Matenesse, van - Zoeken: munster
5 Resultaten gevonden, klik op het tabblad om de resultaten te tonen.
3.20.39
J.C. Kort
Nationaal Archief, Den Haag
(c) 1988
Beschrijving van het archief
Naam archiefblok:
Familiearchief Van Matenesse
Matenesse, van
Periode:
1251-1917
Omvang:
0,70 meter; 129 inventarisnummers.
Taal van het archiefmateriaal:
Het merendeel der stukken is in het Nederlands.
Soort archiefmateriaal:
Normale geschreven en gedrukte teksten. De Nederlandstalige stukken van vóór ca. 1700 zijn geschreven in het gotische cursiefschrift, met name in de oud-Hollandse klerkencursief.
Archiefbewaarplaats:
Nationaal Archief, Den Haag
Samenvatting van de inhoud van het archief:
Van het omvangrijke archief van de Hollandse adellijke familie Matenesse, het huis te Riviere en de heerlijkheid Matenesse berust slechts een klein deel bij het Nationaal Archief. Het omvat onder meer genealogische aantekeningen over de familie, enkele stukken betreffende benoemingen van diverse familieleden, brieven van Johan van Matenesse (1596-1653) inzake zijn afvaardiging naar de onderhandelingen voor de Vrede van Munster, stukken van Johan van Matenesse (1533-1602) betreffende het heemraad van Delfland, van Wouter van Matenesse (1510-1551) en Karel van Matenesse (1570-1625) inzake hun functies van baljuw van Gooiland, diverse akten van overdracht van land, huizen en goederen in voornamelijk Zuid-Holland, en twee zestiende-eeuwse registers van akten van overdracht van Oud- en Nieuw-Matenesse.
Archiefvormers:
- Van Matenesse
- Van Assendelft
- Van Adrichem
- Van Culemborg
- Van Duvenvoorde
- Wouter Gerard van den Berge alias van Matenesse (ca., 1360-1413)
- Daniel van Matenesse (ca., 1310-1376)
- Adriaan van Matenesse (ca., 1385-1435)
- Adriaan van Matenesse (ca., 1440-1506)
- Adriaan van Matenesse (ca., 1510-1557)
- Wouter van Matenesse (ca., 1410-1488)
- Wouter van Matenesse (ca., 1510-1551)
- Willem van Assendelft (?-ca., 1467)
- Nikolaas van Assendelft (?-1491)
- Nikolaas van Adrichem (ca., 1400-ca. 1475)
- Johan van Culemborg (ca., 1500-1557)
- Arnout van Duvenvoorde (ca., 1495-1560)
- Johan van Matenesse (1533-1602)
- Johan van Matenesse (1596-1653)
- Gijsbert van Matenesse (1645-1670)
- Karel van Matenesse (1570-1625)
Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
Geschiedenis van het archiefbeheer
Bijna twintig jaar nadat zijn kasteel Matenesse in het jaar 1574 in een ruïne herschapen was, wist Johan van Matenesse (VII) zich maar al te goed te herinneren, welke verwoesting was aangericht. Ternauwernood had hij enige meubels en een gedeelte van het archief weten redden.(
"De Nederlandsche Leeuw", jrg. 39, 1921, kolom 36. W. Downer, Het huis Rapenburg 65, zijn eigenaren en bewoners, in: Leids jaarboekje, dl. 52, 1960, p. 119. Inv.nr. 1064 f° 4-5v. . Inv.nr. 1064 f° 6.
De verdwijning van stukken is na 1574 zonder onmiddellijke rampen doorgegaan. Zij was uitsluitend het gevolg van wanbeheer, waarin de negentiende eeuw de kroon spande.(
E.P. de Booy, Het geheel der particuliere archieven, in: Nederlands Archievenblad, jrg. 83, 1979, pp. 282-285. Downer, als noot 2, pp. 116-119. J.C. Kort, Stukken van de familie de Mérode vroeger op het kasteel Salmonsart, in: "Ons Voorgeslacht", jrg. 39, 1984, pp. 53-54 en 58. Inv.nr. 1064 f° 50-52; zie ook noot 4. Stadsbestuur, 1290-1575, inv.nr. 1881.
Na 1574 begon de opbouw van het archief opnieuw. Hij werd bespoedigd door de huwelijken, die de familie Van Matenesse sloot met onder meer de families Van Azewijn, Van der Does en Valkenaar. De echtgenoten brachten zo de omvangrijke archivalia van die families aan Matenesse. Maar ook ditmaal verneemt men niets over verblijfplaats of ordening van de stukken. Eenmaal slechts deelt een onderzoeker, de genealoog Wouter van Gouthoeven (1577-1623), mee van de heer Van Matenesse inzage te hebben gekregen in een oude stamboom, die in een al even oude kist gevonden was.(
M.A. Beelaerts van Blokland, Wouter van Goudhoeven, 's-Gravenhage 1983, p. 12; "De Nederlandsche Leeuw", jrg. 1907, kolom 233; zie ook noot 1.
