gahetNA in het Nationaal Archief

Matenesse, van - Zoeken: munster

5 Resultaten gevonden, klik op het tabblad om de resultaten te tonen.

3.20.39
J.C. Kort
Nationaal Archief, Den Haag
1988
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

3.20.39
Auteur: J.C. Kort
Nationaal Archief, Den Haag
1988
CC0

Periode:

1251-1917

Omvang:

0,70 meter; 129 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven en gedrukte teksten. De Nederlandstalige stukken van vóór ca. 1700 zijn geschreven in het gotische cursiefschrift, met name in de oud-Hollandse klerkencursief.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Van het omvangrijke archief van de Hollandse adellijke familie Matenesse, het huis te Riviere en de heerlijkheid Matenesse berust slechts een klein deel bij het Nationaal Archief. Het omvat onder meer genealogische aantekeningen over de familie, enkele stukken betreffende benoemingen van diverse familieleden, brieven van Johan van Matenesse (1596-1653) inzake zijn afvaardiging naar de onderhandelingen voor de Vrede van Munster, stukken van Johan van Matenesse (1533-1602) betreffende het heemraad van Delfland, van Wouter van Matenesse (1510-1551) en Karel van Matenesse (1570-1625) inzake hun functies van baljuw van Gooiland, diverse akten van overdracht van land, huizen en goederen in voornamelijk Zuid-Holland, en twee zestiende-eeuwse registers van akten van overdracht van Oud- en Nieuw-Matenesse.

Archiefvormers:

  • Van Matenesse
  • Van Assendelft
  • Van Adrichem
  • Van Culemborg
  • Van Duvenvoorde
  • Wouter Gerard van den Berge alias van Matenesse (ca., 1360-1413)
  • Daniel van Matenesse (ca., 1310-1376)
  • Adriaan van Matenesse (ca., 1385-1435)
  • Adriaan van Matenesse (ca., 1440-1506)
  • Adriaan van Matenesse (ca., 1510-1557)
  • Wouter van Matenesse (ca., 1410-1488)
  • Wouter van Matenesse (ca., 1510-1551)
  • Willem van Assendelft (?-ca., 1467)
  • Nikolaas van Assendelft (?-1491)
  • Nikolaas van Adrichem (ca., 1400-ca. 1475)
  • Johan van Culemborg (ca., 1500-1557)
  • Arnout van Duvenvoorde (ca., 1495-1560)
  • Johan van Matenesse (1533-1602)
  • Johan van Matenesse (1596-1653)
  • Gijsbert van Matenesse (1645-1670)
  • Karel van Matenesse (1570-1625)

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Geschiedenis van het archiefbeheer

Bijna twintig jaar nadat zijn kasteel Matenesse in het jaar 1574 in een ruïne herschapen was, wist Johan van Matenesse (VII) zich maar al te goed te herinneren, welke verwoesting was aangericht. Ternauwernood had hij enige meubels en een gedeelte van het archief weten redden.(

"De Nederlandsche Leeuw", jrg. 39, 1921, kolom 36.

) Het was de heer van Matenesse echter na zoveel jaren ontschoten, dat hij in 1571 wegens het verval van zijn kasteel bij zijn schoonmoeder Agatha van Alkemade was ingetrokken. Zo woonde hij vanaf die tijd in het ruime huis aan het Rapenburg te Leiden(

W. Downer, Het huis Rapenburg 65, zijn eigenaren en bewoners, in: Leids jaarboekje, dl. 52, 1960, p. 119.

)
, waarin zich in deze eeuw de 'Vereniging voor Vrouwelijke Studenten te Leiden' zou vestigen. Daarheen had hij zeker zes en twintig stukken van zijn archief meegenomen, waarvan hij op een onbepaalde tijd en plaats beschrijvingen maakte.(

Inv.nr. 1064 f° 4-5v.

)
Wegens de aanwezigheid van archief van de familie Van Alkemade (

. Inv.nr. 1064 f° 6.

)
, dat nooit aan Matenesse kwam, kan dat slechts in deze periode te Leiden zijn geweest. Het ligt daarom voor de hand, dat de familie het archief veeleer zelf tot een meer handzame omvang heeft teruggebracht. Bij gebrek aan beschrijvingen van dit archief is het niet mogelijk de omvang der verliezen aan te geven.

