gahetNA in het Nationaal Archief

Strafinstellingen 's-Gravenhage - Zoeken: gevangenis

30 Resultaten gevonden, klik op het tabblad om de resultaten te tonen.

3.05.04
G.J. Lasee, R.A.M. Vernooij
Nationaal Archief, Den Haag
1993
cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

3.05.04
Auteur: G.J. Lasee, R.A.M. Vernooij
Nationaal Archief, Den Haag
1993
CC0

Periode:

1814-1975
merendeel 1814-1975(1985)

Omvang:

43,50 meter; 952 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands.

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Het archief bevat van een aantal strafinstellingen te Den Haag notulen, correspondentie, jaarverslagen en stukken betreffende de organisatie (reglementen, gebouwen en personeel). Met betrekking tot de gedetineerden zijn er verder inschrijvingsregisters met gegevens over gedetineerden, gedeeltelijk met indices. Tevens is er een uitvoerige documentatie-afdeling met reglementering, jaarverslagen, statistieken, verslagen en rapporten, vakliteratuur, tijdschriften en overige stukken.

Archiefvormers:

  • Commissie van Administratie, respectievelijk het College van Regenten over de Strafinstellingen te 's-Gravenhage, 1814-1942 Directeur van de Strafinstellingen aan de Prinsegracht, 1882-1902 Directeur van de Strafinstellingen aan de Pompstationsweg, 1887-1976 Geneesheer-directeur van het Rijksasiel "Kogelenbergh", (1953) 1955-1971 Hoofddirecteur van het Huis van Bewaring I aan de Casuariestraat, 1902-1967, het Huis van Bewaring II en Gevangenis II aan de Van Alkemadelaan, 1940-1969 (1985) en het Hulp-Huis van Bewaring aan de St. Jacobsstraat, 1942-1950 Directeur van het Huis van Bewaring aan de Van Alkemadelaan, 1970-1975 (1976) Directeur van het Jeugdhuis van Bewaring "De Sprang" aan de Stevinstraat, 1975

Archiefvorming

Inhoud en structuur van het archief

Inhoud

Hoofdindeling

In alle zes archieven is de hoofdindeling Algemeen-Bijzonder aangehouden. Onder Algemeen bevinden zich (meestal) series archiefstukken (correspondentie, jaarverslagen), die over meer dan één onderwerp handelen. Gegevens betreffende personeel, gebouwen en dergelijke kan men dus niet alleen onder Bijzonder in de desbetreffende rubriek vinden, maar óók in Algemeen. Stukken betreffende bijzondere onderwerpen (waaronder ook correspondentie) zijn onder de hoofdrubriek Bijzonder onderwerpsgewijs in rubrieken gerangschikt.

Notulen

De notulen van het College van Administratie, vanaf 1886 het College van Regenten, en van de directeuren van de verschillende strafinstellingen vormen de ruggegraat van de in deze inventaris opgenomen archieven. Door het ontbreken van een nadere toegang is de raadpleegbaarheid niet optimaal. Vanaf 1923 nam deze toe doordat het vanaf die tijd gewoonte werd in de marge een korte omschrijving van het besproken onderwerp te vermelden (inventarisnummer 21).

Hoewel het bestuur in 1886 officieel van het College van Regenten op' de directeuren van de strafinstellingen overging, bleef dit feitelijk tot de invoering van een nieuwe "Gevangenismaatregel" in 1932 nog bij het College van Regenten berusten.(

K.B. van 4 mei 1932 (Stb. nr.194).

) Om deze reden ontbreken in de directeursarchieven van de strafinstellingen aan de Prinsegracht (archief II) en aan de Pompstationsweg (archief III) de notulen van vóór die tijd. Een dergelijke verklaring valt echter niet te geven voor het gemis van de notulen uit de periode van 1934 tot 1953, het jaar dat het College van Regenten als gevolg van de invoering van een nieuwe Beginselenwet en Gevangenismaatregel werd opgeheven.

