Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

DGBR / Personeelsdossiers - Zoeken: interneringskamp

6081 Resultaten gevonden, klik op het tabblad om de resultaten te tonen.

2.09.70
Centrale Archief Selectiedienst
Nationaal Archief, Den Haag
2008
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

2.09.70
Auteur: Centrale Archief Selectiedienst
Nationaal Archief, Den Haag
2008
CC0

Periode:

1945-1986
merendeel 1945-1952

Omvang:

180,00 meter; 50387 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.Het archief herbergt een grote hoeveelheid pasfoto's.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief bevat ruim 50.000 personeelsdossiers van het personeel dat bij het Directoraat-Generaal voor de Bijzondere Rechtspleging (DGBR) in dienst is geweest. Het merendeel hiervan was in de bewaringskampen werkzaam. De bijzondere rechtspleging was in het leven geroepen om Nederlanders die oorlogsmisdaden hadden gepleegd, die hadden gecollaboreerd of die zich op andere wijze onvaderlandslievend hadden gedragen, te bestraffen.

Archiefvormers:

  • Ministerie van Justitie / Directoraat-Generaal Bijzondere Rechtspleging

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Wat hield de bijzondere rechtspleging in?

Al tijdens de Tweede Wereldoorlog diende zich het vraagstuk aan, wat er na afloop van de oorlog moest gebeuren met de Nederlanders die tijdens de oorlog met de bezetter hadden gecollaboreerd of zich op een andere wijze onvaderlandslievend hadden betoond. In het kader van de Verklaring van St. James' Palace, de Verklaring van Moskou en de overeenkomst van Londen ging de Nederlandse regering in ballingschap, al in 1943 de internationale verplichting aan om de oorlogsmisdadigers te berechten die binnen de landsgrenzen van het betreffende land hun misdaden hadden begaan. Overeenkomstig de Verklaring van Moskou hoorde deze berechting bovendien te geschieden volgens de eigen wetten van het betreffende land.

Om het vraagstuk van de collaboratie en de oorlogsmisdrijven die in de periode 1940-1945 binnen Nederland waren begaan op een adequate manier tot een oplossing te brengen, werd een tijdelijke organisatie in het leven geroepen. Aangezien het gewone apparaat niet was ingesteld op de grootschalige opsporing die in het kader van die bijzondere rechtspleging benodigd was, werden hiertoe aparte organen gecreëerd die los stonden van de reguliere rechtspleging. Aanvankelijk droeg deze opsporing een geïmproviseerd karakter. Pas een jaar na de bevrijding was er werkelijk sprake van opsporing in georganiseerd verband. Omdat de gewone rechtspraak niet berekend was op de uitzonderingssituatie zoals die tijdens de Tweede Wereldoorlog was ontstaan, werden bovendien aparte rechterlijke organen met een eigen strafrecht in het leven geroepen. Om het bijzondere karakter van dit opsporings- en vervolgingsapparaat aan te duiden werd deze buitengewone periode in de geschiedenis van de Nederlandse rechtspleging aangeduid als de bijzondere rechtspleging. Daarbij werd onderscheid gemaakt tussen collaboratie en misdaden tegen de menselijkheid (oorlogsmisdrijven). Formeel duurde de bijzondere rechtspleging van 1945 tot 1952. De bijzondere rechtspleging heeft diepe invloed gehad op het leven van tienduizenden mensen in de naoorlogse jaren. Dit geldt niet alleen voor de politiek delinquenten en hun gezinnen, maar ook voor de mensen die betrokken waren bij de opsporing, vervolging en bewaking van politieke delinquenten. Veel Nederlanders die in het verzet hadden gezeten, werden zonder enige vorm van opleiding maanden en soms jaren lang ingezet binnen de regimes van de kampen.

De buitengewone rechtspraak wortelde in een speciaal voor dat doel vastgesteld Besluit Buitengewoon Strafrecht. De rechtspraak van de bijzondere rechtspleging onderscheidde zich in formele en in materiële zin van de reguliere rechtspraak door het feit, dat zij kenmerken droeg van zowel het burgerlijk recht als het militair strafrecht. Het buitengewone karakter was verder gelegen in de invoering - met terugwerkende kracht - van ruimere strafbepaling en zwaardere straffen.

Formeel werd de bijzondere rechtspleging in 1952 beëindigd met de ontbinding van het bijzondere opsporingsapparaat en de buitengewone rechtsprekende organen. Ingevolge de 'Wet overgang bijzondere rechtspleging' gingen de bevoegdheden van deze organen met ingang van 1 januari 1952 over naar de reguliere opsporings- en rechtsprekende organen.

