Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

KNCB - Zoeken: knvb

3 Resultaten gevonden, klik op het tabblad om de resultaten te tonen.

2.19.125
J.A.A. Bervoets
Nationaal Archief, Den Haag
2010
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.19.125
Auteur: J.A.A. Bervoets
Nationaal Archief, Den Haag
2010
CC0

Periode:

1883-1994

Omvang:

18,10 meter; 1174 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Normale handgeschreven en gedrukte documenten, foto’s en negatieven, CD’s met geschreven gegevens en beeldmateriaal, videobanden.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief bevat gegevens over de organisatie en reglementering van cricketwedstrijden alsook over propaganda voor het cricketspel. Hierin zijn ook door de bond uitgegeven brochures en pamfletten opgenomen, de bijgehouden en gereconstrueerde resultaten van de door de bond of zijn verenigingen gehouden cricketwedstrijden en de bij de bond aangesloten cricketspelers (“wedstrijdstaten”) op papier. Deze gegevens zijn deels gecorrigeerd en statistisch en digitaal verwerkt. Een fotoverzameling is gedeeltelijk op papier, gedeeltelijk digitaal aanwezig. In het archief bevindt zich het volledig archief van de Nederlandse Damescricketbond.

Archiefvormers:

  • Koninklijke Nederlandse Cricketbond, 1883-
  • Nederlandse Dames Cricketbond, 1932-1985

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Het begin: ontwikkeling van bestuurstaken.

De Nederlandse Cricketbond werd in 1883 opgericht. In dat jaar waren er al op verschillende plaatsen cricketverenigingen actief, die zich echter niet alle bij de bond aansloten; dat geschiedde geleidelijk. Het belangrijkste initiatief van de bond was het uitschrijven van vijfdaagse nationale wedstrijden voor de verschillende verenigingen. Een ander was het toekennen van prijzen aan individuele spelers wegens het beste bowling- en battinggemiddelde. In 1888 werd voor het eerst een beker als te winnen trofee uitgereikt. Drie jaar later werd voor het eerst door de bond een competitie georganiseerd. Het volgend jaar werd een nationaal Nederlands elftal gevormd, dat in Engeland een wedstrijd speelde tegen een plaatselijke vereniging. De bond had vanaf 1890 een coach die zich bezig hield met de training van cricketspelers.

Hierdoor groeide de bond geleidelijk in zijn taken, die rond 1900 definitief werden omschreven en die ook nu nog bepalend zijn voor het functioneren van de bond :

  • De bond organiseert competities en nationale wedstrijden waarin verenigingen zich met elkaar konden meten, zodat er jaarlijks een landelijke rangorde ontstond. De bond vormt een Nederlands elftal dat zich met buitenlandse elftallen (voorlopig buitenlandse clubelftallen, eerst in de laatste decennia ook nationale elftallen van diverse landen) ging meten.
  • De bond regelt de spelregels voor het cricketspel. Hierbij werd gekeken naar internationale regels, in het bijzonder naar wat in Engeland als “the spirit of cricket”gold. Uitgangspunt was oorspronkelijk het reglement van de Marylebone Cricketclub in Londen totdat na 1984 de regels nader werden vastgesteld door de internationale organisatie ICC.
  • De bond garandeert de handhaving van de regels en voorschriften voor correct gedrag door de instelling van een onderzoekscommissie of tuchtcommissie, die de zeldzame schenders van “the spirit of cricket” een sanctie kon opleggen.
  • De bond zorgt voor de kwaliteit van coaches en scheidsrechters (umpires), ook al werden die door de verenigingen aangewezen.
  • De bond propageert de cricketsport in Nederland.
Het bestuur had al vroeg een publiciteits- en propaganda afdeling georganiseerd, die regelmagtig publiceerde. Aanvankelijk gebeurde dit in een rubriek in het weekblad De Nederlandsche sport, later het weekblad The Corinthian. In 1931 verscheen voor het eerst het blad Cricket, dat tot op heden als een eigen bondsorgaan fungeert. Het bestuur voert ook propaganda voor wedstrijden, waarbij de gedetailleerde beschrijvingen van het wedstrijdverloop worden afgewisseld met kleine propagandabrochures.
Groei van de bond

De Nederlandse Cricketbond kende de volgende ontwikkelingen. In 1932 werd de Nederlandse Dames Cricket Bond opgericht, die de damesverenigingen onder zich verenigde en internationale wedstrijden van vrouwelijke cricketspelers organiseerde. Deze bond bleef zelfstandig voortbestaan tot 1985, daarna fuseerde zij met de inmiddels Koninklijk geworden Nederlandse Cricketbond. In 1937 besloot de cricketbond de verantwoordelijkheid voor de arbitrage bij clubwedstrijden op zich te nemen. Tot dan toe werden scheidsrechters door de thuisclub aangewezen. De NCB stelde bondsscheidsrechters aan. Een in 1938 opgerichte scheidsrechterscommissie regelde voortaan de kwaliteit van de arbitrage en organiseerde daarvoor opleidingen. Vanaf 1938 heeft de bond een Archief en Bibliotheekcommissie, die gegevens verzamelt over de geschiedenis van het Nederlandse cricket. Reeds vanaf 1941 dateren er contacten met de Koninklijke Bibliotheek over de beschikbaarstelling van de cricketbibliotheek.

