummer 23.

)
Deze dienst nam de werkzaamheden van het CBVO over.

    • Dr. J.Th.A.H. van der Putten
    • J.M. Hardeman
    • J. Wondergem
    • W.A.F. Kessler
    • P.H.J. Bouman
    • Mej. A.A. van Ginkel
    • P. de Winter

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in