Beleid van het militair gezag, 1944 - 1946

Onmiddellijk na de bevrijding waren het Militair Gezag en de Canadese Field Security verantwoordelijk voor de behandeling van politieke delinquenten. De bestaande gevangenissen hadden echter volstrekt onvoldoende capaciteit om de naar schatting 100.000 arrestanten te kunnen herbergen. ( Dit cijfer betreft het vermoedelijke aantal arrestanten in september 1945 zoals genoemd door Belinfante, A.D., In plaats van Bijltjesdag, (Assen 1978) 165. ) Aanvankelijk werden de gearresteerden daarom ondergebracht in noodvoorzieningen als kazernes en scholen. Een grootschaliger oplossing werd gevonden in de vorm van bewarings- en verblijfskampen, met de inrichting ervan werd in het najaar van 1944 begonnen. Verblijfskampen waren bestemd voor mensen die met het oog op hun persoonlijke veiligheid en de in- en uitwendige veiligheid van de staat, een verblijfplaats was aangewezen door of vanwege het Militair Gezag. Dit gebeurde op basis van art. 15 van het Bijzondere staat van beleg. Bewaringskampen waren bestemd voor allen die nog niet waren veroordeeld. Hier zouden mensen worden geplaatst die op grond van art. 16 van het Besluit op de bijzondere staat van beleg waren gearresteerd of aan wie het betreffende kamp als verplichte verblijfplaats was aangewezen. Van de inrichting van verblijfskampen is weinig terechtgekomen; veelal werd aan de personen voor wie de verblijfskampen bestemd waren geweest huisarrest opgelegd. De kampen waren spoedig overvol, waardoor met improviseren niet meer kon worden volstaan. Er moest een gericht beleid gevoerd gaan worden met een duidelijk onderscheid tussen de personen die in ieder geval in bewaring moesten blijven en anderen die voorlopig konden worden vrijgelaten. In december 1944 gingen daarom richtlijnen uit van het Militair Gezag voor inbewaringstelling van staatsgevaarlijke personen en voor invrijheidstelling van personen die niet langer vastgehouden hoefden te worden. ( Richtlijnen d.d. 14 dec. 1944 van de Chef Staf Militair Gezag inzake arrestatie en vrijlating van burgers, in: Parlementaire Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940-1945 dl. Vb, 386-387. ) De bewaking van de kampen was in handen van leden van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) Deze was opgedeeld in de Stoottroepen, die zich bezig hielden met de oorlogsverrichtingen, en de Bewakingstroepen, die allerlei binnenlandse taken verrichten en daartoe ter beschikking gesteld konden worden van het Militair Gezag voor o.a. bewaking van kampen en politieke delinquenten.

Instelling van het DGBR

Het Militair Gezag verdween met de opheffing van de bijzondere staat van beleg per 1 maart 1946. ( Publicatieblad van het Militair Gezag nr. 45 (2 maart 1946). ) De nog lopende zaken zouden worden afgewikkeld door het Afwikkelingsbureau Militair Gezag, dat in Den Haag was gevestigd. De coördinerende bevoegdheden van het Militair Gezag ten aanzien van de bijzondere rechtspleging werden overgenomen door een speciaal daartoe ingesteld Directoraat-Generaal voor de Bijzondere Rechtspleging (DGBR) van het Ministerie van Justitie. Directeur-generaal van het DGBR was mr. B.I.A.A. ter Veer. Het DGBR ging zich met alle facetten van de bijzondere rechtspleging bezighouden, waaronder de coördinatie van het opsporings- en vervolgingsbeleid van de procureurs-fiscaal. Met uitzondering van de rechtsprekende organen kwamen de organen van de bijzondere rechtspleging onder de bevelen van dit DGBR te staan. In feite was het de taak van dit directoraat-generaal om zichzelf zo snel mogelijk overbodig te maken doordat de berechting zover zou zijn gevorderd dat opsporing, rechtspraak en tenuitvoerlegging van opgelegde straffen zonder verstoring van de normale gang van zaken aan het reguliere apparaat konden worden overgegeven. Het DGBR werd opgeheven met ingang van 1 januari 1949.

Organisatie van de bewaringskampen van het militair gezag

Het formele beheer van de kampen berustte aanvankelijk bij de Chef van de Staf Militair Gezag (CSMG) Het toezicht op het beheer van de kampen kon door hem worden overdragen aan een of meer Militaire Commissarissen. Aan het hoofd van elk kamp stond een kampcommandant, die met het beheer van het kamp en de handhaving van de orde en tucht was belast. Hij werd bijgestaan door een adjunct-kampcommandant. Zowel kampcommandant als adjunct-kampcommandant werden door de CSMG benoemd. Wanneer de bewaking van het kamp aan militairen was opgedragen, dan stonden deze onder de bevelen van de kampcommandant. De gevangenen moesten de hun opgedragen arbeid verrichten, zowel binnen als buiten het kamp. Bij overtredingen of misdragingen kon aan de gevangenen een disciplinaire straf worden opgelegd. Het ontslag uit het kamp werd verleend door de kampcommandant, op last van ofwel de autoriteit die het bevel tot bewaring had gegeven, ofwel van een Militaire Commissaris, ofwel van de CSMG. ( Verordening nr. 4 van 12 sept. 1944 betreffende bewarings- en verblijfskampen, in: Publicatieblad van het Militair Gezag nr. 1 (19 september 1944). ) In de praktijk waren het meestal de Bewakingstroepen van de BS die de buitenbewaking voor hun rekening namen. ( Na de opheffing van de B.S., met ingang van 8 augustus 1945, waren 12000 man bereid om de overstap te maken naar de op te richten gezagstroepen. ) Er ontstond zodoende een tweehoofdig gezag: dat van de militaire bevelhebbers over de buitenbewaking en dat van de kampcommandanten, aangestuurd door het Militair Gezag, over de binnendienst in het kamp. De daadwerkelijke invloed van het Militair Gezag op de kampen was daardoor beperkter dan in de aanvankelijke opzet de bedoeling was geweest. ( De Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden, dl. 10a, tweede helft, 824-825. ) Het Militaire Gezag moest met veel verschillende soorten inrichtingen werken. Het personeel bestond grotendeels uit leken op het gebied van het penitentiaire vak. ( In plaats van bijltjesdag 164. )