Nederlandse elftallen

Het Nederlands elftal is vanaf zijn oprichting actief geweest. Het hield vooral tournees door Engeland, waarbij het speelde met plaatselijke Engelse elftallen en Engelse elftallen uitdaagde om in Nederland te spelen. Verder mat het zich met relatief succes in speciale incidentele tournooien met andere elftallen van het Europese continent. Na de oorlog waren er contacten met Ierland en gemenebestlanden buiten Europa zoals Australië en Zimbabwe.

In 1965 wordt Nederland mede betrokken bij de internationale cricketwereld. De International Cricket Conference (ICC), tot dan toe slechts bestaand uit de zes sterkste cricketorganisaties binnen het Britse Gemenebest, liet andere landen toe als associate member. Nederland trad in 1966 als associate member toe en kon vanaf dat jaar deelnemen aan de internationale wedstrijden.

In 1975 werd door de ICC de Prudential cup ingesteld, een wereldbeker die oorspronkelijk voor testlanden was bedoeld, en elke vier jaar werd uitgereikt. Vanaf 1979 mochten hieraan ook associate members deelnemen, die zich daarvoor moesten kwalificeren in wedstrijden met testlanden in poules. Vanaf 1985 werd de cup na een aantal naamswisselingen wegens verandering van sponsor de Cricket World Cup genoemd.

Aanvankelijk werd het eindtournooi praktisch slechts door testlanden gespeeld, maar in de loop der jaren streefde de ICC ernaar dat ook niet testlanden zich zodanig in kwaliteit konden ontwikkelen dat ze serieus aan de wereldkampioenschappen konden deelnemen. Er kwam voor de associate members een World Cricket League tot ontwikkeling, die uit verschillende divisies bestond op basis van kwaliteitsniveau. In 2005 werden acht divisies van minstens zes elftallen gevormd op basis van een ranglijst, waarvan de achtste of laatste divisie uit acht elftallen bestond met twee promovendi en vijf degradandi naar regionale divisies, die plaats moeten maken voor nieuwe aanstormende elftallen uit deze divisies. De aldus ingedeelde elftallen kregen van de ICC een ODI-status (ODI = One Day International, wat staat voor een gereglementeerde eendagswedstrijd voor 50 overs) , een status die je na degradatie uit de achtste divisie verloor.

De ranglijst werd voortaan herzien aan de hand van de resultaten van de vierjaarlijkse wedstrijden voor de ICC-trophy, welke trofee na 2005 de Word Cup Qualifyer werd genoemd. De zes besten belandden in de eerste divisie en kregen het recht zich met de testlanden te meten in de vierjaarlijkse wedstrijden om de Cricket World Cup, dat nu meer en meer de allures van een wereldkampioenschap aanneemt. Nederland werd in 2005 ingedeeld in de eerste divisie en het hoofdelftal doet tot 2013 mee aan wedstrijden om Cricket World Cup.

Vanaf 2007 vinden er ook wedstrijden voor de IC Wordcup Twenty20 of T20 plaats. Dit zijn korter durende tournooien met een vastgestelde serie van 20 overs, die jaarlijks worden gehouden. Het wordt gespeeld door twaalf teams, die bestaan uit de testlanden en gekwalificeerde associate members. Nederland haalde in 2009 de eerste ronde van het eindtournooi en kwalificeerde zich nog eenmaal zonder in het eindtournooi te winnen. In de andere jaren was het niet gekwalificeerd.

ICC-trophys, later ICC Word Cup Qualifiers, bestaan er ook voor de jeugdelftallen onder de 13, 15, 17, 19 en 21. Voor de dames was er vóór 2005 de WCC-trophy, waarvoor slechts één tournooi is gehouden, georganiseerd door de KNCB, in 2003. Daarna is er ook een World Qualifying Cup ingesteld, waarvoor in 2009 een tournooi doorgang vond. Aan de Women’s Cricket World Cup, die in 1973 voor het eerst werd gehouden, namen de Nederlandse dames in 1988, 1993 en 2000 deel.

Toen de ICC de internationale wedstrijden reglementeerden en er een beperkt aantal landen in de International league werden toegelaten, organiseerden zich ook de regio’s zodat de aangesloten landen een basis hadden vanwaaruit zij konden promoveren. Zo werd er een European Cricket Council (ECC) opgericht, die vanaf 1996 tweejaarlijkse internationale tournooien organiseert om een Europa Cup. De Europese clubs zijn eveneens onderverdeeld in divisies met zes elftallen, waarnaar men kan promoveren of degraderen. Nederland speelt in de Eerste Divisie en heeft een paar maal de Europacup gewonnen; doordat het eerste elftal een ODI-status heeft in de eerste divisie voor de World Cup levert het voor de Europese wedstrijden, die vaak gelijktijdig worden gespeeld, tweede elftallen.

