gahetNA in the National Archives

Strafinstellingen Rotterdam - Zoeken: gevangenis

42 Resultaten gevonden, klik op het tabblad om de resultaten te tonen.

3.05.10
A. Versteege
Nationaal Archief, Den Haag
1991
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

3.05.10
Auteur: A. Versteege
Nationaal Archief, Den Haag
1991
CC0

Periode:

1814-1975
merendeel (1839) 1814-1975(1985)

Omvang:

16,00 meter; 1033 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften. Het archief bevat een aantal tekeningen.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Van de Commissie van Administratie zijn er registers van notulen, correspondentie en jaarverslagen. Verder zijn er stukken over de reglementering, gebouwen, personeel en financiën; over de getineerden zijn er stukken m.b.t. het onderhoud. Van de cipier (en van de directeur) van het Huis van Bewaring is er correspondentie en zijn er tevens jaarverslagen. Verder zijn er stukken over de reglementering en inzake financiën kas- en grootboeken. Voor wat betreft de gedetineerden zijn er registers van gegijzelden om schulden, registers van gegevens van voorlopig aangehouden, registers van gegevens van gedetineerden, registers van "politiek" gedetineerden (vnl. N.S.B.'ers) en de zogeheten Duitse afdeling ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Ook zijn er registers van vrouwelijke gedetineerden, die later apart werden gehuisvest, en registers van gegevens van kinderen die met de moeders zijn opgenomen. Ook zijn er stukken over de reclassering, medische zorg en wet -en regelgeving omtrent gevangenissen meer in het algemeen. Tevens is er enige vakliteratuur.

Archiefvormers:

  • Cipier van het Huis van Arrest te Rotterdam 1814-1886
  • Cipier van het Provisioneel Huis van Correctie te Rotterdam 1824-1833
  • Cipier van het Tucht- en Werkhuis te Rotterdam 1814-1821
  • College van Regenten over de Gevangenis van Rotterdam
  • Commissie van Administratie over de Gevangenis van Rotterdam
  • Commissie van Toezicht over de Gevangenis van Rotterdam
  • Directeur van de Bijzondere Strafgevangenis voor Jonge Vrouwen te Rotterdam 1938- 1953
  • Directeur van de Bijzondere Strafgevangenis voor Mannen te Rotterdam 1929-1953
  • Directeur van de Bijzondere Strafgevangenis voor Vrouwen te Rotterdam 1919-1953
  • Directeur van de Cellulaire Gevangenis te Rotterdam 1872-1886
  • Directeur van de Duitse afdeling te Rotterdam 1943-1945
  • Directeur van de Gevangenis te Rotterdam 1953-1960
  • Directeur van de Gevangenis voor Vrouwen te Rotterdam 1960-1968
  • Directeur van de Strafgevangenis te Rotterdam 1886-1953
  • Directeur van het Arrestantenhuis te Rotterdam 1945-1948
  • Directeur van het Daghuis van Bewaring te Dordrecht 1974
  • Directeur van het Huis van Bewaring II te Rotterdam 1955-1974
  • Directeur van het Huis van Bewaring te Rotterdam 1886-heden
  • Directeur van het Hulpgebouw van het Huis van Bewaring te Rotterdam 1943-1955
  • Directeur van het Hulphuis van Arrest te Rotterdam 1872-1886
  • Directeur van het Hulphuis van Bewaring te Rotterdam 1886-1900
  • Directrice van de Gevangenis voor Vrouwen te Rotterdam 1968-1972
  • Directrice van de Penitentiaire Inrichting voor Vrouwen te Rotterdam 1972-
  • Directrice van de Rijkswerkinrichting voor Vrouwen te Rotterdam 1969-
  • Geneesheer van de Strafgevangenis te Rotterdam 1853-1918
  • Gestichtsraad van het Huis van Bewaring te Rotterdam 1955-1960
  • Kommandant van de Gevangenis voor Jeugdige Veroordeelden te Rotterdam 1833-1866
  • Officier van Gezondheid van de Cellulaire Gevangenis te Rotterdam 1872-1918
  • Officier van Gezondheid van de Gevangenissen te Woerden 1853-1918
  • Werkindelingscommissie van het Huis van Bewaring te Rotterdam 1974-1976