Correspondentie

In de praktijk liep alle correspondentie van de directeuren van de Strafgevangenis, het Huis van Bewaring met het Ministerie van Justitie ook na 1886 nog via het College van Regenten.(

J.J.J. Beek, J. Folkerts en H. de Raad (eindredactie), Inleiding van de Inventaris van de archieven van de instellingen van het gevangeniswezen in de provincie Groningen (1666) 1670-1961 (1978), Groningen 1988, p. 31

) Deze serie en de series correspondentie van recentere datum vindt men onder de hoofdrubriek Algemeen van de desbetreffende archieven. De originele brieven of de minuten van de verzonden brieven zijn per jaar of reeks van jaren in de serie ingekomen en minuten van uitgaande stukken te vinden.

Voor de periode van 1875 tot 1937 is de correspondentie vrijwel geheel door middel van agenda's nader toegankelijk (inventarisnummers 82-90). Tot 1937 werden er voor de ingekomen en minuten van uitgaande stukken twee afzonderlijke series agenda's bijgehouden. Materieel vormen deze stukken daarentegen één serie (inventarisnummers 24-80). Allereerst omdat dit de oude orde was. Verder aangezien er verhoudingsgewijs van de laatste categorie niet zoveel aanwezig is. In de agenda's vindt men het inschrijvingsnummer, het adres en de datum van de afzender, en vanaf 29 december 1911 de naam van de instelling, waarvoor de brief is bestemd, te weten de Strafgevangenis (S), Bijzondere Strafgevangenis (BS), het Huis van Bewaring (HvB) en een algemene rubriek Alle gestichten (A) met een korte omschrijving van het onderwerp. Deze nadere aanduiding hield verband met het feit, dat de Bijzondere Strafgvangenis eind 1911 in gebruik werd genomen.

Voor de periode van 1833-1878 is er naast de agenda's ook nog een index op ingekomen stukken (inventarisnummer 81). Daarin zijn in de linker kolom de kenmerken en de nummers van de afzender vermeld. Achter de omschrijving staat de vergaderdatum, waarop de brief is afgehandeld. Vanaf 1859 werd hier ook nog het archiefnummer, waaronder het werd geborgen, aan toegevoegd. Tot en met 1879 hadden de ingekomen brieven een doorlopende nummering. In de agenda over de jaren 1875-1878 (inventarisnummer 82) vindt men in de linkerkolom dezelfde brieven omschreven.

Van januari 1904 tot april 1913 werd in de agenda's ook de datum van ontvangst aangetekend. Bij de raadpleging dient men in het oog te houden, dat vanaf 1850 (vóór die tijd mag niets worden vernietigd) slechts een gedeelte van de correspondentie nog werkelijk is te raadplegen. Tijdens de inventarisatie is een groot aantal routine-stukken volgens de daarvoor opgestelde vernietigingslijsten uit de verschillende archieven verwijderd.(

Zie noot 63.

)

Zoals al eerder werd opgemerkt werd het College van Regenten in 1953 opgeheven. Vandaar dat de correspondentie - zo aanwezig - voortaan in de archieven van de directeuren van de strafinstellingen gezocht moeten worden. In het archief van de directeur van de strafinstellingen aan de Pompstationsweg (archief III) rest van de ingekomen stukken alleen een agenda op de ingekomen stukken betreffende interne organisatie van de gevangenis (inventarisnummer 277). Daarnaast zijn er van de jaren 1971-1976 nog de voorgedrukte agenda's van ingekomen stukken, die vooral de correspondentie met het Ministerie van Justitie bevatten. Daarin is ook aantekening gehouden van de naar aanleiding daarvan verzonden stukken (inventarisnummers 278-279). Vanaf 1972 werd jaarlijks met een nieuwe nummering begonnen. Met uitzondering van de voor Personeelsdossier (P.D.) bestemde gegevens, zijn aan alle behandelde onderwerpen codenummers toegekend. Daar de minuten van uitgaande stukken niet bewaard zijn gebleven, is het niet nodig hier nader op in te gaan. In deze inventaris treft men deze alleen in de dossierinventaris van het Huis van Bewaring II (archief V) aan. De geïnteresseerde onderzoeker zij voor de specificatie van de codenummers verwezen naar de inleiding van de strafinstellingen te Rotterdam, p. XXXVII-XXXVIII en inventarisnummer 321 van die inventaris.