Door de snelle vulling van de kampen waren er geen of nauwelijks mogelijkheden om personeel te selecteren. De militaire commissarissen, die met de inrichting van de kampen belast waren, bepaalden in de meeste gevallen wie in aanmerking kwamen om dienst te doen in de kampen. Dit waren dan ook vrijwel altijd mensen die goed bekend waren bij een commissaris en die te boek stonden als 'goede' Nederlanders. In totaal werden ongeveer 50.000 Nederlanders ingezet bij de regimes van de kampen. Velen van hen hadden op de een of andere wijze deelgenomen aan het verzet en dat hoefde vaak niet het gewapende verzet te zijn geweest. De meeste van deze Nederlanders hadden totaal geen ervaring met de bewaking en begeleiding van gevangenen. Zonder enige opleiding kregen velen een wapen in de handen gedrukt en werden ze belast met de bewaking van de kampen. Dit leidde er toe dat vooral na de bevrijding de regimes in de kampen niet overeen kwamen met de officiële Verordening op de bewarings- en verblijfkampen en dat er veel misstanden plaats vonden. De mensen die ingezet werden voor de bewaking van de kampen beschouwden de politieke delinquenten als vijanden en haatte ze nog meer dan de Duitsers. De gevoelens van wraak, woede en haat werden vaak niet onder stoelen of banken gestoken. Velen hebben zich dan ook laten gaan en misbruik gemaakt van de hun gegeven macht.

Organisatie van de bewaringskampen van het DGBR

Per 1 januari 1946 werden met het oog op de aanstaande opheffing van het Militair Gezag alle kampen onder het Directoraat-Generaal voor de Bijzondere Rechtspleging (DGBR) van het Ministerie van Justitie geplaatst, met uitzondering van twee kampen die het Bureau Nationale Veiligheid (BNV) had ingericht. Als basis voor het beheer van de kampen diende de beschikking Bewaringskampen van de minister van Justitie van februari 1946. ( Beschikking Bewaringskampen minister van Justitie d.d. 28 febr. 1946; Stcrt. 1946, nr. 53. ) Hiermee werd voorzien in de lacune die zou ontstaan met de opheffing van de bijzondere staat van beleg per 4 maart 1946. De inhoud van de beschikking kwam grotendeels overeen met de verordening van het Militair Gezag met betrekking tot de bewarings- en verblijfskampen en was er vooral voor bedoeld, een formele juridische grondslag voor de detentie in de kampen te geven. Het besluit van de minister bevatte nadere bepalingen omtrent de organisatie en de dagelijkse gang van zaken in de bewaringskampen.

Het beleid inzake de bewaringskampen werd grotendeels door de directeur-generaal van het DGBR vastgesteld. De bewaringskampen werden beheerd door het DGBR. De kampcommandanten stonden onder bevel van de Directeur-generaal, die omtrent de gang van zaken in de kampen gevraagd en ongevraagd geadviseerd werd door een Commissie van Advies. Ter handhaving van de orde en tucht kon de kampcommandant maatregelen treffen of disciplinaire straffen opleggen. Gedetineerden die zware vergijpen hadden gepleegd werden zoveel mogelijk gescheiden van de 'lichte' gevallen. Enkele kampen waren gereserveerd voor de bewaring van bepaalde categorieën delinquenten, zoals SS'ers. Daarnaast waren er aparte vrouwenkampen. In de loop van 1946 werden door het DGBR bovendien speciale jeugdkampen ingericht.

In de loop van 1946 werden politieke delinquenten tewerkgesteld bij grootschalige ontginnings- en herstelwerkzaamheden of in de Staatsmijnen. De selectie van arbeiders die op deze objecten werden ingezet gebeurde door het DGBR Het verdiende loon werd in een kas gestort waaruit de bewaarde bij invrijheidstelling een uitkering ontving. Voor geestelijke en sociale verzorging waren geestelijken en sociale werkers in de kampen werkzaam. Bij het DGBR werd een commissie ingesteld die deze zorg in het hele land moest coördineren en waarin zowel katholieken als protestanten vertegenwoordigd waren. Vanuit de kerken werd de geestelijke en sociale zorg gecoördineerd door het Interkerkelijk Overleg (IKO).

Het grootste deel van het personeel van het Militair Gezag werd overgenomen door het Ministerie van Justitie. De hierboven genoemde tweedeling inzake de bewaking van de kampen bleef bestaan onder het DGBR De bewaking van de kampen lag in handen van een bewaringsdienst; de bewaking buiten het kamp kon worden opgedragen aan de Koninklijke Landmacht, de politie of aan andere bewapende korpsen. Het toezicht op alle delinquenten in en rond de kampen berustte bij de interne kamprecherche.

De bestaande gevangenissen hadden een te kleine capaciteit om alle politieke delinquenten te kunnen herbergen. Kampen die aanvankelijk op tijdelijke basis waren ingericht kregen daarom steeds meer een permanent karakter. Veel geïmproviseerde bewaringskampen uit de eerste maanden na de bevrijding verdwenen daarentegen. De grotere en beter uitgeruste kampen bleven als interneringskamp in gebruik, waarbij de organisatie van de bewaringskampen als uitgangspunt werd genomen. ( Zo werden de bepalingen omtrent de organisatie en de dagelijkse gang van zaken in de bewaringskampen (vastgesteld bij beschikking van 28 feb. 1946; Stcrt. 1946, nr. 53) op grote lijnen overgenomen en aangevuld door de Interneringsregeling 1946 (KB van 31 okt. 1946, Stb. G 310). In laatstgenoemde regeling werd de organisatie van de interneringskampen nader vastgelegd. ) Op basis van een noodwet uit 1918 konden de kampen worden gebruikt voor de tenuitvoerlegging van gevangenisstraffen. Enkele kampen werden expliciet als gevangenis aangewezen, zoals het kamp Vught.