Archiefvorming

Inhoud en structuur van het archief

Inhoud

Selectie en vernietiging

Verantwoording van de bewerking

Onder de in 1989 overgebrachte archiefbescheiden waren zeer recente stukken. Onder andere wegens de omstandigheden (brandgevaar, schimmel) op de zolder bleek het echter niet verantwoord te zijn om daar nog archief achter te laten. Vanwege de privacygevoeligheid is daarom besloten een caesuur aan te brengen. In navolging van de nog in bewerking zijnde inventaris van de archieven van de strafinstellingen te 's-Gravenhage, 1814 - 1975, door G.J. Lasée, is een administratieve caesuur aangebracht bij het jaar 1976. Op 1 januari 1976 is men namelijk, zowel in 's-Gravenhage als Rotterdam, van de traditionele "inschrijvingsregisters" van gedetineerden op een kaartsysteem overgegaan. Bovendien was deze caesuur voor de archieven van de strafinstellingen te Rotterdam ook goed toepasbaar, omdat de stukken van na 1975 vrij fragmentarisch aanwezig waren. Ook betrof dit stukken die voor 1975 niet aangetroffen werden, bijvoorbeeld notulen van vergaderingen van de Commissie van Toezicht, de Raad van Overleg en het kaderpersoneel. Wel zijn opgenomen de op code geordende correspondentie over de jaren 1951 - 1984, waarvan het niet verantwoord was deze te splitsen, met de bijbehorende agenda's, een jaarverslag uit 1976, een register van gegevens van met de moeders opgenomen kinderen, dat loopt tot 1977 en een register van notulen van de Werkindelingscommissie het Huis van Bewaring over de jaren 1974 - 1976.

De archieven werden niet eerder geïnventariseerd. Wel zijn er twee plaatsingslijsten gemaakt: één van het gedeelte dat tot en met 1974 werd overgedragen en één van het andere gedeelte dat in 1988 naar het Rijksarchief in Zuid-Holland kwam. De eerste plaatsingslijst was van slechte kwaliteit. Zo bleken beschrijvingen en dateringen vaak onbetrouwbaar en waren veel stukken onder de verkeerde kopjes (archiefvormer, instellingen) geplaatst. Bij de inventarisatie moest alsnog worden vastgesteld, wie de archiefvormers van de stukken waren en op welke instellingen zij betrekking hadden. Door het vergelijken van bijvoorbeeld data en van handschriften, was het mogelijk de oude orde vrijwel geheel te herstellen. Door de overbrenging in gedeelten was een aantal series, voornamelijk registers van gegevens van gedetineerden, uit elkaar getrokken. Ook zijn de archiefvormers zelf tijdens de administratie dikwijls niet al te nauwkeurig geweest. Het gebruik van voorgedrukte registers en briefpapier bleek wel eens misleidend. De verstoring van de oude orde is echter met name aan de wijze van bewaren op de zolder te wijten.

Op één punt is afgeweken van de oude orde. Het betreft de correspondentie van het College van Regenten van 1896 tot 1923 (ca. een strekkende meter). Deze werd in rubrieken en subrubrieken, die niet exclusief ten opzichte van elkaar waren, aangetroffen. Zo werden in elke rubriek stukken inzake personeel(sbenoemingen) en gedetineerden aangetroffen. Soms kon het (oorspronkelijk) onderwerp van een rubriek in het geheel niet meer worden bepaald. Deze indeling in (sub)rubrieken is het werk geweest van C.R.J. Bentfort (- Van Valkenburg), die van juli 1909 - 1924 secretaris van het College was. Later is men overgegaan op chronologische ordening. De correspondentie over de jaren 1896 - 1923 is daarom eveneens chronologisch herordend. Op deze wijze kunnen ook de registers en kopieboeken van uitgaande stukken en de agenda's van ingekomen en van ingekomen én uitgaande stukken hun functie van toegang bewaren.