Dat het archief geheel of ten dele geordend was, blijkt eveneens slechts uit losse aanwijzingen. Zo waren de stukken van de familie Van der Does volgens dorsale notities ondergebracht in de achtste lade. Vermoedelijk is deze indeling op het huis Ter Does aangebracht, daar de ordenende hand veel weg heeft van die van Hendrika van der Does. In de richting van het slot Matenesse wijst dit alles niet.
Kisten en laden vermochten het verlies van stukken echter niet te stuiten. Boven memoreerde ik reeds de activiteiten van IJsbrand van Mérode. Na de dood van Johan van Matenesse, heer van Lisse, (XVIII) bleef een flink aantal stukken, dat aan de familie behoorde, in het huis Dever aldaar achter. Op hun beurt werden deze stukken verspreid over de papieren van de heerlijkheid Lisse(
Heerlijkheid Lisse, inv.nrs. 4, 5, 67, 71-74 en 80-91. Inventarissen Rijksarchieven, III, 1930, p. 343. VROA, 1964, p. 44.
Eveneens door onzorgvuldige boedelscheiding kwamen enige stukken van de familie Van Matenesse terecht in het archief van de familie Van Wassenaer van Rosande.(
Familie Van Wassenaer van Rosande, XVI-z.
Ik besluit deze betrekkelijk rustige periode van het archief met een charter van het jaar 1273(
v.d. Bergh, OHZ., II, nr. 250. A.A.J. Meylink, Over een charter van graaf Floris V, 's-Gravenhage 1860, pp. 26-27; D. van Doorn, J.A. Jaeger, W.A.H. Crul en H.F. Wessels, Gedenkschrift uitgegeven ter gelegenheid van het 700-jarig bestaan van het hoogheemraadschap van Schieland, Rotterdam 1973, pp. 11-12. C. Hoek, De woning van heer Dirk van Hodenpijl te Overschie en de geslachten Van Rodenrijs, Van Matenesse, Uter Nesse, Van (der) Spangen, Van den Vene en Van (den) Dorp(e), in: "De Nederlandsche Leeuw", jrg. 82, 1965, kolom 33.
Ik kom nu tot het laatste bedrijf van de familie en haar archief. Het begon in 1671, toen de laatste mannelijke vertegenwoordiger van het geslacht overleed. Enige erfgename was de minderjarige Florentina van Matenesse (XXVII), die in 1680 huwde met Johan van Hardenbroek. Een en ander had tot gevolg, dat curatoren voor de ganse nalatenschap in de hand moesten worden genomen. Als zodanig fungeerden mr. Maarten van der Goes (1609-1687), die reeds eerder zaken van de familie had waargenomen(
C.J. Gonnet, Briefwisseling tusschen de gebroeders Van der Goes (1659-1673), Amsterdam 1899, pp. XXII, passim.
Het archief van de familie Van Matenesse was zo in drie delen gesplitst. Ik behandel eerst de stukken, die mr. Maarten van der Goes onder zich hield. Zij bleven, bewaard in een kist, staan in zijn huis te Den Haag in de Molenstraat, welk huis gebruikt werd door de Haagse statie. De kist stond er nog, toen het huis eigendom was geworden van de parochie van St. Jacobus. In 1884 droeg pastoor Rioche de stukken met toestemming van zijn deken, mgr. Bottemanne, over aan de bisschop van Haarlem. Daar werden de charters - honderd zes en negentig in totaal - in 1895 geordend.(
P.N. van Doorninck, Inventaris van eene verzameling charters, betrekking hebbende op de geslachten Van der Does, Duvenvoorde, Mathenesse, enz., Haarlem 1895; zie ook: C. Hoek, Zegels in het gemeente-archief van Schiedam, in: "Ons Voorgeslacht", jrg. 17, 1962, pp. 169-178. . C.J. Gonnet, Familie-Archief van het geslacht van Matenesse, in: NAB., jrg. 8, 1899/1900, pp. 120-127. Verslag over den toestand van het Gemeente-Archief te Schiedam gedurende het jaar 1916, p. 8.
Maar ook de pastoor van de St. Jacobusparochie had niet alle stukken aan zijn bisschop gezonden. Bij de recente inventarisatie van het archief van de parochie kwamen twee charters en een pak stukken uit de voormalige kist van mr. Maarten van der Goes te voorschijn. Inmiddels had ook H.J.M. Lux, referendaris van het ministerie voor R.K. Eredienst een blik in de kist geworpen. Het resultaat, een charter van 1499, schonk hij vervolgens aan de bisschop van Haarlem.(
Bisdom Haarlem, Aanwinst nr. 103; hier inv.nr. 833.