De minuten van uitgaande stukken zijn maar sporadisch bewaard gebleven. Enkel voor de jaren, waarvan kopieboeken bewaard zijn gebleven, kan men hier werkelijk van alle brieven kennis nemen (inventarisnummer 91). Vanaf 1823 kregen de minuut-brieven een doorlopende nummering. Hoewel er van kopieboeken wordt gesproken, werd er vanaf 1828 volstaan met korte samenvattingen. De kopieboeken van de directeur van de Strafgevangenis, de Bijzondere Strafgevangenis en de Cellenbarak aan de Pompstationsweg over de periode 1903-1924, 1912-1924 (1927) en 1919-1922 (inventarisnummers 280-299 en 307-318) bestaan daarentegen uit doorslagen van de volledige tekst van de verzonden brieven. Met uitzondering van de inventarisnummers 297 en 315 is in elk deel voor - of achterin een index op de namen van afzenders en hun woonplaats opgenomen. Tevens wordt verwezen naar de folionummers van de pagina's. Hierdoor kan men ook gemakkelijk de afhandeling van een zaak nagaan.

De agenda's van uitgaande stukken van het College van Administratie beginnen in 1832, 1840, 1852, 1858, 1861, 1867 en 1874 telkens opnieuw met een doorlopende nummering (inventarisnummers 92 en 93). Vanaf 1883 gebeurde dit jaarlijks (inventarisnummer 95). In de agenda's zijn soms de minuut-brieven over belangrijke zaken mee ingebonden. Met ingang van 1912 werd het om de hiervoor al genoemde reden, evenals in de agenda's van ingekomen stukken gebeurde, gewoonte in een aparte kolom de specificaties S, BS, HvB en A te vermelden. In archief III zijn enkel twee agenda's van uitgaande stukken over 1970-1975 bewaard gebleven (inventarisnummers 305-306).

In het archief van de geneesheer-directeur is, na verwijdering van het vernietigbare materiaal, over vrijwel alle jaren van het korte bestaan van de "Kogelenbergh" nog correspondentie aanwezig (inventarisnummer 508).

Jaarverslagen en reglementen

Behalve correspondentie zijn er ook jaarverslagen. Daarin werden aan het Ministerie van Justitie gegevens verstrekt over achtereenvolgens de gebouwen en de lokalen, het meubilair en de brandblusmiddelen, de bevolking, het onderhoud der gevangenen, de kleding en ligging, de arbeid, de uitgaanskassen en het reisgeld, het godsdienst- en schoolonderwijs en de lectuurverspreiding, orde en tucht, het personeel, de bijzondere voorvallen, de kantine, de niet veroordeelde bij hun moeder opgesloten kinderen en de inspecties. Vóór 1886 waren ook rubrieken over het pistole, de "vrije kamers", waarin welgestelden "voor eigen rekening, afzonderlijk gehuisvest, gevoed en gekleed werden en vrijgesteld waren van werk en dragen van gestichtskleding (

Franke, p. 64-66. Zie voor de reglementering: K.B. 29 september 1875 no. 5, opgenomen als bijlage in inv.nr. 127.