De verdwijning van stukken is na 1574 zonder onmiddellijke rampen doorgegaan. Zij was uitsluitend het gevolg van wanbeheer, waarin de negentiende eeuw de kroon spande.(

E.P. de Booy, Het geheel der particuliere archieven, in: Nederlands Archievenblad, jrg. 83, 1979, pp. 282-285.

) Het begon al direct tegen het einde van de zestiende eeuw, toen IJsbrand van Mérode het huis aan het Rapenburg betrok.(

Downer, als noot 2, pp. 116-119.

)
Deze zorgde er kennelijk voor, dat drie charters Matenesse in het archief Van Mérode terechtkwamen.(

J.C. Kort, Stukken van de familie de Mérode vroeger op het kasteel Salmonsart, in: "Ons Voorgeslacht", jrg. 39, 1984, pp. 53-54 en 58.

)
Hij zal zich ook over de meer dan honderd stukken van de familie Van Alkemade hebben ontfermd(

Inv.nr. 1064 f° 50-52; zie ook noot 4.

)
, die thans spoorloos zijn. De aanwezigheid van een aantal stukken van de familie Van Matenesse in het Leidse gemeentearchief(

Stadsbestuur, 1290-1575, inv.nr. 1881.

)
wijst eveneens in de richting van het huis aan het Rapenburg.

Na 1574 begon de opbouw van het archief opnieuw. Hij werd bespoedigd door de huwelijken, die de familie Van Matenesse sloot met onder meer de families Van Azewijn, Van der Does en Valkenaar. De echtgenoten brachten zo de omvangrijke archivalia van die families aan Matenesse. Maar ook ditmaal verneemt men niets over verblijfplaats of ordening van de stukken. Eenmaal slechts deelt een onderzoeker, de genealoog Wouter van Gouthoeven (1577-1623), mee van de heer Van Matenesse inzage te hebben gekregen in een oude stamboom, die in een al even oude kist gevonden was.(

M.A. Beelaerts van Blokland, Wouter van Goudhoeven, 's-Gravenhage 1983, p. 12; "De Nederlandsche Leeuw", jrg. 1907, kolom 233; zie ook noot 1.

) Daar deze heer vanaf 1611 aan de Spuistraat te 's-Gravenhage woonde in een huis, dat hij van Johan van Oldenbarnevelt had gekocht, zal Van Gouthoeven daar zijn inlichtingen hebben gekregen. Aan het oude kasteel bij Schiedam valt niet te denken, omdat het een bouwval was.

Dat het archief geheel of ten dele geordend was, blijkt eveneens slechts uit losse aanwijzingen. Zo waren de stukken van de familie Van der Does volgens dorsale notities ondergebracht in de achtste lade. Vermoedelijk is deze indeling op het huis Ter Does aangebracht, daar de ordenende hand veel weg heeft van die van Hendrika van der Does. In de richting van het slot Matenesse wijst dit alles niet.

Kisten en laden vermochten het verlies van stukken echter niet te stuiten. Boven memoreerde ik reeds de activiteiten van IJsbrand van Mérode. Na de dood van Johan van Matenesse, heer van Lisse, (XVIII) bleef een flink aantal stukken, dat aan de familie behoorde, in het huis Dever aldaar achter. Op hun beurt werden deze stukken verspreid over de papieren van de heerlijkheid Lisse(

Heerlijkheid Lisse, inv.nrs. 4, 5, 67, 71-74 en 80-91.

), die afkomstig waren van de secretarie aldaar(

Inventarissen Rijksarchieven, III, 1930, p. 343.

)
, het familiearchief Heereman van Zuydtwijck met enige stukken en het in 1964 door het Algemeen Rijksarchief aangekochte leenregister van Dever(

VROA, 1964, p. 44.

)
, waaraan eveneens een paar stukken van de familie Van Matenesse toegevoegd was.

Eveneens door onzorgvuldige boedelscheiding kwamen enige stukken van de familie Van Matenesse terecht in het archief van de familie Van Wassenaer van Rosande.(

Familie Van Wassenaer van Rosande, XVI-z.

) Deze zullen bij ongeluk zijn meegenomen door Jacob van Wassenaar, aan wie Gijsbert van Matenesse (XVI) zijn portret, bezet met diamanten, had vermaakt. Van archiefstukken was in het legaat geen sprake.

Ik besluit deze betrekkelijk rustige periode van het archief met een charter van het jaar 1273(

v.d. Bergh, OHZ., II, nr. 250.