Ook in de interneringskampen waren de geïnterneerden tot het verrichten van arbeid verplicht. In juni 1947 werden in de interneringskampen zgn. Commissies van Toezicht ingesteld. Deze commissie hield toezicht op de gang van zaken in het kamp. De kampcommandant moest hiertoe alle benodigde medewerking verlenen. De commandant was verplicht om de Commissie op de hoogte te brengen van eventuele misstanden in het kamp. De geïnterneerden konden eventuele klachten bij de Commissie indienen. Jaarlijks bracht de Commissie van haar bevindingen schriftelijk verslag uit bij de minister. Een commissie voor geestelijke en sociale verzorging behartigde de belangen van de geïnterneerden in en buiten het kamp. Evenals de bewaringskampen kenden de interneringskampen een bewakingsdienst en een interne recherche. Anders dan in de bewaringskampen had de interne recherche in de interneringskampen opsporings- en onderzoeksbevoegdheid.

Overgang van bewaringskampen naar interneringskampen, 1945 - 1946

Met het op gang komen van de Tribunaalrechtspraak en de rechtspraak van de Bijzondere Gerechtshoven veranderden het karakter en de functie van de kampen geleidelijk. Sommige kampen werden uitsluitend ingericht als bewaringskampen voor diegenen die op hun buitenvervolgingstelling of berechting wachtten. Andere kampen kregen de functie van interneringskampen voor die delinquenten die door een Tribunaal tot een interneringsstraf veroordeeld waren en die zij in deze kampen moesten uitzitten. Diverse kampen dienden daarnaast gelijktijdig als internerings- en bewaringskamp.

Het duurde vaak lang voor de zaken van de arrestanten door een Tribunaal of een Bijzonder Gerechtshof in behandeling konden worden genomen. Met name de politieke delinquenten die zwaardere feiten hadden gepleegd, moesten daardoor noodgedwongen langer in de kampen blijven, in afwachting van hun berechting. Daarnaast waren er voorzieningen in het strafrecht van de bijzondere rechtspleging, die de oplegging van een langdurige interneringsstraf door een Tribunaal mogelijk maakten. Door het strafrecht werd de oplegging van een dergelijke interneringsstraf gezien als een heropvoedingsinstrument, dat de gevangenen moest omvormen tot 'nuttige leden van het Nederlandsche volk'. ( KB van 31 oktober 1946, 'houdende vaststelling van de Interneeringsregeling 1946' (Stb. G 310). ) De gevangenis- en interneringsstraffen moesten bijdragen aan het opnieuw inschakelen van de veroordeelden in de maatschappij. In deze opvatting was de detentie van veroordeelde politieke delinquenten de eerste fase van hun reclasseringsproces. Arbeid werd hierbij gezien als middel tot resocialisatie en niet als doel op zichzelf, al moest het werk dat door de gedetineerden werd verricht productief en commercieel verantwoord zijn. ( Voor het reclasseringsbeleid in deze periode, zie het rapport institutioneel onderzoek 'reclassering'. )

Liquidatie van de kampen van het DGBR, 1947 - 1948

De overgang van de bijzondere rechtspleging naar een genormaliseerde rechtspleging maakte de opheffing van de kampen noodzakelijk. Deze opheffing werd in 1947 ingezet. ( Op 1 januari 1948 bevonden zich nog ongeveer 13.500 personen in de interneringskampen. De sterkte van het kamppersoneel bedroeg op 1 november 1947 5.240 personen, waarvan 3.083 waren belast met bewakingswerkzaamheden. HTK 1947, toelichting op de Rijksbegroting voor het dienstjaar 1948, IV-5 36. ) De kampen die vooralsnog bleven bestaan moesten kleinschaliger van opzet worden. Kleinere kampen waren goedkoper omdat minder personeel nodig was. Bovendien lagen de meeste kleine kampen in de buurt van goed renderende werkobjecten, waardoor de kosten van de detentie gedeeltelijk werden terugverdiend. Grote kampen als Vught werden dan ook zoveel mogelijk ingekrompen. ( HTK 1948, aanhangsel, 181 (reactie van Van Maarseveen op een kamervraag van 5 mei 1948). )

De resterende kampen werden met ingang van 1 juli 1948 in beheer genomen door de afdeling Gevangeniswezen van het Ministerie van Justitie. Door de opheffing van kampen moesten de nog resterende bewoners elders worden ondergebracht. Daarom werd in september 1948 de wettelijke mogelijkheid gecreëerd, opgelegde interneringsstraffen ten uitvoer te leggen als gevangenisstraf, te ondergaan in een Rijkswerkinrichting. Gelijktijdig werd de Interneringsregeling 1946 ingetrokken. ( KB van 7 sept. 1948 (Stb. I 405). ) In aansluiting hierop werden de taken en bevoegdheden omtrent invrijheidstelling van geïnterneerden zoals die voorheen bij de kampcommandant berustten, met ingang van mei 1949 overgeheveld naar de directeuren van de Rijkswerkinrichtingen. ( KB van 28 april 1949 (Stb. J 187). ) Het DGBR zelf werd met ingang van 1 januari 1949 opgeheven en omgezet in een afwikkelingsbureau en in het Bureau Bijzondere Rechtspleging.

Vermoedelijk werden de laatste kampen kort na de liquidatie van het DGBR opgeheven. ( De archieven van de bewarings- en interneringskampen zijn zeer fragmentarisch bewaard gebleven. De archieven van het D.G.B.R. en het Bureau Bijzondere Rechtspleging bevatten bovendien weinig informatie over de liquidatie van de kampen. ) De resterende gedetineerden werden ondergebracht in reguliere gevangenissen. De zorg voor de nog gedetineerde politieke delinquenten ging daarmee over op het gewone gevangeniswezen.

Overzicht van actoren
Militair Gezag

Periode: 1944 - 1946

Instelling

Krachtens het Besluit op de bijzondere staat van beleg, 11 sept. 1943 (D 60); ingesteld bij KB van 19 juli 1944 door de Nederlandse regering te Londen.