) en over de gegijzelden voor schulden. Deze categorieën, die aanvankelijk nog pro memorie met een verwijzing werden opgenomen, vindt men daarna in de jaarverslagen van het Huis van Bewaring (inventarisnummer 116). Vanaf 1886-1898 was er aan het begin van het jaarverslag van de Strafgevangenis nog een rubriek over [het personeel van] het College van Regenten. Deze bleef in de jaarverslagen van het Huis van Bewaring gehandhaafd.(

Inv.nr. 116. Tot 1926 opgenomen aan het begin van het jaarverslag. In 1928 en 1929 als laatste rubriek, terwijl de gegevens over de mutaties in het College daarna in de rubriek "Bijzondere voorvallen" zijn opgenomen. Zie voor ontbrekende en latere jaren tot en met 1953 voor de samenstelling van het College de Staatsalmanak voor het Koninkrijk der Nederlanden.

)
Bij de jaarverslagen zitten altijd staten met gegevens over de sterkte van de bevolking, de gezondheidstoestand, de duur van de opgelegde straffen, de gepleegde misdaden en wanbedrijven en de beroepen als bijlagen. Met uitzondering van de jaarverslagen van 1837 en 1845 ontbreken deze. Hiervoor moet men afhankelijk van het tijdvak de archieven van het Ministerie van Binnenlandse Zaken respectievelijk van Justitie raadplegen, waar de originelen van de jaarverslagen met hun bijlagen zijn te vinden. Wel is een redelijk groot aantal verslagen van het onderwijs en van de bibliotheek als bijlagen bij de jaarverslagen in deze inventaris terug te vinden (inventarisnummers 115-117). Vanaf 1931 zijn er ook jaarverslagen over de arbeid van de gevangenen (inventarisnummer 117). In dat jaar werd er op het ministerie naast de reeds bestaande onderafdelingen A en B, te weten Gevangeniswezen respectievelijk Rijkstucht-en opvoedingswezen een onderafdeling C voor het Beheer van de arbeid in de gestichten opgericht.

De jaarverslagen van de Strafgevangenis en van de Bijzondere Strafgevangenis waren op dezelfde wijze ingericht. Omdat de directeur van de Bijzondere Strafgevangenis in 1928 uit bezuinigingsoverwegingen tevens directeur van de Strafgevangenis werd, verscheen er vanaf dat jaar één jaarverslag over beide instellingen (inventarisnummer 118). Dit geldt ook voor andere onderwerpen zoals de conduitestaten van het personeel (inventarisnummer 147).

Verder zijn er bijvoorbeeld nog stukken betreffende reglementering in zowel het archief van het College als in die van de directeuren aanwezig. Om deze reden zijn onderlinge verwijzingen geplaatst om alle aanwezige jaarverslagen betreffende een bepaalde instelling gemakkelijk te vinden.

Inschrijvingsregisters

De inschrijvingsregisters horen thuis in de archieven van de directeuren van de verschillende instellingen. Vroeger hield de cipier (oude benaming voor directeur) de registers zelf bij, maar deze taak werd mettertijd een onderdeel van een omvangrijke administratie. Deze registers kunnen behalve als bron voor historisch onderzoek in het algemeen ook voor genealogisch onderzoek van belang zijn.(

Zie hiervoor: R.J.F. van Drie, Gevangen voorouders. Onderzoek in negentiende-eeuwse gevangenisarchieven, in: Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie en het Iconografisch Bureau, dl. 45 (1991), p. 207-248.

)