), dat omstreeks 1650 nog in het bezit van de heer Van Matenesse was. Meylink maakte tegen Van Doorn(

A.A.J. Meylink, Over een charter van graaf Floris V, 's-Gravenhage 1860, pp. 26-27; D. van Doorn, J.A. Jaeger, W.A.H. Crul en H.F. Wessels, Gedenkschrift uitgegeven ter gelegenheid van het 700-jarig bestaan van het hoogheemraadschap van Schieland, Rotterdam 1973, pp. 11-12.

)
aannemelijk, dat het stuk niet bestemd was voor het hoogheemraadschap Schieland maar voor de baljuw, een voorouder van de heer Van Matenesse. Mij dunkt, dat het aan Dirk Bokel (XXIX)(

C. Hoek, De woning van heer Dirk van Hodenpijl te Overschie en de geslachten Van Rodenrijs, Van Matenesse, Uter Nesse, Van (der) Spangen, Van den Vene en Van (den) Dorp(e), in: "De Nederlandsche Leeuw", jrg. 82, 1965, kolom 33.

)
gericht was. Hoe dit ook zij, thans is het charter verdwenen.

Ik kom nu tot het laatste bedrijf van de familie en haar archief. Het begon in 1671, toen de laatste mannelijke vertegenwoordiger van het geslacht overleed. Enige erfgename was de minderjarige Florentina van Matenesse (XXVII), die in 1680 huwde met Johan van Hardenbroek. Een en ander had tot gevolg, dat curatoren voor de ganse nalatenschap in de hand moesten worden genomen. Als zodanig fungeerden mr. Maarten van der Goes (1609-1687), die reeds eerder zaken van de familie had waargenomen(

C.J. Gonnet, Briefwisseling tusschen de gebroeders Van der Goes (1659-1673), Amsterdam 1899, pp. XXII, passim.

), en mr. Rem van Limborgh (1625-1685). Beide curatoren zagen zich genoodzaakt het bezit van de familie te verkopen om de schuldenlast van Florentina te delgen. Zo verkochten zij in 1688 het huis te Riviere met de heerlijkheid Matenesse aan de stad Schiedam, die bij de koop enige retroacta, waaronder de leenregisters, verkreeg. Deze handelwijze is vanuit archivistisch standpunt volkomen correct, wanneer een recht wordt overgedragen. In vele gevallen zullen de curatoren dan ook juist hebben gehandeld, al valt op de uitdeling van bijvoorbeeld de stukken der heerlijkheden Brakel en Opmeer wel het een en ander aan te merken. Heel wat van deze stukken bleven immers bij de curatoren achter. Het restant, dat eigendom van de familie behoorde te zijn, behielden zij zelf, een handelwijze die vanuit het archief sterk afgekeurd moest worden.

Het archief van de familie Van Matenesse was zo in drie delen gesplitst. Ik behandel eerst de stukken, die mr. Maarten van der Goes onder zich hield. Zij bleven, bewaard in een kist, staan in zijn huis te Den Haag in de Molenstraat, welk huis gebruikt werd door de Haagse statie. De kist stond er nog, toen het huis eigendom was geworden van de parochie van St. Jacobus. In 1884 droeg pastoor Rioche de stukken met toestemming van zijn deken, mgr. Bottemanne, over aan de bisschop van Haarlem. Daar werden de charters - honderd zes en negentig in totaal - in 1895 geordend.(

P.N. van Doorninck, Inventaris van eene verzameling charters, betrekking hebbende op de geslachten Van der Does, Duvenvoorde, Mathenesse, enz., Haarlem 1895; zie ook: C. Hoek, Zegels in het gemeente-archief van Schiedam, in: "Ons Voorgeslacht", jrg. 17, 1962, pp. 169-178.

) Vervolgens werden de charters samen met enige pakketten losse stukken beschreven door Gonnet.(

. C.J. Gonnet, Familie-Archief van het geslacht van Matenesse, in: NAB., jrg. 8, 1899/1900, pp. 120-127.

)
In 1916 stond mgr. A.J. Callier, bisschop van Haarlem, de charters af aan het Gemeentearchief van Schiedam.(

Verslag over den toestand van het Gemeente-Archief te Schiedam gedurende het jaar 1916, p. 8.