Organisatie

Organisatie voor zover de bijzondere rechtspleging betreffende:

Chef van de Staf Militair Gezag (CSMG).

Belast met de uitvoering van het Besluit op de bijzondere staat van beleg, hiertoe bijgestaan door in de verschillende provincies, districten en gemeenten optredende Militaire Commissarissen. Deze Militaire Commissarissen stonden onder bevel van de CSMG, die zelf rechtstreeks verantwoording verschuldigd was aan de minister van Oorlog.

Staf Militair Gezag.

Onderverdeeld in

  1. een stafbureau,
  2. een secretariaat,
  3. een bureau repatriëring,
  4. een bureau grensbewaking en
  5. een aantal secties, met name: Juridische Zaken en Kampen (II),
Directoraat-Generaal voor Bijzondere Rechtspleging (DGBR)

Periode: 1946 - 1949

Instelling

Werkzaamheden aangevangen per 1 januari 1946; taak en bevoegdheden vastgesteld bij het besluit van de minister van Justitie van 19 december 1945 (Stcrt. 1945, nr. 140).

Organisatie, samenstelling

Het DGBR ressorteerde onder het Ministerie van Justitie. Onderdeel van het DGBR was het Bureau Collaboratie (opgericht in juni 1946), dat tot taak had richtlijnen op te stellen voor de opsporing en vervolging van economische collaboratie.

Taken, bevoegdheden

Het voorbereiden en ten uitvoer leggen van alle wettelijke maatregelen en de behandeling van alle zaken die de bijzondere rechtspleging betroffen. Het adviseren van de minister in alle zaken met betrekking tot de bijzondere rechtspleging. Het leiden van en het toezicht houden op de opsporing, aanhouding, bewaring, invrijheidstelling, buitenvervolgingstelling en vervolging van personen, verdacht van een strafbaar feit waarop het Besluit Buitengewoon

Strafrecht (BBS) van toepassing was, en van personen, genoemd in art. 1 van het Tribunaalbesluit. Het houden van toezicht op de executie van straffen, opgelegd door de Bijzondere Gerechtshoven en de Bijzondere Raad van Cassatie, en op de tenuitvoerlegging van bijzondere maatregelen, opgelegd door de Tribunalen. Het zorg dragen voor de materiële, geestelijke en sociale verzorging van personen aan wie internering was opgelegd. Het voorbereiden van verzoeken om gratie van straffen, opgelegd door de Bijzondere Gerechtshoven en de Bijzondere Raad van Cassatie. Het houden van toezicht op de reclassering van politieke delinquenten. Het vaststellen van algemene en bijzondere instructies ten aanzien van de wijze waarop alle natuurlijke of rechtspersonen, colleges en organen, aan wie enige taak op het gebied der bijzondere rechtspleging was opgedragen, deze taken uitvoerden; de rechtsprekende organen van de bijzondere rechtspleging hiervan uitgezonderd. De DG van het DGBR kon de procureurs-fiscaal bij de Bijzondere Gerechtshoven zo dikwijls als nodig was in vergadering bijeenroepen. Van deze vergadering was de DG de voorzitter.

Opheffing, opvolger

Opgeheven met ingang van 1 januari 1949. Opvolger was het Bureau Bijzondere Rechtspleging van de 2e Afdeling van het Ministerie van Justitie (2BBR).

Commissie van Advies in de bewaringskampen

Periode:1946 - 1949

Instelling

Ingesteld in feb. 1946 op basis van een beschikking van de minister van Justitie (Stcrt. 1946, nr. 53).

Taken, bevoegdheden

Het gevraagd en ongevraagd adviseren van de minister van Justitie in alle aangelegenheden, betreffende de kampen of de gevangenen.

Opheffing

Vermoedelijk verdwenen met de opheffing van de kampen in de loop van 1948-1949.

Interne recherche bewaringskampen

Periode: 1946 - 1949

Instelling

Ingesteld in feb. 1946 op basis van een beschikking van de minister van Justitie (Stcrt. 1946 nr. 53).

Organisatie, samenstelling

De leden werden benoemd door de directeur-generaal BR, die deze bevoegdheid aan de kampcommandant kon delegeren.

Taken, bevoegdheden

Belast met het toezicht op allen die zich in of in de omgeving van het kamp bevonden.

Opheffing

Vermoedelijk verdwenen met de opheffing van de kampen in de loop van 1948-1949.

Kampcommandant bewaringskamp Militair Gezag / DGBR

Periode: 1944-1949

Instelling

De kampen ressorterend onder het Militair Gezag werden ingesteld op grond van een verordening van 12 sept. 1944 (Publicatieblad MG nr. 1).

De kampen ressorterend onder het DGBR werden ingesteld in feb. 1946 op basis van een beschikking van de minister van Justitie (Stcrt. 1946, nr. 53)

Organisatie, samenstelling

De kampen van het Militair Gezag hadden elk een kampcommandant, die werd bijgestaan door adjunct-kampcommandanten. Commandanten en adjunct-commandanten werden door of vanwege de CSMG benoemd.

De kampen van het DGBR hadden elk een kampcommandant, die werd bijgestaan door adjunct-kampcommandanten, zij werden benoemd door en stonden onder bevel van de directeur-generaal BR.

Taken, bevoegdheden

Kampen Militair Gezag: Het voeren van het beheer van het kamp. Het handhaven van de orde en tucht in het kamp. Het verlenen van alle nodige medewerking in het belang van de rechtspleging.

Kampen DGBR: Het geven van algemene leiding in het kamp. Het handhaven van de orde in het kamp. Het verlenen van medewerking aan de activiteiten voor gevangenen, georganiseerd door geestelijke en sociale verzorgers. Het zelf organiseren van activiteiten voor de gevangenen.

