Böhm - Zoeken: interneringskamp
1 Resultaten gevonden, klik op het tabblad om de resultaten te tonen.
- Archiefinventaris
- Inleiding (1)
- Inventarisnummers
- Bestanden
- Alle scans (0)
2.21.205.09
J.A.A. Bervoets
Nationaal Archief, Den Haag
(c) 1989
Beschrijving van het archief
Naam archiefblok:
Collectie 547 A.H. Böhm
Böhm
Periode:
1911-1989
merendeel (1925) 1911-1989
Omvang:
1.3 meter; 59 inventarisnummers
Taal van het archiefmateriaal:
Het merendeel der stukken is in het Nederlands. Een klein gedeelte is gesteld in het Indonesisch.
Soort archiefmateriaal:
Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.
Archiefbewaarplaats:
Nationaal Archief, Den Haag
Samenvatting van de inhoud van het archief:
A.H. Böhm maakte deel uit van de Nederlands-Indische bestuursdienst. Het archief bevat onder ander stukken betreffende zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog (waaronder een dagboek en memoires), stukken over het ontstaan van de deelstaat Kalimantan Barat en documenten (en documentatie) betreffende de Indonesische onafhankelijkheid. Er zijn verder stukken over Pontianak en West-Borneo, de Vereniging van Ambtenaren van het Binnenlands Bestuur en enige wetenschappelijke bijdragen (o.a. over adatrecht).
Archiefvormers:
- A. H. Böhm 1909 -
Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
Inleiding
Dr. Antonius Hendricus Böhm werd op 27 juli 1909 in Amsterdam geboren. Hij promoveerde in 1936 op een proefschrift over "Het recht van kolonisatie, waarna hij in Nederlandsch-Indische bestuursdienst trad.
Böhm begon zijn loopbaan als aspirant-controleur in Singkawang. Hij verbleef nog steeds in West-Borneo, als controleur van Sambas, bij het uitbreken van de oorlog met Japan (december 1941).
Hij werd door de Japanners aanvankelijk vastgehouden in de gevangenis van Singkawang. In juli 1942 werd hij naar het interneringskamp te Kuching in Serawak overgebracht. Na de bevrijding trad hij op als adviseur van sultan Hamid II van Pontianak, het belangrijkste zelfbesturende landschap. Hamid II was de enige overgebleven erfopvolger van de door de Japanners omgebrachte zelfbestuurders;hij was in leven gebleven omdat hij als officier van het K.N.I.L. in krijgsgevangenschap op Java verbleef. In 1946 werd hij hoofd van het deelgebied Kalimantan Barat. Böhm werd toen directeur van diens kabinet. De sultan werd eind 1949 minister in het eerste kabinet-Soekarno en genoot al die jaren steun van Böhm in zijn streven naar een zelfstandige deelstaat Kalimantan Barat.
In april 1950 werd de sultan van Pontianak gearresteerd en werden ook zijn adviseurs met gevangenschap bedreigd. Dit betekende het definitieve einde van de deelstaat. Böhm week uit naar Nederland en liet ook zijn papieren verschepen.
In 1984 werkte hij een deel van zijn notities over de jaren 1945-1950 uit tot een monografie "West Borneo 1940 - Kalimantan Barat 1950 (uitg. H. Gianotten b.v. Bredaseweg 61, 5038 NA Tilburg, 1986. ISBN 90-9001306).



Reacties