)
De bisschop beloofde eventuele andere stukken na te zullen zenden en zo volgde na enige jaren nog een pakket. Bij nadere beschouwing bleken nog twee bundels te Haarlem achtergebleven te zijn. Zij werden daar omstreeks 1960 door P.M. Verhoofstad als "familiearchief Van Matenesse" beschreven.

Maar ook de pastoor van de St. Jacobusparochie had niet alle stukken aan zijn bisschop gezonden. Bij de recente inventarisatie van het archief van de parochie kwamen twee charters en een pak stukken uit de voormalige kist van mr. Maarten van der Goes te voorschijn. Inmiddels had ook H.J.M. Lux, referendaris van het ministerie voor R.K. Eredienst een blik in de kist geworpen. Het resultaat, een charter van 1499, schonk hij vervolgens aan de bisschop van Haarlem.(

Bisdom Haarlem, Aanwinst nr. 103; hier inv.nr. 833.

)

Tot nog toe was de verspreiding van het archief betrekkelijk overzichtelijk gebleven. De collectie van de tweede curator, mr. Rem van Limborgh, stelt ons daarentegen voor grote zo niet onoverkomelijke problemen. De stukken van de familie Van Matenesse erfden van hem op zijn neef mr. Frans van Limborgh, die een ervan aan Van Mieris toonde voor diens charterboek.(

F. van Mieris, Charterboek, dl. IV, Leiden 1756, p. 37; hier inv.nr. 1027.

) Frans van Limborgh liet de collectie na aan zijn kleinzoon mr. Martinus van der Craght, de derde in deze rij van bekende verzamelaars van historische stukken. Onder mr. G.S.G. van Maanen, schoonzoon van de laatste, moest de gehele verzameling geveild worden, wat van 1 tot 3 december 1862 bij de firma M. Nijhoff geschiedde. Kopers van stukken, afkomstig van de familie Van Matenesse, waren daar W. van Doorn, baron Van Heemstra, Van Maanen zelf, B. Moone, H.C. Rogge, M.J. Visser en de Rijksarchieven te Brussel en Den Haag. Voor de charters was niet veel belangstelling, aldus rijksarchivaris Bakhuizen van den Brink, die voor het Rijk kocht.(

R. Fruin, De gestie van dr. R.C. Bakhuizen van den Brink als archivaris des Rijks, 1854-1865, 's-Gravenhage 1926, pp. 200-201; archief van het Algemeen Rijksarchief, inv.nr. 29 nr. 168 d.d. 22-12-1862.

)
Zij waren goed voor ƒ 1,- of minder en daarom schafte hij er enkele aan met het oog op de zegels.(

Catalogus nrs. 1-9, 11-13, 15, 17-26, 28-30, 35-40 en 60.

)
De andere nummers bevatten veel brieven, gericht aan Johan en Adriaan van Matenesse, die voornamelijk door de veilinghouder werden gekocht. Van de meer dan tweehonderd stuks zijn nog slechts vier teruggevonden.(

Catalogus nrs. 122 (Van der Poest Clement), 906 (Familie Van Wassenaer van Katwijk, nr. 494), 1076 (Hoge Raad van Adel), 1079 (Van der Poest Clement).

)
De Rijksarchivaris van België kocht een brief van Champigny aan Johan van Matenesse(

Catalogus nr. 1425.

)
, die in zijn depot thans met meer te vinden is.

Naderhand doken stukken, behorend tot het archief van de familie Van Matenesse, op allerlei veilingen of verkopingen op. Wederom bij Nijhoff werden op 14 en 15 november 1864 de handschriften van A.A.J. Meylink geveild. De nummers 29, 36, 50, 51 en 84 kwamen via de boekhandelaar Van Doorn in handen van P.J. van Dijk van Matenesse en nummer 60 ging naar A. van der Poest Clement. De nummers 26, 71, 80, 83, 109, 367 en 368 kwamen aan onbekenden. Op een verkoping van de boekhandelaar C. van Doorn te Den Haag legde de heer C.J. Bogaert, gehuwd met A.M.E. van Adrichem, in 1866 de hand op vier stukken, afkomstig van de uitgestorven familie Van Adrichem. Het archief van deze familie was door huwelijk gekomen aan Matenesse. Ook op de auctie van J.A.A. Alberdingk Thijm (1820-1889), gehouden van 21 tot 25 april 1890 bij F. Muller, werden enige stukken, afkomstig van Matenesse, aangeboden.(

Catalogus nr. 2420.