De verenigingselftallen binnen de bond

De groei van het aantal verenigingen en de uitbreiding van het aantal cricketwedstrijden in het binnenland heeft zijn weerslag op de organisatie van de bond gehad. De jaarlijkse competitie, die moest leiden tot een landelijk kampioenschap, gold tijdens de oprichting van de bond alleen voor de hoofdklasse heren. Gedurende de volgende decennia van de twintigste eeuw ontstonden er - naargelang het aantal spelende verenigingen zich uitbreidde - ook een overgangsklasse en een Tweede Klasse, zodat er ruimte was voor de oprichting van meerdere elftallen per vereniging. In de jaren twintig ontstond er een afdeling voor veteranen. Na 1945 breidde het aantal klassen zich uit. Ook kregen verschillende verenigingen een damesafdeling en een jeugdafdeling, die zelf een onderlinge competitie aangingen.

Naast de competitie, die eerst werd beslist nadat alle verenigingen van de hoofdklasse en de verenigingen in de onderklassen op regionaal verband met elkaar hadden gespeeld in uit- en thuiswedstrijden waren er ook bekertournooien en speciale tournooien van specifiek georganiseerde wedstrijden. Zo zijn er indoorwedstrijden, wedstrijden voor bedrijfscricket en wordt er vanaf 2007 naast de normale eendaagse wedstrijden een Twenty20 tournooi gehouden. Ook zijn er in de geschiedenis van de bond speciale wedstrijden buiten tournooiverband gehouden, bijvoorbeeld met geïnterneerde Britten tijdens de Eerste Wereldoorlog en met Britse legereenheden in Nederland na de bevrijding. Zelfs is het voorgekomen dat families van belangrijke cricketspelers onderling benefietwedstrijden hebben gehouden, die door de bond zijn geregistreerd.

Samenstelling van de KNCB

Het bestuur van de bond bestaat naast het hoofdbestuur, het dagelijks bestuur en het secretariaat uit de volgende commissies:

  • de commissies betrokken bij de cricketcompetitie: de programmacommissie, de onderzoekscommissie en de dispensatiecommissie. De elftallen onderscheiden zich in de volgende onderdelen: Herencricket, Damescricket, Jeugdcricket, Bedrijfscricket, Zami (= indoorcricket) en Veteranen. De elftallen strijden op verschillende niveau’s: de belangrijkste klasse van de competitie is de Hoofdklasse, daaronder een Overgangsklasse en een Eerste en Tweede Klasse. Na 1945 werd het aantal niveau’s uitgebreid met meer lagere klassen. De onderzoekscommissie houdt zich bezig met klachten over de toepassing van spelregels en de dispensatiecommissie geeft toestemming voor de transfer van spelers van de ene vereniging na de ander en de aantrekking van cricketspelers uit het buitenland.
  • commissie Nederland XI (= Nederlandse elftallen). Deze commissie bemiddelt bij internationale wedstrijden, met name de ICC-toernooien, die dienen als kwalificatie voor het wereldkampioenschap.
  • commissie Jeugd. Deze commissie organiseert trainingskampen en ICC-jeugdtournooien. Men maakt onderscheid tussen de zog. Topjeugd, de colts (onder de 19) en toernooien onder de 17, onder de 15 en onder de 13 (aangegeven als U17, U15, U13).
  • damescommissie. Deze commissie, opgericht in 1985 na de opgang van de NDCB in de KNCB, organiseert de competities voor het damescricket en de internationale toernooien voor de dames (ook de IWCC-toernooien) en de damesjeugd.
  • scheidsrechterscommissie. Deze commissie is belast met de instructie en aanwijzing van bondsscheidsrechters (umpires) voor de competitiewedstrijden en de instandhouding van de spelregels.
  • coachingcommissie. Deze commissie is belast met de opleiding van trainers of coaches voor met name jeugdelftallen.
  • tuchtcommissie en commissie van beroep. De tuchtcommissie legt boetes en speelverboden op bij ernstige vormen van oneerlijk spel en bij overtreding van de wedstrijdreglementen door verenigingen. Hiertegen kan beroep worden ingesteld bij het bondsbestuur, die de zaak – al dan niet via de onderzoekscommissie - kan doorverwijzen naar een commissie van beroep.
  • archief- en bibliotheekcommissie. Deze commissie verzamelt gegevens over het cricket in Nederland in de vorm van boekwerken en documenten, en houdt de wedstrijdstanden en scores bij van elke competitie binnen de bond.
Waar nodig zal bij de beschrijvingen nader uitleg worden gegeven over de organisatie of taak van de diverse commissies.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in