De inventaris bestaat uit zeven deelinventarissen. Het eerste is het archief van de Commissie van Administratie (1833 - 1886), respectievelijk het College van Regenten (1814 - 1833 en 1886 - 1953) en de Commissie van Toezicht (vanaf 1953). Dan volgen, in volgorde van ontstaan, de archieven van de directeuren en directrice. Bij de titels van de eerste twee directeursarchieven zijn de instellingen aangegeven, die daaronder ressorteerden of nog ressorteren. Hierbij zijn tussen haakjes de perioden aangegeven waarin de instellingen (hebben) bestaan als ook in een nota bene de jaren waarover het archief loopt. Het aangegeven van (de bestaansperioden van de) instellingen wil niet zeggen dat er ook veel archief van bewaard is gebleven. Zoals reeds is opgemerkt, ontbreken de "inschrijvingsregisters" van de instellingen aan de Hoogstraat uit de negentiende eeuw en van het Huis van Bewaring tot 1920. Dit is betreurenswaardig, aangezien zij juist in die tijd de ruggegraat van het archief vormden.

De vier eerste deelarchieven weerspiegelen duidelijk de verschuiving in bevoegdheden van de archiefvormers. Correspondentie, jaarverslagen en stukken betreffende bijzondere onderwerpen (behalve registers van gegevens van gedetineerden) zijn dan ook, afhankelijk van de periode, zowel in het archief van het College als in die van de directeuren te vinden. Om deze reden zijn bij de jaarverslagen (onder ALGEMEEN) en bij de rubriek reglementering (onder BIJZONDER) verwijzingen geplaatst. Bij de eerste twee directeursarchieven gaat het om toenemende onafhankelijkheid van het College van Regenten en bij het archief van de directrice van de Vrouwengevangenis en Rijkswerkinrichting, vanaf 1972 Penitentiaire Inrichting voor Vrouwen, om de verzelfstandiging ten opzichte van de directeur van (de Gevangenis en) het Huis van Bewaring II. Zoals al is geschreven waren de jaren 1968 - 1972 overgangsjaren.

In deze vier archieven is de hoofdindeling ALGEMEEN en BIJZONDER gemaakt. Onder ALGEMEEN zijn (series) stukken geplaatst die meer dan één onderwerp betreffen, terwijl men onder BIJZONDER rubrieken aantreft waar het om één bepaald onderwerp gaat.

Hierna volgen nog drie kleinere archieven. Van het archief van de Gestichtsraad van het Huis van Bewaring (I) is tot 1975 alleen een register van notulen over de jaren 1955 - 1960 aanwezig. Dit orgaan adviseerde het College van Regenten en de directeur over een groot aantal aspecten van het regime. Hierin hadden alle betrokken personeelsleden, onderwijzers en de directeur, die tevens voorzitter was, zitting. De Werkindelingscommissie heeft slechts bestaan over de periode waarover het register van notulen loopt, namelijk van 1974 - 1976.

Het archief van de officier van Gezondheid behoeft iets meer toelichting. Het werd tussen de correspondentie van het College van Regenten aangetroffen en bleek ook stukken te bevatten, die op de Vrouwengevangenis te Gouda (over de periode 1858 - 1861) en de Gevangenissen te Woerden (over de periode (1863 - 1872) betrekking hebben. Dit waren stukken ingekomen van de Commissies van Administratie van beide plaatsen. Gebleken is dat de heer Ingenluyff, officier van Gezondheid van de Vrouwengevangenis te Gouda, rond het jaar 1863 naar Woerden werd overgeplaatst. Hij nam (een deel van) zijn correspondentie mee en schreef zijn uitgaande brieven in een kopieboek, dat hij van zijn voorganger te Woerden had overgenomen. Toen hij in 1872 werd benoemd tot officier van Gezondheid van de nieuwe Cellulaire Gevangenis te Rotterdam nam hij opnieuw zijn correspondentie mee. De officier van Gezondheid, die vanaf eind 1872 zijn brieven ook wel ondertekende met de titel geneesheer, ressorteerde niet onder het ministerie van Justitie, maar onder de Landmacht. De stukken betreffende de Vrouwengevangenis te Gouda werden bij het archief van deze instelling, dat in het Rijksarchief in Zuid-Holland berust, gevoegd, terwijl de stukken met betrekking tot de Gevangenissen te Woerden aan het Rijksarchief in Utrecht zijn overgedragen.

Achter de archieven volgt de rubriek DOCUMENTATIE. Waarschijnlijk heeft een groot gedeelte van het daar beschreven materiaal tot de bibliotheek van het College van Regenten behoord.

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Bijlagen

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in