) Zij werden voor zover bekend door het Rijksarchief in Noord-Holland verworven.(

Collectie Losse Aanwinsten, inv.nrs. 1000 en 1037.

)
Tenslotte kwam een stuk, afkomstig van Matenesse, terecht in de collectie Beeldsnijder van Voshol.(

Aldaar nr. 22.

)

Tot zover dit relaas over de verstrooiing van het archief door de handel. Maar ook het Rijksarchief te Den Haag droeg het zijne bij tot verdere verspreiding der stukken. Acht charters en een stuk werden daar in een voorlopige beschrijving gepresenteerd als het familiearchief Van Matenesse ofwel de charters huis te Riviere. De stukken van de aanverwante families Van Adrichem en Van Assendelft(

Auctie Van Limborgh nrs. 22-25, 29, 30, 35-37 en 39.

) werden daarnaast als een afzonderlijk bestand opgevoerd. Van zes nummers van de veiling van 1862 werd de herkomst van Matenesse niet opgemerkt. Zij werden in de Handschriftencollectie geplaatst.(

Auctie Van Limborgh, nrs. 1, 3, 6 (met foutieve datering), 19, 38 en 60, respectievelijk HS. nrs. 1265, 1269, 1270-1272 en 1268,

)
Naderhand verkreeg het Algemeen Rijksarchief in 1920 van de executeur-testamentair van P.J. van Dijk van Matenesse de verzameling, die deze op veilingen had aangekocht. Hierin bevonden zich ook de stukken, die Van Dijk op de eerder genoemde auctie Meylink had verkregen.(

VROA., 1921, I, p. 269.

)

De stukken, behorend tot de heerlijkheid Matenesse, bleven in 1920 in het bezit van de nazaten van Van Dijk, tot de gemeente Schiedam de inmiddels ledige heerlijkheid voor de som van ƒ 3000,- kocht van mevrouw Th.C. Cool-van Holthe te Wageningen.(

Verslag van het Gemeentearchief te Schiedam over het jaar 1963, p. 7.

) Naast de titel stelde Schiedam zich tevens in het bezit van het overgebleven archief van de heerlijkheid. Het waren acht en twintig charters en een pak. De akten van belening met het huis te Riviere had de weduwe Van Dijk van Matenesse samen met een ten onrechte afgegeven charter van 1595 reeds in 1908 aan de stad geschonken.(

Verslag omtrent de toestand van het Archief over 1908, p. 2.

)

Ook het Algemeen Rijksarchief ging voort stukken Matenesse te verwerven, die ongetwijfeld afkomstig waren uit de auctie Van Limborgh van 1862. Zij werden onveranderlijk in de Handschriftencollectie ondergebracht.(

Aanwinsten, 1882, XII-4, VROA., 1892, p. 53, 1899, p. 68, 1901, p. 69, 1944, p. 26 en 1957, p. 34, (gekocht van M. Lampusiak), respectievelijk HS. 247/43, 420, 625, 695, 1232 en 1560 (vroeger auctie Van Limborgh, nr. 122); van de auctie op 12/13 april 1859 bij G.Th. Bom van handschriften uit de verzameling van C. van Alkemade, P. van der Schelling en M. van der Houve verwierf de verzamelaar Diederichs vijf stukken, afkomstig van Matenesse (UB. Amsterdam, collectie Diederichs, nrs. 2 Cd, 26 Ba, 26 G1, 26 H2 en 15 Am), en het Algemeen Rijksarchief twee (hier inv.nrs. 32 bis en 755). Deze stukken zullen Van Alkemade c.s. van hun relatie F. van Limborgh hebben gekregen.

) Stukken kunnen nog op allerlei aucties opduiken. Inderdaad veilde bijvoorbeeld Van Stockum van 5 tot 7 juni 1985 onder meer een brief aan Johan van Matenesse, die eerder in 1862 verkocht was.(

Catalogus nr. 1190, vroeger auctie Van Limborgh, nr. 940.

)
Dit stuk verdween weer in particuliere hand.

Thans rest de behandeling van het gedeelte van het archief Van Matenesse, dat in handen van de familie bleef. Het werd overgebracht naar het kasteel Hardenbroek en verbleef daar in alle rust tot het einde van de negentiende eeuw. Beroering is slechts bekend over een leenregister van Ulft over de jaren 1370 tot 1541, dat in 1834 in een kist op het kasteel werd aangetroffen.(

VROA., 1925, pp. 116-117 nr. 4.