Tot nog toe was de verspreiding van het archief betrekkelijk overzichtelijk gebleven. De collectie van de tweede curator, mr. Rem van Limborgh, stelt ons daarentegen voor grote zo niet onoverkomelijke problemen. De stukken van de familie Van Matenesse erfden van hem op zijn neef mr. Frans van Limborgh, die een ervan aan Van Mieris toonde voor diens charterboek.(
F. van Mieris, Charterboek, dl. IV, Leiden 1756, p. 37; hier inv.nr. 1027. R. Fruin, De gestie van dr. R.C. Bakhuizen van den Brink als archivaris des Rijks, 1854-1865, 's-Gravenhage 1926, pp. 200-201; archief van het Algemeen Rijksarchief, inv.nr. 29 nr. 168 d.d. 22-12-1862. Catalogus nrs. 1-9, 11-13, 15, 17-26, 28-30, 35-40 en 60. Catalogus nrs. 122 (Van der Poest Clement), 906 (Familie Van Wassenaer van Katwijk, nr. 494), 1076 (Hoge Raad van Adel), 1079 (Van der Poest Clement). Catalogus nr. 1425.
Naderhand doken stukken, behorend tot het archief van de familie Van Matenesse, op allerlei veilingen of verkopingen op. Wederom bij Nijhoff werden op 14 en 15 november 1864 de handschriften van A.A.J. Meylink geveild. De nummers 29, 36, 50, 51 en 84 kwamen via de boekhandelaar Van Doorn in handen van P.J. van Dijk van Matenesse en nummer 60 ging naar A. van der Poest Clement. De nummers 26, 71, 80, 83, 109, 367 en 368 kwamen aan onbekenden. Op een verkoping van de boekhandelaar C. van Doorn te Den Haag legde de heer C.J. Bogaert, gehuwd met A.M.E. van Adrichem, in 1866 de hand op vier stukken, afkomstig van de uitgestorven familie Van Adrichem. Het archief van deze familie was door huwelijk gekomen aan Matenesse. Ook op de auctie van J.A.A. Alberdingk Thijm (1820-1889), gehouden van 21 tot 25 april 1890 bij F. Muller, werden enige stukken, afkomstig van Matenesse, aangeboden.(
Catalogus nr. 2420. Collectie Losse Aanwinsten, inv.nrs. 1000 en 1037. Aldaar nr. 22.
Tot zover dit relaas over de verstrooiing van het archief door de handel. Maar ook het Rijksarchief te Den Haag droeg het zijne bij tot verdere verspreiding der stukken. Acht charters en een stuk werden daar in een voorlopige beschrijving gepresenteerd als het familiearchief Van Matenesse ofwel de charters huis te Riviere. De stukken van de aanverwante families Van Adrichem en Van Assendelft(
Auctie Van Limborgh nrs. 22-25, 29, 30, 35-37 en 39. Auctie Van Limborgh, nrs. 1, 3, 6 (met foutieve datering), 19, 38 en 60, respectievelijk HS. nrs. 1265, 1269, 1270-1272 en 1268, VROA., 1921, I, p. 269.
De stukken, behorend tot de heerlijkheid Matenesse, bleven in 1920 in het bezit van de nazaten van Van Dijk, tot de gemeente Schiedam de inmiddels ledige heerlijkheid voor de som van 3000,- kocht van mevrouw Th.C. Cool-van Holthe te Wageningen.(
Verslag van het Gemeentearchief te Schiedam over het jaar 1963, p. 7. Verslag omtrent de toestand van het Archief over 1908, p. 2.
Ook het Algemeen Rijksarchief ging voort stukken Matenesse te verwerven, die ongetwijfeld afkomstig waren uit de auctie Van Limborgh van 1862. Zij werden onveranderlijk in de Handschriftencollectie ondergebracht.(
Aanwinsten, 1882, XII-4, VROA., 1892, p. 53, 1899, p. 68, 1901, p. 69, 1944, p. 26 en 1957, p. 34, (gekocht van M. Lampusiak), respectievelijk HS. 247/43, 420, 625, 695, 1232 en 1560 (vroeger auctie Van Limborgh, nr. 122); van de auctie op 12/13 april 1859 bij G.Th. Bom van handschriften uit de verzameling van C. van Alkemade, P. van der Schelling en M. van der Houve verwierf de verzamelaar Diederichs vijf stukken, afkomstig van Matenesse (UB. Amsterdam, collectie Diederichs, nrs. 2 Cd, 26 Ba, 26 G1, 26 H2 en 15 Am), en het Algemeen Rijksarchief twee (hier inv.nrs. 32 bis en 755). Deze stukken zullen Van Alkemade c.s. van hun relatie F. van Limborgh hebben gekregen. Catalogus nr. 1190, vroeger auctie Van Limborgh, nr. 940.
