gahetNA in het Nationaal Archief

Hoog Militair Gerechtshof - Zoeken: militair

23 Resultaten gevonden, klik op het tabblad om de resultaten te tonen.

2.13.13.29
M.D. Lammerts
Nationaal Archief, Den Haag
(c) 1948
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.13.13.29
Auteur: M.D. Lammerts
Nationaal Archief, Den Haag
(c) 1948
CC0

Periode:

1814-1825

Omvang:

0,40 meter; 13 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het fragmentarchief bevat stukken betreffende de militaire jurisdictie in de periode 1817-1822 en de wijziging van de wet op de krijgstucht. Het archief is in 1944 bij oorlogshandelingen verloren gegaan.

Archiefvormers:

  • Hoger Militair Gerechtshof

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

De provisionele instructie voor het Hoog-Militair-Gerechtshof werd vastgesteld bij Soeverein Besluit van 20 juli 1814, nr. 27. Artikel 1 bepaalde, dat het zou bestaan uit negen lede, de president daaronder begrepen, t.w. drie rechtsgeleerden, drie officieren van de zeemacht, drie officieren van de landmacht, een advocaat-fiscaal voor de zee- en landmacht en een griffier.

Artikel 2 luidt "De rechtsgeleerden, de advocaat-fiscaal en de griffiers moesten zijn Meesters in de Rechten, gegradueerd op een der Universiteiten van ons land. Zij moesten, ook de militaire leden, de ouderdom hebben van 30 jaar, de griffier die van 25 jaar".

Artikel 4. "Bij de aanvaarding van hun posten, zullen de rechtsgeleerde leden van de praktijk en alle andere ambten en bedieningen, welke hun werkzaamheden verschaffen of waarvoor zij bezoldigd mochten worden, dadelijk afstand moeten doen".

Artikel 5. "Zij zullen ook buiten hetgeen uit hun ambten bij het voorsz. hof zelve voortvloeit, geen commissies op zich mogen nemen, waardoor zij aan het land of eenig gedeelte van hetzelve comptabel zouden zijn".

Artikel 7. "De president, de rechtsgeleerde leden, advocaat-fiscaal en griffier, worden door de Vorst aangesteld voor hun leven".

Artikel 8. "Zoowel de rechtsgeleerde als militaire leden zullen ter vergadering zitting hebben volgens den tijd, waarop zij als leden van dit college, den eed, daartoe staande, hebben afgelegd, zonder dat, ten aanzien der militaire leden, derzelver ancienneteit in den dienst of rang, welken zij bevorens in den dienst ter zee of te lande hebben bekleed, in aanmerking zal kunnen komen".

Bij Soeverein Besluit van 28 juli 1814, nr. 30 werden benoemd tot president J.F. Moorrees en tot leden C.F. de Jonge, J. van den Velden, F.H. Raeber, P.H. Queijssen, Noot, J.L.T.C. van Oldenbarneveld, genaamd Witte Tullingh en G. Bijll. Tot advocaat-fiscaal voor de zee- en landmacht J.W.H. Conrady en tot griffier C.A. Mollerus.

Deze ambtenaren moesten de eed tot hun respectieve bedieningen staande afleggen in hande van de president van het Hoog-Militair-Gerechtshof en door hem te Utrecht, als de plaats voor de residentie van genoemd Hof, in hun functie worden geïnstalleerd.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in