) In 1852 werd het nog door De Geer genoemd(

Kroniek H.G., 1852, pp. 194-195 nr. 5.

)
maar daarna verdween het van Hardenbroek. In 1925 verkreeg het Rijksarchief in Gelderland dit deel van het Staatsarchief te Dusseldorp.(

Zie noot 38.

)

In 1892 was het met de rust gedaan. In dat jaar trof G.C.D. d'Aumale baron van Hardenbroek (1862-1934) de stukken in grote wanorde aan op het kasteel, dat hij zojuist had geërfd. Zijn mededeling wekt enige bevreemding want het omvangrijke archief van Hardenbroek was omstreeks 1850 getuige enige lijvige beschrijvingen in goede orde gebracht. Naderhand waren zij slechts door De Geer, Dodt van Flensburg en Rosenkrantz(

E. Rosenkrantz, Bijdragen tot de geschiedenis van Gelderland, in: Geldersche volksalmanak, 1899, pp. 27-29.

) voor wetenschappelijke doeleinden geraadpleegd.

De baron wilde niet bij de pakken neerzitten. Eerst deed hij in 1895 een aantal alba amoricum van de familie Van Matenesse over aan zijn nicht I.T. barones van Hardenbroek (1871-1958). Door haar huwelijk kwamen de alba in het archief van het huis Waardenburg.(

RA. Arnhem, Huis Waardenburg, inv.nrs. 2118-2122; met begeleidende brief d.d. 11-4-1895 in inv.nr. 2120.

) Wat betreft de stukken, waarin de naam van zijn familie niet voorkwam, wendde baron Van Hardenbroek zich tot de Rijksarchivaris van Utrecht, mr. S. Muller Fz. Muller was geen vriend van familiearchieven. De inhoud van de hem toevertrouwde acht koffers van groot formaat werd door hem vluchtig en snel beschreven en vervolgens over het land verspreid. Omdat hij naar believen mocht vernietigen, zal de verdwijning van vele stukken, waaronder zelfs charters uit de dertiende eeuw, aan zijn dadendrang te danken zijn.(

De Booy, als noot 5, p. 284.

)

De stukken van de familie Van Matenesse en aanverwanten gingen in 1897 naar de Hoge Raad van Adel. Het volgende jaar arriveerden daar ook stukken van Ulft(

VROA., 1897, p. 157 en 1898, pp. 315-316.

), waarvoor het Rijksarchief in Gelderland geen belangstelling had. Stukken van Gijsbert, Karel en Wouter van Matenesse in hun diverse functies verrijkten het Algemeen Rijksarchief.(

VROA., 1897, pp. 34-36 nrs. 1-13 en nr. 21.

)
Deze weinige stukken werden aldaar geklasseerd onder de weidse naam "familiearchief Van Matenesse", het zoveelste! Met het laatste nummer wist men echter geen raad, zodat het in de Handschriftencollectie verdween.

Het Rijksarchief in Noord-Brabant werd door Muller verblijd met drie en dertig charters en vier stukken, afkomstig van de families Van Giessen en Van Goor.(

VROA., 1897, pp. 119-132.

) Het Rijksarchief in Groningen kreeg een huwelijksakte van Emerentiana Sonoy, die later echter overgedaan werd aan het Gemeentearchief ter plaatse. Het Gemeentearchief van Utrecht verwierf onder meer een plattegrond van het Wittevrouwenklooster en een toedeling van goed aan Karel van Matenesse, die geplaatst werd in het archief van het Apostelgasthuis, een andere gerechtigde. Voorts kreeg het Gemeentearchief van Rotterdam stukken betreffende de familie Bokel.(

Thans: Handschriften nr. 179 als ook: Stadsarchief, inv.nr. 1917.

)
Tenslotte stuurde Muller een pakket transportakten, die hij aanvankelijk voor vernietiging had bestemd, aan de Algemene Rijksarchivaris Van Riemsdijk.(

De Booy, als noot 5, p. 285.

)
Deze dankte hem daarvoor maar deelde zijn collega niet mee, dat hij de zending bij de collectie op de Hoge Raad van Adel had gevoegd. Waarschijnlijk dacht Van Riemsdijk, zelf bestuurslid van de Raad, het archief Van Matenesse toch niet meer voor zijn depot te kunnen verkrijgen. Baron Van Hardenbroek had het bestuur op zijn vraag dienaangaande immers te verstaan gegeven, dat de stukken uit zijn archief niet naar het Algemeen Rijksarchief mochten worden overgebracht.(

Hoge Raad van Adel, Notulen.