Vanaf 1814 gebruikte men voor de administratie van gevangenen modelregisters. Deze maakten slechts onderscheid tussen het Algemeen register en het Register van signalementen, opname en ontslag. In 1842 werd het Algemeen register vervangen door een zestal modelregisters, die naar het type instelling waren onderverdeeld. Het oudste in dit archief bewaard gebleven inschrijvingsregister begint in 1882 (inv.nr. 161). Als gevolg van de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafrecht in 1886 werd er een nieuw soort modelregisters ingevoerd. Model A was bestemd voor de bevolking in een (Bijzondere Straf) gevangenis, model B voor de bevolking in een Huis van Bewaring (met uitzondering van de voorlopig aangehoudenen), model C voor de voorlopig aangehoudenen in een Huis van Bewaring en model D voor de gegijzelden om schulden in een Huis van Bewaring. In de registers A, B en C worden als belangrijkste elementen achtereenvolgens vermeld: het volgnummer; de voornamen en namen; beroep en voor militairen: rang; plaats en datum van geboorte; woonplaats, voor militairen: korps; datum van opneming in het gesticht; dagtekening van de veroordeling; omschrijving van het misdrijf; opgelegde straf; dagtekening waarop de straf eindigt; akte van overneming; vermindering van straf met vermelding van het K.B.; signalement en aanmerkingen. In register D enkel: het volgnummer; van de gegijzelde: naam en voornamen, woonplaats, datum van inkomen, datum van ontslag; van de schuldeiser: naam en voornamen, woonplaats, keus van woonplaats; de kosten van gijzeling; voorgeschoten gedlen tot onderhoud; akte van ingevangenisstelling; uittreksel van het vonnis waarbij de gijzeling wordt bevolen.(

Zie voor de indeling en het onderscheid van de in 1814, 1842 en 1888 ingevoerde modelregisters: Van Drie, a.a., p. 227-232. Zoals uit de inventaris blijkt, werden de nieuwe modelregisters niet in 1887, zoals Drie vermeldt, maar pas in 1888 ingevoerd.

)

Bij alle registers is in een "N.B" verwezen naar de klappers (alfabetische indices), die op de registers betrekking hebben. Ook zijn bij elk register de registratienummers vermeld. Hierbij moet men er wel op bedacht zijn, dat er binnen de alfabetische ordening op letter van de achternaam, niet lexicografisch, maar binnen de letter op datum van inschrijving (nummeriek). Het komt ook geregeld voor dat men in een register opnieuw is begonnen te nummeren, bijv. aan het begin van een nieuw jaar (inventarisnummers 354 en 368, 430, 431 en 535). In zulke gevallen zijn deze gegevens wel in het register van het voorgaande jaar opgenomen. Daarnaast komt het voor dat met een nieuwe nummering wordt begonnen, als een bepaald getal is bereikt (zie bijv. inventarisnummers 161-174, 268-272 per 600 en bijv. de inventarisnummers 181-188 en 341-346 per 714), terwijl het ook voorkomt dat men halverwege het jaar met een nieuw register begint (bijv. inventarisnummers 844 en 846). Aangezien de klappers vaak op verschillende series (modellen) en instellingen betrekking hebben, konden zij niet direct achter elke serie geplaatst worden en werd er een aparte rubriek voor de nadere toegangen gevormd. In alle gevallen is vermeld op welke instelling en model zij betrekking hebben. In de meeste klappers zijn, behalve de namen van gedetineerden in alfabetische volgorde, hun registratienummer, vaak het model van het register waarin zij zijn ingeschreven, de vleugel waarin zij waren geplaatst, de data van inkomst en/of ontslag, hun leeftijd en soms hun godsdienst vermeld. Deze gegevens zijn ook in de registers zelf te vinden. Waarschijnlijk werden deze extra gegevens vermeld om bijv. onderwijzers of geestelijke hulpverleners van dienst te zijn.