Opheffing, opvolger

De kampen van het Militair Gezag werden per 1 januari 1946 overgenomen door het DGBR van het Ministerie van Justitie. De kampen van het DGBR werden met ingang van 1 juli 1948 overgedragen aan de afdeling Gevangeniswezen van het Ministerie van Justitie en in de loop van 1948-1949 opgeheven.

Bewaringsdienst bewaringskampen

Periode:1946 - 1949

Instelling

Ingesteld in februari 1946 op basis van een beschikking van de minister van Justitie (Stcrt. 1946, nr. 53).

Organisatie, samenstelling

De leden werden benoemd door de directeur-generaal van de Bijzondere Rechtspleging, die deze bevoegdheid aan de kampcommandant kon delegeren. De directeur-generaal van de Bijzondere Rechtspleging stelde nadere regels betreffende de opbouw van en de rangen bij de bewaringsdienst.

Taken, bevoegdheden

Het bewaken van de gevangenen in de bewaringskampen en het leiden van de dagelijkse gang van zaken. De bewaking van de bewaringskampen en van de gevangenen buiten het kamp kon worden opgedragen aan de Koninklijke Landmacht, de politie of aan andere bewapende korpsen.

Opheffing

Vermoedelijk verdwenen met de opheffing van de kampen in de loop van 1948 - 1949.

Bewarings- en interneringskampen

In onderstaande lijst zijn de kampen vermeld, waarvan personeelsdossiers (aantal in de tweede kolom) in dit archief aanwezig zijn. Niet alle kampen zijn vermeld. Een aantal kleinere kampen hebben maar gedurende enkele weken of maanden als zodanig gefunctioneerd, en zijn nooit onder het beheer van het Directoraat-Genreaal voor Bijzondere Rechtspleging geweest.