)
Tijdens de opruiming had baron Van Hardenbroek toch archief Van Matenesse en verwanten over het hoofd gezien. Bij de ordening van het archief van het kasteel Hardenbroek kwamen zo negentien charters, een deel, een rol en ongeveer vijf en veertig stukken aan het licht.

De verspreiding van het archief van de familie Van Matenesse, dat na al deze wederwaardigheden verdeeld was geraakt over meer dan twintig bekende archieven en collecties, was hiermee nog niet ten einde. Nu zou het gedeelte bij de Hoge Raad van Adel door tegenspoed worden getroffen. In 1902 vroeg en verkreeg de gemeentearchivaris van Rotterdam, J.H.W. Unger, vijftien charters en vijf stukken over de periode 1345 tot 1488. Hij wilde de teksten op het laatste moment gebruiken voor zijn regesten van Rotterdam.(

J.H.W. Unger, Regestenlijst voor Rotterdam en Schieland tot in Rotterdam 1907, nrs. 542, 569, 586, 711, 993, 1027, 1613, 1690, 1875 en 1894; de overige stukken waren van 1425 en later.

) Helaas overleed hij reeds in 1904(

In memoriam Johan Hendrik Willem Unger, in: NAB., jrg. 13, 1904-1905, pp. 4-13.

)
toen de stukken nog in Rotterdam waren. Zij zijn behoudens een uitzondering(

Inv.nr. 200.

)
nooit teruggekeerd.

Het laatste verlies werd jaren daarna geleden. Bij gelegenheid van zijn genealogische verhandeling over de familie Van Matenesse(

Zie noot 1.

) maakte W.A. Beelaerts van Blokland, toentertijd secretaris van de Hoge Raad van Adel, melding van een stamboom van de familie, die onder zijn bereik was. Het was hetzelfde handschrift als Van Gouthoeven eertijds ter inzage had gekregen. Beelaerts was de laatste, die het zou zien.

Met de inventarisatie van het ondanks alle verliezen omvangrijke archief van de familie Van Matenesse werd in 1955 mejuffrouw S. van Zanten Jut(

Inv.nr. 1083.

) in het kader van haar werk bij de Hoge Raad van Adel belast. Zij ging uit van het aldaar aanwezige gedeelte en beschreef daarna de elders aanwezige stukken, die haar bekend waren. Bij haar vertrek in 1959 was het werk onvoltooid. In 1983 nam ondergetekende haar werk weer op. De inventaris werd van de gebruikelijke indeling(

J.C. Kort, Het archief van het huis Offem en de families Van Limburg Stirum, Doys en Van der Does, 1428-1937, 's-Gravenhage 1983, p. XVIII.

)
voorzien en de sinds 1959 opgedoken stukken werden ingevoegd. Een en ander kwam tot stand in nauwe samenwerking met de secretaris van de Hoge Raad van Adel te 's-Gravenhage en het Gemeentearchief van Schiedam. Hoewel het in de bedoeling lag het gehele archief in een depot onder te brengen, kon dat in de praktijk geen doorgang vinden. Daarom werd achter de inventaris een lijst opgenomen, waarin de verdeling der stukken over respectievelijk het Algemeen Rijksarchief, het Gemeentearchief van Schiedam en de Hoge Raad van Adel is aangegeven.

Rest mij de aangename plicht allen te danken, die aan het welslagen van dit werk hebben bijgedragen. In het bijzonder noem ik mevrouw H.A. barones van Hardenbroek, de heer A.J.O. baron van Wassenaer, jonkheer H.A. van Adrichem Boogaert, het Rijksarchief in Noord-Brabant, de Gemeentearchieven van Groningen, Leiden en Rotterdam en het Archief van het Bisdom Haarlem, die zo bereidwillig waren stukken, afkomstig van de familie Van Matenesse, af te staan. Tenslotte was jonkheer H.P. van der Mieden zo vriendelijk de hem behorende stukken Van Matenesse ter inzage te geven.

Delen van het verspreide archief werden in verschillende perioden aangekocht; zie 'Geschiedenis van het archiefbeheer'.

Het archief is door aankoop verworven.

De verwerving van het archief

Het archief is door aankoop verworven.

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in