Complementaire archieven

Hoewel in de archieven ook wel stukken aanwezig zijn over het beleid inzake het Gevangeniswezen (correspondentie met het Ministerie van Justitie), zijn de archiefvormers, uitvoerders van een beleid dat elders werd bepaald. In het tijdvak waarover de archieven uit deze inventaris lopen, heeft het gevangeniswezen onder twee verschillende Ministeries geressorteerd. Bij een uitgebreider onderzoek moeten de archieven daarvan, die thans bij de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief worden bewaard, bij worden betrokken. Van eind 1813 tot eind 1823 berustte de administratie van de gevangenissen bij het Departement van Justitie. Met ingang van 15 oktober 1823 ging dit over haar het Departement van Binnenlandse Zaken. Nadat ze aanvankelijk onder de afdeling Armwezen had geressorteerd, kwam er een zelfstandige afdeling Gevangenissen, die overigens wel met de afdeling Armwezen verbonden bleef. Bij de reorganisatie van 1 januari 1832 ontstond bij Binnenlandse Zaken de 6e afdeling Gevangenissen. Aan het bestaan daarvan kwam op 30 juni 1842 een einde. De administratie van de gevangenissen ging toen weer over naar het Ministerie van Justitie. Toen dit Ministerie in 1854 een verdeling in afdelingen kreeg, kwam het onder de 4e afdeling te ressorteren; een situatie, die tot 1888 zou duren. Verreweg de langste tijd, namelijk van 1889-1956, ressorteerde het gevangeniswezen onder de 3e afdeling. In 1905 was er voor het eerst sprake van de onderafdeling I, die het jaar daarop werd gewijzigd in onderafdeling A. Met ingang van 1957 veranderde dit. Het Ministerie was toen gereorganiseerd en kende voortaan een aparte Directie Gevangeniswezen.(

Zie voor de diverse reorganisaties: K.B. van 17 september 1823 nr. 12; K.B. van 26 maart 1826 nr. 107; K.B. van 1 november 1828 nr. 42/43; K.B. van 25 mei 1842 nr. 98.

)

Verder kende het ministerie bijvoorbeeld een afdeling Gebouwen. Het archief van deze afdeling is te raadplegen bij de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief. Verder dienen hier nog de archieven van Rijkswaterstaat en van de Rijksgebouwendienst te worden genoemd (

ARA, Tweede Afd., Archief van het Ministerie van Justitie, afd. Gebouwen, dozen 174, 190, 202. ARA, Afd. Kaarten en Tekeningen, Tekeningenarchief van de Rijksgebouwendienst en diens rechtsvoorgangers in de periode 1824-1945, inv.nr. 1641 (plattegrond voor de bouw van de Strafgevangenis aan de Pompstationsweg, 1882), inv.nr. 1641 (foto uit ca. 1900 van de Gevangenis aan de Prinsegracht) en inv.nr. 1967 (bestektekening voor verbouwing van het Huis van Bewaring aan de Casuariestraat, 1935).

). In de negentiende eeuw was de bouw en het onderhoud van gevangenissen aan eerstgenoemde instantie opgedragen. In 1922 werd de Rijksgebouwendienst hiermee belast.

Voor gegevens betreffende gedetineerden kunnen ook archieven van rechtbanken veel informatie leveren. Van Drie attendeerde erop, dat ook het nodige is te vinden in de gemeentelijke administratie. Zowel in de woonplaats van de gestrafte, de gemeente waar het strafbare feit werd gepleegd (getuigeverhoren en het verzamelen van belastend materiaal), als in de gemeente waar het vonnis werd voltrokken (aanplakbiljetten met vermelding van de vonnissen), kan mogelijkerwijs meer materiaal hierover aanwezig zijn. Ingeval het een militair betreft, dient men de zogenaamde stamboeken van het archief van Defensie op de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief te raadplegen. Bij dezelfde afdeling berust ook het Archief van het Kabinet van de Koning(in), waarin de K.B.'s zijn te vinden met betrekking tot strafvermindering en gratieverlening. In een aantal gevallen kan men ook nog gegevens in de pers vinden over het strafbare feit, het proces, de veroordeling en dergelijke. In dat verband raadpleegt men allereerst de krantenafdeling van de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage of de plaatselijke kranten, die op gemeente- en streekarchieven worden bewaard (

Van Drie, a.a., p. 215-217.

).

Selectie en vernietiging

Verantwoording van de bewerking

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen

Reacties

zou mijn reservering voor 19 juni ook al op woensdg 18 aanwezig kunnen zijn. Ik ben donderdag verhinderd. Eventueel 20 juni kan ook.

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in