Tabel met zoekresultaten in archieven
Naam kampAantal dossiers
Alkmaar, Bewaringskamp 'Westerweg'91
Alkmaar, Interneringskamp 'Rochdale'146
Almelo, Gevangenkamp 'Acaciaplein'15
Alphen aan den Rijn, Martha Stichting18
Amersfoort, Bewarings- en Verblijfskamp 'Laan 1914'931
Amstenrade, Bewarings- en Verblijfskamp 'Zuid-Limburg'535
Amsterdam, Arrestantenkamp 'Levantkade'620
Amsterdam, Arrestantenkamp 'West', Da Costastraat 63, 64, 91320
Amsterdam, Bewarings- en Verblijfskamp 'Centrale Bakkerij', Conradstraat 21-2348
Amsterdam, Bewaringskamp 'Polderweg 10'15
Apeldoorn, Bewarings- en Interneringskamp 'Willem III kazerne'64
Bakkum, Bewaringskamp 'Duin en Bosch'306
Beemster, Bewaringskamp 'Fort bij Spijkerboor'133
Bergen op Zoom, Bewaringskamp 'Meilust'6
Bergen op Zoom, Politieke Gevangen- en Interneringskamp 'Oranje Nassau kazerne'24
Beverwijk, Interneringskamp 'Fort Zuidwijkermeer'65
Blaricum, Interneringskamp 'Singerhuis'1
Breda, Bewaringskamp 'Sint Joosje'62
Brunssum, Bewarings- en Verblijfskamp 'Hendrik'167
Bussum, Bewarings- en Verblijfskamp 'Brandsmaschool'2
Dalfsen, Bewarings- en Verblijfskamp 'Hessum Dalfsen'286
Delft, Bewarings- en Interneringskamp 'Korte Geer'378
Den Bosch, Interneringskamp 'Papenhulst'8
Den Helder, Bewaringskamp 'Fort Erfprins'799
Deventer, Boreelkazerne57
Doetinchem, Bewaringskamp 'De Kruisberg'306
Domburg, Bewaringskamp 'Don Suisse'117
Dordrecht, Gevangen- en Interneringskamp 'Benthienkazerne'333
Ede, Bewarings- en Verblijfskamp385
Eijgelshoven, Bewaringskamp 'Julia'67
Ellecom, Bewarings- en Verblijfskamp 'Avegoor'490
Ellewoutsdijk, Bewaringskamp 'Fort Ellewoutsdijk'216
Enschede, Bewaringskamp 'vliegveld Twenthe'88
Enschede, Noodgevangenis 'Scholten'42
Farmsum, Interneringskamp 'Irene'283
Finsterwolde, Interneringskamp 'Carel Coenraadpolder'301
Fochteloo, Gevangenkamp 'Oranje'9
Garderen, Centraal Bewarings- en Interneringskamp 'Milligen'712
Geleen, Bewaringskamp 'Lindenheuvel'213
Giessen, Bewaringskamp39
Gilze Rijen, Bewaringskamp 'De Til'50
Gouda, Interneringskamp (Terrein Kaarsenfabriek)205
Grave, Bewaringskamp2
Groningen, Bewaringskamp 'Korenbeurs'5
Groningen, Bewaringskamp 'Stadspark'119
Groningen, Interneringskamp 'Albino'37
Groningen, Interneringskamp 'Helpman'51
Groningen, Interneringskamp 'Ruischerbrug'67
Haamstede, Bewaringskamp42
Haarlem, Bewaringskamp 'Koudenhorn'610
Haarlemmerliede 'Fort Penningsveer'160
Halfweg, Bewaringskamp 'Sectorpark'124
Halfweg, Interneringskamp 'Kruithuis'247
Harderwijk, Centraal Bewarings- en Verblijfskamp107
Harlingen, Bewarings- en Verblijfskamp 'Barka'180
Harskamp, Bewarings- en Verblijfskamp 'Harskamp'197
Heerenveen, Bewaringskamp 'Crack-State'71
Heerlen, Bewarings- en Verblijfskamp 'Mijnstreek'1034
Heerlen, Bewaringskamp noodziekenhuis (Esschenderweg)31
Hellevoetsluis, Bewaringskamp 'Fort Haerlem'115
Hemrik, Bewarings- en Verblijfskamp 'Sparjebird'101
Hilversum, Bewarings- en Verblijfskamp 'Sanatorium Lommerrijk'204
Hilversum, NSF21
Hoek van Holland, Bewarings- en Interneringskamp 'Vianda'392
Hoensbroek, Bewaringskamp 'Hoensbroek'215
Hoofddorp, Bewarings- en Verblijfskamp 'Fort bij Hoofddorp'181
Hoorn, Bewarings- en Verblijfskamp 'De Krententuin' (Rijkswerkinrichting)235
Hoorn, Mariaschool3
IJmuiden, Bewaringskamp 'IJmuiden'142
Kampen, Bewarings- en Interneringskamp 'Van Heutzkazerne'65
Kerkrade, Bewarings- en Verblijfskamp 'Nulland'87
Kerkrade, Bewaringskamp 'Treebeek'148
Laren, Centraal Bewarings- en Verblijfskamp 'Laren Noord-Holland' (Crailoo)969
Leeuwarden, Bewaringskamp 'Arendstuin'9
Leeuwarden, Bewaringskamp 'Ericadorp'44
Leeuwarden, Bewaringskamp noodziekenhuis 'Toernooiveld'12
Leeuwarden, Bewaringskamp voor mannen, vliegveld229
Leeuwarden, Vrouweninterneringskamp203
Leiden, Bewaringskamp 'Doelenkazerne'393
Lochem, Bewarings- en Verblijfskamp 'Ampsen'211
Maartensdijk, Ondervragingskamp 'Fort Blauwkapel'78
Maastricht, Bewarings- en Verblijfskamp 'Maastricht' (Grote Looierstraat 17)302
Marum, Bewarings- en Interneringskamp 'Marum'185
Middelburg, Bewaringskamp 'Middelburg'221
Naarden, Bewaringskamp 'Proromo'392
Naarden, Interneringskamp 'Weeshuiskazerne'21
Neerijnen, Bewaringskamp45
Nieuwendijk, Interneringskamp 'Fort Bakkerskil'187
Nieuwersluis, Centraal Bewaringskamp 'Fort Nieuwersluis'239
Nijmegen, Bewarings- en Verblijfskamp 'Tuchtschool' (Berg en Dalscheweg 287)99
Nijmegen, Bewaringskamp 'Mariënbosch'146
Noordoostpolder, Bewarings- en Verblijfskamp 'Westvaart'222
Numansdorp, Bewaringskamp 'Hoeksche Waard Fort Buitensluis'210
Ommen, Bewaringskamp 'Erica'856
Ooltgensplaat, Bewarings- en Verblijfskamp 'Fort Prins Frederik'91
Opende, Interneringskamp 'Wilhelminahoeve'23
Overveen, Bewarings- en Verblijfskamp 'Duinrust'669
Purmerend, Bewaringskamp 'Fort benoorden Purmerend'36
Rilland-Bath, Rijkswerkkamp 'De Witte Driehoek'332
Roermond, Bewaringskamp 'Ernst Casimirkazerne'21
Roermond, Bewaringskamp 'Herten'2
Roosendaal, Bewarings- en Verblijfskamp 'Lagero'56
Roosteren, Bewarings- en Verblijfskamp 'Roosteren'54
Rotterdam, Bewarings- en Verblijfskamp 'D.Barak' (Ziekenhuis Bergweg)39
Rotterdam, Bewarings- en Verblijfskamp 'De Hoefslag', Hoofdweg 300291
Rotterdam, Bewarings- en Verblijfskamp 'Hulpziekenhuis Barkastraat'99
Rotterdam, Bewarings- en Verblijfskamp 'Rochussenstraat 379'90
Rotterdam, Bewaringskamp 'Het Blauwe Huis'941
Rotterdam, Bewaringskamp Hulpgevangenis217
Rotterdam, Bewaringskamp 'Kanaalweg'412
Rotterdam, Bewaringskamp 'Noordsingel'20
Rotterdam, Bewaringskamp 'Tamboerstraat' (hulpgevangenis)79
Rouveen, Interneringskamp24
Rozenburg, Bewarings- en Verblijfskamp 'De Beer'104
Schalkwijk, Bewarings- en Interneringskamp 'Fort Honswijk'400
Scheveningen, Bewaringskamp 'Duindorp'799
Scheveningen, Centrale Bewaarplaats voor Politieke Gevangenen21
Scheveningen, De Cellenbarakken H2637
Schiedam, Bewarings- en Verblijfskamp 'De Bataaf', Buitenhavenweg 9882
Schiedam, Bewaringskamp 'De Kuiper'105
Schiedam, Vrouwenkamp Wilton9
Schoorl, Bewarings- en Verblijfskamp234
Sint Jansteen, Interneringskamp 'Groot Eiland'63
Sleeuwijk, Bewaringskamp 'Fort Altena' (Fort aan de Uppelsedijk)146
Sluis, Bewarings- en Interneringskamp 'Sint Joseph' (Groede)410
Sondel, Interneringskamp24
Spekholzerheide, Bewarings- en Verblijfskamp206
Standdaarbuiten, Werkkamp 'Sint Antoine'166
Staphorst, Bewarings- en Verblijfskamp 'Beugelen'227
Steenbergen, Bewarings- en Verblijfskamp32
Steenwijkerwold, Bewarings- en Verblijfskamp 'De Eese'132
Steenwijkerwold, Bewaringskamp 'Beenderribben Post Blokzijl E 1'468
Steijl, Bewarings- en Verblijfskamp90
Termunten, Bewaringskamp 'Fimel'68
Texel, Bewarings- en Verblijfskamp 'De Vlijt'270
Tilburg, Interneringskamp 'Ave Maria'135
Uitgeest, Bewaringskamp 'Fort Veldhuis'110
Utrecht, Bewarings- en Verblijfskamp 'Pomona'31
Utrecht, Bewarings- en Verblijfskamp 'Rhijnauwen'606
Utrecht, Bewaringskamp 'Fort de Bilt'303
Utrecht, Bewaringskamp 'Plompetorengracht'30
Utrecht, Bewaringskamp 'Wolvenplein'12
Valkenburg, Bewarings- en Verblijfskamp 'Sint Ignatius-College'431
Veendam, Bewarings- en Interneringskamp 'De Kazemat'231
Vlaardingen, Bewarings- en Verblijfskamp 'De Vergulde Hand'454
Vlagtwedde, Bewarings- en Interneringskamp 'Sellingerbeetse'257
Voerendaal, Bewaringskamp 'Revieren'130
Vught, Bewarings- en Verblijfskamp 'Vught'2015
Vuren, Bewaringskamp 'Fort bij Vuren'159
Weert, Bewarings- en Interneringskamp 'Sluis XVI'259
Weesp, Interneringskamp 'De Roskam'215
Werkendam, Bewaringskamp 'Steurgat'27
Westerbork, Bewarings- en Verblijfskamp 'Westerbork'1015
Westernieland (Zoutkamp), Interneringskamp 'De Slikken'197
Wezep, Centraal Bewarings- en Verblijfskamp1467
Winschoten, Bewaringskamp 'Hart'29
Winterswijk, Interneringskamp 'Vossenveld'139
Woensdrecht, Bewarings- en Verblijfskamp 'Hoogerheide'369
Wolvega, Bewarings- en Verblijfskamp 'Wierda'202
Zeist, Bewaringskamp26
Zutphen, Bewarings- en Interneringskamp (jeugdkamp)116
Zwolle, Huis van Bewaring 'Menno van Coehoornsingel'29