Thans rest de behandeling van het gedeelte van het archief Van Matenesse, dat in handen van de familie bleef. Het werd overgebracht naar het kasteel Hardenbroek en verbleef daar in alle rust tot het einde van de negentiende eeuw. Beroering is slechts bekend over een leenregister van Ulft over de jaren 1370 tot 1541, dat in 1834 in een kist op het kasteel werd aangetroffen.(
VROA., 1925, pp. 116-117 nr. 4. Kroniek H.G., 1852, pp. 194-195 nr. 5. Zie noot 38.
In 1892 was het met de rust gedaan. In dat jaar trof G.C.D. d'Aumale baron van Hardenbroek (1862-1934) de stukken in grote wanorde aan op het kasteel, dat hij zojuist had geërfd. Zijn mededeling wekt enige bevreemding want het omvangrijke archief van Hardenbroek was omstreeks 1850 getuige enige lijvige beschrijvingen in goede orde gebracht. Naderhand waren zij slechts door De Geer, Dodt van Flensburg en Rosenkrantz(
E. Rosenkrantz, Bijdragen tot de geschiedenis van Gelderland, in: Geldersche volksalmanak, 1899, pp. 27-29.
De baron wilde niet bij de pakken neerzitten. Eerst deed hij in 1895 een aantal alba amoricum van de familie Van Matenesse over aan zijn nicht I.T. barones van Hardenbroek (1871-1958). Door haar huwelijk kwamen de alba in het archief van het huis Waardenburg.(
RA. Arnhem, Huis Waardenburg, inv.nrs. 2118-2122; met begeleidende brief d.d. 11-4-1895 in inv.nr. 2120. De Booy, als noot 5, p. 284.
De stukken van de familie Van Matenesse en aanverwanten gingen in 1897 naar de Hoge Raad van Adel. Het volgende jaar arriveerden daar ook stukken van Ulft(
VROA., 1897, p. 157 en 1898, pp. 315-316. VROA., 1897, pp. 34-36 nrs. 1-13 en nr. 21.
Het Rijksarchief in Noord-Brabant werd door Muller verblijd met drie en dertig charters en vier stukken, afkomstig van de families Van Giessen en Van Goor.(
VROA., 1897, pp. 119-132. Thans: Handschriften nr. 179 als ook: Stadsarchief, inv.nr. 1917. De Booy, als noot 5, p. 285. Hoge Raad van Adel, Notulen.
De verspreiding van het archief van de familie Van Matenesse, dat na al deze wederwaardigheden verdeeld was geraakt over meer dan twintig bekende archieven en collecties, was hiermee nog niet ten einde. Nu zou het gedeelte bij de Hoge Raad van Adel door tegenspoed worden getroffen. In 1902 vroeg en verkreeg de gemeentearchivaris van Rotterdam, J.H.W. Unger, vijftien charters en vijf stukken over de periode 1345 tot 1488. Hij wilde de teksten op het laatste moment gebruiken voor zijn regesten van Rotterdam.(
J.H.W. Unger, Regestenlijst voor Rotterdam en Schieland tot in Rotterdam 1907, nrs. 542, 569, 586, 711, 993, 1027, 1613, 1690, 1875 en 1894; de overige stukken waren van 1425 en later. In memoriam Johan Hendrik Willem Unger, in: NAB., jrg. 13, 1904-1905, pp. 4-13. Inv.nr. 200.
Het laatste verlies werd jaren daarna geleden. Bij gelegenheid van zijn genealogische verhandeling over de familie Van Matenesse(
Zie noot 1.
Met de inventarisatie van het ondanks alle verliezen omvangrijke archief van de familie Van Matenesse werd in 1955 mejuffrouw S. van Zanten Jut(
Inv.nr. 1083. J.C. Kort, Het archief van het huis Offem en de families Van Limburg Stirum, Doys en Van der Does, 1428-1937, 's-Gravenhage 1983, p. XVIII.
Rest mij de aangename plicht allen te danken, die aan het welslagen van dit werk hebben bijgedragen. In het bijzonder noem ik mevrouw H.A. barones van Hardenbroek, de heer A.J.O. baron van Wassenaer, jonkheer H.A. van Adrichem Boogaert, het Rijksarchief in Noord-Brabant, de Gemeentearchieven van Groningen, Leiden en Rotterdam en het Archief van het Bisdom Haarlem, die zo bereidwillig waren stukken, afkomstig van de familie Van Matenesse, af te staan. Tenslotte was jonkheer H.P. van der Mieden zo vriendelijk de hem behorende stukken Van Matenesse ter inzage te geven.
Delen van het verspreide archief werden in verschillende perioden aangekocht; zie 'Geschiedenis van het archiefbeheer'.
Het archief is door aankoop verworven.
De verwerving van het archief
Het archief is door aankoop verworven.




Reacties