Geschiedenis van het archiefbeheer

Inhoud en structuur van het archief

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Hoe weet ik of de persoon waar ik informatie over zoek ook dezelfde persoon is waar in dit archief informatie over te vinden is. Misschien is het wel een persoon met dezelfde namen?

Meestal weet je waar je naar zoekt. Bovendien heb je een geboortedatum en de plaats waar iemand gezeten heeft.
Ook komt het niet zo vaak voor dat iemand dezelfde voorletter(s) en geboortedatum heeft.

Waarom staat de heer H.J.G. Huijbers niet vermeld als kampcommandant van interneringskamp Avegoor?
Hij was dit in ieder geval in 1946.

Het zou kunnen zijn dat zijn personeelsdossier niet bewaard is gebleven. U zou in de alfabetische toegang na kunnen kijken of hij daar wel in voorkomt. Het gaat dan om inv.nrs. 50700 of 50701. Daarvoor moet u wel naar het Nationaal Archief komen

Reactie berichten vanaf 22 juni 2014:
Op 28 oktober 2014 heb ik het NA bezocht en het dossier van mijn schoonvader de heer J.H.G. Natrop (in 1946: Hoofd. Inwendige Dienst (1/1946) en Commandant Buitenbewaking (6/1946) van B&I-kamp "Avegoor" te Ellecom. De heer H.J.G. Huijbers was in 1946 inderdaad Kampcommandant (1/1946 - 11/1946). Hij was de opvolger van de heer G.H. Sprenger (5/1945 - 1/1946). De heer A.P.C. Gulickx was Kampcommandant van 11/1946 - 12/1948), tot sluiting kamp "Avegoor". De naam van de heer Huijbers komt voor in een door hem getekende memo d.d. 10 augustus 1946 aan het Psychotechnisch Laboratorium te Arnhem (afnemen testen). Natrop noemt ook de naam Huijbers in zijn verzoek aan Gulickx van 13 januari 1947 om een toegezegde bevordering door Huijbers in september 1946 alsnog ten uitvoer te brengen. Overste Raat wilde de bevordering van Natrop persoonlijk afhandelen, maar door allerlei personele kwesties was dit er nog niet van gekomen.

Bedankt voor dit antwoord

In het kwartaalblad Ambt & Heerlijkheid van de Oudheidkundige Kring Rheden - Rozendaal wordt in 2015 (mogelijk ook 1e kwartaal 2016) ruim aandacht besteed aan de naoorlogse periode van B&I kamp "Avegoor" te Ellecom van 1 mei 1945 - 1 december 1948. Het betreft de opbouwfase, de sfeer, de werkzaamheden, het (militaire) bewakingsregiem, de kampleiding, het opvangen van de Rijksduitsers e.d., tot de sluiting van het kamp op 1 december 1948. In de verhaallijn ondersteund met foto's laten wij een totaalbeeld zien van het leven in- en om het kamp. Het eerste artikel wordt in maart 2015 geplaatst.

Dag Jolanda Clifton-Huijbers,
Als je beschikt over documenten van kampcommandant de heer H.J.G. Huijbers en/of over Kamp Avegoor e.d. zou dat een welkome bijdrage zijn om het jaar 1946 zo goed mogelijk te beschrijven. Een positieve reactie stel ik op prijs.

Volgens de beschrijving is dit archief beperkt openbaar B (100 jaar na geb datum, zonder verdere beperkingen). Toch kan ik niet reserveren en krijg dan een tekst die aangeeft dat de dossiers pas per 1-1-2036 openbaar zijn). Hoe vraag ik nu zo'n dossier aan? Het gaat om iemand geb in 1887.

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in